Jeffersons sperma

HET ZAL WILLIAM Jefferson Clinton stiekem wel genoegen doen dat zijn illustere voorganger en naamgenoot Thomas Jefferson ook tot op de celkern is onderzocht, dat hij ook buitenechtelijk actief was, en dat hij daarover ook heeft gelogen. Jefferson had zijn eigen Monica, maar omdat er begin negentiende eeuw nog geen Ken Starr was, weten we dat nu pas zeker. In het geval van de derde president van de Verenigde Staten was er geen bevlekte jurk. Wel is uit DNA-onderzoek gebleken dat hij het met vrucht deed met zijn slavin Sally Hemings. Zij was 28 jaar jonger dan hij en ze hadden gedurende 38 jaar een relatie. Jefferson verwekte begin negentiende eeuw minstens één en waarschijnlijk vier kinderen bij Hemings.

Jefferson, die net als de meeste van zijn tijdgenoten slaven hield, ontkende zijn verhouding met Hemings tijdens een rechtszaak in 1805. Hij had in de Onafhankelijkheidsverklaring van 1776 heel mooi geschreven over het recht op ‘life, liberty and the pursuit of happiness’, maar dat gold vooral blanke landbezitters van het mannelijk geslacht. Hij was, publiekelijk althans, fel tegen vermenging van de rassen en tegen beëindiging van de slavernij.
Hoewel de affaire nu bewezen is, is ze voor de meeste Amerikanen geen nieuws. Al in 1802 publiceerde de journalist James Callender zijn primeur over de escapades van de toenmalige president. Callender deed zijn werk gewoon goed, maar hij waagde het aan de toen al verafgode president te komen. En dus was Callender een 'slechte schurk, altijd dronken, verwaarloosd, maar wel getalenteerd’ - en dat was het meest positieve dat over hem geschreven is.
Eenzelfde houding hadden de meeste geschiedschrijvers. De man die eind achttiende eeuw onsterfelijk werd door de woorden 'We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal’, veranderde onder het toeziend, ten dele dichtgeknepen oog van historici in een heilige. Met zijn hoofd afgebeeld op de stuiver werd Jefferson onaantastbaar. Een buitenechtelijk avontuur met een zwarte vrouw die nota bene zijn bezit was, was ondenkbaar. In de geschiedenisboeken komt Sally Hemings als presidentiële vriendin niet voor.
'HET IS SLECHTE geschiedschrijving.’ Annette Gordon-Reed (39) zegt het zonder omhaal en met autoriteit. Zij is juriste met een uit de hand gelopen hobby: de Amerikaanse geschiedenis en Thomas Jefferson in het bijzonder. Lang voor het DNA-onderzoek was gestart, kwam zij na haar eigen historisch onderzoek tot de conclusie dat Jefferson en Hemings, die een 'bastaard halfzus’ was van zijn overleden vrouw, een affaire en kinderen hadden. Maar het ging Gordon-Reed er niet om de relatie te bewijzen. Ze wilde laten zien dat wetenschappers bijna twee eeuwen lang het kennelijk ondraaglijke idee van Jefferson in bed met een zwarte vrouw hadden ontkend, tegen beter weten in. Gordon-Reed, een populaire professor met dreadlocks aan de New York Law School, deed iets ongewoons. Voor haar vorig jaar verschenen boek Thomas Jefferson and Sally Hemings: An American Controversy onderzocht ze alle bronnen, inclusief de ten dele geschreven zwarte overlevering. Voor haar was dat doodgewoon, niet omdat ze zelf zwart is, maar omdat je alle beschikbare informatie en aanwijzingen dient te onderzoeken, ook als amateur-geschiedkundige.
De blanke mannen die Jefferson door de eeuwen hadden onderzocht, namen 'de zwarte kant van het verhaal’ nooit serieus. Als ze dat wel hadden gedaan, zegt Gordon-Reed, 'hadden onze geschiedenis en de rassenverhoudingen er nu anders uitgezien. Jefferson was geen icoon geworden. Ik geloof dat degenen die voor Jefferson-deskundigen worden aangezien, nooit een serieuze en objectieve poging hebben gedaan om de waarheid te vinden.’
Gordon-Reeds doorwrochte en tegelijk lekker lezende boek werd goed ontvangen door recensenten en publiek. De gemeenschap der Jefferson-deskundigen bracht ze collectief aan het blozen. Deze jongedame had hun werk gewogen en te licht bevonden. De heren waren not amused. Joseph Ellis, dé Jefferson-autoriteit van dit moment, ontkende de affaire nog vol vuur in zijn biografie The American Sphinx: The Character of Thomas Jefferson, waarmee hij vorig jaar de National Book Award won. Alleen sluitend DNA-onderzoek, schreef hij, zou hem kunnen overtuigen. Nu het blad Nature heeft gemeld dat het y- chromosoom van Jeffersons nazaten identiek is aan die van een afstammeling van Sally Hemings (voorvader voorheen onbekend), heeft Ellis zijn zekerheid. Historici als hij zullen zowel Jeffersons persoon als hun eigen werk moeten herbeoordelen.
GORDON-REED SCHREEF als reactie op het DNA-nieuws een stuk in de New York Times onder de kop 'Waarom de Jefferson-experts het als laatsten hoorden’. Zij die Jeffersons imago creëerden, konden kennelijk geen objectieve kijk opbrengen, terwijl ze suggereerden dat ze dit wel deden. 'Hier eiste men veel meer bewijs dan normaal gesproken nodig is. De belangrijkste historische getuige is Madison Hemings, die in zijn memoires uit 1873 schreef dat hij, Beverly, Harriet en Eston de kinderen waren van Jefferson en Sally Hemings. Maar in de ogen van veel geschiedschrijvers betekende Madison Hemings’ ras en zijn status als voormalige slaaf dat hij ongeschikt en mogelijk onbetrouwbaar was als bron.’
De Jefferson-Hemings-affaire zegt veel over de rassenproblematiek die Amerika blijft teisteren. Amerikanen kunnen seksualiteit tussen zwart en blank moeilijk accepteren, zeker als het een van de mythische founding fathers betreft. Gordon-Reed merkt op dat ook na het DNA-onderzoek het taalgebruik van commentatoren veelzeggend is. 'Ze hebben het over Jeffersons “schuld”, en over een “fout” in zijn karakter. Dit suggereert dat de huidige deskundigen vinden dat Jeffersons relatie met Hemings een ernstiger misdaad was dan zijn legale bezit van haar.’
Gordon-Reed zelf vindt het eigenlijk wel pleiten voor Jefferson dat hij een kleurling liefhad. Haar toch wat wonderlijke interesse - 'interesse, obsessie, liefde, zoiets’ - voor de slavenhoudende president stamt overigens van lang voor het moment dat ze voor het eerst hoorde over Sally Hemings. Annette was als enig kind en als enige zwarte op een witte school in Conroe, Texas, vaak alleen. Haar ouders waren 'idealisten en pragmatisten tegelijk’. Pragmatisch, omdat hun dochter vanzelfsprekend het best mogelijke onderwijs moest krijgen en dat werd nu eenmaal niet gegeven op de zwarte scholen. Idealistisch, want ze liepen welbewust op de zaken vooruit: de segregatie van scholen was sinds 1964 formeel wel voorbij, maar de facto niet, althans niet in het zuiden eind jaren zestig. Meestal moest ze onder politiebegeleiding naar school terwijl beledigingen en spuug op haar neerdaalden. Haar trots - rechte rug, flinke pas, indringende blik - die ze nu uitstraalt als ze voor de klas staat of naast je loopt in New York, stamt uit die tijd. Niemand kreeg haar eronder.
Het is een klein wonder dat ze geen haat of zwart separatisme predikt. Ze schrijft dat toe aan twee blanke klasgenootjes. 'Zij kwamen uit een grote, blanke familie. Ze waren echt straatarm. Altijd als ik met de lunch op school alleen zat, kwamen zij bij me zitten. Als ik daar nu op terugkijk, besef ik dat het echt leiderschap was, een puur soort van moed.’ In gedachten verzonken zegt ze twee keer, nauwelijks hoorbaar: 'Het kan zijn dat dit me gered heeft.’
Haar gedwongen bewustwording omtrent ras ging gepaard met een toenemende interesse in Jefferson. 'Hij was veelzijdig. Zo wilde ik ook zijn. Hij hield van lezen, net als ik. Hij bouwde dingen, en dat wilde ik ook. Hij was een geweldige kok. Hij deed zelf de tuin. Hij was de eerste president die ijs serveerde in het Witte Huis!’ Even lacht ze. 'Ik zag denk ik ook in dat hij een proces van goede dingen begonnen was.’
Ze verliet Texas om rechten te gaan studeren aan Harvard, want ze wilde 'iets positiefs’ doen in de samenleving. 'En ik had niet het idee dat historici echt veel goed konden doen.’ Na wat losse banen hier en daar doceert ze nu, onder meer eigendomsrecht en 'slavernij en recht’. Ondertussen bleef de passie voor Jeffersons leven en werk. Het viel haar op dat de kwestie-Sally Hemings altijd werd verdoezeld, en dat dat altijd gebeurde door witte mannen. De enige uitzondering, Fawn M. Bodie, was een vrouw die een poging deed de relatie te bewijzen in haar boek Thomas Jefferson: An Intimate History. De collectief in ontkenning vastzittende heren geschiedschrijvers deden alsof Bodie’s werk niet bestond.
Gordon-Reed besloot dat het verhaal van Sally Hemings verteld diende te worden. Ze werkte vier maanden lang zestien uur per dag en kwam hondsmoe maar voldaan haar studeerkamer uit met het manuscript dat de Jefferson-kunde ingrijpend zou wijzigen. 'Ik wilde eigenlijk alleen de feiten verzamelen. Alle feiten: de blanke, de zwarte, allemaal. Ik wilde de lezer zeggen: besluit zelf maar.’
En dat doe je als vanzelf na lezing. Je kunt niet anders dan overtuigd zijn dat Thomas Jeffersons grote liefde zijn slavin was, gedurende zijn tijd als ambassadeur in Frankrijk waar slavernij verboden was en Hemings dus een 'vrij’ mens, maar ook tijdens zijn Washingtonse jaren.
TIJDENS HET schrijfproces drong Gordon-Reed door tot de kern van het rassenprobleem in Amerika. 'Het is een overblijfsel van de slavernij dat een zwarte niet evengoed gelijk kan hebben als een blanke, laat staan dat de zwarte gelijk heeft en de blanke ongelijk. Zo voelen veel blanken het nog steeds, en je ziet het ook in ons rechtssysteem. Dat is doorgaans niet bewust, omdat het er zo diep is ingehamerd. Gelijkheid is niet mogelijk totdat er een zwarte versie van de waarheid kan bestaan naast een blanke versie, of dat de zwarte versie de blanke teniet kan doen.’
Over zulke redeneringen maakte Joseph Ellis, dé Amerikaanse Jefferson-man, zich heel boos. Hij zei vorig jaar dat Gordon-Reed 'het rassenspel’ speelde en dat zij te gemakkelijk omging met 'explosief materiaal’. Gordon-Reed: 'Hij is bang dat ik als zwarte suggereer dat wij het beter weten. Nou, dat klopt. Het heeft niks te maken met genetica of intelligentie, maar alles met ervaring. Altijd anders zijn, altijd beseffen dat er een grens is aan wat mogelijk is - dat staat lijnrecht tegenover de Amerikaanse droom. Het geeft je een unieke positie om sommige dingen te weten, en te zeggen.’
Had een blanke man dit boek kunnen schrijven? 'Dat was beter geweest’, zegt ze meteen. Maar had het gekund? Ze aarzelt even. 'Nee.’
Haar boek bewijst dit. Ze hoopt dat ze heeft bijgedragen aan een toekomstig einde van de rassentegenstellingen door 'de geschiedenis recht te zetten’. Maar: 'Als racisme ooit verdwijnt, dan moet dat door een kritische massa van blanken gebeuren. Zwarten gaan op in de meerderheid, óf blanken moeten andere blanken uitdagen om tot gelijkheid te komen.’
Ze kijkt ernstig als ze vervolgt dat ze daar helaas niet optimistisch over is. 'Ik heb er weinig vertrouwen in dat een grote groep tegen zijn vermeende eigenbelang ingaat. Dat is zoiets als je buren uitdagen. Kan een grote groep het hogere belang zien en zwarten naar hetzelfde niveau brengen? Ik kan dat moeilijk geloven. Maar ik hoop dat dit mijn zwakte is.’