Jean Raspail, 5 juli 1925 – 13 juni 2020

Hij waarschuwde al in de jaren zeventig voor de gevolgen van massa-immigratie en doorgeslagen humanisme. De Franse schrijver Jean Raspail nam er niets van terug.

‘Wat als zij zouden komen?’ Het was in het voorjaar van 1971 en turend uit het raam van een villa van een vriend aan de Côte d’Azur vroeg Jean Raspail dat zich onwillekeurig af. ‘Ik wist niet wie “zij” waren, maar het scheen me als onvermijdelijk toe dat de eindeloze hoeveelheid arme mensen uit het Zuiden op een dag voet op deze kust zouden zetten, als een vloedgolf.’ Deze woorden vormden de prelude op de roman die de schrijver en ontdekkingsreiziger Raspail, die op 13 juni op 94-jarige leeftijd overleed, zowel beroemd als berucht zou maken. Le camp des saints (Het legerkamp der heiligen) verscheen in 1973 en was een succès de scandale.

De literaire kritiek erkende de kwaliteiten, maar viel over het onmiskenbare racisme. Nationalistisch rechts beschouwt het nog altijd als een cultboek. In 2011, niet lang voordat dat wat begonnen was als de Arabische Lente een aanzienlijke vluchtelingen- en migratiestroom op gang bracht, werd het herdrukt en groeide het opnieuw uit tot een bestseller. Enkele jaren later werd het in het Nederlands vertaald. ‘Een profetische roman (…) over de capitulatie van Europese elites tegenover massale immigratie uit ontwikkelingslanden’, schreef FvD-voorman Thierry Baudet in de tweet die hij na bekendmaking van het overlijden van Raspail de wereld in stuurde.

Dat is geen onaardige samenvatting. Le camp des saints beschrijft hoe een wrakkige flotilla met daarop een miljoen straatarme Indiërs de overtocht naar Frankrijk maakt. In haar kielzog volgen nog eens een miljoen Afrikanen. Naarmate duidelijk wordt dat zij van geen wijken weten ontstaat er in Frankrijk een heftig debat. Kritische stemmen raken al spoedig overstemd door weldenkende intellectuelen die schermen met mensenrechten of stellen dat Europa een ereschuld heeft in te lossen aan de bewoners van haar voormalige koloniën en de grenzen moet openen. De migranten zullen het ‘kapitalistische Westen weer zuiver maken, bevrijden en verrijken’.

Raspails roman bood rugdekking aan tal van politici en halfbakken intellectuelen

Raspails lezers weten dan al beter. Hij schetst een anonieme, krioelende, copulerende massa zonder gezicht. ‘Ze zullen uw terras met stront bedekken, hun handen afvegen aan uw bibliotheek, en spuwen in uw wijn.’ Het bevoegde gezag aarzelt. De president heeft het leger naar de kust gestuurd, maar zegt op het laatst dat de soldaten zelf moeten weten of zij schieten of niet. Het merendeel maakt zich uit de voeten en vlucht, samen met de rest van bevolking, richting het noorden van het land. Achtergebleven hulpverleners en activisten worden onder de voet gelopen en geknecht; hun vrouwen verkracht. De nieuwkomers blijken op geen enkele manier van zins zich aan te passen. Achter de Indiërs houden zich de Afrikanen op en binnen enkele maanden zijn grote delen van het Westen overgenomen. Witte mensen worden gedwongen hun woning met de migranten te delen; in Engeland moet de Queen haar zoon laten trouwen met een Pakistaanse.

Net als Michel Houellebecq later zou doen met zijn apocalyptische roman Soumission, over een politieke machtsovername van de moslimbroederschap, speelt Raspail een sardonisch spel met in het Westen sluimerende angsten. Tegelijk heeft dat ook iets ongemakkelijks, want is het wel spel? Net als Houellebecq was Raspail een verklaard reactionair, een absolutistisch monarchist en een traditionalistisch katholiek bovendien. Een positionering die doet vermoeden dan het de auteur ernst was. Op de Franse televisie noemde hij Le camp des saints in 2011 een ‘oprecht’ en ook ‘gevaarlijk’ boek. Het was de versnelde versie van wat Frankrijk de afgelopen decennia had gezien. ‘Ik neem er niets van terug, we staan voor een botsing van beschavingen.’

Net als bij de politicoloog Samuel Huntington, die zich door Raspail liet inspireren, leidde grote kennis van andere beschavingen tot diepe zorgen om de toestand van de eigen beschaving. Het was tijdens een kanotocht door een indianenreservaat in Canada dat Raspail naar eigen zeggen ‘herboren’ werd. Dat was in 1949, en de eerste van de talrijke reizen die hij gedurende zijn lange leven zou maken, door de Amerika’s, maar ook naar Japan, waar hij een jaar zou blijven, het Midden-Oosten en Afrika. Hij legde een speciale liefde aan de dag voor de woeste landschappen van Patagonië. Zijn fascinatie ging uit naar stammen die door de modernisering werden bedreigd. Raspail schreef er talloze reisverslagen en romans over, sommige bekroond, al won hij nooit een van de prijzen die er in Frankrijk echt toe doen. Mogelijk had dat te maken met het auteurschap van het omstreden Le camp des saints.

Hoe dan ook is het dankzij deze roman dat Raspail zal worden herinnerd. Hij bood er rugdekking mee aan tal van politici en halfbakken intellectuelen die stellen dat Europa slachtoffer is geworden van het humanisme dat ze zelf heeft voortgebracht, en dat niet-westerse migranten, al dan niet islamitisch, het continent dreigen te vertrappen (‘arm Europa’). De karikatuur die zij van de werkelijkheid maken doet vaak niet onder voor het apocalyptische origineel van Raspail zelf. De nieuwe editie van 2011 liet hij vergezeld gaan van een voorwoord, getiteld ‘The Big Other’, een aanval op het, in zijn ogen, doorgeslagen humanisme. Het is belangrijk om te weten wie wij zijn. Maar het verbaast dat een man als Raspail, die zoveel van de wereld had gezien, er niet toe bereid was om die Ander ten minste een gezicht te geven.