Zo vader, zo zoon

Jeroen Siebelink (49) – zoon van Jan (81)

‘Pels was mijn eerste boek waarover ik een dieper gesprek voerde met mijn vader. Bij mijn vorige titels, non-fictie, spraken we ook over schrijven, maar over de praktische kant: uitgevers, deadlines. Bij een roman gaat het om wat je over jezelf, je eigen leven, vertelt. Ik ben al negentien jaar vegetariër, mijn boek gaat over een dierenactivist. Mijn vader houdt van dieren maar ook van vlees. Lange tijd hing daar een onuitgesproken spanning omheen. Opeens hadden we het erover, later belde hij en zei: “Jeroen, jij hebt gelijk, maar ik vind het moeilijk.”

Hij blijft weg van de diepste laag, namelijk dat dit boek ook over de relatie tussen mij en hem gaat. Maar toch, met dat kleine stapje deden we wat de vader en zoon uit mijn boek niet voor elkaar krijgen: nader tot elkaar komen in een conflict. Als je gepuberd hebt kun je dat, na al die strijd ben je beiden volwassen en kun je alles tegen elkaar zeggen. Maar dat hebben wij nooit gehad: ik was lang idolaat van mijn vader. Soms nog. Natuurlijk vind ik het belangrijk wat hij van mijn boeken vindt. Hij was de eerste lezer van Pels, stuurde me continu sms’jes over wat hij mooi vond. Hij schreef me er zelfs een brief over. Hij begreep wat ik had gemaakt, begreep de mysterieuze hoofdpersoon. Een jongen die iets wil doen aan de pijn in de wereld, maar weerloos is tegen zijn vader, zoals het dier tegen de mens.

Mijn vader heeft me nooit aangemoedigd om schrijver te worden, sterker nog, hij vond dat ik economie moest gaan studeren. Hij wilde me weghouden bij de harde schrijverswereld. Toen ik dit pad toch insloeg veranderde zijn houding: hij vindt het nu heel leuk dat ik schrijf, het is iets wat we delen.

Ons werk is verschillend, want onze werkelijkheid is verschillend. Ik ben toch journalist, de feiten moeten kloppen, ook aan een roman gaat grondig onderzoek vooraf. Mijn vader niet: hij ziet de dingen op een bepaalde manier, dus zijn ze zo. Hij schrijft ze gewoon op en voelt geen enkele behoefte zich daarvoor te verantwoorden of verdedigen. Voor hem is schrijven intuïtie. Hij schrijft over de grote thema’s in kleine levens, ik onderzoek de grote levens en breng ze terug tot echte mensen. Maar er zijn ook overeenkomsten, hoe we zoeken naar sfeer. En de thematiek in mijn roman en zijn werk is eigenlijk hetzelfde: zonen die vaders willen helpen.

Ben ik nu een schrijver? Er is geen duidelijk moment dat je schrijver ‘wordt’. Pels is mijn debuutroman en tiende boek, maar ik kijk niet zo romantisch tegen het schrijverschap aan als mijn vader. Voor hem was het zijn grote droom: zijn favoriete Franse schrijvers achterna. Het mooie aan schrijven is voor mij het houvast dat het geeft. Het feit dat je de wereld van je boek kunt betreden, erin kunt wegduiken, de dag kunt doorkomen op verbeelding. Dat heeft mijn vader ook, maar ik moest als journalist van ver komen om het schrijven op gevoel te durven doen.’