Jesses

Soms moet ik wel een reuzehekel aan mezelf hebben. ‘t Kan gaan om karaktereigenschappen, om daden, om smoezen of bijvoorbeeld om ordinaire smaak.

Langer dan een secondetje of wat duurt de hekel niet, daarvoor ben ik veel te dol op mezelf.
Maar nu is er toch iets aan de hand. Ik heb een grote hekel aan draagbare telefoons.
Ik bedoel niet die domme dingen waarmee je door het huis kunt lopen en waarmee je eventueel nog honderd metertjes van je standplaats weg kunt lopen. Ik bedoel de echte draagbare mobiele telefoon. Je maakt mee dat die dingen rinkelen in restaurants of concertgebouwen en dat mensen dan schreeuwend gaan antwoorden. In de trein zit tegenwoordig bijna iedereen te gillen in zo'n kreng, zodat ik een cd op mijn draagbare speler moet doen om de telefoneerders niet te horen.
U begrijpt het al: ik heb sinds een paar dagen ook zo'n rotding. Ik heb het nodig. Niet om bereikbaar te zijn, want wat is er lekkerder dan a. onbereikbaar zijn, b. het niet afluisteren van een antwoordapparaat.
Ik heb het nodig om te kunnen bellen als ik totaal onthand op straat sta en geen kant meer op kan omdat mijn beentjes het niet meer doen. Voor andere doeleinden gebruik ik hem niet. Dat moet ook zo blijven.
Moge ik telefoonkarakter hebben.