Het sociaal-kredietsysteem van China

Je ouders niet bezocht? Puntje eraf

Met miljoenen veiligheidscamera’s met gezichtsherkenning en een gekoppeld puntensysteem dwingt de Chinese overheid haar onderdanen in de mal van modelburger. ‘Als je gewoon leeft, komt het allemaal in orde.’

Een gezichtsherkenningsdemonstratie bij het Chinese technologiebedrijf Intellifusion

Op een donderdagnamiddag in de winter van 2017 loopt een jonge vader in paniek het politiekantoor van Longgang District in de Zuid-Chinese stad Shenzhen binnen. Zijn zoon van drie is vermist, hij vreest dat het jongetje is gekidnapt. Kinderontvoering is een ware plaag in China: jaarlijks worden tienduizenden kinderen gestolen, van wie er amper enkele tientallen worden teruggevonden. De jonge vader is wanhopig.

Wat volgt is een fijn staaltje speurwerk, en vooral een demonstratie van de enorme technologische slagkracht van de Chinese politie. Binnen een uur wordt het jongetje op camerabeelden getraceerd, in het bijzijn van een onbekende vrouw, wordt de identiteit van de vrouw met gezichtsherkenning achterhaald, en wordt via datakoppeling vastgesteld dat zij de trein naar Wuhan heeft genomen, negenhonderd kilometer verderop. Daar wordt ze bij aankomst opgepakt. Het jongetje is gered.

‘In de weken nadien zagen we veel ouders die hun kinderen voor onze camera’s omhoog hielden’, zegt Zhao Zhen, brand manager van Intellifusion, het bedrijf dat de technologie produceert waarmee het kind werd teruggevonden. ‘Ze wilden dat onze camera’s goede beelden van hun kinderen zouden hebben, om de gezichtsherkenning te voeden. Zodat hun kinderen, als ze ooit vermist zouden raken, sneller teruggevonden zouden worden.’

Zhao vertelt het met trots, op de zevende etage van het Wetenschapsmuseum van Shenzhen, waar een deel van de R&D-afdeling van Intellifusion huist. Het technologiebedrijf is een van die typische Chinese start-ups die nauwelijks hun eigen groei kunnen bijbenen. Opgericht in 2014 telt het bedrijf tegenwoordig vijfhonderd werknemers. In de entreehal zijn extra bureaus bijgezet, de vergaderruimte staat vol kartonnen dozen. Dit najaar verhuist het bedrijf naar een nieuw kantoor van zesduizend vierkante meter.

In technologiestad Shenzhen geeft Intellifusion zijn visitekaartje af. Het bedrijf heeft vijf- à zesduizend beveiligingscamera’s in de stad, waarmee elke dag zestien miljoen bewegende beelden worden verzameld – handig om het algoritme voor de gezichtsherkenning te verfijnen. De camera’s staan op strategische plaatsen, zoals metrostations, kruispunten en de haven, en dekken volgens Zhao zowat de hele stad. Daarnaast hebben twintigduizend agenten een app van Intellifusion waarmee ze iedereen die ze fotograferen in een paar seconden kunnen identificeren. ‘We denken dat Shenzhen dankzij onze technologie een van de veiligste steden van China is’, aldus Zhao Zhen.

Al die technologie helpt om vermiste kinderen te vinden, maar ook om de inwoners van Shenzhen in de pas te doen lopen. Het bekendste voorbeeld zijn de camera’s op kruispunten die voetgangers betrappen als die door rood oversteken. Overtreders worden met hun foto, hun naam en een deel van hun ID-nummer op een groot scherm afgebeeld – in de beste traditie van de publieke schandpaal – en krijgen een boete. Voor recidivisten zijn er ook blijvende gevolgen: een aantekening in het sociaal-kredietsysteem.

Dat sociaal-kredietsysteem, nog volop in aanbouw maar nu al berucht, lijkt een ultieme vorm van sociale controle. Het begint met een databank waarin ieder Chinees bedrijf, iedere organisatie en iedere burger wordt beoordeeld op zijn betrouwbaarheid. Daarvoor wordt informatie bijeengebracht over misdragingen, zoals betalingsachterstanden of verkeersovertredingen, maar ook over goede daden, zoals vrijwilligerswerk of bloeddonaties.

Aan de databank is een lijst van beloningen en straffen gekoppeld. Wie zich voorbeeldig gedraagt, krijgt voordelige leningen of snelle toegang tot overheidsdiensten. Wie zijn krediet verspeelt komt op een zwarte lijst en mag bijvoorbeeld geen vliegtuig of hogesnelheidstrein meer nemen, geen vastgoed of luxegoederen meer kopen en geen bedrijf meer leiden. Nu al staan zes miljoen wanbetalers en belastingontduikers op de zwarte lijst. Sinds kort kunnen die gezelschap krijgen van wie zich misdraagt in het openbaar vervoer, ‘online geruchten’ verspreidt of zijn militaire dienst ontloopt.

Het zijn ontwikkelingen die in China enthousiast worden onthaald, maar in het Westen op grote argwaan stoten. Nu al telt China naar eigen zeggen 170 miljoen veiligheidscamera’s, waarvan twintig miljoen met gezichtsherkenning, en tegen 2020 zouden dat er vierhonderd miljoen moeten zijn. Gekoppeld aan een puntensysteem dat iedere Chinees in de mal van modelburger probeert te dwingen, dreigt een orwelliaans doemscenario. De vrijheid, sowieso al niet groot in China, wordt tot nul gereduceerd.

‘Wie zijn krediet verliest, kan in deze maatschappij geen stap meer zetten’

In sommige westerse media is het digitaal gesurveilleerde China vergeleken met een aflevering van de tv-serie Black Mirror, waarin iedereen een persoonlijke score heeft en iedereen elkaar kan beoordelen, als een soort TripAdvisor voor mensen. Het is een maatschappij waar iedereen overal en altijd gevolgd en gecontroleerd wordt, en waar de kleinste misstap in rekening wordt gebracht. Een maatschappij waar je voortdurend op je hoede moet zijn.

Of zoals de Indiase krant Financial Express het beschreef: ‘Je elektriciteitsrekening te laat betaald? Minpunten. Een anti-regeringsbericht geplaatst op sociale media? Minpunten. Slaande ruzie gehad met je buurman? Al lang geen bezoek meer gebracht aan je ouders? Dronken achter het stuur gezeten? Min-, min-, minpunten. Nee, sorry, je kunt geen vlucht meer boeken, je kunt je kind niet meer inschrijven op een privéschool en je krijgt geen overheidssubsidies meer.’

Het probleem met die beschrijvingen is dat niemand precies weet wat het sociaal-kredietsysteem zal inhouden. Het systeem moet in 2020 operationeel zijn en bestaat voorlopig vooral uit plannen en proefprojecten. Maar de concrete uitwerking kan nog veel kanten op. Krijgen alle Chinezen echt een puntenscore? En wordt die score mede gevoed door camera’s met gezichtsherkenning? Hoe onontkoombaar wordt de hoogtechnologische surveillancestaat?

Om daar meer zicht op te krijgen, zou het handig zijn om een kijkje te nemen in Rongcheng, een klein stadje in de provincie Shandong. Daar wordt een pilotversie van het sociaal-kredietsysteem uitgetest. Alle inwoners hebben er duizend punten gekregen en kunnen die score opkrikken met vrijwilligerswerk of goede daden. Maar wie zich misdraagt, bijvoorbeeld onder invloed auto rijdt, hondenpoep laat liggen, zijn ouders verwaarloost, ziet zijn score zakken.

Ook hier wordt de inwoners beloningen en straffen voorgehouden om hen tot een kredietwaardig leven aan te sporen. Wie meer dan 1050 punten heeft, hoeft geen waarborg te betalen om een deelfiets te huren, krijgt voorrang bij het reserveren van een taxi en krijgt ’s winters een premie voor stadsverwarming. In andere lokale pilotprojecten krijgen deugdzame burgers korting op het openbaar vervoer of zelfs op vliegtickets.

Maar wie op wangedrag wordt betrapt, ziet zijn punten dalen en zijn toegang tot overheidsdiensten afnemen. Wie onder de zeshonderd punten zakt, belandt op de beruchte zwarte lijst die een normaal leven zo goed als onmogelijk maakt. ‘Wie een goed krediet heeft, zal het leven makkelijk worden gemaakt’, aldus de website China Credit. ‘Maar wie zijn krediet verliest, zal in deze maatschappij geen stap meer kunnen zetten.’

Shenzhen, China. Gezichtsherkenning bij voetgangers

Het zou interessant zijn om meer te horen over de ervaringen met het sociaal-kredietsysteem in Rongcheng. Zijn de veiligheid en het ‘geciviliseerd gedrag’ – in partij-jargon – er toegenomen, zoals de voorstanders voorspelden? Gaan de inwoners er gebukt onder de nietsontziende controle, zoals de critici vreesden? Of is het hele systeem een lege doos, zoals enkele verslaggevers suggereerden, en zijn de inwoners nauwelijks op de hoogte van het bestaan ervan?

Ik had het graag uitgezocht, maar helaas, Rongcheng duldt geen pottenkijkers. Zelfs na maanden aandringen krijg ik geen toestemming om wie dan ook in het stadsbestuur te interviewen. Ook in Shanghai en Nanjing, waar andere pilotversies worden getest, blijven alle deuren dicht. Na enkele negatieve publicaties in buitenlandse media, niet altijd even correct, wil (of mag) niemand nog praten over het sociaal-kredietsysteem. Dat het daardoor juist moeilijker wordt om correct verslag te doen, is een argument dat in China geen indruk maakt.

Ook in academische kring houdt iedereen de lippen stijf op elkaar. Tot professor Wu Jingmei, directeur van het Credit Management Research Center van de Renmin Universiteit van China, onverwacht met een interview instemt. Een toevalstreffer. ‘Ik heb interviewaanvragen van Duitse, Franse, Amerikaanse media gekregen, maar ik heb altijd geweigerd’, zegt ze. ‘Maar ik lees zo veel informatie die niet klopt dat ik nu besloten heb om toch een interview te geven. Ik wil een positief verhaal vertellen.’

Wu heeft verschillende boeken over sociaal krediet geschreven en adviseert de vele ambtenaren en politici die aan het sociaal-kredietsysteem werken. Ze wacht me op in de protserige lobby van een hotel buiten de vijfde ring van Peking, in de buurt van haar privékantoor, tussen palmbomen, goudkleurige zuilen en imitatiemozaïeken. Na een uur springt ze op, ze moet weer aan de slag. ‘Het sociaal-kredietsysteem moet in 2020 klaar zijn, dat wordt nog tweeënhalf jaar keihard werken.’

‘Het systeem is de enige manier om te garanderen dat iedereen eerlijk en betrouwbaar is’

De professor vertelt hoe het sociaal-kredietsysteem in 2014 ontstond als een beoordelingssysteem voor financiële kredietwaardigheid, een soort Bureau Kredietregistratie. In de communistische planeconomie had niemand ooit een krediet-rating nodig gehad, maar na de markthervormingen werd dat gebrek aan een kredietbeoordelingssysteem problematisch. Wanbetalers en oplichters hadden in China vrij spel en consumenten zonder betaalgeschiedenis konden geen lening krijgen.

Maar naast een financiële motivering kreeg het sociaal-kredietsysteem gaandeweg steeds meer een morele insteek. In tal van pilotprojecten gaat de kredietscore omlaag bij wie zijn ouders onvoldoende bezoekt, een strafbaar feit in China, of bij wie ‘illegale religieuze activiteiten’ uitoefent of wie ‘online geruchten’ verspreidt, lees: informatie verspreidt die niet in de partijlijn past. ‘Goede daden’, vastgesteld door communistische buurtcomités, krikken de kredietscore op.

Dat morele aspect is essentieel voor het sociaal-kredietsysteem, zegt professor Wu: ‘De Chinese term voor krediet (xinyong) heeft ook de betekenis van betrouwbaarheid en deugdzaamheid. Het is de mate waarin iemand zich houdt aan de juridische regels, maar ook aan de morele regels. Die regels staan niet in wetboeken, maar in ons hart en in onze geest, en moeten ook gerespecteerd worden. Zoals respect voor je ouders: dat maakt deel uit van onze traditie en cultuur.’

Juist die morele component wekt argwaan in het Westen. Is dit niet heel subjectief? En opent dit niet de deur voor misbruik en vervolging van andersdenkenden? Een bekend voorbeeld is de kritische journalist Liu Hu, die veroordeeld werd voor laster en zijn boete aanvankelijk op een verkeerd rekeningnummer overmaakte. Ook lang nadat hij zijn fout gecorrigeerd heeft, is hij nog steeds niet van de zwarte lijst gehaald. Hij kan al anderhalf jaar niet per vliegtuig of hogesnelheidstrein reizen. ‘Ik begin te denken dat dit meer is dan een vergissing’, zegt hij. ‘Ik denk dat het een poging is om mij onder controle te krijgen.’

Professor Wu geeft toe dat morele integriteit soms moeilijk te berekenen is en dat er kinderziektes zijn. ‘Het is moeilijk, en dat is de reden dat we het systeem uittesten in pilotsteden. We zitten op dit moment nog in een fase van trial and error, en soms krijgen we kritiek. In de hele geschiedenis van de mens is er nog nooit een systeem als dit geweest. Het is normaal dat er wat groeipijnen zijn, maar dat betekent niet dat het idee niet goed is.’

Om die morele beoordeling mogelijk te maken, is volgens Wu de koppeling met technologie noodzakelijk. ‘Zonder big data en gezichtsherkenning kunnen we onmogelijk iemands krediet in al zijn aspecten berekenen’, zegt ze. ‘Als iemand door rood oversteekt of zijn naam in een historisch monument kerft, dan is er geen andere manier om dat vast te leggen dan met gezichtsherkenning. De rol van technologie zal alleen maar belangrijker worden.’

Of het sociaal-kredietsysteem op elke straathoek een toeziend oog krijgt, staat allerminst vast. Maar duidelijk is dat de integratie van gezichtsherkenning in het sociaal-kredietsysteem op steeds meer locaties wordt uitgetest. Stonden de kredietgekoppelde rode-lichtcamera’s van Intellifusion in Shenzhen aanvankelijk op elf kruispunten, sinds kort zijn dat er al veertig. Er is ook technologie toegevoegd om niet alleen voetgangers maar ook autobestuurders achter het stuur te herkennen.

Ook in Nanjing zijn de camera’s bij rode lichten nu met het sociaal-kredietsysteem verbonden, en in Suqian, in de provincie Jiangsu, kwam al een rode-lichtrecidivist op de zwarte lijst terecht, aldus het Chinese tijdschrift Legal Weekly. Hij kreeg een kwijtschelding na een week vrijwilligerswerk. In Sanya, een stad op het eiland Hainan, werd tijdens een examen voor toekomstige advocaten gezichtsherkenning ingezet om fraudeurs te betrappen, met rechtstreekse gevolgen voor hun sociaal krediet.

Omgekeerd zou het netwerk van camera’s met gezichtsherkenning ook kunnen worden ingezet om de beloningen en straffen in het sociaal-kredietsysteem mogelijk te maken. De metro van Guangzhou kondigde aan binnenkort gezichtsherkenning in te voeren bij de toegangscontrole. Reizigers met een goede kredietscore zouden sneller doorgelaten worden.

In Shenzhen, waar Intellifusions camera’s zo talrijk hangen, lijkt iedereen dat prima te vinden. In de Lotusbloemstraat, waar vorig jaar de eerste camera met gezichtsherkenning werd geïnstalleerd, reageren de voetgangers positief. ‘Dit is de prijs die mensen moeten betalen wanneer ze niet gehoorzamen aan de regels’, zegt de 42-jarige Ge, die net als iedereen hier enkel zijn achternaam wil geven. ‘Het sociaal-kredietsysteem is de enige manier om te garanderen dat iedereen eerlijk en betrouwbaar is’, aldus de 52-jarige Han.

Volgens Intellifusion spreken de cijfers voor zich. In het eerste half jaar werden dankzij hun elf camera’s bijna veertienduizend boetes uitgeschreven. Staken vroeger op het kruispunt bij de Lotusbloemstraat iedere dag gemiddeld 120 mensen door het rode licht over, nu zijn dat er nog twintig. ‘Meer dan een vijfde van alle verkeersdoden in China wordt veroorzaakt door illegaal overstekende voetgangers’, zegt Zhao Zhen. ‘In zo’n situatie zijn mensenlevens belangrijker dan privacy.’

Ook professor Wu is overtuigd dat niemand zich zorgen hoeft te maken. ‘Technisch gezien is het mogelijk om iedereen constant te monitoren, maar dat is niet het doel van het sociaal-kredietsysteem’, zegt ze. ‘Als je geen overtredingen begaat, dan wordt je gedrag niet geregistreerd. Alleen als je illegale daden stelt, wordt dat in het systeem opgenomen. Maar als je gewoon je eigen leven leidt, komt het allemaal in orde.’

Uiteindelijk wordt iedereen hier beter van, zegt de professor. ‘Denk alleen al aan het Chinese verkeer. Iedereen ergert zich aan het voortdurende getoeter, maar niemand trekt zich iets aan van het claxonneerverbod. Nu is er een nieuwe technologie om met sonargolven toeterende auto’s in het verkeer te identificeren. Stel je voor wat een rust dat teweeg zal brengen, en hoe veel aangenamer het op de Chinese wegen zal zijn.’

Ze vervolgt: ‘In China zijn we niet gewend dat regels strikt worden nageleefd, en dat zal even een aanpassing vergen. In het begin zullen mensen protesteren en klagen dat ze overal gevolgd en gecontroleerd worden. Maar als wij een goed systeem uitbouwen, dan zullen ze na een tijdje inzien dat hun omgeving en hun leven er veel beter op zijn geworden. Dan zullen ze zeggen: ja, dit is hoe het eigenlijk altijd al had moeten zijn.’