Protesten in de vs: Racistisch politiegeweld

‘Je richt altijd op de borst’

In de VS lijkt de agressieve werkwijze van de politie onuitroeibaar, ondanks de talloze hervormingen die liberale politici de afgelopen jaren hebben doorgevoerd. Kan het probleem anders worden aangepakt?

Politie tijdens een Black Lives Matter-betoging in Brooklyn, New York, 31 mei © Demetrius Freeman / New York Times / HH

Wie de door een omstander gefilmde beelden uit Minneapolis van de arrestatie van George Floyd tot het einde bekijkt, ziet in enkele minuten de donkerste kanten van de Amerikaanse politiecultuur passeren. De onverschilligheid waarmee de witte agent met zijn volle gewicht zijn knie in de nek drukt van de zwarte man op de grond. De vijandigheid van de drie andere agenten jegens de omstanders, die de agent smeken om de arrestant niet langer te pijnigen. En uiteraard het lijden van Floyd zelf; zijn eerst door pijn, dan door wanhoop en angst vertrokken gezicht. De achteloosheid waarmee de agent na acht lange minuten van het inmiddels bewegingloze lichaam afstapt.

‘Ik kan niet ademen’, waren de laatste woorden van Floyd. Dat waren ook de laatste woorden van Eric Garner, tijdens diens fatale arrestatie in 2014 in New York. Net als Garner werd Floyd verdacht van een futiel vergrijp. Bij Garner, ook een zwarte man, ging het om het illegaal verkopen van sigaretten (‘loosies’). Floyd zou hebben geprobeerd om sigaretten te kopen met een vals twintig-dollarbiljet.

De Amerikaanse politie verricht per jaar ruim 10,5 miljoen arrestaties, één per elke drie seconden, waarvan ruim tachtig procent vanwege kleine vergrijpen als wangedrag (‘disorderly conduct’), drugsbezit of drinken in het openbaar, zo becijferde onlangs het Vera Institute of Justice. Het overgrote deel daarvan leidt niet tot strafvervolging. Toch blijft de politie de arrestaties gebruiken als ultiem middel om de orde te handhaven. ‘Dat is de broken windows-theorie’, zei onderzoeker Rebecca Neusteter bij de presentatie van het Vera-rapport. Daarmee refereerde ze aan het in academische kring allang verworpen maar in de praktijk nog altijd toegepaste criminologische beginsel dat het hard aanpakken van kleine vergrijpen serieuze misdaad voorkomt. ‘De arrestatie zelf wordt het middel waarmee we proberen het probleem op te lossen.’

Het Vera-rapport toonde tevens aan dat agressief politiewerk niet veel doet voor het verbeteren van de openbare veiligheid, laat staan het oplossen van misdaden. Slechts veertig procent van de slachtoffers van een misdaad doet aangifte bij de politie en daarvan wordt nog geen kwart opgelost. ‘Het door de televisie geïnspireerde beeld dat de politie de godganse dag bezig is boeven te vangen is een mythe’, zei Neusteter. ‘Er is geen reden om te geloven dat misdaad volledig uit de hand zou lopen als we geen politie hebben.’

De agressieve politiewerkwijze heeft vaak grote gevolgen voor individuele levens. Arrestaties kunnen ertoe leiden dat mensen hun baan of huis verliezen, of de ouderlijke zeggenschap, of soms zelfs gedeporteerd worden. Minderheden lopen een grotere kans opgepakt te worden. Zwarte Amerikanen worden bijvoorbeeld 2,6 keer zo vaak als hun witte landgenoten gearresteerd vanwege drugsgebruik, ook al is drugsgebruik onder beide groepen vergelijkbaar. Zwarten vormen twaalf procent van de bevolking, maar 28 procent van het aantal arrestanten.

En interacties met de politie kennen maar al te vaak een dodelijke afloop. Sinds 2017 heeft de politie elk jaar ongeveer duizend mensen gedood, volgens Statista, waarvan een disproportioneel deel zwart (24 procent) of latino (zestien procent) was. Ter vergelijking: in Nederland doodt de politie gemiddeld drie personen per jaar, omgerekend zou dat voor de VS nog geen zestig doden betekenen.

De antipolitiedemonstraties die nu in het hele land plaatsvinden leiden veelal tot alleen maar meer politiegeweld. Sporadisch tonen agenten medeleven en begrip voor de demonstranten, zoals in Camden, New Jersey, waar de lokale politiechef onder een Black Lives Matter-spandoek meeliep, of in Flint, Michigan, waar agenten knielden ter nagedachtenis aan Floyds dood. Maar meestal toont de politie haar militantste kant. Tot de tanden bewapend ‘controleren’ de agenten de massa’s. Escalatie, geweld, wij tegen hen. Chargerende bataljons, politieauto’s die op demonstranten inrijden, traangas en pepperspray op willekeurige demonstranten, jonge vrouwen die ruw tegen de grond worden gesmeten. Van New York en Philadelphia tot Seattle en Minneapolis: de politie is volledig losgegaan – soms in reactie op plunderingen, soms in reactie op provocaties, soms om te tonen wie de baas is, zelden gerechtvaardigd.

Het is verleidelijk om het politiegeweld ten minste deels op het conto van president Trump te schrijven. De proleet in het Witte Huis riep in het verleden regelmatig op tot hardhandig aanpakken van ‘tuig’ (thugs) door de politie, in de dagen na de dood van Floyd deed hij er per Twitter nog een paar scheppen bovenop, met als dieptepunt zijn omineuze tweet: ‘When the looting starts, the shooting starts’ – een kopie van een vermaarde uitspraak uit de jaren zestig van de racistische politiechef van Miami, die daarmee de zwarten in zijn stad voorhield dat ze zich beter gedeisd konden houden.

Sinds 2017 doodde de Amerikaanse politie elk jaar duizend mensen. In Nederland zijn dat er drie

‘Agenten zijn eerder geneigd zich te misdragen als ze weten dat ze daartoe de permissie hebben van hun officieren’, zegt Michael Avery, emeritus hoogleraar aan de Suffolk Law School, waar hij het National Police Accountability Project leidt. ‘Dus als Trump geweld lijkt aan te moedigen, dan sijpelt dat wellicht door.’

Toch denkt hij dat het brute politiegedrag van de afgelopen week ook zonder de aanmoediging van Trump zou hebben plaatsgevonden. Avery heeft bijna vijftig jaar lang als advocaat slachtoffers van politiegeweld verdedigd en in die tijd heeft hij geleerd dat de eerste prioriteit van de politie altijd is: de eigen veiligheid. ‘Dat wordt al gereflecteerd in hoe ze leren schieten: je richt altijd op de borst, zo bescherm je jezelf. Buiten Amerika leren agenten juist om in eerste instantie op de benen te richten.’

Sinds 2014 wordt die nadruk op zelfbescherming ook wel het Ferguson-effect genoemd. Na het neerschieten van Michael Brown in Ferguson, Missouri, volgden net als nu dagenlange protesten tegen politiegeweld. ‘Het idee ontstond toen dat de protesten criminelen een vrijbrief zouden geven en de politie demotiveren. Dat leidde tot de adoptie van Blue Lives Matter en de overtuiging dat de politie keihard moest terugslaan. Onderschat de wij-tegen-hen-houding onder de politie niet. Agenten identificeren zich sterk met elkaar. Nadat de politie de straten van Ferguson had schoongeveegd, liepen ze scanderend door de stad: ‘Wiens straten? Onze straten!’

Overigens denkt Avery niet dat politiegeweld ‘nieuw’ is. ‘Ik denk dat het in de jaren zeventig en tachtig erger was dan nu. Alleen loopt nu iedereen met een smartphone rond en hebben we veel meer documentatie. Dus ook al lijkt het nu anders, in termen van interactie tussen de politie en burgers is het altijd ongeveer hetzelfde geweest, te weten: problematisch.’

Zoals zoveel liberals van de oude stempel, zoekt Avery de oplossing in hervorming van de politie. Hij pleit voor meer toerekenbaarheid, meer transparantie. Agenten moeten beter getraind worden op de-escalatie van conflicten. Ze moeten leren wat hun vooroordelen zijn. Hij is ook een groot voorstander van meer diversiteit binnen de korpsen en meer werving binnen de eigen gemeenschap. Iedere agent dient te zijn uitgerust met een lichaamscamera, elke politiewagen met een dashboardcamera. ‘Ik sta bekend als een criticus van de politie, maar ik ben een groot voorstander van grotere budgetten voor de politie. Er moet geld zijn voor hulp aan agenten met verslavingsproblemen, relatieproblemen, psychische problemen: als het maar betekent dat we betere agenten krijgen en meer verantwoording. Want politiewerk is moeilijk en zwaar.’

De suggestie dat politiekorpsen af zouden kunnen met minder agenten nu de misdaad al meer dan twintig jaar afneemt, verwerpt hij. ‘Niet zolang er zoveel wapens in handen van het publiek zijn. In die zin onderschrijf ik de bijzonder Amerikaanse overtuiging dat meer altijd beter is.’

Alex Vitale heeft daarentegen de buik vol van dergelijke ‘hervormingen’. ‘De explosieve protesten van de afgelopen dagen laten zien dat politiegeweld een nationale crisis is’, zegt de hoogleraar sociologie aan Brooklyn College. ‘De moorden op Mike Brown en Eric Garner zijn nu bijna zes jaar geleden en nog is er bijna niets veranderd aan de manier waarop de politie te werk gaat in gekleurde gemeenschappen. Het is tijd om oppervlakkige en ineffectieve procedurele politiehervormingen te heroverwegen en in plaats daarvan minder geld te besteden aan de politie.’

Daarmee doelt Vitale op de hervormingen van de door president Obama ingestelde Task Force on 21st Century Policing. Die voorstellen moesten ertoe leiden dat de politie haar werk voortaan op een professionele, onbevooroordeelde en procedureel correcte wijze zou uitvoeren. Tevens riep de werkgroep op tot meer transparantie en toerekenbaarheid. Het idee hierachter is dat het publiek zo meer vertrouwen in de politie krijgt, waarop het aantal gewelddadige confrontaties en protesten automatisch afneemt.

‘In de VS wordt de politie verteld dat ze in oorlog zijn met het publiek. Dus zijn ze agressief’

Het probleem is alleen dat er geen enkel bewijs is dat training op impliciete vooroordelen of initiatieven tot meer relaties met de gemeenschap helpen, verzucht Vitale. ‘Politici nemen aan dat professionele wetshandhaving automatisch gunstig is voor alle betrokkenen. Ze vragen zich nooit af of het legitiem is om de politie te gebruiken voor een oorlog tegen drugs, om jonge kinderen op school te arresteren, of dakloosheid te criminaliseren. Ook een volkomen wettige, procedureel perfect uitgevoerde arrestatie vanwege marihuanabezit vernietigt nodeloos een jong leven. Daar zit geen rechtvaardigheid in – en een antivooroordelentraining voor de narcotica-unit verandert daar niets aan.’

Op federaal niveau verwacht Vitale niets van de regering-Trump of van Republikeinse volksvertegenwoordigers, behalve meer gehamer op law and order. Maar ook de Democraten in het Congres lijken weinig te hebben geleerd van zes jaar lang ineffectieve politiehervorming. Zelfs de progressieve Ilhan Omar, wier district deels in Minneapolis ligt, heeft – behalve het uitspreken van haar morele verontwaardiging over het politiegeweld – niet meer gedaan dan het oproepen tot meer onderzoek en toezicht. ‘Daarmee verander je niets aan de taken van de politie die in de afgelopen veertig jaar zo dramatisch zijn uitgebreid. Het zoveelste ontslag van een agent, als dat er al van komt, maakt geen einde aan de criminalisering van armen of de demonisering van jonge kleurlingen.’

In zijn boek The End of Policing roept Vitale op tot het drastisch inkrimpen van de politie, bij voorkeur door politiebudgetten te verlagen en die gelden door te sluizen naar sociale dienstverlening. Op lokaal niveau ziet hij dat daartoe nu aanzetten worden gedaan. In Minneapolis, waar nagenoeg alle bovenstaande hervormingen zonder resultaat zijn uitgeprobeerd, hebben groeperingen als Reclaim the Block en Black Visions Collective alle voorstellen voor nieuwe trainingen en extra toezicht verworpen. In plaats daarvan stellen ze voor het politiebudget met 45 miljoen dollar te korten en dat geld te besteden aan ‘door de gemeenschap geleide strategieën voor gezondheidszorg en veiligheid’. Zelf is Vitale een campagne begonnen om het politiebudget van New York volgend jaar met een miljard dollar te verlagen tot vijf miljard per jaar. Alexandria Ocasio-Cortez, lid van het Huis namens delen van The Bronx en Queens, steunt hem daarin – en is daarmee momenteel de enige nationale politicus die nadrukkelijk de taken van de politie wil herzien en beperken.

Terwijl het zo voor de hand ligt, verzucht Vitale: ‘We zouden massaal moeten eisen dat we problemen met drugs, jeugdgeweld, dakloosheid en psychische gezondheid buiten de politie om oplossen. Politieoplossingen gaan altijd gepaard met geweld, dwang, straf en corruptie. We moeten ophouden met denken dat het opsluiten van nog een killer cop ook maar iets zal veranderen aan de aard van het politiewerk in dit land.’

Vitale heeft regelmatig contact met Nederlandse academici en was vaak in Amsterdam. De doorgaans prettige interacties tussen agenten en burgers die hij er ziet, vervullen hem met jaloezie. ‘Dat is mogelijk doordat ze niet in oorlog zijn met het publiek’, denkt hij. ‘Het Nederlandse politieke systeem heeft ze niet gevraagd een oorlog tegen drugs te voeren, tegen misdaad, tegen immigranten, tegen gangs, tegen wangedrag op school. Dus gedragen ze zich niet als soldaten. In de Verenigde Staten wordt de politie verteld dat ze in oorlog zijn met het publiek. Dus zijn ze wantrouwend, verdedigend en agressief.’

Dit gaat terug tot de beginjaren van het land, zegt Vitale. ‘De eerste politiekorpsen in de negentiende eeuw werden ingehuurd door elites om exploitatie te faciliteren, of het nou om industrialisatie, kolonisering of slavernij ging. De politie werd betaald om arbeiders, indianen en slaven eronder te houden. Niet om de openbare veiligheid te waarborgen, maar om de sociale orde te bewaken. Dat is in wezen niet veranderd. Tegenwoordig houdt de politie met geweld raciale en economische ongelijkheid in stand.’

Niet dat de politie dit zelf zo zou omschrijven. ‘Ik denk dat er onder de politie onbewust een ideologische hang is naar autoritarisme. De politie is het enige wat de maatschappij bij elkaar houdt en als we hun aanspraak op macht op enigerlei wijze verstoren, dan roepen we de ineenstorting van de beschaving over onszelf af. En dus accepteren ze geen kritiek.’

Hoe explosief de situatie rond de Amerikaanse politie is, bleek uit een video die Malcolm Harris, schrijver van het boek Kids These Days: The Making of Millennials (2017) en Occupy-activist van het eerste uur, op Twitter plaatste. De scène speelde zich afgelopen zondagmiddag af op een veldje in Charleston, in de zuidelijke staat South Carolina, en leek zo uit de serie The Handmaid’s Tale geplukt te zijn.

De camera toont op de voorgrond de ruggen van een groepje geknielde demonstranten. Op de achtergrond, op zo’n tien, vijftien meter van de demonstranten, staat een bataljon agenten. Ze zwijgen achter hun gesloten helmen, en de manier waarop ze hun gummiknuppels dragen verraadt dat ze gereed zijn om in actie te komen. Een van de demonstranten, een zwarte man van middelbare leeftijd, is aan het woord. Hij spreekt van liefde voor elkaar, respect voor elkaar. Hij is niet hun vijand, houdt hij de agenten voor, en ziet ook hen niet als zijn vijand. Maar hij is bang. En hij wil niet meer bang zijn. De man praat door, alleen zo nu en dan onderbroken door een ‘Amen!’ van een mededemonstrant.

Als hij de agenten vraagt om begrip en om net als hij te knielen ter nagedachtenis aan George Floyd, openen de zwijgende agenten hun rijen. Twee agenten, grote witte kerels met gasmaskers op, lopen naar de spreker toe, grijpen hem bij de armen en sleuren hem zonder een woord te zeggen mee. De rijen sluiten meteen rond de twee agenten en hun arrestant. Met hoog geheven knuppels maakt de buitenste ring agenten de verbijsterde, maar algauw woedende omstanders duidelijk dat ze niet hoeven proberen voor de man op te komen.

Harris begeleidde zijn post van een donker commentaar – en een imperatief: ‘Zoals met alle roofdieren, is het beter als ze denken dat je bereid bent voor jezelf en elkaar te vechten. Laat ze weten dat als ze proberen een van jullie eruit te plukken, ze in vol conflict met iedereen komen. Dat geeft je de beste kans om mensen tegen ze te beschermen.’ Dan, nog grimmiger: ‘Deze man behandelde de agenten als mensen, maar dat voorkwam niet dat hij werd opgepakt. Het ontgrendelen van wapens had dat wel gedaan.’