Het losgeslagen projectiel Bolsonaro

‘Je moet deze crisis dragen als een vent’

President Jair Bolsonaro holt met zijn schrikbewind de democratie uit. Militairen zijn op belangrijke sleutelposten gezet, zoals de zorg in coronatijd. ‘Er zijn geen tanks nodig, want het leger is door de voordeur naar binnen gewandeld.’

Begraafplaats São Francisco Xavier in Caju, Rio de Janeiro, 13 mei © Ellan Lustosa / ZUMA / HH

President Jair Bolsonaro zit aan de zondagse lunch met zijn onafscheidelijke zonen 01, 02 en 03, zoals hij zijn nageslacht nummert. Ze eten een volkse maaltijd met veel ketchup. Op 19 april zet hij de foto op Facebook. Bijschrift: ‘Hier vergadert het eigenlijke hoofdkwartier van Brazilië!’

Nog geen uur later begrijpen we wat hij bedoelde. In een verwassen poloshirt klimt de voormalige legerkapitein op de laadbak van een pick-uptruck. Achter hem het imposante ‘Fort Apache’, het hoofdkwartier van het leger. Voor hem een paar honderd uitzinnige demonstranten, gehuld in het groen en geel van de nationale vlag. Ze roepen, zonder mondkapjes, dicht op elkaar, midden in coronatijd. ‘Staatsgreep nu!’ en ‘Bolsonaro onze enige leider!’ De demonstranten dragen spandoeken met de oproep: ‘Sluit het parlement en hooggerechtshof’. Verder zijn er borden met de dreigende letters AI-5: de maatregel waarmee de militaire dictatuur (1964-1985) de grondwet schrapte en de decennia van martelkelders, verdwijningen en executies begonnen.

Live op zijn sociale media zweept Bolsonaro zijn adepten op. ‘Ik geloof in jullie!’ roept hij. ‘Omdat jullie in de grootse natie Brazilië geloven!’ Hij waarschuwt het parlement en het hooggerechtshof dat hun einde nabij is. ‘Laat het duidelijk zijn. Nu is het volk aan de macht!’

De ‘wil van het volk’ als excuus voor het uithollen van de democratie. We kennen het van Bolsonaro’s nieuw-rechtse collega’s in Hongarije, India, de Filippijnen en ook de VS. Maar een gekozen president die openlijk vraagt om een militaire staatsgreep? Een regeringsleider die het parlement en het hooggerechtshof echt wil sluiten? Een gekozen president die staat te glimmen wanneer zijn aanhangers hem als dictator aanroepen? De democratische façade valt. Dit gaat regelrecht terug naar het oude Latijns-Amerikaanse model van de bananenrepubliek.

Het hele spektakel was door Bolsonaro en zijn drie zonen zelf georganiseerd. De aanhang was online opgeroepen door de zonen 02 en 03, vanuit de digitale propagandafabriek naast de kamer van pa in het presidentiële paleis. De spandoeken en borden waren voorgedrukt. En Bolsonaro had noch zijn regering noch het leger van tevoren gewaarschuwd voor de demonstratie.

‘Alles onder controle’, zei generaal Hamilton Mourão twee dagen hiervoor. ‘De vraag is alleen van wie.’ Met dit zinnetje onthulde de militaire vicepresident een bittere werkelijkheid: niemand in Brazilië heeft Bolsonaro meer in de hand, zelfs het leger niet. Pas dagen na de putchistische stunt van de president voor het hoofdkwartier kwam de legerleiding met een schuchter briefje. De strijdkrachten zijn ‘voor vrede en stabiliteit’. Maar niets over de grove schending van de grondwet die de president die zondag recht onder de neus uitvoerde. Het hooggerechtshof protesteerde. ‘Erger dan het geschreeuw van de slechten is het zwijgen van de goeden’, citeerde een van de rechters Martin Luther King. Bolsonaro hoorde het protest grijnzend aan en deed er meteen een schepje bovenop: ‘De grondwet, dat ben ik! Niet dan?’ zei hij tegen zijn joelende aanhangers, die hem elke ochtend voor zijn paleis met hun filmende mobieltjes opwachten.

‘God sta ons bij. We zijn inmiddels in een Zonnekoning-delirium beland’, schreef de rechtse columnist Merval Pereira in de conservatieve krant O Globo. ‘Kan deze gekte nog erger?’

Als half maart het coronavirus in Brazilië landt, sluit Bolsonaro zich op in zijn eigen werkelijkheid. Door zijn zoons wordt hij gevoed met een onophoudelijke stroom aan vals nieuws. ‘Hij luistert alleen nog naar 01, 02 en 03’, vertellen bronnen in het paleis. Corona is een ‘gripezinha’, een lullig griepje, zegt Bolsonaro. Even later noemt hij het virus een ‘communistische mediasamenzwering’. Maar hemzelf zal het virus niet raken, hij heeft immers ‘een atletisch verleden’. Ook de rest van de Brazilianen is veilig. In een land waar nog niet de helft van de bevolking afvoer heeft, zijn de mensen immers immuun tegen alles. ‘Je ziet die lui in het open riool duiken. Ze komen weer boven, klimmen eruit. En ze hebben niks!’

Wanneer de doden beginnen te vallen, breekt Bolsonaro met alle gouverneurs. Ook met zijn rechtse bondgenoten. Overal hebben de gouverneurs maatregelen voor quarantaine en sociaal isolement ingevoerd. Voor Bolsonaro & Zn. een regelrecht complot. ‘Ze willen de economie te gronde richten om mij ten val brengen’, schreeuwt Bolsonaro tijdens de dagelijkse ontmoeting met zijn aanhang.

Vooral zijn voormalige bondgenoten moeten het ontgelden. ‘canalha, schoft, stinkende verrader. duizenmaal hufter!’ deelt hij het Twitter-bericht in hoofdletters van zoons 02 en 03 over de gouverneur van São Paulo. De miljoenenstad is de eerste die door de epidemie wordt geraakt. De officiële reden voor de woede is dat gouverneur João Doria weigert propaganda te maken voor het middel chloroquine. Obsessief prijzen de Bolsonaro’s het malariamedicijn als ‘de’ kuur: ‘God is een Braziliaan. We hebben onze genezing!’

De valsnieuwsfabriek van 02 en 03 bestookt het land met fake-verhalen over wonderbaarlijke genezingen. Het legerlaboratorium produceert inmiddels miljoenen nutteloze chloroquinepillen, terwijl in de ziekenhuizen het tekort aan medicijnen, narcosemiddelen en beademingsapparaten dramatische vormen begint aan te nemen. Wetenschappers die in een studie aantoonden dat chloroquine niet helpt, moeten onderduiken omdat Bolsonaro’s aanhangers hen met de dood bedreigen.

Een belangrijke verklaring voor Bolsonaro’s woede is zijn pathologische jaloezie. In opiniepeilingen doet gouverneur Doria het beter dan hijzelf. Alleen al de gedachte dat een ander hem in de schaduw kan stellen, drijft Bolsonaro tot waanzin. Op vergaderingen barst hij in huilen uit, vertellen getuigen. Hij heeft onbeheersbare driftbuien. ‘Ik heb mijn balzak vol van die vent’, brult hij door de paleisgangen. Deze keer gaat het over zijn minister van Volksgezondheid, de arts Luiz Mandetta. Door de coronacrisis is die vaker op tv dan hijzelf. Mandetta steunt bovendien de who-richtlijn van isoleren en afstand houden. Een grote meerderheid van de bevolking is het met de minister eens, blijkt uit een andere peiling. Mandetta paait Bolsonaro en noemt hem ‘onze grote roerganger’. Voortaan mag Bolsonaro al zijn persconferenties over corona leiden.

Maar dat is niet genoeg. ‘Sommige mensen in mijn kabinet is het naar de bol gestegen’, blaft Bolsonaro als hij weer troost zoekt bij zijn aanhang voor het paleis. ‘Ze gedragen zich als sterren. Maar ík ben de president. Ik ben degene die beslist, verdomme! Hun moment gaat nog komen. Wacht maar!’

Jair Bolsonaro komt zijn paleis uit en bezoekt straatverkopers en marktjes die nog open zijn. Hij schudt handen, hoest, veegt zijn snot met zijn hand af, omarmt en schudt opnieuw handen. De beelden verschijnen op sociale media. ‘Je moet deze crisis dragen als een vent’, houdt de president zijn toehoorders voor. ‘We gaan allemaal dood. Dat is het leven. Dus schijt, als je een kerel bent ga je aan het werk!’ Hij laat zijn minister van Informatie een campagne opzetten: ‘Brazilië mag niet stilvallen’. De campagne wordt verboden door het hooggerechtshof. Bolsonaro besluit het coronabeleid van de gouverneurs per decreet te verbieden. Maar alweer steekt het hooggerechtshof er een stokje voor. Zijn frustratie groeit. Hij raakt steeds verder geïsoleerd.

Bolsonaro heeft ruzie met het hele parlement. In oktober blies hij zelfs zijn eigen partij op. ‘Verraders, klimgeiten. Communisten vermomd als rechts!’ De digitale doodseskaders van zijn zoons vernietigen carrières en reputaties. Steeds wordt er een nieuwe ‘vijand’ gekruisigd. Vooral in de eigen rechtse kring. Het enige waar Bolsonaro op leunt is zijn vaste aanhang van – nog steeds – dertig procent. ‘Patriotten. De president heeft behoefte aan trouwe soldaten’, sturen de computers van de zonen hun boodschap naar de troepen in het land. ‘Kijk geen tv, lees geen kranten ook niet digitaal!!! informeer jezelf alleen via de officiële groepen van onze president! Blijf paraat!!!!’

De stoottroepen dansen door de straten onder zelfgemaakte zwarte doodskisten. ‘Tegen de coronahysterie van de cultuurmarxisten.’ Elke zondag houden de adepten autorally’s. Toeterend en brullend eindigen ze voor de ziekenhuizen waar de mensen liggen te sterven.

De digitale doodseskaders van Bolsonaro’s zoons vernietigen carrières en reputaties. Steeds wordt er een nieuwe ‘vijand’ gekruisigd

Intussen richt Bolsonaro zijn woede op de pers. Elke dag zet hij de ‘journazisten’ voor gek. ‘Ik heb een zwangerschapstest gekocht. Tegen jou haha’, antwoordt hij op een vraag waarom hij weer eens met twintig man koffie ging drinken in een banketbakkerszaak. ‘Hou je bek, teef!’ Of: ‘Je hebt een lelijke homo-kop!’

Behalve de dictators van Turkmenistan en Wit-Rusland is Bolsonaro nu nog de enige wereldleider die het gevaar van de pandemie ontkent. Hij merkt niet eens dat zijn idool Trump is omgeslagen en zelfs overweegt het vliegverkeer van en naar Brazilië te verbieden vanwege de omvang van de uitbraak. (Zondag jl. legde Trump dit inreisverbod daadwerkelijk op – red.)

Jair Bolsonaro tijdens de inauguratie van Regina Duerte tot minister van Cultuur. In het midden staat vicepresident generaal Hamilton Mourão. Brasilia, 4 maart © Alan Santos / AFP / ANP

Op de eerste zondag van april heeft Bolsonaro god zelf voor zijn zaak gewonnen. ‘De Heer heeft u geroepen om ons land uit de duisternis te verlossen’, preekt de voorganger. Voor hem zit Bolsonaro stram op zijn knieën. Stipjes op het gigantische plein voor zijn paleis. Samen met de leiders van de fundamentalistische evangelische pinksterkerken heeft hij een ‘nationale dag van gebed’ uitgeroepen tegen ‘satan corona’. ‘We hebben vandaag allemaal voor u gebeden’, vervolgt de prediker. ‘Alle 220 miljoen Brazilianen steunen u, want god heeft u tot president gekroond.’ Bolsonaro glimlacht. ‘Met Bolsonaro is Brazilië de heraut van het christendom in de wereld!’ Er volgen meer loftuitingen. Een gebed voor de zonen. Dan het hoogtepunt: de uitdrijving van het virus. ‘In naam van god. Ik verklaar dat in Brazilië geen doden meer vallen door corona!’ De katholieke priester naast hem zwaait met zijn kruis. ‘De zieken zullen opstaan en weer aan het werk gaan. De hel van corona is geëxplodeerd. Amen!’

Amen, riposteert Bolsonaro en hij laat zich door de pastor optrekken uit zijn knielende houding. Hij klopt het stof van zijn spijkerbroek en omarmt de prediker. Amen, amen. ‘Brazilië boven alles!’ brult de prediker uit volle borst. ‘En god boven allen!’ Amen, amen. Terwijl de paar gelovigen op het plein in vals gezang uitbarsten, loopt Bolsonaro in de lage zon met zijn lijfwachten terug naar huis.

Het gerucht gaat dat de militairen de regering van hem willen afzetten. Er zou gewerkt worden aan een deal waarbij Bolsonaro ‘vrijwillig’ opstapt, ten gunste van de vicepresident, generaal Mourão. Een constitutionele oplossing. In ruil daarvoor gaan zijn geliefde zonen vrijuit. Tegen zoon 01 Flavio loopt al meer dan een jaar een gerechtelijk onderzoek wegens corruptie, witwassen en banden met paramilitaire doodseskaders. Tegen zoon 02 Carlos en 03 Eduardo doen de Federale Politie (PF) en het hooggerechtshof onderzoek vanwege het illegale ‘haatkabinet’. Voorlopig blijft de president aan de macht, omringd door vier generaals die als een Praetoriaanse garde om hem heen in het kernkabinet zitten.

Voor iedereen is duidelijk dat het zo niet verder kan. In de ziekenhuizen moeten dokters inmiddels beslissen wie ze wel en wie ze niet in leven houden. Er zijn duizenden wachtenden voor een bed. Er worden massagraven gegraven en lichamen worden in vleeskoelwagens bewaard. Door de aanhoudende antipropaganda en desinformatie blijven steeds minder mensen thuis. De beruchte besmettingscurve schiet omhoog. ‘De psychopathische minachting voor alles buiten zijn eigen persoon. De permanente vlucht in het irrationele en het macabere flirten met de dood. Het doet denken aan de gestoorde sekteleider Jim Jones, die zijn mensen de collectieve zelfmoord instuurde’, schrijft Merval Pereira.

Op 16 april begint Bolsonaro echter te hakken. Tot ieders verbazing stuurt hij de minister van Volksgezondheid de laan uit. De Praetoriaanse garde doet niets, zegt niets. Vier dagen later spreekt Bolsonaro de pro-staatsgreep-demonstratie van zijn aanhangers toe. Wat is er gebeurd? Krijgen de generaals hem niet in de greep? Hangt er een coup in de lucht?

Een week later stapt de beroemde rechter Sergio Moro op. Vijf jaar lang leidde Moro het grootste corruptieproces uit de Braziliaanse geschiedenis. Door Operatie Wasstraat verdwenen tientallen politici in de gevangenis. Wasstraat legde de basis voor de rechts-populistische beweging tegen de politieke corruptie waarin Bolsonaro als leider kwam bovendrijven. Moro voerde het proces tegen het boegbeeld van de linkse arbeiderspartij (PT), Lula da Silva. Met dubieuze ‘bewijzen’ wist Moro de nog immer geliefde ex-president achter de tralies te krijgen. Een grotere dienst kon hij Bolsonaro niet bewijzen. In een klap had Moro zijn belangrijkste concurrent voor het presidentschap uitgeschakeld. Als dank benoemde Bolsonaro de rechter tot ‘superminister van Justitie’.

Bijna anderhalf jaar lang onderging de wat pedante Moro de ene na de andere vernedering. Maar op 24 april was de maat vol. ‘Ik ben de president. Dus je benoemt wie ík wil’, zou Bolsonaro zijn ‘superminister’ in een volle ministerraad te verstaan hebben gegeven. Met een hoop krachttermen eiste hij dat Moro de directeur van de Federale Politie ontsloeg. Bolsonaro wilde op die plek al tijden een vriend van zijn zoons hebben. ‘Als je weigert, ontsla ik je’, dreigde Bolsonaro.

Moro weigert. Bolsonaro benoemt het vriendje toch. ‘De president wilde zijn persoonlijke doelen dienen’, zegt Moro tijdens een persconferentie. ‘Hij wilde toegang tot lopende onderzoeken.’ Ineens weet iedereen waarover dit gaat: Bolsonaro wil de juridische onderzoeken tegen zijn zoons 01, 02 en 03 stilleggen. ‘Ik wil mijn familie beschermen’, geeft hij later zelf toe. Voor Moro is dit het einde. ‘Onacceptabele politieke inmenging’, zegt de rechter, waarna die er fijntjes aan toevoegt dat ‘zelfs Lula’ de autonomie van de PF respecteerde.

Onder vrienden zitten we die avond opgewonden te bellen. ‘Bolso heeft zijn belangrijkste troefkaart verspeeld.’ ‘Hij gaat voor de bijl.’ ‘Of het leger grijpt in!’ Moro was Bolsonaro’s golden boy. Zijn aanwezigheid gaf de regering de glans van een ‘nieuwe schone politiek’. De meeste politici die bij Operatie Wasstraat werden veroordeeld waren lid van de corrupte middenpartijen: het zogeheten Centrão of ‘vette midden’. Maar de haat tegen de ‘linkse corruptie van Lula’ was voor veel mensen de belangrijkste reden om op Bolsonaro te stemmen. Voor hen was Moro de vleesgeworden wraakengel.

De volgende dag bezwijkt het hooggerechtshof niet onder de druk; het opent een onderzoek naar de beschuldigingen van Moro. Ze draaien zelfs de benoeming van het familievriendje als nieuwe PF-baas terug.

De televisiekanalen zenden het weerwoord van Bolsonaro uit. Een lang verhaal vol verwarde aantijgingen tegen Moro. Maar achter hem staat zijn voltallige kabinet in het gelid. Als gestrafte schoolkinderen luisteren ze naar Bolsonaro. De Praetoriaanse garde staat niet zoals anders om de president heen, maar gewoon tussen de andere kinderen.

Langzaam wordt het duidelijk. De militairen hebben Bolsonaro nooit geprobeerd in te dammen. Ze willen dat ook helemaal niet. Het bericht lekt uit dat ze zelf van die eigengereide minister van Volksgezondheid af wilden. Tijdens zijn laatste televisieoptreden vergeleek Mandetta de president met een tegenstribbelende diabetespatiënt: ‘Sommigen blijven naar banketbakkers gaan en suiker eten’, zei de arts. ‘Insubordinatie’, zeiden militairen. Een ondergeschikte mag zijn meerdere nooit tegenspreken. Al helemaal niet in de maling nemen.

Na Mandetta’s ontslag namen de militairen het ministerie over. Voor de vorm werd er een nieuwe minister benoemd, maar ook hij is inmiddels alweer weg. Nu wordt de Braziliaanse zorg in coronatijd gerund door een generaal in uniform, die op zijn beurt vijf luitenant-kolonels op de belangrijkste sleutelposten benoemde om ook doktertje te spelen. Tot aan de laagste echelons zijn medici en ambtenaren vervangen door militairen. Krijgsmannen zonder enige ervaring met volksgezondheid of openbaar bestuur.

‘De militairen doen zich misschien voor als de rationale, apolitieke technici van de regering’, schrijft columnist Bernardo Mello in O Globo. ‘Maar ze zijn allang door Bolsonaro gecoöpteerd.’ In de ministeries zitten bijna drieduizend militairen op cruciale posten. Hij noemt de invasie ‘de militaire mars op de instituties’. Militairen worden aan het hoofd van gevoelige controleorganen als de boswacht en indianenbescherming benoemd. Ze zitten zelfs aan de top van de publieke omroep. Zo had de laatste directeur een modeprogramma met transseksuelen in productie genomen, tot ontsteltenis van Bolsonaro. Nu censureren een kolonel en een generaal de programma’s. Zij bepalen nu wat wel en niet voldoet aan de ‘patriottische gezinswaarden van de weldenkende bevolking’.

Ook financieel worden de militairen in de watten gelegd. Terwijl de pensioenen van alle Brazilianen gekort zijn, gingen soldaten erop vooruit. Voor iedereen is de broekriem tot het uiterste aangehaald, maar de privileges van de militairen uitgebreid en hun budgetten verruimd. Aan de linkse Maduro van Venezuela is te zien hoe een dergelijke belangenverstrengeling de beste garantie is voor een lange en taaie dictatuur.

‘Er komt geen coup in Brazilië, want die is er al’, schrijft de beroemde Braziliaanse schrijver Luis Fernando Verissimo. ‘Er zijn geen tanks nodig, want het leger is door de voordeur naar binnen gewandeld.’

Aanhangers van Jair Bolsonaro in Brasilia, 17 mei © Joédson Alves / EPA / ANP
‘Mijn zoon ging naar het gezondheidscentrum. Maar daar lag het volgepakt met lijken. Hij schrok er echt van. Terwijl je weet dat wij hier wel wat gewend zijn’

Mijn vriendin Claudete belt vanuit de sloppenwijk City of God. ‘Raar hoor, met dat warme en dan weer koude weer. We hebben er allemaal griep van gekregen.’ Griep, Claudete? ‘Ja, koorts en hoesten. Je weet wel. We konden ook niets meer ruiken…’ Maar dat is covid! ‘Ja, dat zei mijn zoon ook. Hij ging naar het gezondheidscentrum. Maar daar lag het volgepakt met lijken. Hij schrok er echt van. Terwijl je weet dat wij hier wel wat gewend zijn.’ Claudete vertelt dat haar 58-jarige buurvrouw twee dagen geleden doodging. ‘Ze had griep en opeens: bam, dood. Nu ligt ze daar te ontbinden.’

De situatie in de sloppenwijken is dramatisch. Volgens officiële cijfers sterft elke anderhalve minuut een geteste coronapatiënt. Maar in de sloppenwijken wordt niet getest en niet geteld. ‘Herinner je je nog hoe Bolsonaro laatst die gravers wegstuurde?’ vraagt Claudete. Ze heeft het over het opheffen van de commissie die onderzoek deed naar de vermisten van de dictatuur. ‘Alleen honden zoeken naar botten’, was het argument van Bolsonaro. ‘Eigenlijk gebeurt met ons hetzelfde’, zegt Claudete. ‘We verdwijnen zonder dat iemand het weet. We zijn niet eens een cijfer.’

Die vrijdag herdenken gezondheidswerkers hun omgekomen collega’s op een plein voor het regeringspaleis Brasilia. ‘We staan op een slagveld zonder generaals, zonder wapens en zonder soldaten’, beschreef een arts de chaos in de openbare ziekenhuizen. ‘We besmetten elkaar en roeien onszelf uit. Terwijl de doden in steeds groteren getale aan de deur kloppen.’

Opeens wordt de stille herdenking aangevallen. Mannen en vrouwen in Bolsonaro-shirts slaan in op de verbijsterde verplegers met witte mondkapjes. ‘Profiteurs, vuile kakkerlakken’, schreeuwt een van de mannelijke aanvallers. ‘Jullie consumeren het geld dat wij ondernemers met ons eigen zweet, onze eigen arbeid bij elkaar gewerkt hebben!’ Een vrouw roept: ‘Wij ondernemers hebben tenminste de moed om te werken. Communistische wormen!’ Niemand grijpt in. De politie noch de paleiswacht.

Uit onafhankelijk onderzoek blijkt een paar dagen later dat juist deze twee aanvallers (ex-)medewerkers zijn van het ministerie van ‘gezinszaken en mensenrechten’. Niks ondernemers. De man is sinds begin maart met ziekteverlof. De vrouw heet Sara Winter. Een prominente ‘antifeministe’ die voor de ministeriële campagnes tegen seksuele voorlichting werkte. Sinds kort is Winter de baas van een gewapende pro-Bolsonaro-militie, met als doel de ‘uitroeiing van links’. Ze hebben een geheim hoofd-kwartier bij de hoofdstad, waar de militieleden worden getraind. In een interview met BBC Brasil geeft Winters openlijk toe dat ze gewapend zijn.

Zoals elke zondag is er twee dagen later opnieuw een demonstratie van Bolsonaro-aanhangers voor het paleis. Opnieuw een samenzwering tegen de democratie, op klaarlichte dag. Bolsonaro verschijnt met zijn dochtertje op het bordes terwijl zijn aanhang luid om ‘militaire interventie’ en het instellen van martelwetten vraagt. ‘Het geduld is op’, zegt Bolsonaro in een boodschap aan het parlement en het hooggerechtshof. ‘Onze limiet is bereikt. Er wordt niet meer gepraat.’

Op dat moment tuigen de bruinhemden van Sara Winter journalisten op het plein af. Niemand grijpt in en de militairen blijven zwijgen.

‘Wat een heeerlijk liedje, hè’, tjilpt de 74-jarige minister van Cultuur Regina Duarte wanneer ze is uitgezongen. ‘Was het niet zaaalig toen we dit nog allemaal samen zongen?’ Verbaasd zegt de journalist van CNN Brasil dat het een lied uit de dictatuur is, de tijd waarin honderden burgers werden gemarteld en vermoord. ‘Ach’, wappert ze geërgerd. ‘De mensheid houdt nooit op te sterven. En martelingen zijn er altijd geweest. Dood is nu eenmaal de andere kant van het leven. Toch?’ Dus daarom zwijgt ze over alle beroemde Braziliaanse artiesten die de afgelopen week aan corona stierven? ‘Ik ben geen begrafenisbedrijf!’ antwoordt ze woedend. ‘Ik heb geen zin om een kerkhof van doden achter me aan te slepen. Weet je, ik ben vrolijk, ik hóu van het leven!’

‘De verloofde van Brazilië’, heette Regina Duarte toen ze nog schitterde als soapster. ‘De nieuwe hoop voor de kunst’, heette het toen ze twee maanden geleden als nieuwbakken minister een zelfverklaard ‘huwelijk’ met Bolsonaro aanging. Regina verving een voorganger die het wat te bont had gemaakt. Zelfs in de ogen van de militairen. Gekleed als Joseph Goebbels verscheen Bolsonaro’s kunstpaus Roberto Alvim voor de camera’s. Hij plagieerde een toespraak van Hitlers propagandaminister. Op de achtergrond klonk muziek van Wagner. Hij meende het echt.

Als voorzitter van de stichting voor zwarte cultuur stelde Alvim een (zwarte) man aan die van mening is dat de slavernij ‘heilzaam’ was voor de zwarten. De nieuwe voorzitter stelt zich tot doel de zwarte beweging ‘de nek om te draaien’ en belooft ‘een prijs voor iedere blanke die een neger wegens racisme in de gevangenis krijgt’.

Een andere benoeming van Goebbels Alvim was de nieuwe directeur van de Kunstraad. Een aanhanger van de platte-aarde-theorie die gelooft dat ‘rockmuziek leidt tot drugs, wat weer leidt tot seks, wat de abortusindustrie en dús het satanisme voedt’.

De hoop was dat de overjarige soapie Regina wat ‘licht in deze duisternis’ zou brengen. Inderdaad begon ze voortvarend met het wegsturen van de directeur die vindt dat rock tot satanisme leidt en de aarde plat is. Maar meteen daarna viel het stil. Dodelijk stil. ‘Regina wordt door Bolsonaro & Zn. geroosterd’, schreven de kranten. Ze hadden gelijk. Onlangs zette Bolsonaro de anti-rockman hoogstpersoonlijk terug in zijn functie en overlaadde hij de anti-zwartenman voor de camera’s met lof. Louter om haar chef Bolsonaro te pluimstrijken zet Regina zichzelf daarna zo ‘lichtzinnig’ te kijk dat de doden zich in hun graf omkeren. Het mocht allemaal niet baten, afgelopen woensdag werd ze toch ontslagen.

Opvallend genoeg kreeg Regina het meest hartelijke applaus voor haar cnn-optreden van de machtigste militair van Brazilië. Ex-legercommandant Eduardo Villas Bôas was ‘verrukt’. Volgens de generaal bracht Regina ‘een groots vertoon van medemenselijkheid, inzicht, intelligentie en zachtmoedigheid op ons over.’

‘Natuurlijk steunen de militairen Bolsonaro’, schrijft columniste Ruth de Aquino later in O Globo. Ook al gedraagt Bolsonaro zich afwisselend als psychopaat, stampvoetende kleuter en paranoïde tiran. ‘In essentie willen ze allemaal hetzelfde.’

Volgens Aquino zijn de militairen ‘dronken van de macht’. Zolang ze Bolsonaro als ‘front’ hebben dat de klappen opvangt, kunnen zij in alle rust hun macht uitbreiden. ‘Ze herschrijven de geschiedenis van de coup van 1964 en de militaire dictatuur’, zegt Aquino.

Op 31 maart wordt de coup van 1964 door het leger dan ook voor het eerst openlijk herdacht. De commandant van de strijdkrachten noemt de staatsgreep ‘een mijlpaal voor de democratie’. Bolsonaro zelf noemt het ‘de dag van onze bevrijding’. Het is precies dit bananenrepubliek-achtige model dat zowel Bolsonaro als de militairen nog steeds als referentiepunt hebben, zegt politicoloog Vladimir Safatle van de universiteit van São Paulo. ‘Bolsonaro begon met dertig procent aanhangers. Hij zal eindigen met dertig procent bruinhemden’, voorspelt hij. Voor Safatle staat de afbraak van de democratie in Brazilië pas in de kinderschoenen: ‘Bolsonaro en het leger zijn gekomen om te blijven.’

Brazilië is inmiddels, naast Rusland en de VS, het nieuwe epicentrum van de coronapandemie in de wereld. Volgens de who vallen er elke dag meer dan duizend geteste coronadoden. Het ministerie van Volksgezondheid meldt echter alleen het aantal patiënten dat van Covid-19 genéest. Intussen onderhandelen Bolsonaro & Zn. in hun parallelle wereld met het meest corrupte deel van de Braziliaanse politiek. Als nooit tevoren krijgt het ‘vette midden’ baantjes en geld toegeworpen. Trots publiceert het parlementslid Roberto Jefferson een foto van zichzelf. Hij is in pak gehuld, met een enorm machinegeweer in zijn handen: ‘Klaar voor de strijd tegen het communisme!’

In Brazilië is Jefferson de vleesgeworden corruptie. Jarenlang zat hij gevangen omdat hij zich liet omkopen voor parlementaire steun aan de linkse arbeiderspartij PT. ‘De PT van Lula had de stemmen van het corrupte Centrão nodig om een meerderheid voor zijn regeringsplannen te halen’, schrijft socioloog Celso de Rocha Barros. ‘Maar met de verkiezing van Bolsonaro is het meest conservatieve parlement aller tijden aangetreden.’ Niets was dus makkelijker geweest dan een rechtse meerderheid in Kamer te vormen zonder het ‘vette midden’. Het feit dat Bolsonaro dat niet heeft gedaan, bewijst volgens De Rocha Barros dat Bolsonaro ‘nooit een rechtse regering binnen de grenzen van de democratie’ heeft geambieerd: ‘Met Bolsonaro is zelfs de corruptie van simpele diefstal een gewapende overval geworden.’

Afgelopen vrijdag kwamen de opnamen van een ministerraadsvergadering vrij, op last van het hooggerechtshof. ‘Ik wil dat het volk zich bewapent!’ brulde Bolsonaro zijn ministers toe. Met open mond zat het land te kijken. Op de twee uur lange band worden de donkerbruine ingewanden van deze regering genadeloos blootgelegd. ‘Ik heb het recht, het volste recht verdomme om het leger te bevelen in te grijpen’, schreeuwt Bolsonaro zijn ministers toe. Drie keer noemt hij die mogelijkheid van het leger. Niemand die er iets tegen inbrengt. Ook de militaire ministers niet.

Sinds afgelopen zaterdag dreigen de militaire ministers zelf met een staatsgreep. De minister van Institutionele Veiligheid ‘waarschuwt’ het hooggerechtshof en het parlement. Als hun leden niet ophouden Bolsonaro terecht te wijzen, vormen ze ‘een bedreiging van de nationale veiligheid en stabiliteit’. Kortom: dan worden parlement en hooggerechtshof door het leger gesloten.

Daarbovenop wil Bolsonaro dus ook ‘het volk’ bewapenen. Vooral tegen de gouverneurs en de burgemeesters die vasthouden aan sociale isolatie in de coronacrisis. ‘Die schoften neuken ons in de kont met onze aambeien erbij’, blafte Bolsonaro tegen zijn ministers. ‘Ik sta niet toe dat die hoerenzonen ons tegenhouden. Ik wil iedereen bewapend zien. Ik wil het er nu door hebben. Voor onze vrijheid ga ik tot het uiterste, fuck.’