Kan een punkrocker vader zijn?

Je wordt ouder, punk- en rap-pappa

Rapper Nas bezingt op zijn nieuwe cd niet meer het losbandige leven van zichzelf, maar dat van zijn dochter. De rock- en hiphopsterren die in de jaren negentig hun onverantwoordelijkheid cultiveerden, zijn inmiddels zelf vaders aan het worden. Het valt ze niet altijd mee.

Medium nas

In februari van dit jaar zette de zeventienjarige Destiny Jones een berichtje op Twitter: ‘Keep dis cute lil box on my nightstand. My home girls kno wat I keep in it. Can yu guess? lol.’ Eronder stond een zelfgemaakte foto, met daarop een oneindige verzameling condooms. Al snel kwam de rel. Want Destiny Jones is niet zomaar een Amerikaanse tiener, ze is de dochter uit een lang verbroken relatie van rapper Nas.

Op 28 juni stond Nas in de grote zaal van de Amsterdamse Melkweg. Zijn nieuwe album Life Is Good stond op het punt van verschijnen. In de Melkweg speelde hij alvast enkele nummers van het album. Een ervan was de single Daughters. Voor een uitverkochte zaal presenteerde Nas zich nadrukkelijk als single vader. De Amerikaanse overheid besteedt jaarlijks miljarden aan hulpprogramma’s voor alleenstaande moeders, om ze te helpen aan scholing, aan zorg of bij het betalen van hun huur. Vorig jaar zei de Republikeinse presidentskandidaat Rick Santorum nog dat de meest effectieve manier om de Democraten nooit meer een verkiezing te laten winnen zou zijn om iedere alleenstaande moeder aan een man te helpen.

Nas is een van de meest prominente vertegenwoordigers van een cultuur waarin het niet als uitzonderlijk, en zelfs in zekere zin als een bevestiging van je mannelijkheid geldt dat je als man in je leven een spoor van kinderen bij verschillende vrouwen achter je hebt gelaten. Dat hij zich nadrukkelijk als alleenstaande vader presenteert is al een statement, maar dat hij nadrukkelijk benoemt hoe zwaar hem dat soms valt minstens zozeer.

In de Melkweg, en op zijn inmiddels verschenen album, rapte hij in het eerste couplet dat hij zijn dochter een brief zag schrijven aan een jongen van haar leeftijd, die momenteel in de gevangenis zat. Wat als dit de man van haar leven bleek? Nas zelf heeft bepaald geen brandschoon verleden, in de hiphop bijna een voorwaarde voor credibility, dus bepaald geen onderwerp dat hij in zijn teksten heeft vermeden. Als iemand niet in de positie verkeerde om te (ver)oordelen, was hij het zelf wel, rapt hij.

In een couplet vertelt hij over de foto van zijn dochter op Twitter, en zijn conclusie: ‘She’s on Twitter/ I know she ain’t gon post no pic/ Of herself underdressed, no inappropriate shit, right/ Her mother cried when she answered/ Said she don’t know what got inside this child’s mind, she planted a box of condoms on her dresser then she Instagrammed it/ At this point I realized I ain’t the strictest parent/ I’m too loose, I’m too cool with her.’

Nog geen twee weken voor het optreden van Nas stonden de twee grootste hiphoppers ter wereld in het Gelredome: Kayne West en Jay-Z. Hun show was net zo megalomaan als een grote hiphopshow dient te zijn. Vrijwel het hele optreden hield Kayne West zijn zonnebril op. Op één moment na: dat waarop hij bezingt welke waarden hij zijn zoon wil bijbrengen: aardig zijn, en doen wat zijn vader bepaald niet lukte: zijn ego in bedwang houden. ‘I might even make him be Republican/ So everybody know he loves white people.’ En ook zijn libido mag meer in toom blijven dan dat van zijn verwekker; Kayne hoopt zijn zoon niet in stripclubs te treffen: ‘I learned the hard way that ain’t the place to find love.’

Het volgende couplet van dat nummer nam Jay-Z over. Toen ze het nummer New Day schreven, was zijn vrouw Beyonce nog zwanger. ‘Sorry junior, I already ruined ya’, opent Jay-Z, om vervolgens vast te stellen dat zijn zoon als baby al in de bladen zal staan. Inmiddels is de baby van Jay-Z en Beyonce ter wereld gekomen en inderdaad: die heeft de hele wereld al kunnen zien. Maar Jay-Z koppelt er wel een belofte aan: ‘Promise to never leave him even if his mama tweakin’/ Cause my dad left me and I promise never repeat him.’

Jay-Z, Kayne West en Nas zijn niet de eerste popsterren die er geen geheim van maken ook vader te zijn. Bruce Springsteen (62) heeft ook (drie) kinderen, en zingt regelmatig over het vaderschap. In 2005 gaf hij een solo-optreden in Ahoy’. Het optreden viel exact op Vaderdag. Hij refereerde er vaak aan, deze dag ‘waarop je als vader weer een nieuwe kans krijgt om alles goed te maken’, en leidde zelden gespeelde nummers als My Father’s House in met verhalen over het vaderschap, waar, zo vertelde hij grijnzend, ook een synoniem voor bestaat: levenslang.

Maar Springsteen is geen artiest aan wie gedrag kleeft dat zich moeilijk laat verenigen met de verantwoordelijkheden van het ouderschap, integendeel. In The New Yorker vertelde zijn gitarist en jeugdvriend Little Steven vorige maand nog dat Springsteen de enige man is die hij kent (‘ter wereld’) die nog nooit drugs heeft gebruikt. Anders is dat bij de drie rappers, en bij bijvoorbeeld een rocker als Ozzy Osbourne. In zijn teksten heeft hij niks gedaan met zijn vaderschap, maar daarin refereert hij sowieso nauwelijks aan zijn eigen leven. Maar in de succesvolle reality soap die over hem en zijn gezin is gemaakt, The Osbournes, speelde de verwarring over zijn twee rollen – de man die op het podium geacht wordt het gebrek aan verantwoordelijkheid te belichamen en die tegelijkertijd thuis zijn kinderen verantwoordelijkheidsgevoel moet bijbrengen – een grote rol. De serie kreeg vorig jaar een opvallend vervolg: Osbourne’s zoon Jack – net als zijn vader inmiddels in het nieuws geweest met zijn alcoholverslaving – maakte een documentaire over Osbourne senior, getiteld God Bless Ozzy Osbourne. In interviews vertelde Jack Osbourne dat hij het ontspoorde beeld van zijn vader wilde bijstellen en hem wilde neerzetten als een liefhebbende vader. In andere interviews antwoordde Osbourne daarop door zijn excuses aan te bieden voor de vele periodes in zijn leven waarin hij aan dat beeld van zijn zoon niet kon voldoen.

Het valt niet altijd mee, de combinatie van rockster en vader, schreef Jim Lindberg in 2007 in zijn boek Punk Rock Dad. Lindberg was tot twee jaar geleden de zanger van de Amerikaanse punkband Pennywise, die in het begin van de jaren negentig doorbrak en wiens hit Bro Hymn inmiddels geldt als een van de meest beroemde punknummers uit de geschiedenis. In vermakelijke anekdotes vertelt Lindberg over de ongemakkelijke ouderavonden waar andere ouders hard proberen een nummer te bedenken dat ze wel eens op de radio horen van Lindbergs band. En dan opeens weten ze het weer: heette dat nummer niet Fuck Authority?

Lindberg schrijft: ‘De hele alternatieve muziekbeweging kun je eigenlijk beschouwen als een weigering om op te groeien en verantwoordelijkheid te nemen. In de punkrock is het imago van de onvolwassen, getatoeëerde, gepiercete blower, verslaafd aan internetporno en games, het archetype van een generatie geworden. Vader worden betekende voor mij de onverbiddelijke dwang te accepteren dat ik zelf geen puber meer ben.’

Hij beschrijft zijn angsten tijden de zwangerschap van zijn vrouw: ‘Ik was hier helemaal niet klaar voor. Ik ben de zanger van een punkrockband. Je geeft ons geen baby’s, je geeft ons een microfoon en een blikje bier, stopt ons in een tourbusje en daarin rijden we de rest van ons leven rond.’ En hij had nog een angst: de reactie van zijn collega-muzikanten: ‘Punk gaat uiteindelijk over nihilisme, en nihilisme en ouderschap gaan niet goed samen. Vader worden betekent dat je eindelijk verantwoordelijkheid neemt en dat eindelijk iets in de wereld je veel kan schelen, punk draait juist om het feit dat helemaal niets je een reet kan schelen.’

Kennelijk raakte Lindberg met zijn boek een snaar die herkenbaar was voor veel andere muzikanten, want vervolgens ging vorig jaar in de Verenigde Staten een documentaire over rockende vaders in première, met de fraaie titel The Other F-Word.

Een bonte parade aan volgetatoeëerde alternatieve sterren vertelt over de combinatie van hun tour- en gezinsleven. Zanger Fat Mike van NOFX wijst in de documentaire op alle tatoeages op zijn arm, van onder meer blote vrouwen, en vraagt zich hardop af hoe hij aan een vier­jarige moet uitleggen waar die voor staan.

Universeel blijkt de aanvankelijke verwarring over hun identiteit: ben ik als vader nog wel punk? En ben ik als punker wel een goede vader? Hoe verhoud ik me, eenmaal als vader, tot een subcultuur die me op geen enkele manier op dat vaderschap heeft voorbereid? Hoe kan ik anti-autoritair blijven wanneer ik thuis opeens zelf de autoriteit ben? Ben ik nog antiburgerlijk wanneer ik een gezin moet onderhouden? Of, zoals Joe Escalanta van de Vandals het scherp verwoordt: ‘Horen wij niet te sterven op ons 34ste?’ Brad Gurewitz van Bad Religion zegt: ‘Ik denk dat punkrock nooit bedoeld was als een genre dat zou opgroeien. Maar dat is wel gebeurd.’ De persoonlijke waarheid van de punk­rockende vader, zegt bassist Flea van de Red Hot Chili Peppers, die ligt in de omdraaiing. Zeer geëmotioneerd vertelt hij: ‘De klassieke reactie van een ouder is uiteindelijk toch: door mij ben je hier, ik heb jou het leven geschonken. Dat is bij mij precies het tegengestelde. Mijn kinderen hebben mij het leven gegeven, namelijk een reden om te leven.’

En de universele waarheid van de punkrockende vader, daar lijken de mannen in de documentaire het over eens, de manier waarop je als punkrocker met kinderen de wereld nog steeds kunt verbeteren: betere kinderen opvoeden.


Nas, Life Is Good. Label: Island

Beeld: Chad Batka / The New York Times / HH