Jeroen Oerlemans 15 mei 1970 - 2 oktober 2016

Fotograaf en vriend Jeroen Oerlemans wilde ‘getuige zijn van the making of history’. Het laatste wat hij zag was de vergeten oorlog van Sirte.

Onuitwisbare herinnering: mei 2004, Darfur (Soedan). We reizen met de rebellen van de Justice and Equality Movement. Onze colonne van zes Toyota-pick-ups vol bewapende strijders heeft midden in de woestijn halt gehouden voor de nacht. Ik heb even de beschutting van wat lage struiken opgezocht, op zo’n dertig meter van de weg. Als ik terugloop naar de auto’s zie ik Jeroen indringend naar me kijken, zijn ogen groot, alsof-ie verwacht dat er elk moment iets kan ontploffen. Ik kijk over mijn schouder. Niks te zien. Zodra ik met beide benen weer op de verharde weg sta, barst hij in schaterlachen uit. ‘Jezus, man. Classic. Weet je wat je net hebt gedaan? Je hebt zitten schijten in een mijnenveld.’

Medium rekruten

Jeroen Oerlemans, fotograaf in oorlogs- en vredestijd, werd afgelopen zondag gedood door een sluipschutter van Islamitische Staat in de Libische stad Sirte. Een kogel trof hem aan de achterzijde net onder zijn linkerschouder, waar zijn scherfvest geen bescherming bood, doorboorde zijn hart en verliet zijn lichaam via zijn borstkas. De ervaren Vlaamse oorlogsverslaggever Joanie de Rijke, met wie Jeroen een reportage aan het maken was, hoorde van de lijkschouwer dat Jeroen op slag dood geweest moet zijn. Volgens haar was het domme pech dat juist hij werd geraakt.

Medium opiumoogst

Jeroen won drie keer de Zilveren Camera in de categorie buitenlands nieuws. Zijn foto’s werden niet alleen in Nederlandse kranten en tijdschriften afgedrukt, maar ook in onder meer Newsweek en The Guardian. Hij had een scherp oog voor ontwikkelingen op het wereldtoneel en dacht in verhalen die een teken des tijds vormden. ‘Ik wil met mijn foto’s weergeven wat er in de wereld staat te gebeuren. Getuige zijn van the making of history’, zei hij in een interview voor het onderzoeksproject Nederlandse Oorlogsjournalisten van mediawetenschappers Pien van der Hoeven en Bernadette Kester. Hij had politicologie gestudeerd in Amsterdam en wilde zijn weg vinden in de journalistiek. Hij verhuisde naar Londen waar hij het London College of Communication volgde. ‘Ik wilde fotograferen in de traditie van Henri Cartier-Bresson en James Nachtwey’, vertelde hij aan de mediawetenschappers.

In Jeroens werk zie je inderdaad een combinatie van Cartier-Bressons fotografie van het gewone leven en Nachtwey’s indringende beelden uit crisisgebieden. De straathoertjes die hij portretteerde in Cuba versus zijn verstilde beeld van een baby die is gestikt onder het puin van een gebombardeerde flat in Libanon, en die reddingswerkers uit protest omhoog houden. Jeroen fotografeerde het schuin van achteren, om de kluwen fotografen en cameralieden in beeld te brengen die zich rond het lijkje verdringen.

‘Leg mij aan hem uit’
Medium 3 boerka s

De kans om oorlogsjournalistiek te bedrijven kwam eind 2003 in Irak, voor De Groene Amsterdammer. Het was onze eerste samenwerking. We bleken erg op elkaar te lijken, waardoor we elkaar vaak woordeloos begrepen. We hadden ook dezelfde drijfveer: het vastleggen van de smerigheid van oorlogvoering en het lijden van gewone mensen. Irak leverde nog zo’n onuitwisbare herinnering op. In Bagdad huurden we een appartement in een wijk die zou uitgroeien tot bolwerk van het soennitische verzet tegen de Amerikanen. Jeroen had die middag alle ingrediënten ingeslagen voor een stevige curry. Hij stond met een schortje voor neuriënd te kokkerellen. Buiten klonk al minutenlang het indringende geblaf van straathonden. Opeens hoorden we de bovenbuurman schreeuwen. Een raam werd opengesmeten en onmiddellijk barstte een kalasjnikov-salvo los. Instinctief dook ik op de grond. Terwijl het geblaf veranderde in gewond gejank roerde Jeroen rustig verder in zijn pannetje. ‘Schat’, zei hij met hoge stem, ‘kun jij misschien de buurman het verschil uitleggen tussen straathonden en Amerikanen?’

Medium soundcentral2

Zeven jaar lang deden we bijna alle oorlogsreizen samen. We werkten in het Midden-Oosten, in Afrika en vanaf 2004 gingen we vele keren naar Afghanistan. We werden vrienden. Toen zijn zoon op het punt stond geboren te worden, kwam Jeroen op het idee een niet-religieus _godfather-_schap in te stellen. Ik werd godfather van zijn zoon, die nu negen is, hij van mijn oudste dochter, nu zeven. ‘Als-ie nou niets meer van mij wil aannemen’, zei Jeroen, ‘dan hoop ik dat hij naar jou gaat. Vertel hem dan alles precies zoals het is. Leg mij aan hem uit.’

Medium 3 dahiye

Toen in 2011 de Arabische lente uitbrak besloot ik een stap terug te doen. Hoe goed je ook bent voorbereid, je hebt in dit vak een dosis geluk nodig om onbeschadigd terug te keren. Jeroen ging door en versloeg het geweld in Tunesië, Libië en Syrië. Daar werd hij in 2012 samen met de Britse journalist John Cantlie ontvoerd door een groep jihadisten. Toen we hem aan de Turks-Syrische grens gingen ophalen uit het safe house van de rivaliserende rebellenfactie die hem bevrijdde, liet hij me zijn wond zien. Hij was bij een mislukte ontsnappingspoging van korte afstand neergeschoten. Ook deze kogel ging dwars door hem heen: naar binnen bij zijn lies, er weer uit door zijn bil. Ik hoor het hem nog zeggen: ‘Kijk, geen vitale delen geraakt.’

Medium 1 mourning

De gijzeling leek hem te hebben veranderd. ‘Ik wil mijn kinderen terugzien, bepaalde risico’s ga ik niet meer nemen’, zei hij. In 2013 reisden we voor het laatst samen naar Afghanistan, waar we de risico’s beperkt hielden. In Jeroen groeide weer de behoefte aan het échte werk. Hij had gezworen nooit meer naar Syrië te gaan. Toen de strijd om de Libische stad Sirte uitbrak, had hij zijn bestemming gevonden. Hij maakte er in juni een bejubelde fotoreportage voor de Volkskrant over een strijdgroep die vocht tegen IS.

Eind juli zaten we samen aan het strand. Terwijl onze kinderen in het water speelden, vertelde Jeroen hoe blij hij was dat hij in Sirte een vergeten oorlog op de kaart kon zetten, en dat hij zou terugkeren. Hij was terug op het geweldsniveau van voor zijn ontvoering. Ik maakte me geen moment zorgen. Hij was er klaar voor.


Beeld (1) : 2012 (Roger Cremers)