Jeltsin heeft een goeie aan lebed

Met Aleksandr Lebed in het Kremlin is de toch al weinig gezapige Russische politiek nog roeriger geworden. Zijn komst maakt het spel om de macht zichtbaar. Niet alleen om de huidige macht, maar vooral ook om de toekomstige macht.

Boris Jeltsin haalde Lebed in zijn hofhouding met de duidelijke hint dat de ex-militair zijn opvolger zou zijn. In juni, aan het eind van zijn verkiezingscampagne, meldde Jeltsin dat hij de Russische president van het jaar 2000 kende. Hij zei dat de man nog krachtig voor deze taak gekneed diende te worden. Hoewel hij de naam van Aleksandr Lebed niet noemde, wist iedereen genoeg. Ook Lebed.
Lebed had reeds in mei met Jeltsin besprekingen gevoerd, onder meer over Tsjetsjenie. Toen hij na de eerste ronde van de presidentsverkiezingen door Jeltsin als secretaris van de veiligheidsraad werd benoemd, leek zijn kostje als nummer twee gekocht. Lebed liet aan ieder die het wilde horen weten dat hij Jeltsin zou aflossen, mogelijk zelfs nog voor het jaar 2000. Hij kirde dat de zwaan - ‘Lebed’ in het Russisch - het symbool van Rusland was. En rapporteerde vrijwel onmiddellijk na zijn aantreden dat hij een staatsgreep verijdeld had. Bovendien stelde hij dat onder 'nationale veiligheid’ eigenlijk vrijwel elk beleidsterrein viel.
Jeltsin liet Lebed begaan en ontsloeg wie hij toch al had willen ontslaan. Hij hield zich doof toen Lebed meer bevoegdheden eiste. Jeltsins premier Tsjernomyrdin liet echter minzaam weten dat er nimmer sprake was geweest van een staatsgreep. En dat men daarenboven van de president niets eist; men kan slechts vragen.
Na zijn herverkiezing handhaafde Jeltsin Tsjernomyrdin als premier. De economie, waar Lebed gaarne zijn tanden in had gezet, schonk Jeltsin in zijn nieuwe regering aan hervormingsgezinden. Lebed op zijn beurt kreeg Tsjetsjenie, een wespennest waar de president zich zelf zo ver mogelijk van houdt.
De worst van de macht die Jeltsin Lebed voorhoudt, maakt dat deze zich met zijn volle gewicht op zijn Tsjetsjeense missie werpt. Door deze onmogelijke taak tot een goed einde te brengen, denkt Lebed te bewijzen dat hij de enige man is die Ruslands problemen kan oplossen. Hij kraait dan ook weer victorie bij de eerste tekenen van een schijnbaar succes. Hij eist op hoge poten het vertrek van minister van Binnenlandse Zaken Koelikov als een eerste stap in de richting van het verwijderen van zijn concurrent Tsjernomyrdin: hij wil bevestigd worden als opvolger.
Jeltsin heeft er echter geen belang bij alle zorgvuldig gecreeerde blokkaden voor Lebed zomaar weg te nemen. Zolang Lebed zich moet bewijzen, kan hij voor Jeltsin de hete kolen uit het vuur halen.
Mogelijk ziet Jeltsin in de onstuimige en brutale Lebed werkelijk zijn kroonprins. In ieder geval komt het hem absoluut niet slecht uit dat hij een hulpje heeft dat het vuile werk voor hem opknapt en onverwachte zetten mogelijk maakt. Daarom zal hij Lebed voorlopig aan het lijntje houden met een mengeling van opdrachten, plotselinge meegaandheid en perioden van doofheid. En zal Lebed luidruchtig eisen blijven stellen.