Interview Diederik Samsom

«Je moet in de Kamer tegen frustratie kunnen»

Diederik Samsom is campagneleider bij Greenpeace Nederland. Volgend jaar gaat hij voor de PvdA de Tweede Kamer in. Kan een activist omgaan met de ijzeren fractiediscipline in de club van Melkert? «Ik zal tot het eind toe mijn eigen mening blijven verkondigen.»

Eind oktober presenteerde de Partij van de Arbeid in het Olympisch Stadion in Amsterdam haar ontwerp-kandidatenlijst. Los van de topnotering van Jeltje van Nieuwenhoven en de beroerde positie voor Jan Pronk was de lijst weinig verrassend. Hoewel, op de 33ste stek stond Diederik Samsom, thans campagneleider bij Greenpeace Nederland. Als de PvdA na twaalf jaar regeringsverantwoordelijkheid apocalyptische toestanden als bij het CDA in 1994 bespaard blijven, dan haalt stralingsdeskundige Samsom op zijn sloffen de kamerbankjes en wordt een activist deel van de club van Ad Melkert, die ijzeren fractiediscipline tot de hoogste kunst heeft verheven.

«Ik zal tot het eind toe mijn eigen mening blijven verkondigen», beloofde Samsom in de catacomben van het stadion niettemin. «Dat compromis wil ik best uitleggen, maar net zoals Jan Pronk zal ik altijd blijven zeggen wat mijn aanvankelijke inzet was. Het grote probleem van Paars is dat VVD en PvdA uiteindelijk met elkaar door één deur moeten. En wat er binnen ook voor slagveld is aangericht, je komt sowieso met de handen op elkaars schouders naar buiten. Pronk geeft achteraf steevast eerlijk aan dat hij liever een ander compromis had gehad, terwijl het tegenwoordig al uniek is als je vooraf aangeeft wat je standpunt is. Vervolgens staat hij volledig achter het bereikte resultaat.»

Pronk heeft dat geweten, keer op keer, en ook nu weer met zijn particuliere standpunt inzake Afghanistan. Het wordt de PvdA-veteraan niet in dank afgenomen. Volgens Samsom komt dat vooral door Pronks minder plezierige karaktereigenschappen. «Vanuit de milieubeweging weet ik hoe die man een nagel aan je doodskist kan zijn.»

Veel donateurs, maar geen lastige leden: het «Greenpeace-model» is in de discussies over de toekomst van politieke partijen een serieus voorbeeld geworden. PvdA-ideoloog Jos de Beus luidde exact een jaar geleden de noodklok: wanneer leden ook op papier de macht ontnomen wordt, is dat nog slechts «een afsluiting van een ontwikkeling die al aan de gang is». Uit de affaire rond de afgeserveerde partijvoorzitter Marijke van Hees was volgens hem gebleken dat leden alleen nog het geld inbrachten waarmee professionele campagneteams een kleine toplaag van bestuurders aan het pluche probeerden te houden. De Beus eiste een jaar geleden een duidelijke keuze: voor de ledenpartij of voor het Greenpeace-model.

Ten kantore van Greenpeace schudt Diederik Samsom (30) het hoofd. «Het Greenpeace-model is prima voor Greenpeace, maar zou een ramp zijn voor de politiek», zegt hij. «Het lijkt me een onzinnige vertoning als professionele politici in Den Haag, tegenover het voetvolk, leden die niets meer hebben in te brengen, komen te staan. Een politieke partij moet in essentie een democratisch georganiseerd orgaan zijn, omdat het deel uitmaakt van de democratische besluitvorming. Voor Greenpeace geldt dat niet. Wij voeden die democratische besluitvorming slechts. We zijn georganiseerd als een bedrijf. Een donateur kan, net als een aandeelhouder bij een grote onderneming, gewoon stoppen met ons geld te geven. In onze organisatie werkt het zoals op een schip: uiteindelijk is de kapitein gewoon de baas.»

Ondertussen heeft Greenpeace veel meer donateurs dan de PvdA leden heeft. Is de toekomst dan niet toch aan de one-issuebeweging?

«Oké, we hebben zevenhonderdduizend donateurs. Maar dat is niet ons draagvlak. Steeds weer moeten we aan de slag om de publieke opinie, het werkelijke draagvlak, te beïnvloeden. Wat onze donateurs van windmolens in de Waddenzee vinden, interesseert me niet. Wij bepalen onze eigen lijn. Als Greenpeace een vereniging zou worden, zoals Milieudefensie, zou maar een gering percentage besluiten om lid te worden, denk ik. Er zijn immers zoveel mensen die het met een van onze standpunten niet eens zijn. Dat is ook een van de redenen dat er nu zo weinig mensen lid zijn van een politieke partij, denk ik. Mensen engageren zich niet meer zo snel met iets, ze shoppen meer. Een donateur van Greenpeace engageert zich minder dan een lid van een politieke partij.»

Is het niet behoorlijk lastig om van een ietwat arrogante, ondemocratische one-issuebeweging zomaar over te stappen naar een democratisch georganiseerde politieke ledenpartij?

«Makkelijker dan je denkt. Vooral als je beseft dat ik de laatste tijd ben gaan worstelen met de compromisloze aanpak van Greenpeace. Die aanpak is absoluut onze kracht en Greenpeace moet dat ook nooit opgeven, maar vervelend is het wel. Als mens, hoe banaal dat ook klinkt, heb je er wel eens behoefte aan om wanneer je in een forum of discussie meedoet, je Greenpeace-pet af te zetten en mee te denken, mee te schuiven: samen kijken waar de ruimte zit. Greenpeace zet de schaakstukken op een bord, maar schuift er vervolgens niet mee. Dat moet ook niet, want anders kunnen we nooit nieuwe schaakstukken op het bord zetten. De politiek schuift, de politiek maakt vuile handen.

Los daarvan, op zeker moment wil je je ambities ook wel eens botvieren op andere thema’s. De beperking van de milieubeweging is dat het een milieubeweging is. Sinds de Kosovo-oorlog voel ik dat. Niet dat ik vanuit de Tweede Kamer denk een oorlog te kunnen stoppen, daar heb je andere partijen voor, maar ik kan me er tenminste over uitlaten. Het wordt op een gegeven moment pathetisch om als er duizenden doden vallen steeds weer te klagen over de milieueffecten van die bommen. Alleen bij het gebruik van kernwapens gaat menselijk leed hand in hand met milieuleed. Je maakt de planeet letterlijk onbewoonbaar als je een paar van die kernbommen gooit. Met clusterbommen kunnen we niet zoveel.»

U lijkt uit te zien naar meer speelruimte, terwijl de fractiediscipline van de PvdA de afgelopen jaren juist berucht was.

«Het is niet prettig dat de fractie zich zo strak aan het regeerakkoord houdt. Je hoeft het regeerakkoord niet af te schaffen, maar je moet ook niet alles tot de laatste letter willen afkaarten. Er mogen meer vrije kwesties overblijven. Acht jaar geleden was Paars echter nog nieuw. Nu is men aan elkaar gewend en mag het accent iets meer liggen op het realiseren van idealen.»

U ziet het wel zitten, nog eens vier jaar Paars?

«Mijn hart gaat uit naar een coalitie van pvda, cda en GroenLinks, al zal ook dat niet makkelijk zijn. Uiteindelijk is in een formatie elke constellatie mogelijk. Tot die tijd blijf je je eigen verkiezingsprogramma tot op de laatste letter verdedigen en dan zie je wel wie er na de verkiezingen nog met je mee wil doen.»

En dat programma durft u over twee jaar nog uit de kast te trekken?

«Jazeker. Ik zal dan waarschijnlijk met een hoop slikken constateren dat veel niet is gerealiseerd. Mooi klote, al die dingen hadden wel gemoeten. Maar het feit dat het nu niet is gelukt, betekent niet dat je het maar moet opgeven. Als je over een maand terugkijkt, dan denk je: ik heb niets bereikt. Als je na vier jaar terugkijkt, dan heb je wel degelijk iets bereikt. Je moet in de Tweede Kamer tegen uitzichtloosheid en frustratie kunnen. Maar met frustratie heb ik bij Greenpeace wel leren leven.»

Ging het vaker mis dan alleen bij de schromelijke overdrijving rond het doen afzinken van de Brent Spar?

«Dat was gewoon een heel grote fout. Die maak je en daar word je terecht op afgerekend. Helaas tot op de dag van vandaag. Volgens mij houdt dat pas op als we nóg een grotere fout zouden maken. Werkelijk falen vind ik het dat de windenergie in Nederland zo hopeloos vastloopt. Waarom komen die windmolens er maar niet? Waarom komen die zonnepanelen niet van de grond? We hebben met Shell, Philips en Akzo alle kennis voor die dingen in huis. Waarom rollen ze hier dan niet van de lopende band? Op dat punt hebben wij, pardon, heeft Greenpeace, gewoon gefaald.»

Greenpeace is een multinational en de behuizing van de organisatie doet niet onder voor die van andere, meer reguliere multinationals. Van buiten lijkt het nogal forse, bijkans statige pand aan de Keizersgracht, waar behalve het Nederlandse kantoor ook het internationale hoofdkwartier is gevestigd, in niets op de vaak morsige onderkomens van collega-milieuorganisaties. Binnen, tussen de vertrouwde blankhouten stellingkasten met daarin tientallen meters onderzoeksrapporten, stoffige dossiermappen en stapels boeken op groezelig recyclepapier, ruimt Samsom de rommel van zes jaar Greenpeace op. Tot 7 december heeft hij daarvoor de tijd. Daarna zal hij zich volledig gaan wijden aan de voorbereiding op het kamerlidmaatschap. Dan, na die zevende december, zal «wij» alleen nog staan voor Partij van de Arbeid. Nu is «wij» vooral Greenpeace.

Tussen de rotzooi ligt het boekje Rood over groen, een uitgave van het wetenschappelijk bureau van de Partij van de Arbeid uit de tijd dat zelfs de sociaal-democraten zich nog druk maakten over het milieu. Een van zijn collega’s vond het in de kast en duwde het Samsom onder de neus. Zijn overstap wordt nog altijd niet helemaal begrepen. GroenLinks was nog voorstelbaar, maar de PvdA? Diederik Samsom: «Geen enkel partijprogramma is honderd procent jezelf. En als ik alleen naar de milieuparagraaf kijkt, dan is GroenLinks mijn partij. Het staat daar net iets scherper geformuleerd dan bij de Partij van de Arbeid. Maar overall zijn er bij de PvdA gewoon meer punten waar ik het mee eens ben dan bij GroenLinks.»

Tijdens zijn studie technische natuurkunde in Delft was hij lid van de Partij van de Arbeid, daarna leek het hem als Greenpeace-woordvoerder verstandiger partijloos te blijven. Jongstleden februari meldde hij zich weer aan, overigens na eerst wat rondgekeken te hebben. Ook bij GroenLinks. Maar hij voelde zich meer thuis bij de sociaal-democraten. «Sfeer, zoiets. En professionaliteit», zegt hij. «Een grote partij als de PvdA heeft meer slagkracht en kan meer denkvermogen aanspreken dan kleinere partijen. Je hebt goede gereedschappen in huis om dingen voor elkaar te krijgen. Ik nu zit ook niet voor niets bij de grootste milieuorganisatie ter wereld.»

Maar een milieupartij is de PvdA bepaald niet.

«Een echte milieupartij heb je in de Tweede Kamer sowieso niet. Alle partijen combineren een milieubeleid met een sociaal beleid. Als Paul Rosenmöller moet kiezen tussen een ongerept natuurveldje of op diezelfde plek een ontmoetingscentrum voor kansloze jongeren, dan kiest hij ook voor de kansloze jongeren. Zodra je uit de milieubeweging stapt, maak je andere afwegingen. Je hebt dan meer belangen waar je op moet letten. Op de eerste plaats komen tegenwoordig zorg, onderwijs en veiligheid en daarna komt pas milieu. Milieu leeft niet meer zo heel erg. Maar dat is geen reden om me meteen uit het veld te laten slaan. Qua energiebeleid valt er zo ontzettend veel te verbeteren. De hoge Nederlandse ecotax zou omgezet moeten worden in meer zonnepanelen en windmolens. Hoe ouderwets dat ook klinkt, ik voel me aangesproken door een wat steviger industriebeleid om duurzame industrie in Nederland vooruit te helpen. In Denemarken gebeurt dat met de productie van windmolens. Tien jaar geleden dacht men: dat is liefdewerk oud papier, nu is dat big business.»
Het paarse milieubeleid was zacht gezegd geen doorslaand succes. In de meeste gevallen won de economie het van het milieu.

«Het paarse milieubeleid is inderdaad behoorlijk mislukt, al word je met zo’n uitspraak meteen in de hoek geduwd van Henk Kamp, die het asielbeleid een mislukking vindt. Wat in het partijprogramma staat, klopt echt wel. Ook vier jaar geleden kon ik met de PvdA-milieuparagraaf prima uit de voeten. Daarna moet je als je beleid gaat maken kijken wat je kunt verzilveren uit al die mooie punten die je hebt opgeschreven. Voor de komende jaren ben ik daar behoorlijk optimistisch over. Ik ben er toch zelf bij?»

Jaren actievoeren tegen slecht beleid, zoals u zelf zegt, en dan nu als nieuweling met de mensen rond de tafel die jarenlang dat slechte beleid maakten. Bent u niet wat al te optimistisch over uw mogelijkheden?

Diederik Samsom: «Als je besluit niet meer langs de zijlijn te willen staan, dan kom je onherroepelijk al die mensen tegen waar je het eerder pertinent mee oneens was. Nu moet je het samen gaan oplossen. Ook bij de oude garde kunnen trouwens nieuwe inzichten ontstaan. Dat zie je in het verkiezingsprogramma van de PvdA: de partij worstelt openlijk. De werkgelegenheid is opgeschroefd, maar wat nu? Dat de PvdA vier jaar geleden wat minder sociaal uit de onderhandelingen voor het paarse regeerakkoord is gekomen, betekent niet dat het nu niet gaat lukken. Juist op de punten waar het toen is misgegaan, moet je nu scherper letten.

Nederland bulkt van het geld: private rijkdom, terwijl de publieke armoede steeds schrijnender wordt. Er zijn veel verplegers, agenten en onderwijzers bijgekomen, natuurlijk, maar de private rijkdom is nog wat sneller gegaan. Mensen die geen plekje in een ziekenhuis vinden, kiezen door die private rijkdom sneller voor een privé-kliniek. Niet iedereen moet zijn eigen hachje willen regelen als er nog een heel grote groep is die daar de middelen niet voor heeft. Dat is een verkeerde ontwikkeling.»

Maar wel een ontwikkeling waar uw PvdA in de laatste jaren verantwoordelijk voor was.

«Juist het feit dat de PvdA nu in haar verkiezingsprogramma zegt dat er een aantal zaken fundamenteel is misgegaan, toont dat dat besef er is. We hadden ook kunnen zeggen: ‹We rule this country›, en we gaan lekker door op de ingeslagen weg.»

Diederik Samsom ambieert in de Kamer de portefeuille energiebeleid, op het raakvlak van economie en milieu. «Je moet niet als milieujongen in de politiek milieubeleid gaan doen. Dan zak je weg in je eigen gelijk. Bij energiebeleid speelt vooral een soort algemeen belang, want als het licht uitvalt, dan wordt men écht boos.» De komende maanden zal Samsom in dienst van Ad Melkert campagne moeten voeren.

«Zeker na de Brent Spar klaagden we bij Greenpeace nog wel over de benadering van de media, maar nu ik het kan vergelijken met de politiek valt het allemaal reuze mee. Greenpeace is voor de meeste mensen in eerste instantie van ‹de goede partij›, terwijl de PvdA met veel meer scepsis wordt benaderd. Nu ik ervaar hoe hard je in de politiek wordt aangepakt, heb ik ze hier bij Greenpeace intern maar even gerustgesteld.»