De begrafenis van agrariër Jacob van der Linde, van wie middels een drive through-condoleance afscheid werd genomen, Kerk-Avezaath, 16 oktober 2020 © William Hoogteyling / ANP

‘Op een gekke manier is het nog steeds niet helemaal echt.’ Afgelopen augustus moest Jurgen Damen digitaal afscheid nemen van een collega die door een tragisch ongeluk veel te vroeg het leven werd ontnomen. Met andere collega’s heeft hij de uitvaart digitaal bekeken. Er was een collegezaal geregeld, zodat ze samen, maar wel op anderhalve meter afstand, de dienst konden volgen. ‘De sfeer die je tijdens een uitvaart hebt, hadden wij ook in die collegezaal, dat was fijn om te merken.’ Op het scherm verscheen een foto van het hun zo bekende gezicht.

Tot een paar maanden daarvoor, toen ze thuis moesten gaan werken, hadden ze elkaar regelmatig gezien. Ze konden niet wachten om elkaar allemaal weer te zien bij het koffiezetapparaat. Jurgen denkt dat als het weer ‘normaal’ is, haar overlijden nog een keer zal landen. ‘Ik hou mezelf voor dat het iets moois is, om gevoelsmatig vaker afscheid te nemen. Maar misschien heb ik gewoon een emotioneel veiligheidsjasje aangetrokken.’

De livestream van de uitvaart is nog terug te zien via een beveiligde Vimeo-link, en dat wordt ook gedaan, laat de teller linksonder zien. In beeld verschijnt de Geertekerk in Utrecht, waar de dienst plaatsvond. De stoelen staan op anderhalve meter afstand van elkaar, behalve als het één huishouden betreft. Het perspectief van de camera draait naar de ingang, waar de kist naar binnen gereden wordt, begeleid door de meest nabije nabestaanden. De muziek kan het geluid van huilende mensen maar gedeeltelijk onderdrukken.

‘De telefoon ging non-stop op de dag na de persconferentie’, zegt videograaf Arthur Ike van terugkijkenopeenpassendafscheid.nl. Al dertig jaar filmt hij uitvaarten, en sinds dat mogelijk is streamt hij ze. Tot een jaar geleden was dat met name interessant voor in het buitenland woonachtige familie of vrienden, of voor nabestaanden die de dienst graag later terug wilden kunnen kijken. Sinds een jaar is dat anders. Nu vanwege de coronamaatregelen regelmatig niet iedereen meer bij de fysieke uitvaart aanwezig kan zijn, is de vraag naar een aanvullend digitale uitvaart explosief toegenomen. ‘Normaal deed ik zo’n vijftien uitvaarten per maand, nu zijn het er ruim vijftien per week.’

Op 23 maart 2020 maakte het rivm bekend dat de maatregelen om Covid-19 in te dammen ook uitvaarten zouden treffen. Maximaal dertig gasten mochten tijdens de eerste golf bij een dienst aanwezig zijn, mits anderhalve meter afstand gewaarborgd kon worden. In de zomer waren het er honderd, tijdens de tweede golf vijftig en nu, sinds de versoepelingen van 28 april, weer honderd.

Vooral de eerste maanden leverde het schrijnende situaties op. Nu, een jaar later, zijn mensen bekender met de maatregelen. Soms zijn nabestaanden zelfs zeer tevreden met een kleine, meer intieme bijeenkomst. Maar dat gaat lang niet voor iedereen op.

Of een afscheid nu digitaal is of fysiek, gehouden wordt in een rouwstoet of in een erehaag, op stoelen per huishouden gerangschikt op anderhalve meter of alleen met een kaars in de woonkamer, een goed afscheid is ‘essentieel’ voor het rouwproces. Zo valt te lezen in een onlangs verschenen onderzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Want alleen na een goed einde kan het verwerkingsproces pas echt beginnen. Voor veel mensen is het dus maar de vraag of ze het corona-afscheid al verwerkt hebben. Want biedt het gedwongen digitale afscheid wel voldoende troost?

Het rapport van Binnenlandse Zaken richt zich op de bestendigheid van de uitvaartbranche in crisistijd. Niet alleen voor nu, maar ook voor een eventuele nog grotere crisis in de toekomst. De identificatie, het vervoer, het bewaren van een lichaam, een vorm van afscheid en de daadwerkelijke lijkbezorging – het cremeren of begraven – worden als essentieel bestempeld, de fysieke uitvaartverzorging niet. Ook al beschrijft het rapport dat het ontbreken van een goed afscheid mogelijk psychosociale schade kan aanrichten.

De mensen in beeld in de Geertekerk huilen om de dochter van Bertheke Hoejenbos. Ook zij heeft later de livestream teruggezien. In beeld zit ze voorin. Het is surrealistisch. Dat dit het afscheid van haar dochter betreft, daar in de kerk drong het maar deels door. ‘Het was een afschuwelijke waas waarin ik leefde, een staat van paniek, gedreven door adrenaline en boosheid. Boos op niemand, maar wel boos op alles’, zegt ze een half jaar later vanuit de schommelstoel in haar woonkamer.

Een eenzame waas was het ook. Niet alleen mensen die digitaal een uitvaart kijken ervaren het afscheid anders, ook de mensen die wel aanwezig zijn. Want daar geldt de anderhalve meter afstand, daar is niet iedereen die er anders wel was geweest. ‘Het was de beste uitvaart die er naar omstandigheden verzorgd kon worden, absoluut. Maar er waren alsnog veel mensen niet. Veel mensen die wel onderdeel van haar leven zijn geweest en haar hebben gevormd.’ Mensen van vroeger, mensen van nu, mensen van werk, van sport, van af en toe, van ondanks afstand toch digitaal contact houden. ‘Ik ben daarom na haar overlijden nog heel erg naar haar op zoek gegaan. Om mijn beeld van haar weer compleet te krijgen en het verleden met het heden te verenigen.’

Het is per definitie een traumatische gebeurtenis in het leven om iemand te verliezen. Het heeft als gevolg dat nabestaanden naast afscheid van een dierbare ook afscheid moeten nemen van het idee dat ze hebben gehad van de wereld. Mensen veronderstellen graag dat we leven in een veilige, rechtvaardige wereld, waar geen ruimte is voor onrecht. De dood hoort daar niet bij, of pas op heel late leeftijd, als het leven geleefd is. Als maatschappij hebben we een collectieve doodsangst, maar die vegen we ook collectief onder het tapijt, zegt filosofe Marleen Moors. De dood is een taboe dat we bedekken met een deken van veronderstelde veiligheid.

‘Ik had niet kunnen bedenken dat afwezigheid van aanraking me zo zwaar zou vallen’

Mensen met een fijn leven en een goede jeugd die zonder al te veel gedoetjes en problemen het leven door zijn gekomen geloven vaak dat de wereld eerlijk, veilig en stabiel is. ‘Als ik maar hard werk, een goed mens ben en gezond leef, zal mij geen kwaad treffen, is het idee.’ Dat zijn onbewuste kernovertuigingen die ingebed zitten in de maatschappij, waar we ons niet altijd van bewust zijn. Als dan een geliefde komt te overlijden, zeker door een ongeval, is dat een direct trauma. ‘Filosofisch raak je niet alleen íemand kwijt, maar ook iets. We raken het idee kwijt dat de dood ons niet zal treffen.’

Als samenleving leven we in de ontkenning dat we allemaal dood kunnen gaan, zomaar en op elk moment. Maar bij een afscheid moeten we onze sterfelijkheid onder ogen komen. Dat is pijnlijk, maar kan iemand ook helpen spiritueel te groeien. ‘Rouw zorgt er ook voor dat je je levensbeschouwing moet herijken.’ Dat is op filosofisch niveau wat rouw met je kan doen.

Bertheke Hoejenbos voelt dat in zekere zin ook. Haar connecties met mensen zijn dieper geworden, haar gesprekken gaan niet meer ‘zomaar’ over iets. ‘Je gaat sneller de diepte in als je zoiets hebt meegemaakt.’ Dat geldt niet alleen voor haar, maar ook voor de vriendinnen van haar dochter, met wie ze contact houdt. Een aantal van hen is minder gaan werken, omdat door dit verdriet duidelijk is geworden dat het leven niet alleen draait om werk. Bertheke zelf blijft juist nog een jaar langer werken, om structuur te behouden. Het verdriet is bij haar nog in beweging. ‘Ik merk dat ik nu weker word, dat de schors van woede die ik om me heen had gebouwd nu loskomt.’ De kern komt bloot te liggen, dat doet pijn, maar geeft ook richting. ‘Ik las laatst de zin: Je suis toujours celle que tu respires. Daar ben ik nu. Ik adem en voel haar overal en altijd.’

Begrafenis in kleine kring, Epen, 17 april 2020 © Sabine Joosten / ANP

Meta Stevens van SENS Uitvaarten verzorgde de uitvaart van de dochter van Hoejenbos. Deze uitvaart, die zonder maatregelen veel groter was geweest, heeft veel indruk op haar gemaakt. Dit jaar heeft haar werk een extra laag gekregen. De livestream is ingeburgerd geraakt, de bijeenkomsten zijn kleiner, de mondkapjes deden hun intrede. Maar vooral de afstand moest in de gaten gehouden worden. ‘Dat vond ik het moeilijkst om te zien. Dat er niet even een aanraking mogelijk was, dat mensen in verdriet niet even dichter bij elkaar konden komen.’ Ook later in het rouwproces is dat vaak lastig. ‘Mensen komen elkaar minder vaak zomaar tegen, dus er zijn ook minder momenten waarop nabestaanden het er samen over kunnen hebben.’

De term ‘huidhonger’ deed zijn intrede. De afwezigheid van fysieke aanraking valt veel mensen op dagelijks niveau al zwaar, laat staan tijdens een rouwproces. Bertheke Hoejenbos heeft er nog steeds en misschien zelfs steeds meer moeite mee, met de afwezigheid en de afstand. Mensen zijn heel voorzichtig, raken elkaar niet zomaar meer aan, zijn terughoudender met afspreken. ‘Ik had niet kunnen bedenken dat afwezigheid van aanraking me zo zwaar zou vallen’, zegt ze. ‘Maar ik mis een omhelzing, een arm, een knuffel.’

Soms komt die wel, zomaar. Ze ging niet zo lang geleden terug naar het pleintje waar haar dochter is opgegroeid, waar nog steeds moeders wonen van de buurtkinderen met wie haar eigen kinderen speelden. ‘Een van die moeders kwam naar me toe. Ze keek naar me en pakte me vast, heel stevig. Ik had haar al 25 jaar niet gezien, maar het was zo fijn dat contact te hebben.’

De uitwerking van die opgelegde fysieke afstand tijdens rouw is terug te zien in de eerste cijfers omtrent problematische rouw over het afgelopen jaar. Deze zijn op zijn zachtst gezegd zorgwekkend te noemen. Want waar in het oude normaal één op de tien nabestaanden verstoorde rouwklachten ervaart, ziet het ernaar uit dat in het nieuwe normaal meer mensen hiermee te maken krijgen, zegt Lonneke Lenferink, onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. ‘De cijfers over verstoorde rouw na een overlijden door Covid-19 lijken overeen te komen met die na rampen en een vorm van gewelddadig overlijden. Waarbij één op de twee hiermee te maken krijgt.’ Al langere tijd doet Lenferink onderzoek naar potentieel traumatische verliezen, zoals de mh17-ramp, verkeersongevallen, vermissingen en moord. ‘Daarin zie ik parallellen met verliezen vanwege en tijdens corona, hoewel het natuurlijk niet hetzelfde is.’

Bij verdriet en rouw zijn gebruikelijke gevoelens een intens verlangen naar de overledene. Ook gevoelens van boosheid en gemis, van eenzaamheid en het leven zin- en betekenisloos vinden, zijn veelvoorkomend. Alleen, als er iets verstoord is geraakt, vanwege de manier waarop iemand is overleden of door gebrek aan aanwezigheid bij een uitvaart, kunnen die klachten aanhouden, verergeren en het leven gaan belemmeren. ‘Het kan dat mensen denken dat een dierbare nog terugkomt, dan stokt het proces.’

Doordat mensen elkaar vaak al een langere tijd niet gezien hebben, uit voorzichtigheid en angst voor besmettingen, is er bij een overlijden vaak een gevoel van ‘unfinished business’. Afscheid nemen is namelijk niet alleen de uitvaart, zegt Lenferink. Er gaat veel aan vooraf. ‘Het persoonlijke en intieme van het sterven, het afscheid nemen, iemands hand even vast kunnen houden. Dat hebben mensen nu in veel gevallen niet gehad.’ Dat geldt voor coronapatiënten, maar ook voor andere gevallen. Nabestaanden blijven daardoor met vragen achter. Als je als nabestaande afscheid hebt kunnen nemen, of bij het overlijden bent geweest, heeft het verhaal een duidelijk einde, zonder onbeantwoorde vragen. Dat is beter voor het rouwproces.

Het rouwproces bestaat uit verschillende onderdelen, rouwpuzzels noemt psycholoog Herman de Mönnink het. Hij is de grondlegger van verlieskunde, een ondersteunend vak voor professionals in de zorg om mensen met rouwbehoeften bij te staan. Hij hakt het rouwproces in drie onderdelen op: de waarheidspuzzel, de toekomstpuzzel en de emotionele puzzel. ‘Voor de waarheidspuzzel is het van belang dat de realiteit doordringt, beseffen dat “het echt zo is”. Pas daarna kunnen nabestaanden beginnen met verder leven.’ Ook Marleen Moors ziet het zo, maar ze verwoordt het anders. Er verdwijnt iemand van wie je houdt en daarmee verdwijnt een deel van jezelf, van je geschiedenis. ‘Je verhaal wordt verbroken, je moet dus een nieuw narratief gaan maken.’ In de woorden van De Mönnink: de toekomstpuzzel.

‘De mensen thuis zijn een extra partij, maar worden te makkelijk vergeten’

De Mönnink volgde zelf een paar weken geleden de livestream van de crematie van zijn tante. ‘Ik vond het prettig dat ik er op die manier bij kon zijn.’ Wel was het jammer dat de stream vijf minuten te laat op gang kwam, toen de dienst al was begonnen, en twintig minuten voor het einde stopte. ‘De tijd was op, blijkbaar. Ik heb daarna de uitvaartondernemer gebeld, ze hadden een uur besproken en het had al een uur en een kwartier geduurd. Het is een bedrijf, dat snap ik, maar ik vond het wel jammer. Het daadwerkelijke afscheid, dat de kist weg wordt gebracht, daar waren we niet bij.’

Zoiets maakt een afscheid nog lastiger, nog zwaarder. Het maakt de machteloosheid en de afstand groter dan het per definitie al is. Dat zou bij videograaf Arthur Ike dan ook nooit gebeuren. Als nabestaanden het prettig vinden gaat hij zelfs mee tot aan het graf. Alles om het gevoel te geven dat ‘de kijker’ erbij is. Bij het graf kan hij zelfs een drone op laten stijgen en van bovenaf filmen. Wel onderschrijft hij de ervaring van De Mönnink. Sommige uitvaartcentra en crematoria doen het werk erg netjes, andere gaan er te laconiek mee om. ‘Daarnaast zijn er veel cowboys opgestaan deze periode, uit de evenementen- en audiowereld. Jongens die denken dat ze het wel eventjes kunnen streamen zodat de familie kan meekijken, omdat er daarna toch niemand meer naar kijkt, maar dat is echt niet zo.’

Nabestaanden leven in een roes, zegt Ike. Wat er gezegd wordt, wie er zijn, het gaat aan ze voorbij. Zeker bij een erehaag, zoals tijdens de pandemie gebruikelijker is geworden. Daarom is het belang van een goede stream zo belangrijk, zodat ze hun eigen herinneringen kunnen ophalen. ‘Dat film ik dan, want die vijftig mensen zijn een waas van gezichten.’ Voor de mensen die thuis kijken zorgt hij dat het voelt alsof ze er zijn. ‘Je moet het bloemstuk van dichtbij kunnen zien, de linten kunnen lezen en mee kunnen kijken als de kist de zaal verlaat.’

Videostream van een kerkdienst en begrafenis, Amersfoort, 24 april 2020 © Jaco Klamer / ANP

Maar zelfs als de kijker thuis het gevoel heeft dat hij erbij is, zijn er beperkingen. Mensen die via een livestream kijken zijn ‘onzichtbaar’. Vaak worden ze vergeten tijdens de dienst. Het is voor zowel de mensen in de zaal als de mensen thuis belangrijk dat zij welkom geheten worden aan het begin en dat er afscheid van ze wordt genomen als de dienst is afgelopen, zegt Meta Stevens van SENS Uitvaarten. Ook aan het einde moet aan ze gedacht worden. ‘Zet niet meteen het scherm op zwart, maar laat bijvoorbeeld een foto in beeld komen van de overledene.’ Dan is het niet direct een koude douche, waarbij de kijker zich plots realiseert thuis op de bank te zitten. Thuis en mogelijk alleen. Want dat is een belangrijk pijnpunt van de livestream.

Mensen proberen wel, waar mogelijk, samen te komen om een uitvaart digitaal te bekijken. Een aantal nichten en een neef van de dochter van Bertheke Hoejenbos had zich verzameld om samen te kunnen kijken, in de buurt van de Geertekerk, zodat ze konden aansluiten op de begraafplaats. Maar ook verder weg kwamen mensen samen, zoals Jurgen Damen in de collegezaal. ‘Het was heel fijn maar ook raar om mensen zo verdrietig te zien maar geen arm om ze heen te kunnen slaan’, zegt hij erover. Maar het was wel waardevol het verdriet te delen, voegt hij toe. Het helpt. ‘We praten er nu makkelijker over, via Zoom of Teams.’ Maar de familie condoleren gaat niet, en dat is een gemis.

Genodigden die fysiek aanwezig zijn kunnen direct na de dienst met elkaar in gesprek. Zij mogen plaatsnemen in de koffiekamer, voor een korte nazit. Deze nazit wordt zo belangrijk geacht voor het rouwproces dat de uitvaartsector als enige ‘horeca’ mocht blijven aanbieden, ook tijdens de maatregelen. Tijdens een nazit komen genodigden nader tot elkaar, maar wie thuis zit kan alleen een online register invullen. Dat willen Linda Masereeuw en Aafke Halma veranderen. Zij willen de livestream interactief maken. ‘De mensen thuis zijn een extra partij, maar worden te makkelijk vergeten.’ Zonde, want ook voor de aanwezigen is het prettig om te merken dat ze met meer zijn, weet Masereeuw. Alle technologie voor interactie is al aanwezig, door de combinatie van livestream en videoconferences. Nu moet het alleen toegepast worden op uitvaarten. ‘Dan kunnen rituelen gedeelde ervaringen worden, bijvoorbeeld als iedereen in beeld tegelijk een kaars aansteekt.’

In het verlengde kan de camera dan ‘mee’ naar de koffiekamer. ‘Het moet geregisseerd worden natuurlijk, maar op die manier kunnen de mensen thuis de directe nabestaanden wel even condoleren.’ Het zal niet alles oplossen, maar het kan wel een hulpstuk zijn om wederzijdse betrokkenheid te tonen, zegt ze. Het scherm is een portaal, maar wordt nu alleen maar gebruikt voor eenrichtingsverkeer, terwijl het twee kanten op kan werken.

Jurgen Damen had dat prettig gevonden, die interactiviteit. ‘Ik hoop dat de mensen die fysiek aanwezig waren geweten hebben dat wij hen steunden, dat wij ook van hun geliefde hebben gehouden. Het zou fijn zijn geweest als we ze dat op dat moment hadden kunnen laten merken.’

Bertheke Hoejenbos heeft gelukkig veel gehad aan het online register. Daar deelden veel mensen hun herinneringen aan haar dochter. ‘In die woorden vind ik troost en warmte.’ Maar ook kan ze daar zélf haar herinneringen delen, wat ze nog steeds doet.

Het scherm brengt mensen die ver weg zijn toch iets dichterbij, bundelt herinneringen en heeft nog meer te bieden als het gaat om het samen afscheid nemen. En de werking van het scherm voor het rouwproces hoeft daar niet te stoppen. Bij moeilijke rouwklachten kunnen na-bestaanden sinds kort een digitaal steuntje in de rug krijgen. Door de coronamaatregelen zijn ook behandelingen omtrent het rouwproces een halt toegeroepen, zegt Lonneke Lenferink. Ook de ggz kan alleen hulp op afstand aanbieden. ‘Daarom hebben we een online rouwbehandeling ontwikkeld.’ De mensen die deelgenomen hebben merken een duidelijke afname in de klachten ten opzichte van de mensen die nog geen behandeling hebben gekregen. Het scherm als remedie.

Lenferink is van mening dat het te lang duurde voor er het afgelopen jaar aandacht kwam voor nabestaanden. Zowel in de persconferenties als in het publieke debat. ‘We hadden het over de kapper, de winkel en de horeca en wanneer die weer open gingen, maar waar waren de nabestaanden?’ Ook filosofe Marleen Moors zag dat gebeuren. Nabestaanden worden soms weggeschoven, alsof ze niet bestaan, zegt zij. ‘Een gevolg van onze collectieve ontkenning dat de dood ons allemaal op elk moment en op elke manier kan treffen.’