15 november 1962 – 3 december 2012

Jeroen Willems

Een Duitse krant zette ‘Verleider’ boven zijn afscheidsartikel en gaf drie omschrijvingen voor het ‘verführerische’ in Jeroen Willems’ toneelspel: uitstraling, kennis (‘Wissen’) en energie. Hij had het allemaal.

Medium afbeelding 10

Nogal wat toneelspelers doen hun werk met de raadselachtige gelaatsuitdrukking: u moest eens weten wat er in mij allemaal omgaat. Zo’n toneelspeler is Jeroen Willems nooit geweest. Je kunt hem als acteur goed ‘lezen’. Je kunt bij hem naar binnen kijken. Met mate natuurlijk. Maar ’t mag. In 1994 zag ik dat voor het eerst. Hij speelde in dat jaar mee in Perzen van Aeschylos, een oude tekst, door Theatergroep Hollandia. Regie voerden de ex-danser Johan Simons en de componist/slagwerker Paul Koek. Er werd gespeeld in een blauwselfabriek annex auto­sloperij ergens in de Zaanstreek. Een onherbergzame ruimte, goeie plek ook. In Perzen gebeurt niks. De tekst speelt midden in Stunde Null, na een oorlog die voor de protagonisten, de Perzen, verwoestend is afgelopen. De totale vernietiging wordt geïncasseerd.

Jeroen Willems speelde een bode die verslag doet van de veldslag. Het relaas van een orkaan vol bloeddorst en een mensenjacht waaraan geen einde lijkt te komen, een lijst feiten, een opsomming. De bode komt van ver, dus hij is doodmoe. Hij brengt slecht nieuws, dus hij is bang. Willems speelde dat allemaal zeer concreet. En in de muziek van de tekst (grondtoon: verbijstering, verdriet, klagen) dacht ik alles te horen én te begrijpen. Dat kan niet, maar het leek zo, daarom was het ook zo goed. Het onderscheid tussen de acteur Jeroen Willems en de naamloze figuur die hij citeerde en vormgaf, leek er niet te zijn. Ik heb daar met al mijn zintuigen wijd open naar zitten kijken en luisteren en wist me geen raad van geluk. Tot en met de allerlaatste zinnen: ‘Dat is de waarheid, een hoop laat ik achterwege van/ de rampspoed die een god neerslingerde op de Perzen.’ In dat laatste zinnetje zat een adem­haling, iets kleins, een zuchtje. Ik ben de kennismaking met dit grote toneelspelerstalent nooit vergeten.

De Maastrichtenaar Jeroen Willems doorliep in zijn geboortestad de toneelschool en Johan Simons was al tijdens de opleiding zijn richtinggevende leraar en regisseur. Willems speelde na de school zeker ook mooie rollen onder andere makers. Maar deze verlegen wroeter was gewoon beter op zijn plek op de locaties die Simons’ Hollandia voor haar toneelgebeurtenissen uitzocht. Zijn schoonheid zoekende en duivels uitpakkende acteerinstrumentarium groeide groter en sneller onder de hoede van de danser de trommelaar. Johan Simons en Paul Koek leerden hem de geheimen van hét werktuig dat de toneelspeler tot een levenstovenaar maakt, de ademhaling. Ze leerden hem muziek maken van tekst en daardoor het publiek directer te raken, omdat muziek zich altijd door alle kieren heen wringt. Zoals-ie het zelf eens formuleerde: ‘Je ziel ligt eerder op je tong. Alsof je die met je adem direct vanuit het middenrif omhoog optilt.’ Zo ontwikkelde Jeroen Willems de uitstraling en de energie die een groot acteur tot een groot acteur maken.

De kennis, de context, het weten wat je staat te doen – dat alles werd hem complementair aangereikt door de schrijvers en denkers die bij Hollandia de juiste stof voor het juiste tijdsgewricht vonden. Zonder iemand te kort te doen was dat in de eerste plaats dramaturg Tom Blokdijk, die voor de evolutie van het talent van Jeroen Willems van levensbelang is geweest. Blokdijk bedacht de projecten over de meedogenloosheid onder vertegenwoordigers van de maatschappelijke top, hun immorele kooksels en hun talloze slachtoffers. Projecten waarin Jeroen Willems zou excelleren: Twee stemmen (een collage alleenspraken van staatslieden, intellectuelen, topindustriëlen en criminelen, waarmee hij als jongejannende monologiseerder de halve wereld rondreisde) en De val van de goden, naar het scenario van Luchino Visconti voor zijn film The Damned, over de opkomst en de ondergang van de staalfamilie Krupp.

Aan het begin van deze eeuw heb ik met eigen ogen kunnen zien hoe die voorstelling voor een Duits publiek, gespeeld in vlekkeloos Duits, als een mokerslag aankwam. In Fall der Götter, in een hal aan (jawel) de Dachauer Strasse in München, keek men verbluft naar de met satanisch genoegen acterende Jeroen Willems binnen een krachtig ensemble waarin onder anderen ook Elsie de Brauw, Fedja van Huêt en Peter Paul Muller speelden. Daar is niet alleen de kiem gelegd voor het intendantschap van Johan Simons bij de Münchner Kammerspiele. Daar begon in feite ook de internationale loopbaan van de toneelspeler Jeroen Willems.

In 2004 bevestigde hij dat door zijn vaste acteerstek te verlaten en een riskant en eenzaam freelance-bestaan te beginnen. In dat jaar kreeg hij de Louis d’Or, de hoogste toneelprijs in Nederland. Voor twee vertolkingen in de twee grootste kamers van zijn talent. Om te beginnen voor La Musica twee van Marguerite Duras, dat hij dertien jaar daarvoor al met Betty Schuurman speelde in kleine kerkjes. Het stille, bittere, naar binnen gekeerde én razende relaas van een stukgelopen relatie. En voor Brel, de zoete oorlog dat hij bij Toneelgroep Oostpool maakte. Waarmee hij de deur wijd open zette voor de ongepolijste zanger die in hem huisde, klaar voor Monteverdi én Louis Andriessen. Daarnaast was de filmcamera ook nogal dol op hem. Close-ups op het gezicht van Jeroen Willems toonden haarscherp dat ook zijn filmhoofd muziek bleef maken. De ogen doen soms iets heel anders dan de mondhoeken, die complete mooie kop van Willems beweegt wéér een andere kant uit. We zijn in 2013 nog niet van hem af, hij heeft dit jaar veel voor de camera gestaan.

Zomaar, ineens, zoals dat gaat, zo razend­makend als het voor velen moet voelen, is hij nu weg. Op 3 december is de prachtige mens en de grote toneelspeler Jeroen Willems uit de tijd gevallen. Hij is maar vijftig jaar geworden.


Beeld: Evelyne Jacq/HH