Kadhafi dood, internet als bron

‘Je moet toch beeld hebben’

Hoe betrouwbaar zijn tweets en YouTube-filmpjes uit de Arabische wereld? Al Jazeera toont veel, westerse media zijn terughoudend.

DE EERSTE FOTO van een dode Kadhafi werd indirect geschoten door Philippe Desmazes, werkzaam voor het Franse persbureau AFP. Hij zag een groepje Libische mannen met een zekere opwinding naar een filmpje op een telefoon kijken en drukte af. In de uren daarvoor regende het al geruchten. Maar niks kon bevestigd worden. NRC Handelsblad verwijst op internet een uur na de eerste foto naar een YouTube-filmpje dat kort daarvoor door Al Jazeera is uitgezonden. Er is te zien hoe Kadhafi door de straten van Sirte wordt gesleept. ‘Dit lijkt het definitieve bewijs dat Kadhafi gedood is.’ Lijkt, want zeker is het allerminst. Nadat een nieuw filmpje een half uur later op het net verschijnt durft Reuters definitief te stellen dat de ex-dictator om het leven is gekomen. Twintig minuten later, en ruim twee uur na de eerste foto, volgt NRC Handelsblad met dezelfde mededeling.
Er verschijnen filmpjes van een ontredderde, nog levende ex-dictator op een motorkap; van een levende Kadhafi die wordt verplaatst, mogelijk net nadat hij een rioolbuis is uitgetrokken; en nog meer beelden van zijn lijk.
Al Jazeera plaatst dezelfde dag een reconstructie van de laatste uren van Kadhafi op de website, hoewel de omstandigheden nog steeds 'duister’ zijn. Het stuk is alleen gebaseerd op ooggetuigenverslagen en amateurbeelden. 'Hoewel de omstandigheden rond Moammar Kadhafi’s dood vaag blijven, vertellen amateurbeelden en ooggetuigenverslagen een dramatisch verhaal over de laatste uren van de gevallen leider.’ Hoe zou de verslaggeving over Kadhafi eruit hebben gezien zonder de amateurbeelden die via internet zijn verspreid?
De beelden van burgers maken buitenlandverslaggeving eenvoudiger - denk bijvoorbeeld ook aan de Iraanse opstanden in 2009 die grotendeels dankzij sociale media konden worden verslagen. Indrukwekkend was het filmpje van Neda Soltan, de jonge vrouw die op YouTube voor de ogen van de hele wereld overlijdt nadat ze was neergeschoten tijdens de opstand.
Toch verschijnen vaker niet dan wel schijnbaar relevante amateurbeelden vanuit de Arabische wereld in de verslaggeving van de traditionele media. De nieuwsorganisaties zijn erop gespitst dat een filmpje vrijwel honderd procent betrouwbaar is. Het is vaak een tijdrovende en meestal onmogelijke taak om dat na te gaan. Die mentaliteit is ook te merken bij de beelden van de dode Kadhafi. Alle signalen wijzen op zijn overlijden: de man op de beelden heeft veel overeenkomsten met de ex-dictator, het gonsde al uren van de geruchten. Toch duurt het relatief lang voordat de traditionele media het bericht bevestigen.
Als het even kan, wordt bij de verslaggeving vanuit de Arabische wereld afgegaan op traditionele persbureaus en journalisten ter plaatse. Maar in veel Arabische gebieden kunnen journalisten niet komen, of hebben ze te maken met beperkingen. In Syrië krijgen ze geen visum, in Jemen is het gevaarlijk.
In de voor journalisten vrijwel onbereikbare gebieden heeft het fenomeen sociale media zijn weg gevonden. Duizenden video’s en tweets uit de 'Lente-gebieden’ verschijnen op het web en er zijn talloze Facebook-groepen, mits niet afgesloten door de heersende macht, waar in relatieve beslotenheid over onder meer demonstraties wordt gesproken. De tweets, de filmpjes: ze liggen voor het oprapen voor een journalist. Tien minuten zoeken op Twitter of YouTube levert een waslijst aan informatie op. Van massale demonstraties tot neergeschoten burgers. Vaak zijn de filmpjes rommelig en onduidelijk, soms lijken ze zeer relevant. Ook gesloten Facebook-groepen zijn voor westerse journalisten relatief toegankelijk. De opposanten willen vaak maar al te graag 'vrienden’ met ze worden - uiteraard na een grondige screening, er zijn genoeg geheim agenten die zich met allerlei voorwendselen aanmelden als 'vriend’.
Voor westerse mediaorganisaties is er dus naast de propagandamachine van de heersende macht, de oppositieblaadjes, snippers nieuws van persbureaus en, indien financieel haalbaar, een correspondent ter plaatse een nieuwe, niet te stuiten bron in de Arabische wereld bijgekomen. Bij iedere foto, video of ieder tekstbericht is echter wel een vraag te stellen. Was de aanslag in die video echt op het beweerde tijdstip? Is dat straatje waar rook omhoog kringelt wel in Syrië, en niet in Irak? Wie zit erachter?
Officiële bronnen lijken nog steeds met verve de boventoon te voeren bij de buitenlandverslaggeving. Marc Bessems, buitenlandredacteur bij de NOS: 'We krijgen normaal gesproken bakken vol beeld uit allemaal landen, maar uit Syrië juist niet. Het is toch televisie en je moet beeld hebben, dus dan maken we gebruik van filmpjes op YouTube. Soms krijgen we die binnen via een persbureau, soms ga je zelf actief zoeken op Facebook, YouTube of wat dan ook. We worstelen natuurlijk met het probleem: wat gebeurt er nou echt? Je kunt niks checken. Meestal zeggen we dan ook: dit is van YouTube gehaald en zou het volgende laten zien. Soms probeer je het te snijden met beelden die we van de staatstelevisie krijgen.’ In de praktijk komt het erop neer dat slechts een zeer klein deel het journaal haalt - niet alleen vanwege de vertrouwenskwestie, ook te gruwelijke filmpjes worden vrijwel nooit getoond. 'Als je een executie laat zien, bijvoorbeeld om zes uur als veel kijkers aan het eten zijn, schrikken de meeste mensen zich kapot.’
'Je bent ook aan het censureren door bepaalde YouTube-filmpjes niet te laten zien’, zegt Arlene Gelderblom van NOS op 3, de jongerendivisie binnen de NOS met een eigen journaal, website en radio-uitzendingen. 'Laatst was er een massagraf gevonden in Syrië, we hebben er beelden van, maar je weet niet wanneer het is gebeurd en of het echt waar is. Wat wij toen hebben gebracht is: er wordt gezegd dat er een massagraf is in Syrië, maar waarom brengen we dit nieuws niet? Dan maak je de kijker duidelijk dat we dit soort beelden binnenkrijgen, maar die niet kunnen laten zien omdat het niet te checken valt.’
Binnen NOS op 3 heeft Gelderblom een belangrijke rol als het gaat om het gebruik van sociale media als bron van de Arabische lente. Tijdens de opstanden in Libië kwam ze terecht bij Mohammed Nabous, de oprichter van de Libische vrijheidstelevisie, het eerste tv-station onafhankelijk van Kadhafi. De beelden kwamen van activisten in verschillende Libische steden die bewapend met camera’s de straat op gingen. Nabous was zelfs zover gegaan in Benghazi camera’s op te hangen die 24 uur per dag, zeven dagen per week live-beelden de wereld instuurden. Met Nabous hield Gelderblom intensief contact via Skype, en de producties van zijn tv-station belandden regelmatig in de NOS op 3-journaals. Nabous kwam op plekken waar geen correspondent te bekennen was, omdat het simpelweg te gevaarlijk was. Gelderblom: 'Ik denk dat het straks gaat naar een nieuw journalistiek model die de traditionele bronnen behoudt, maar ook de bronnen van burgerjournalisten veel meer gaat gebruiken. Het kan haast niet anders. Al die mooie verhalen liggen voor het oprapen.’ De discussie is uiteraard of 'burgerjournalisten’ op die manier niet aangezet worden tot het nemen van wellicht onaanvaardbare risico’s. Nabous werd op 18 maart 2011 op 28-jarige leeftijd neergeschoten. Zijn vrouw was op dat moment zwanger.
Zolang mooie verhalen van onbekenden afkomstig zijn, worden ze niet opgepikt door Carolien Roelants, Midden-Oosten-redacteur bij NRC Handelsblad. 'Er wordt een ontzettende hoop propaganda op sociale netwerken gezet en ik ga ervan uit dat ik ook wel eens gefopt word, maar ik probeer dat zo veel mogelijk te voorkomen. Ik probeer alleen maar informatie te gebruiken van mensen die ik ken.’ De oppositie in de Arabische landen weet handig gebruik te maken van de mogelijkheden op internet. 'De ervaring leert dat je de oppositie niet helemaal moet geloven. Die heeft de neiging te overdrijven. Het zal wel erg zijn, maar zó erg? Je hebt een bron, de regering, die liegt; en de oppositie, die liegt waarschijnlijk ook’, zegt Roelants.
De NRC-verslaggever tijdens het grote oproer in Caïro, Guus Valk - nu correspondent in Amerika voor dezelfde krant - hoefde de bronnen niet persoonlijk te kennen. Hij gebruikte talloze berichten uit andere, onbereikbare Egyptische steden om een achtergrondbeeld te krijgen. Ook had hij toegang tot gesloten chat-groepen waar over ideeën en acties werd gesproken. 'Je moet het gewoon weten, je moet weten wat er speelt. Dan pas kun je schrijven.’ Hij volgde ook prominente Egyptische bloggers, die hij wel vaak persoonlijk kende of op wie hij was gewezen door een betrouwbare bron. 'Een bekende is Wael Abbas. Daar kan je heel veel mee, omdat hij een reputatie te verliezen heeft. Als mensen een aantal keer heel erg hebben overdreven of dingen erbij hebben verzonnen, volg ik ze in principe niet meer. In mijn ogen zijn sociale media als bron, als je ze goed gebruikt, een zelfreinigend systeem.’ Met andere woorden: sociale media worden gebruikt als middel om achtergrondinformatie te krijgen, en zelden als directe bron voor een artikel of item. Verslaggevers verschillen wel in de manier waarop ze dat doen, en vertrouwen is een rekbaar begrip.
Dé gemene deler is trouwens Al Jazeera. Het Arabische televisiestation zendt wel de heftige beelden uit die bijvoorbeeld Reuters links laat liggen. Het Britse persbureau speelt vooral filmpjes door die vrij braaf zijn, zegt Gelderblom. De gevechten, de doden, de massagraven komen zelden via de wire binnen, terwijl ze wel degelijk bestaan. Al Jazeera laat die beelden wel zien. Zo is er bijvoorbeeld een video van een man die op een dakterras een agent op straat filmt. Zodra die agent hem doorheeft, richt hij zijn geweer en schiet. Daarna valt de filmende man. Het filmpje stopt een seconde later. Volgens David Poort, journalist bij Al Jazeera English, zijn er een paar ingrediënten die verklaren waarom het Qatarese netwerk zo veel filmpjes van burgers vindt en verspreidt. Vlak voordat de opstanden uitbarstten was er toevallig een training over hoe sociale media als bron te gebruiken. Arabische dialogen kunnen worden verstaan en dialecten ontcijferd. 'In de mailbox komen heel veel filmpjes binnen - vaak anoniem, er verschijnt alleen een linkje’, zegt Poort. Verder werken bij Al Jazeera mensen die bepaalde kenmerken in een filmpje kunnen herkennen, zoals een plein of een gebouw, al moet dat niet overschat worden. 'En Al Jazeera is wat brutaler dan andere media’, aldus Poort.
Dat zoiets ook fout kan gaan, bleek toen een filmpje op de website werd gepubliceerd dat niet op de geclaimde plek en tijd was geschoten. Dat werd als een enorme afgang ervaren. Er werd snel iemand aangesteld die ieder filmpje, iedere tweet, ieder bericht van een burger voor publicatie zo grondig mogelijk moet checken. Sindsdien wordt er bij Al Jazeera een hoop weggegooid.