Je suis content

Ze zijn boos en ik ben dik tevreden. Ils sont fâchés et je suis très content. Dankzij de briefkaartenactie van het blad Wieler Revue en Cees Priem zijn er ten minste 47.000 Hollandais die zich voortaan enigszins en français zullen kunnen uitdrukken. Tout ce beau monde heeft het appèl van Wieler Revue gehoord en de voorgedrukte kaarten met de tekst ‘Je suis fâché’ naar de Franse justitie gestuurd. Het is een soort protest tegen het gedwongen verblijf in Frankrijk inzake doping van TVM-ploegbaas Cees Priem. Het Frans is natuurlijk al heel lang de voertaal in het internationale peloton. Vandaar ook de naam Wieler Revue en niet Wieler Blad. Maar desondanks getuigt het van een zekere hoffelijkheid van de kant van het magazine cycliste batave om zijn actie in de taal van Molière te voeren. Dus: je suis content omdat de invloed van het Frans in de Nederlandse cultuur al jaren tanende is. Bien étonnés donc de nous trouver ensemble, monsieur Evert de Rooij, rédacteur en chef de Wieler Revue.

Ook al is ‘Je suis fâché’ maar een kleine bijdrage voor een beter begrip tussen beide landen. Het werkwoord 'fâcher’ dat nu en masse door Nederlanders is gebruikt, is véritablement een juiste keus. Het is door iedere Français goed te begrijpen omdat het een basiswoord is in het vocabulaire van de gemiddelde Franse peuter. 'Fâché’ is aanzienlijk beter dan 'chagriné’, 'irrité’, 'mécontent’ of 'froissé’ - stuk voor stuk veel te slappe werkwoorden. Ook valt 'fâché’ te prefereren boven overdreven woorden als 'courroucé’, 'ulcéré’ en 'furieux’.
Een kaart met 'Je suis furieux’ erop, 'ik ben woedend’, had bovendien een onmiskenbaar déjà vu-gevoel teweeggebracht. Zoals gezegd, een Franse peuter leert al vroeg wanneer hij iets fout doet. Hij ziet direct een opgeheven vinger voor zijn oogjes en hoort la formule standard: 'Maman est fâchée!’ Van opgeheven vingers hebben Nederlanders vanzelfsprekend heel wat fromage gegeten. Ze zijn er zelfs beroemd door geworden. Maar boos zijn, laat staan in het Frans, is vrij nieuw.
Persoonlijk ben ik nog nooit een boze Nederlander tegengekomen. Nederlanders zijn doorgaans inschikkelijk en meegaand. Ze hossen liever la polonaise op een vloer met gemorst bier dan stampvoetend op oorlogspad te gaan. De huidige Nederlandse regeringsleider, Wim Cuisinier, kan soms geïrriteerd overkomen, maar fâché, nooit. Het ergste dat ik ooit van hem heb gehoord was in zijn vorige functie. Als minister van Financiën werd hij door Lubbers stelselmatig voor schut gezet, en op een dag zei hij: 'Mijn geduld raakt op.’ Wat de stelling bevestigt van zanger Armand: 'De Nederlander is een meelzak, je kunt erop blijven slaan, hij gaat toch nooit terugstaan.’
Waarom nu 47.000 Hollanders fâchés zijn is mij een raadsel. Die monsieur Priem zit niet in een gore gevangenis maar logeert in een net hotel op kosten van zijn werkgever. Hij kan zich dagelijks aan de Bourgondische douceur de vivre française overgeven. Un privilège, dunkt me. Gaat niet elk jaar twintig procent van de Nederlanders met vakantie naar ditzelfde land? Maar misschien denken de kaartenverzenders dat de Franse justitie Priem pest omdat hij een buitenlander is.
Niets is minder waar. Veel Fransen ondergaan hetzelfde lot. De beroemdste onder hen is Roland Dumas. Oud-minister van Buitenlandse Zaken en huidig voorzitter van de Conseil Constitutionnel, protocollair het vijfde personage van de Republiek. Net als Priem is Dumas in staat van beschuldiging gesteld (vanwege een fraudezaak, niet vanwege dopingsmokkel). Net als Priem zwijgt en ontkent Dumas, terwijl iedereen weet dat hij boter op zijn hoofd heeft. Daarom mag hij net als Priem Frankrijk niet verlaten.
Franse rechters zijn lastig. Ze gooien regelmatig Franse ministers, burgemeesters, directeuren, beroemde tv-figuren in de gevangenis. Daarover is niemand fâché in Frankrijk. De justice is onafhankelijk, dat weet iedereen en daarom is er geen hond die een kaartenactie probeert te ontketenen.
Dat een Nederlandse ploegbaas, die verdacht wordt van medeplichtigheid bij het vergiftigen van zijn renners omwille van hoger rendement, meer geld en reclame voor de sponsor, het territoire niet mag verlaten, daar wordt geen onderzoeksrechter wakker van in la France. Misschien zijn 47.000 Nederlanders voorlopig nog fâchés, maar geen nood. Iedereen weet, après la pluie, le beau temps.