Een mobiele biogasinstallatie

‘Je zet eigenlijk een soort gft-thee’

Jelmer Tamis (35) vormt met drie anderen de Stichting Katalysator. Samen hebben ze een mobiele biogasinstallatie voor festivals en derdewereldlanden.

Small rc20180514 jelmer tamis 01

‘Als je op Pinkpop staat met je biogasinstallatie moet je wel iets kunnen laten zien. We hadden een pannetje gevonden waarmee je elektriciteit kunt opwekken. Met het vloeibare biogas, geproduceerd uit gft-afval, verwarm je het pannetje, uit dat pannetje komt een draadje met 5 volt door het warmteverschil. En aan dat draadje hadden we een telefoon liggen. We hadden op een gegeven moment een luxeprobleem: iedereen op het festival wilde zijn telefoon opladen, terwijl wij in eerste instantie alleen het proces wilden laten zien. Voor het opladen betalen mensen wel, alleen is de verantwoordelijkheid voor dure telefoons groot. Daarom koppelden we het pannetje aan powerbanks en die verkochten we voor tien euro per stuk. Sociale innovatie dus: afval koppelen aan gas, aan een pannetje, aan een powerbank, aan een festivalbezoeker.

Onze biogasinstallatie bestaat uit vaten en een systeem dat het afval mengt, want als het mengt gaan de bacteriën sneller produceren. Het afval wordt verzameld in een bak met water – alle werkzame stoffen worden er daar uitgehaald. Het energierijke water pompen we in de installatie en de micro-organismen gaan aan de slag. Ze mengen zichzelf door het eigen gas dat ze produceren – dat is echt hilarisch.

Je zet eigenlijk een soort thee, gft-thee. Wij zijn de enigen in Nederland die de mobiele installatie hebben gemaakt. Hoe we erop kwamen? We deden dat voor de lol. We begonnen met een biozak, een vroeg prototype, op het festival MadNes, om te testen of het werkte, voordat we het naar ontwikkelingslanden wilden brengen. Het idee was om de luchtvervuiling door CO2 in Afrika tegen te gaan, door de vrouwen op gas te kunnen laten koken. Zo hoeven ze geen hout meer te kappen en worden ze niet ziek door het vele koken. Het helpt tegen de wereldwijde CO2-uitstoot. Het residu van de biogasinstallatie kun je weer uitstrooien over akkers, als vruchtbare grond. Maar we merkten dat het heel leuk was om met dat festivalafval bezig te gaan; mensen werden er wild van dat ze hun kippetjes konden braden op ons biogas.

Als je kijkt hoeveel uren en werk je erin stopt, moet je echt wel heel idealistisch zijn om het vol te houden. In het begin verdienden we er niets aan, we legden zelfs bij. Later betaalden de festivals geld of kregen we een mooi bedrag om bij de Rabobank een dag de installatie te showen. Het geld dat we verdienden ging naar onze stichting.

Biogasinstallaties in Nederland zijn heel groot en verbonden aan veel regels, maar op festivals kun je eenvoudig zeggen: we bouwen het op kleine schaal, zetten het op een kar en gaan. De grote installaties zijn in de jaren zestig al uitgevonden door professor Gatze Lettinga. Hij heeft stiekem de uitvinding in het lokale krantje gepubliceerd, zodat niemand het kon patenteren. Hij is echt een Robin Hood, die vent. Wij zijn daarmee aan de slag gegaan, om de installatie te downscalen met huis-tuin-en-keukenmateriaal. Natuurlijk hebben we iets gebouwd met allemaal toeters en bellen, slangetjes en dingen die borrelen – het moest er leuk uitzien.

We zijn met vier: Coen en ik zijn de techneuten, de hippies van de groep. Alain kan van de gekke ideeën goud maken, realiteit komt van hem vandaan. En dan is er nog Hans, die kan alles. We hebben daadwerkelijk een biogasinstallatie gebouwd in Colombia, met allemaal lokale spullen. Dat ontwerp hebben we op de website staan en – daar zijn we wel trots op – hij werkt nog steeds. Nu steunen we lokale projecten met het geld dat we nog over hebben.’