Jet nijpels

Ze vond ouderen altijd al interessante mensen, en daarom werd de relatief jonge Jet Nijpels fractieleider van het Algemeen Ouderen Verbond. Of is zij toch de gewiektse carrieredame die op de trein sprong naar Den Haag? Intussen heeft ze met vrijwel iedereen ruzie en spat de partijtop uit elkaar.
MARTIN BATENBURG, de oprichter van het Algemeen Ouderen Verbond, is nota bene personeelschef geweest. Hij had dus beter moeten weten toen hij Jet Nijpels een jaar geleden de partij binnenhaalde. De doortastende, mediagenieke vrouw die in een mum van tijd aantrad als fractieleider, heeft vorige week samen met vice-fractievoorzitter Leo Boogaard het vertrouwen in de 76-jarige Batenburg opgezegd. Partijvoorzitter Batenburg, die met het AOV aan een tweede jeugd dacht te beginnen, dreigt het zoveelste slachtoffer van Nijpels’ ambitie te worden. Als het enige bestuurslid met nog een beetje politiek benul probeert zij haar machtsbasis stukje bij beetje te verstevigen.

Ed Nijpels heeft eens gezegd dat hij het jammer vond dat zijn schoonzus de VVD in Eindhoven had verlaten en voor de ouderenpartij de landelijke politiek was ingegaan. Maar ja, ze was nou eenmaal min of meer per ongeluk in de Tweede Kamer terechtgekomen - naar het kamerlidmaatschap had zij nooit gestreefd. Wie echter de politieke loopbaan van Henriette Maria Nijpels-Hezemans bekijkt, kan concluderen dat het toeval weliswaar een handje heeft geholpen om haar op het blauwe parlementsleer te doen belanden, maar tegelijkertijd dat ze zonder haar ambities nooit zover zou zijn gekomen. Jet barst van de ambitie, en die gaat gelijk op met de groei van haar politieke macht.
JET NIJPELS (Bergen op Zoom, 1947) werd in 1974 lid van de VVD. Een voor de hand liggende keuze voor de echtgenote van een goedverdienende apotheker, wiens broer het nog zou schoppen tot fractievoorzitter van de VVD. Een allerminst vrijzinnige representant van de gegoede middenstand, zo is ze ooit getypeerd. Ze beheerde de financiele administratie van het bedrijf van haar man tot ze in 1986 zitting nam in de Eindhovense gemeenteraad. Daar wist ze met haar eigengereide optreden de homogeniteit binnen de VVD-fractie danig te verstoren. Zozeer zelfs dat ze bij haar onvrijwillige vertrek na acht jaar met velerlei instemming werd uitgezwaaid als ‘een ongeleid projectiel dat vanaf een onverkiesbare plaats nog gevaarlijk kan zijn’.
De eerste aanvaring in de gemeenteraad deed zich voor in 1988, toen de dominante Nijpels samen met twee andere fractieleden een eigen wethouder trachtte te wippen. De steun van partijgenoot Frans Backhuijs en de VVD-afdelingsvoorzitter voor het slachtoffer kon niet verhinderen dat de man moest opstappen. Tussen Nijpels en Backhuijs kwam het niet meer goed: ze raakten in een ware concurrentiestrijd verwikkeld. Twee jaar later, tijdens en na de raadsverkiezingen, dongen beiden naar respectievelijk het lijsttrekkerschap en een positie als wethouder. Backhuijs won de eerstgenoemde prijs en werd lijsttrekker; de VVD-fractie in z'n geheel verloor echter de strijd om het wethouderschap. Het CDA en de PvdA kozen bij de onderhandelingen over de collegevorming uiteindelijk voor D66. Nijpels liet vervolgens zien dat ze niet zomaar opgeeft: zowel zij als Backhuijs kandideerden zich voor het leiderschap van de fractie. En weer won Backhuijs, met een stem verschil.
Met een volgende affaire, die rond gemeentesecretaris Wouters, heeft Nijpels zichzelf ten slotte in Eindhoven onmogelijk gemaakt. In 1993 spraken de gezamenlijke fractieleiders zich na overleg negatief uit over het functioneren van de invloedrijke secretaris Wouters. Alleen Jet Nijpels was het niet met hen eens. Kennelijk had ze geen moeite met de opeenstapeling van macht bij een persoon. Zij stond achter Wouters en vond het niet nodig dat zijn taken werden ingeperkt, een standpunt dat haar door de VVD-fractie zeer kwalijk werd genomen. Het afdelingsbestuur had onderhand zulke 'bezwaren’ tegen haar ontwikkeld dat ze geen plaats kreeg op de kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart 1994. 'Ze is te open en te recht voor zijn raap’, meenden de fractieleden.
Nijpels wist echter van geen wijken. Ze verklaarde de indruk te hebben dat ze haar werk erg goed deed en overwoog nog even een kort geding. In december 1993 verliet ze de fractie toch, maar niet nadat ze had laten weten dat tegen haar persoon was samengespannen. Het CDA had, zo zei ze, Backhuijs stiekem een wethouderschap aangeboden in ruil voor haar vertrek. Op de vraag of ze van plan was na de verkiezingen nog terug te komen, antwoordde ze het Eindhovens Dagblad: 'Ik heb voorlopig mijn buik wel vol van politiek.’
ZOALS HET EEN rechtgeaard politicus betaamt, heeft Jet Nijpels wel vaker uitspraken gedaan die het tegendeel waren van wat ze echt bedoelde. Na de gemeenteraadsverkiezingen van vorig jaar, waarbij het kersverse AOV vijf raadszetels in Eindhoven bemachtigde en zich plotsklaps manifesteerde als een partij met landelijke mogelijkheden, zei ze in de wieg gelegd te zijn voor lokale politiek en verder uberhaupt geen politieke aspiraties te koesteren. Bovendien noemde Nijpels Batenburg meermalen het gezicht van de partij. 'Het zou vreemd zijn als hij niet de landelijke lijsttrekker werd’, zei ze stellig. Zij was, zo zei ze, alleen bij het AOV gehaald vanwege haar 'niet onduidelijke mening’ en haar 'politieke behendigheid’.
Martin Batenburg trok Nijpels in eerste instantie aan als politiek adviseur van het AOV. Hij had het verbond in 1993 opgericht, toen voormalig minister van WVC Hedy d'Ancona aankondigde op de bejaardenoorden te gaan bezuinigen. Nadat de gepensioneerde personeelschef van Philips van opperbaas Frits een startkapitaal kreeg toegezegd, was zijn partij een feit. Herstel van normen en waarden, erkenning voor ouderen en verbetering van bejaardenzorg en -voorzieningen stonden op het program. De normaliter vrij heldere Nijpels heeft haar overstap van VVD naar AOV met weinig meer toegelicht dan vaagheden als 'het wordt tijd dat iemand voor de ouderen opkomt’. Even leek het erop dat ze weer in de gemeenteraad zou komen, maar oud-r VVD'er Theo den Ouden passeerde haar op de lijst. Batenburg besloot dat Jet het beste lijstduwer voor de landelijke verkiezingen kon worden. Hijzelf bereidde zich voor op een eventueel kamerlidmaatschap.
Ondertussen lazen Batenburg en Nijpels koortsachtig cv’s van belangstellenden om op basis daarvan de kandidatenlijst voor de verkiezingen samen te stellen. Toen het AOV echter tot haar eigen verrassing zes kamerzetels behaalde in de kamerverkiezingen, zag Batenburg 'om medische redenen’ ineens af van het fractievoorzitterschap in Den Haag. Een 'sterke, doortastende vrouw’ moest die functie op zich nemen: Jet Nijpels.
Sindsdien is het AOV voornamelijk in het nieuws gekomen door de talloze conflicten binnen de partij. Dat is niet per se de schuld van Nijpels; het verbond kampt met een aantal hardnekkige kinderziekten en een kader van eigenwijze ex-managers. Tegen De Groene zei de fractieleider vorig jaar dat ouderen goed in de politiek passen 'omdat ze geen carriere meer hoeven te maken’. Dat idee bleek uitermate naief. Al na een paar maanden kreeg Nijpels ruzie met solist Theo Hendriks. Nadat hij uit de partij was gezet, ging hij in zijn eentje door in de Tweede Kamer. Zijn geforceerde vertrek tastte Nijpels’ macht enige tijd aan. Hendriks achtte haar niet deskundig: 'Ze is wispelturig, eigengereid en hoogst onzeker.’
De kwestie-Hendriks werd een zwerende wond die het AOV vergiftigde en polariseerde. Inmiddels zijn een bestuurslid en een fractielid opgestapt en heeft Nijpels het met verschillende partijgenoten aan de stok gehad. De achterban heeft het AOV de bestuurlijke chaos en het gebrek aan houtsnijdende politieke standpunten nog niet aangerekend. Bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten won het verbond wederom, dit keer met 33 zetels.
HET AOV IS ZOWEL een gat in de markt gebleken als de redding van Nijpels’ politieke carriere. De oprichting van die partij kwam voor haar precies op het juiste moment. Ze heeft tot nog toe goed geprofiteerd van de bestuurlijke voorsprong op haar partijgenoten, ook al blijkt een achtergrond van acht jaar gemeenteraadslidmaatschap nog niet voldoende om succesvol een fractie te leiden. In geen enkele andere partij had de intelligente maar oncooperatieve Jet waarschijnlijk zo hoog kunnen klimmen.
Ondanks haar leeftijd - Jet kan met haar 47 jaar toch echt niet tot de oudjes worden gerekend - maakte Nijpels tijdens de Tweede-Kamerverkiezingen als bejaardenbeschermer meer indruk dan publiekslieveling Erica Terpstra. 'Ik ben bevlogen geraakt’, verklaarde de lijsttrekker. 'Ze is op de trein gesprongen die richting Den Haag gaat’, meenden vroegere fractiegenoten uit Eindhoven. De beschuldigingen van opportunisme aan haar adres schuift ze tot op de dag van vandaag verontwaardigd terzijde. Maar als Nijpels geen opportunist is, heeft ze haar sociale bewogenheid in het algemeen en haar sympathie voor 65-plussers in het bijzonder tot vorig jaar goed verborgen weten te houden. Degenen die met haar in de gemeenteraad hebben gezeten, zeggen dat ze Nijpels nooit op een speciale medemenselijke bevlogenheid konden betrappen. In de raad ging haar voorkeur uit naar ruimtelijke ordening en stedebouwkunde.
Ooit zei ze over zichzelf: 'Vanaf de vierde klas van de middelbare school bemoeide ik me al met oude mensen. Ik ging met ze naar het bos om spelletjes te doen of las ze voor. Ik vind oudere mensen interessant.’ Een weinig overtuigende drijfveer voor een fractievoorzitter van een ouderenpartij.