Je zou niets hoeven te verzinnen

In haar aangrijpende essay ‘I Wanted to Know What White Men Thought About Their Privilege. So I Asked’, dat Claudia Rankine onlangs in The New York Times Magazine publiceerde, schrijft ze over de studenten die bij haar het college ‘Construction of Whiteness’ volgden en in het kader daarvan familieleden en mensen op de campus interviewden om percepties over ras en de nationale geschiedenis op te tekenen: ‘Some students simply wanted to know how others around them would define their own whiteness. Others were troubled by their own family members’ racism and wanted to understand how and why certain prejudices formed. Still others wanted to show the impact of white expectations on their lives.’

Dichter en kunstenaar Marwin Vos zou een student van Rankine kunnen zijn. Al eerder, in het buitengewone Oorlogspaarden tot in de buitenwijken uit 2015, liet ze zien dat poëzie en politiek niet elkaars vijand hoeven te zijn, en dat de poëtische vorm een uitstekend middel kan zijn om meer ‘te weten’ te komen, iets proberen ‘te begrijpen’ van al die (soms nieuwe) informatie, en de impact ervan ‘te laten zien’. Uiteenlopende politieke thema’s als klimaatverandering en de vluchtelingencrisis kwamen voorbij, in grillige, beeldende teksten met een grote lyrische en intellectuele kwaliteit.

Thematisch gezien is Vos’ derde bundel, het leven van sterren, misschien wat minder divers, deze draagt per slot van rekening de ondertitel een leesboek over geweld. En dat is wat de lezer krijgt, hoewel de benaming ‘leesboek’ natuurlijk verraderlijk is; dit is niet het soort poëzie dat je even lekker wegleest op een middagje in de zon. En dat terwijl de lyrische teksten en prozagedichten niets aan duidelijkheid te wensen overlaten, ondanks het ontbreken van een vastomlijnde ‘ik’ of een verhaalstructuur. Het is alsof ik de dichter aan het werk zie terwijl ze haar materiaal verzamelt, er hardop over reflecteert en, in het gedicht zélf, haar werkwijze en bedoelingen toelicht:

je besluit om zinnen uit bestaande verhalen over geweld in de mond van
sterren te leggen je zou niets hoeven te verzinnen iedereen zou luisteren
en iedereen zou het geloven je gebruikt de namen van sterren om iets
meer los te maken maar op een of andere manier kwam het plan niet van de grond

Dit werk is gestroopt tot op het bot. En hoe kan het ook anders, zou je zeggen, gezien het onderwerp: ‘je bent in het water wanneer je plotseling door veel handen tegelijk/ wordt vastgegrepen je hebt ze niet zien aankomen je was aan het// dromen en zag juist de sterren die de zon maakt op het water’.

Celebrity’s komen in het leven van sterren niet voor, maar aan eigennamen geen gebrek – Joy, Liz, Elchi, Cordelia, enzovoort. Vos omringt zich met mentale beelden (bijvoorbeeld een foto in de krant van een basketbalnet waaraan de bedrading van bommen was bevestigd tijdens een schoolgijzeling in Beslan in 2004), teksten, denkers en kunstenaars, van Simone Weil en Jessica Stern tot de anonieme schrijfster van Een vrouw in Berlijn. Over die laatste verwijzing schrijft Vos in haar aantekeningen: ‘vrkrtg is mijn versie van schdg, kortaf voor schändung’. Met regels als deze tot gevolg: ‘je herhaalt vrkrtg is erbij je kunt het niet meer negeren/ later blijkt dat je niets mankeerde dat het louter inbeelding was// of denk je dat nog steeds?’

Uiteraard is Claudia Rankine’s Citizen: An American Lyric een verwijzing. Evenals in dat gedenkwaardige poëzieboek uit 2014, waarin persoonlijke ervaringen met alledaags, institutioneel racisme centraal staan, gaat het leven van sterren over het individuele verhaal. Uit het achtergrondmateriaal wordt vrijelijk geciteerd, maar nergens wordt het vrijblijvend of cerebraal. Ook qua toon is de bundel van Vos te vergelijken met dat beroemde werk van Rankine: empathisch, doorleefd, analytisch en daardoor activistisch. Dit is niet de grommende woede van een spoken word-dichter als Staceyann Chin, en ook niet de harde, bijtende humor van Morgan Parker, maar meer een ingehouden, tandenknarsende razernij en frustratie die angsten en trauma’s reëel maakt:

zal ik mijn vrienden vragen stellen en de antwoorden die ze geven hier opschrijven?

zal ik ze vragen zich te herinneren wat er gebeurde toen we samen aan tafel zaten en ineens komt een mannenlichaam de situatie binnen

Het is alsof ik de dichter aan het werk zie terwijl ze haar materiaal verzamelt

wat gebeurt er dan? je wil net iets zeggen en ineens is verkrachting erbij

Alle fragmenten samen vormen een snoer van verslagen, bespiegelingen en getuigenissen. Vos problematiseert de taal, die het geweld en de gevolgen van geweld moet beschrijven (‘als je zo sterk in analyse en metaforen bent/ kijk nog eens goed en kom niet aan met onvergelijkbaar’), en houdt ook de kunst en de literatuur verantwoordelijk (‘je ging weg om de schrijvers te verzoeken/ aandacht te besteden aan wat maar steeds niet werd beschreven’).

Dit boek, dat ‘gaat over de effecten van seksueel geweld en hoe/ er in de samenleving vaak met ongeloof op wordt gereageerd’, draagt twee motto’s, een van Jean Améry, en een van Nina Simone: ‘what are the conditions that produced a situation that demanded a song like that’.

Hetzelfde kan worden gezegd na het lezen van deze onmisbare, confronterende bundel.

je hebt waargenomen hoe simpele dingen een bed een schuur
je eigen kamer geheel van karakter kunnen veranderen van het ene
op het andere moment

je hebt geleerd dat dit alleen voor jou zo is totdat je erover leest
in sprookjes en verhalen en dat is waarom ze lijken op dromen

je hebt opgemerkt dat de mensen die het deden eenvoudig op school
op het werk of thuis bleven en toen je er iets van zei naar je wezen

dat hoefden ze niet zelf te doen de anderen deden het voor ze door
je vreemd op te nemen je had geen moeite met wonderen alles om je

heen veranderde voortdurend the river of rape stroomde voortdurend
naast je en vooruit en dat is waarom je dromen werkelijk zijn