Elektra

‘Je ogen zijn vreselijk’

Het is een niet gepland geluk dat het ‘zuster’-stuk van Hamlet, de tragedie Elektra, deze weken ook is te zien. Evenzeer in een bewerking. En een bewerking die – net als Lanoye’s Hamlet-versie, elders in deze Groene uitgebreid besproken – een ander licht werpt op het origineel.

Medium toneel

De versie is van Hugo von Hofmannsthal (1874-1929), prachtig vertaald door Tom Kleijn. Regisseur Casper Vandeputte, jonge artiest-in-residentie bij het Nationale Toneel, heeft enkele teksten toegevoegd. Waardoor de aan hysterie grenzende woede van Elektra in de zachte belichting van stil verdriet wordt getoond. Hier nuchter en rustig verklankt door het toegevoegde koor van Betty Schuurman. Een woordvoerster van de rouw, die knagende, ongemakkelijke emotie die ‘niet-kúnnen-en-niet-wíllen-vergeten’ heet. En die de uiting is van een sterke wil. En niet van onvermogen.

Elektra rouwt om haar vermoorde vader Agamemnon. En doet dat zo intens dat iedereen ervan terugschrikt. Ze herbeleeft dagelijks de marteling van het uur waarop haar vader werd afgeslacht. Ze blaft als een jachthond tegen haar moordende moeder Klytaimnestra. Ze tergt haar zus Chrysothemis. En wacht op de wrekende hand van haar broer Orestes. Het moment dat die – doodgewaand – opeens verschijnt, heeft een klassiek geworden herkenningsscène opgeleverd in Sophokles’ tragedie Elektra van 413 voor onze jaartelling. Von Hofmannsthal, die in zijn versie (ontstaan tussen 1901 en 1903) de goden elimineerde en de familietragedie als kamerspel naar onze tijd sleurde, laat Orestes’ ontzetting over de toestand van zijn zus voorafgaan aan Elektra’s beschadigde, van schaamte doordrenkte vreugde over hun weerzien.

Orestes: ‘Elektra!/ Wat hebben ze gedaan met al je nachten!/ Je ogen zijn vreselijk.’

Elektra: ‘Ik wil niet weten wie je bent. Je moet niet/ dichter bij me komen. Ik wil niemand zien!’

Mariana Aparicio Torres en Joris Smit maken van dat moment een wanhopige en intens droevige scène, die zindert van de energie die de hele voorstelling kleurt. Maar dan zijn we wel al bijna bij het eind, bij de vechtpartij tussen de zoon en de als een leeuwin voor haar leven vechtende moeder, een sterke vertolking van Antoinette Jelgersma. Het stuk, dat ook diende als libretto voor de gelijknamige opera van Richard Strauss, is als toneeltekst door Casper Vandeputte uitgegraven en als zodanig een verrijking van ons toneelrepertoire. Onder meer omdat het zo’n vlammend geschreven, precieze en uiterst moderne studie is van psychopathologische woede. Ontstaan mede onder invloed van die beroemde deskundige-om-de-hoek, de hoofdbewoner van Berggasse 19 in Wenen, Sigmund Freud. Die na lezing van Von Hofmannsthals Elektra-bewerking bevestigde dat de geestverwante dichters ‘op het terrein van de zielevorsing ons mensen van de alledaagse psychologische praktijk zo ver vooruit zijn, omdat ze putten uit bronnen die wij nog niet voor de wetenschap ontsloten hebben’. Von Hofmannsthal schreef daarop aan een vriend over Freud: ‘Wat die nu allemaal zeggen te weten, dat weten wij kunstenaars toch al lang!’

Misschien is deze Elektra het begin van een kleine Von Hofmannsthal-revival. Zou niet slecht zijn. Ondertussen hebben we er met Casper Vandeputte een regisseur bij om in de gaten te houden. Hij werkt voorlopig in Den Haag.


Elektra is nog te zien t/m 5 april in het Compagnietheater in Amsterdam, op 7 april in Stadsschouwburg Utrecht en 10 t/m 12 april in Theater aan het Spui, Den Haag.

Beeld: Elektra, Joris Smit en Mariana Aparicio Torres (Kurt van der Elst).