Economie: Hoe nu verder met de banken?

‘Jeetje, wie heeft dit systeem bedacht?’

Banken staan voor grote uitdagingen: herstel van het vertrouwen, verduurzaming, de intrede van de techsector en de coronacrisis. Maar ze zien ook kansen. ‘Het is mogelijk rendement te maken en de publieke zaak te dienen.’

‘Het bankenlandschap zal de komende tien jaar compleet veranderen en de verouderde banken van nu zullen hun rol verliezen’, kondigt Ali Niknam aan. Onder luid gejuich stapt hij in spijkerbroek en op grijze sneakers in 2015 het podium op in een loods op het Amsterdamse bedrijventerrein Sloterdijk. Terwijl hij op en neer wandelt over de breedte van het podium, laat de oprichter, eigenaar en ceo van bunq het publiek zijn nieuwste creatie zien: alle handelingen die hij verricht op zijn smartphone verschijnen groot op het scherm en elke succesvolle betaling wordt met applaus ontvangen. Want na drie lange jaren is het gelukt: online bank bunq heeft een bankvergunning gekregen en kan nu eindelijk van start.

De lancering van bunq doet denken aan de manier waarop de grote Amerikaanse techbedrijven hun nieuwste iPhone of Tesla vieren. Bekend is het beeld van Steve Jobs die in zwarte coltrui over een groot podium heen en weer loopt en niets minder dan een revolutie aankondigt: de eerste telefoon zonder plastic knoppen. bunq daarentegen maakt geen hippe telefoontjes of zelfrijdende auto’s; het faciliteert betalingen. En Ali Niknam is geen Steve Jobs, maar een bankdirecteur.

Maar ook Niknam voorziet een techrevolutie: ‘IT-bedrijven gaan massaal de financiële sector betreden en zullen producten lanceren die gebruikers daadwerkelijk wíllen gebruiken, in plaats van móeten gebruiken’, vertelt hij de toehoorders. Als je een medewerker van bunq vraagt of ze werken voor een bank, is het antwoord daarom steevast: ‘bunq is geen bank, het is een IT-bedrijf met een bankvergunning.’

Veel grote banken hebben het moeilijk. De lage rente en hogere buffers drukken op het verdienvermogen, ze moeten hun fossiele bankbalans verduurzamen en tal van tech-uitdagers vormen een steeds grotere bedreiging. De banken zijn bezig met een zoektocht. ing, ABN Amro en de Volksbank (voormalig sns) moesten in 2008 onder ogen zien dat ze kopje-onder gingen zonder overheidssteun – ABN Amro en sns werden zelfs genationaliseerd voor 32 miljard euro. Deze ingrepen hebben lelijke littekens achtergelaten en vormen een belangrijke waarschuwing: aandeelhoudersmaximalisatie kan niet langer de enige leidraad zijn voor banken.

Sindsdien kijken samenleving en politiek kritisch mee over de schouder van de banken. Exorbitante salarissen zijn taboe en de bonuscultuur kan op maatschappelijke verontwaardiging rekenen. Maar het is lastiger om aan te geven wat banken wél moeten doen. Terug naar de basis? En welke rol hebben ze dan?

En dan is er ook nog het grote gevaar waar Ali Niknam op doelt: wat zal er overblijven van de banken als de techsector zijn intrede doet? De Nederlandsche Bank (dnb) schetste in 2017 drie scenario’s: de huidige grootbanken slagen erin de financiële technologische bedrijven (fintechs) te integreren in hun organisatie en behouden zo hun dominante rol; er ontstaat een mengelmoes van de klassieke banken en nieuwe fintechs, of de klassieke banken verliezen hun positie aan de Amerikaanse of Chinese techgiganten (Facebook, Amazon, Google, Alibaba) die de markt volledig overnemen. De grote vraag blijft: is er toekomst voor de bank?

‘Als klein muisje mocht ik naast al die grote olifanten zitten.’ Triodos Bank-ceo Peter Blom kon zich de hoorzitting met de Kamercommissie voor Financiën aan het eind van 2008 nog goed herinneren, vertelde hij aan Vrij Nederland. ABN Amro was net van de ondergang gered met overheidsgeld en de andere grootbanken stonden op wankelen – en dus werden de Nederlandse bankdirecteuren op het matje geroepen. De sfeer was gespannen, maar Blom zat rustig op zijn stoel: Triodos stond er goed voor en kon zijn eigen boontjes doppen, ook in crisistijd. Ruim tien jaar later is Blom de enige bankdirecteur die nog in functie is.

Hoe kwam Triodos ongeschonden door de crisis heen? ‘De eerste vraag die wij onszelf telkens weer stellen bij een nieuwe financiering is: zit de samenleving hierop te wachten?’ vertelt Kees Vendrik, hoofdeconoom bij Triodos. Deze vraag stelde Triodos ook toen aan het begin van de nieuwe eeuw de markt werd overspoeld door ‘innovatieve financiële producten’ – derivaten en gestructureerde producten – samengesteld uit risicovolle leningen en hypotheken die de aanzet tot de crisis zouden geven. ‘Die producten zijn financiële hocus pocus en hebben niets te maken met op een maatschappelijke manier de reële economie van krediet te voorzien. Het is finance for finance, gericht op kortetermijnwinsten. Wij hebben altijd geweigerd daaraan mee te doen.’

Triodos is een vreemde eend in het Nederlandse bankenlandschap. Sinds 1980 investeert de bank uitsluitend in projecten die ‘positieve maatschappelijke, ecologische en culturele veranderingen’ teweegbrengen. Deze missie is stevig verankerd in een stichting die sinds jaar en dag de koers van de bank uitzet. Triodos heeft zoals de meeste banken wel aandeelhouders, maar zonder de invloed die hier normaal gesproken mee gepaard gaat: ze hebben geen stemrecht. Maar Triodos is ook klein: de bank beheerde in 2019 17,7 miljard euro, tegenover de 892 miljard euro van ing. ‘Het is nooit het doel geweest van onze founding fathers om een grote bank te worden en dat doel hebben we nog steeds niet’, vertelt Vendrik. ‘Wij willen anderen inspireren door te laten zien dat het mogelijk is rendement te maken en een duurzame, inclusieve economie te dienen.’

‘Bij elke financiering vragen we ons af: zit de samenleving hierop te wachten?’ zegt de hoofdeconoom van Triodos

Vendrik vervolgt: ‘Als ik spreek met mijn vrienden van de Zuidas, realiseer ik me ook telkens dat ons model voor de grootbanken niet zaligmakend is. Wij hebben die fossiele economie altijd gemeden, maar de grootbanken zitten met een grote fossiele erfenis en dat vraagt een andere aanpak. Zij hebben een ander vertrekpunt en juist nu hebben we een divers bankenlandschap nodig om de transitie mogelijk te maken. Ik heb groot respect voor de mensen die deze donkerbruine erfenis moeten verduurzamen. Dat is een zeer lastige taak, maar niet onmogelijk.’

Afgelopen twee jaar maakte Rens van Tilburg, directeur van het Sustainable Finance Lab, een rondgang langs de grote Nederlandse banken. Het gespreksonderwerp was de purpose van de bank. Purpose gaat verder waar maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) ophoudt: van do no harm naar do good. Hoe streeft de bank zijn maatschappelijke rol na?

‘Maurice Oostendorp is van origine een klassieke ABN Amro-bankier, maar toen hij na de crisis terechtkwam bij de Volksbank als ceo, is hij aan het denken gezet’, vertelt Van Tilburg. ‘Hij realiseerde zich dat als alles tegenzit zoals tijdens de crisis, niet de aandeelhouders maar samenleving en overheid als enigen de helpende hand uitsteken. De bank heeft toen het inzicht gehad: de samenleving is onze belangrijkste relatie.’ En daar proberen ze nu naar te handelen.

Een goed voorbeeld is het rendementsdoel van de banken. In 2018 zei Klaas Knot, president van dnb, dat de tijd van tweecijferige rendementen voorbij is. Toch richten ABN Amro en ing zich nog op een rendement van boven de twaalf procent, terwijl Rabobank en de Volksbank inzetten op acht procent. ‘De Volksbank heeft hun vier belangrijkste stakeholders aangewezen: samenleving, klant, werknemer en aandeelhouder. Een rendement hoger dan acht procent is fijn voor de aandeelhouders maar gaat ten koste van de andere drie, dus ziet de Volksbank daarvan af’, weet Van Tilburg. ‘En om een sterker partnerschap met de klant aan te gaan, heeft de Volksbank besloten niet meer te werken met incassobureaus bij betalingsproblemen: als het even tegenzit in een relatie moet je niet direct een knokploeg sturen.’

Banken zullen zich maatschappelijk moeten profileren, maar het is niet zo eenvoudig dat vervolgens al hun problemen als sneeuw voor de zon verdwijnen, stelt Arnoud Boot, hoogleraar financiële markten aan de Universiteit van Amsterdam. Bepalend is wat er gebeurt wanneer een nieuwe generatie klanten de markt betreedt. ‘De millennials zitten straks helemaal niet meer te wachten op een bank’, denk hij, ‘zij sluiten zich aan bij elk digitaal initiatief en de Big Tech uit Silicon Valley kan zomaar de markt overnemen.’ Maar vergeet ook het Nederlandse online betalingsplatform Adyen niet, dat betalingen van grote bedrijven faciliteert. Adyen heeft nu al een hogere beurswaarde dan ing en is al een tijdje in het bezit van een bankvergunning, maar gebruikt die nog niet. Het is de vraag hoelang dat zo blijft.

‘Ik heb een slecht geheugen omdat ik altijd bezig ben met de toekomst’, vertelt Niknam aan de telefoon. Deze blik op de toekomst ontbreekt in de bankensector vindt hij. ‘Jarenlang is er in Nederland maar één soort bank geweest. De klantervaring, producten, tarieven en het verdienmodel waren precies hetzelfde, terwijl de crisis van 2008 aantoonde dat er behoefte was aan wat anders. Ik kwam als outsider deze wereld binnen en dacht: jeetje, wie heeft dit systeem bedacht?’

Het idee voor bunq kwam voort uit ergernis over de rol van banken tijdens de crisis van 2008 en het gebrek aan verandering in de sector sindsdien. In de zomer van 2012 bedacht Niknam dat het ook anders kan: niet een bank die geld verdient door risico’s te nemen met andermans spaargeld, maar een online bank die betaald krijgt voor de geleverde service, waarbij de klantervaring centraal staat en het spaargeld veilig is. De bank met een schone lei.

Niknam heeft ervaren hoe lastig het is om als nieuwe partij een bank te starten – sinds Triodos in 1980 is bunq de eerste bank in 35 jaar die een bankvergunning ontving. Om zo’n vergunning te krijgen, word je als aspirant bank in een mal gedrukt van wat een bank zou moeten zijn, en dat staat diversiteit weer in de weg, vindt Niknam. ‘Als bunq wilden wij niet gokken met het spaargeld van onze klanten, maar dat mag niet van dnb. Om een bank te zijn ben je verplicht om “risicodragend vermogen” te hebben. Je wordt dus verplicht risico’s te nemen met het spaargeld van je klanten – dat is toch gek!’ Daarom stalt bunq het geld van de klant bij de centrale bank en in staatsobligaties, de meest veilige opties.

Toezichthouders hebben de natuurlijke neiging om de status quo te beschermen, en dat bleek ook toen Facebook de libra introduceerde. ‘De Europese Centrale Bank (ecb) is ontzettend geschrokken toen Facebook met een eigen munt kwam’, vertelt Van Tilburg. Het plan van Facebook is voorlopig op sterkwater gezet door de Amerikaanse politiek, maar het heeft de ecb wel wakker geschud. ‘Als een partij van die omvang het betalingsverkeer naar zich toetrekt, dreigt er direct een groot systeemgevaar met de monopoliemacht bij één bedrijf – een bedrijf waar al veel ongemak over bestaat.’

‘Je wordt als bank verplicht risico’s te nemen met het spaargeld van je klanten – dat is toch gek!’

Politiek en toezichthouders bekijken deze grote techbedrijven met argusogen, en daar is alle reden toe, maar het gevaar ligt op de loer dat deze argwaan ten koste gaat van technologische innovaties: fintechs – mits goed uitgevoerd – zorgen juist voor een gevarieerder bankenlandschap. Het is een lastige paradox: de uitdagingen die de bankensector te wachten staat – verduurzaming, diversifiëring en integratie van technologieën – vraagt juist om wat Arnoud Boot een ‘ondernemende financiële sector’ noemt, maar hier zit ook de angst van de toezichthouder om de controle kwijt te raken en het systeem uit de bocht te laten vliegen. De Nederlandse bankensector is misschien wat log en geconcentreerd, maar je weet wel wat je eraan hebt, is de gedachte.

Ali Niknams bunq onderscheidt zich met klantgerichte technologische toepassingen die het mogelijk maken om één pinpas te koppelen aan verschillende rekeningen of een crowdfunding op te zetten via de app, maar het model van bunq – een veilige standplaats voor je spaargeld – lijkt in essentie veel op een initiatiefvoorstel van SP-Kamerlid Mahir Alkaya voor de oprichting van een publieke spaarbank. ‘De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid heeft twee vitale functies aangestipt in de bankensector: het veilig stallen van spaargeld en de betalingsinfrastructuur’, vertelt Alkaya. ‘Als deze functies essentieel zijn voor het publiek belang, waarom borgen we ze dan niet in een publieke spaarbank?’

Tijdens een avond over de bankensector in Carré kreeg Alkaya de lachers op zijn hand toen hij als SP’er pleitte voor ‘voor een liberalisering van de markt voor banken’. ‘Maar het is wel echt hoe ik erin sta’, vertelt het Kamerlid vanuit zijn kantoor in de Tweede Kamer. ‘De bankensector functioneert niet als een eerlijke vrije markt, omdat we als samenleving volledig afhankelijk zijn van private banken voor essentiële diensten. Daarom kunnen deze banken nog steeds niet failliet gaan. Als we een publiek alternatief bieden met de spaarbank, kan de markt zich ontfermen over de kredietverlening: geld aantrekken van mensen die risico’s willen nemen om rendement te maken.’

Van Tilburg verwacht veel van een publieke spaarbank en ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (wrr) steunt het initiatief van Alkaya omdat het ‘een disciplinerende werking zal hebben op de banken en hun dominantie af zal nemen’. De grootbanken zullen harder moeten werken om klanten binnen te houden en dat zwakt het too big to fail-probleem af, denkt Van Tilburg. ‘Banken kunnen hun klanten niet meer voor lief nemen en dat zal de markt openen voor andere partijen. De traditionele banken zullen van verschillende kanten belaagd worden en worden gedwongen zich weer te richten op waar ze voor bedoeld zijn: bedrijven helpen met kredieten.’

Anderhalf jaar na zijn initiatiefvoorstel is het voorstel van Alkaya nog steeds niet besproken vanwege de overvolle Tweede Kamer-agenda, ondanks verwoede pogingen van het Kamerlid om het debat te vervroegen. ‘We roepen altijd dat we het dak moeten maken als de zon schijnt, maar intussen zijn we alweer in de volgende crisis beland. Een publieke spaarbank had nu niet misstaan.’ Wel heeft hij er goede hoop op dat zijn voorstel op een meerderheid kan rekenen. ‘Zelfs de pvv lijkt het idee te steunen.’ Die publieke spaarbank zal er waarschijnlijk binnen afzienbare tijd wel komen, denkt Van Tilburg. Uit angst dat een van de techgiganten hen voor zal zijn, is de ecb namelijk al druk bezig met experimenten voor een digitale spaarrekening bij de centrale bank.

‘Banken zijn deze keer onderdeel van de oplossing in plaats van het probleem’, zei ABN Amro-ceo Kees van Dijkhuizen vol overtuiging aan het begin van de coronacrisis. Ook Barbara Baarsma, directievoorzitter Rabobank Amsterdam en hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam, ziet deze rol weggelegd voor haar bank. ‘Allereerst moeten we de bedrijven die door de coronacrisis het water aan de lippen staat op alle mogelijke manieren helpen om door deze periode heen te komen.’ En ook voor structurele veranderingen liggen op dit moment kansen. ‘We leven in een voedselparadijs, maar toch heeft de gemiddelde hap voedsel in Nederland al dertigduizend kilometer gereisd. We zitten nu in deze vreselijke coronacrisis maar – hoe wrang ook – dit is een ontzettend vruchtbare bodem om deze keten regionaal in te richten en daar ben ik nu druk mee bezig. Het momentum is enorm.’

Baarsma vervolgt: ‘Banken moeten dienaars zijn van de reële economie en hun bankbalans laten werken in het publieke belang. Maar daarvoor heb je wel het vertrouwen van de samenleving nodig en dat heeft een grote knauw opgelopen in de crisis van 2008.’ De coronacrisis creëert een zeker momentum om als bankensector dit vertrouwen te herstellen, denkt ze, maar de vraag is hoelang dit vol te houden is. Recent waarschuwde het Internationaal Monetair Fonds dat ondanks de hogere buffers, Europese banken kwetsbaar zijn door hun lage winstgevendheid en een risico vormen om de crisis op termijn te verdiepen; ABN Amro moet dit kwartaal al een verlies incasseren.

‘Uitdagers’ als bunq en Triodos zien deze dagen een toeloop van nieuwe klanten. Dit toont aan dat het herstel van vertrouwen in de grootbanken nog een weg te gaan heeft, maar kan ook een eerste indicatie zijn dat de concentratie in de sector beetje bij beetje afneemt. Maar Arnoud Boot is pessimistisch over de machtsconcentratie in de sector: ‘Zijn wij ervan overtuigd dat het regelgevend en toezichthoudend apparaat in de wereld bestand is tegen een bedrijf als Amazon dat bancaire activiteiten begint te ontplooien?’ vraagt hij aan een zaal vol economen en bankiers tijdens een bezinnende toespraak tien jaar na de crisis.

Een weg terug is er niet volgens Boot: ‘Voor banken volgt een aardverschuiving. Kenmerkend voor de financiële sector is de aanzienlijke winstgevendheid en de onmisbaarheid van bancaire instellingen. Beide staan nu ter discussie.’ Hij voorziet dat slechts één van de Nederlandse banken een dominante rol kan blijven spelen als een centrale spil in een ‘ecosysteem van verschillende fintechs’. De andere banken zullen zich moeten toeleggen op een adviserende rol of zichzelf uitkleden tot een simpele digitale bank met basale functies.

Het is echter niet de eerste keer dat banken ten dode zijn opgeschreven. In de jaren negentig vreesde men ook voor de toekomst van banken toen financiële markten een grotere rol namen in de kredietmarkt. Banken lieten toen een sterke overlevingsdrift zien en zijn nu groter dan ooit. Toenemende regelgeving – denk aan de witwasschandalen van de laatste jaren – geeft gearriveerde partijen met schaalgrootte een voorsprong en maakt toetreding lastig. ‘Op onderdelen van het proces zullen nieuwe spelers opkomen, maar het is niet makkelijk een bank te zijn’, zegt Barbara Baarsma erover, ‘en een bank worden al helemaal niet. Sommige partijen zullen misschien wegvallen, maar het instituut bank zie ik niet verdwijnen.’