Jelmer steenhuis (advocaat/puzzelmaker

‘AL TIJDENS mijn rechtenstudie in Groningen had ik een voorliefde voor puzzels. Ik loste het cryptogram in de NRC op en maakte puzzels voor het personeelsblad van Mobil Oil, waar mijn vader werkte. Waar die belangstelling vandaan kwam, ik weet het niet. Die hokjes en dat samenbreien van die letters, dat intrigeerde me. Het is denkwerk - het moet allemaal passen - en je wilt iets nieuws maken. Een wereldje creëren dat zijn eigen wetten heeft.

Na mijn studie ben ik eerst naar New York en later naar Toronto gegaan. Kijken of ik kon overleven. Met een grote ervaring in de horeca maar zonder een cent kwam ik terug in Holland. Toen moest ik echt aan het werk en het lag voor de hand dat ik de advocatuur in zou gaan. Ik begon in 1979 in Haarlem als stagiair op een advocatenkantoor. Van alles kreeg ik op mijn bord: echtscheidingen, ontslagzaken, faillissementen, voogdij. Niet alleen moet je daarvoor het wetboek goed kennen, je moet ook kunnen procederen, dus weten hoe dat ingewikkelde procesrecht in mekaar zit en hoe je je processtukken opbouwt. Je moet onderhandelingstechnieken kennen, met je cliënt en met de tegenpartij om kunnen gaan en in staat zijn een rechter van jouw gelijk te overtuigen. Daar zit je dan als vijfentwintigjarige, zonder enige psychologische bagage. Je wordt echt in het diepe gegooid. Maar ik vond het een machtig vak. De eerste zeven jaar ben ik met hart en ziel advocaat geweest.
Aan puzzels maken kwam ik niet meer toe. De liefde was niet vergaan en toen ik las dat Scheltens, de maker van het cryptogram in de NRC, was overleden heb ik een brief met een voorbeeldje naar de NRC gestuurd. De NRC is het walhalla voor een cryptogrammaker, dus er waren veel sollicitanten. Uiteindelijk ben ik als nummer één uit de bus gekomen. Toen dacht ik: ja fuck, één puzzel maken is niet zo'n punt, maar iedere week! Ik had weinig routine, dus deed er lang over. En al heb je als maker het geluk dat je je eigen kronkels kunt volgen, die puzzel moest wel af.’
‘BINNEN MIJN kantoor vonden ze het wel wat vreemd, al gaven ze me alle ruimte. Puzzelmaken heeft natuurlijk volstrekt geen aanzien. Voor mij wel. Wereldschokkend is het niet, maar je hebt het gevoel dat je er een groter belang mee dient dan alleen dat van die ene cliënt. Mensen in bejaardenhuizen, eenzame of invalide mensen, die je allemaal bereikt. Dat was een van mijn drijfveren: een groot publiek iets leuks geven.
Je krijgt veel reacties. Uiteenlopend van iets niet snappen tot blij en dankbaar. Soms ook heel dramatisch. Zoals van een jongen die zo zwaar gehandicapt was dat hij alleen zijn hoofd nog kon bewegen. Hij zei: “Denksport is het enige vlak waarop wij ons met valide mensen kunnen meten.” Hij was briljant. Zo'n brief geeft zin aan wat ik doe.
Die zin begon ik in de advocatuur steeds minder te zien. Het ging toen hoe langer hoe meer over geld. Alles wordt daarop gewaardeerd. De sociale advocatuur is helemaal uitgerookt. Vroeger was het een nobile officium, bedoeld om de mensen te helpen. Tegenwoordig ben je als advocaat ondernemer en moet je omzet draaien. Advocaten zijn geen flamboyante mannen met fladderende toga’s, maar omhoog gevallen boekhouders, kantorige carrièremakers. Ik heb niks tegen geld verdienen, maar die manier van advocatuur bedrijven beviel me steeds minder.’
'BEHALVE HET Scrypto voor de NRC was ik inmiddels ook de Puzzle voor Vrij Nederland gaan maken. Toen had ik echt twee banen. Vier à vijf dagen in de advocatuur, de overige dagen, ’s(avonds, ’s(nachts en in het weekend aan mijn puzzels werken. Daarnaast zat ik in de redactie van het Advocatenblad en in de Raad van Discipline, dus ik was alleen maar aan het werk. Tot ik ging trouwen en kindertjes kreeg. Toen dacht ik: dit is te gek. Maar waar neem je afscheid van?
Dat ik uiteindelijk voor de puzzelarij heb gekozen, komt omdat ik vind dat creativiteit de essentie van ons menselijk bestaan is. Als er een zin is in het leven, is het voor mij om met je creativiteit iets aan dat leven bij te dragen. Ik behoor tot de beste puzzelmakers van Nederland en er is nog zó veel te doen. Ik zou graag mensen meer aan het denken krijgen. Ik heb het idee dat je, als je maar genoeg van die puzzels de wereld instuurt, kunt bijdragen aan een hoger denkvermogen.
Vorig jaar ben ik gestopt met mijn praktijk. Ik wilde een dream factory beginnen. Liefst samen met creatieve mensen uit andere disciplines. Financieel is het een enorme gok. Ik ben een tijdschrift begonnen onder de naam Sinz (Schoonheid Is Niet Zichtbaar). Daarin staan scrypto’s en themapuzzels over muziek, literatuur, alle onderwerpen die je maar kunt bedenken. Daarvoor ben ik nu redacteuren aan het opleiden. Het blijven mijn puzzels, maar zij maken de omschrijvingen.
Ik onderscheid me door een associatieve benadering en het geven van nieuwe betekenissen aan woorden. Als je het over een “liftboy” hebt, beschrijf je niet iemand die bij de lift staat, maar een jongen die met zijn duim langs de weg staat. Waardoor dat puistige jongetje met z'n uniformpetje ineens een stoere bink met een leren pak en een rugzak wordt. Die beeldverschuivingen vind ik leuk. Je bent een soort gids die laat zien waar de leuke hoekjes in de taal zitten. Je probeert vergezichten te openen.’
'ALS PUZZELMAKER ben je heel solitair bezig. Je zit altijd maar in je eentje te werken. In de advocatuur is juist het menselijk contact heel belangrijk. Mensen kloppen bij je aan om raad, net als bij de dokter. Je doet nuttig werk. Wie zit er op de bedenksels van een puzzelmaker te wachten? Zonder jou draait de wereld gewoon door.
Ook in de advocatuur moet je een heleboel dingen combineren om een oplossing voor een probleem te vinden. Dat doe je bij het puzzelmaken ook. Het verschil is dat je daarin je eigen probleem creëert. In beide gevallen is er de schoonheidservaring die een mooie oplossing je kan geven. Advocaten en puzzelmakers zijn allebei geweldige betweters. Ik los nooit puzzels van anderen op. Omdat ik er geen tijd voor heb, en omdat het me meer om het scheppen gaat. Ik ben geen spelletjesmens. Terwijl ik net een heel leuk bordspel heb ontwikkeld, en nu met een televisiegame bezig ben en een puzzel voor Internet die je kunt downloaden!’
'IK HEB EEN periode gehad dat ik alles wat er gebeurde, alles wat ik op straat zag, onder woorden wilde brengen in een puzzel. Godzijdank ben ik dat kwijt, ik kan het nu loslaten.
Van de advocatuur mis ik de strijdbaarheid, het maatschappelijk relevante en de omgang met mensen. Het is een mooi vak en één aspect ervan zal ik nooit kwijtraken: ik benader alles van de juridische kant. Ik kijk altijd eerst wat de mogelijkheden zijn, analyseer alles tot op het bot. Daardoor wordt je gevoelsleven wat uitgeschakeld. Ook in de advocatuur benader je de zaken niet vanuit het hart, maar puzzels maken is echt puur cerebraal.
Ik denk dat ik voor puzzels een groter talent heb dan voor de juristerij. Er zijn achtduizend andere advocaten, en daar zijn heel goeie bij, maar het meeste wat je daarvoor weten moet, kun je leren. Puzzels maken kun je niet leren, dat moet je in je hebben. Het is meer talent dan intelligentie. Je belangrijkste bagage is psychologisch inzicht, weten waartoe het menselijk brein in staat is. Je moet natuurlijk goed op de hoogte blijven van wat er in de wereld gebeurt en je moet over een grote woordenschat beschikken.
Ik heb tot nu toe geen spijt gehad van mijn keuze. Het heeft zo moeten zijn. Dat weet ik al sinds ik met puzzelmaken begon. Ik huurde toen een huis in Blaricum. In een kamertje stond een kast, duidelijk zelfgetimmerd in de jaren vijftig. Er lag nog een en ander in, waaronder een mal van een cryptogram. Nog helemaal ingepakt. Wat bleek? Ik was terechtgekomen in het huis waar Jacques van der Ster, redacteur en befaamd puzzelmaker van De Groene, had gewoond en was overleden. Toen ik dat ontdekte dacht ik: mijn lot is bepaald. Hier kan ik niet meer onderuit.’