Karlijn Stoffels, Koningsdochter, zeemanslief

Jeugdroman. Over leven en liefde

Karlijn Stoffels

Koningsdochter, zeemanslief

Querido, 122 blz., € 12,50

Koningsdochter, zeemanslief van Karlijn Stoffels is een sprookjesachtige vertelling voor jong en oud over de schoonheid en droefenis van liefde. In elf aan elkaar geregen melancholieke verhalen die suggereren dat ze op oude volksoverleveringen be rusten, bezingt Stoffels de romantische liefde tussen man en vrouw, de nimmer aflatende liefde van een zoon voor zijn moeder, de verstikkende liefde van een moeder voor haar zoon, het gebrek aan liefde van ouders voor hun koningsdochter, de diepe liefde van een timmermansdochter voor een zeeman, de eeuwige liefde van die zeeman voor de zee en zijn havenliefjes en hoe de liefde onze levenskoers naar willekeur bepaalt.

Smartzanger Bennik, zoon van doofstomme ouders, vertelt deze liefdesgeschiedenissen. «Hij zingt op begrafenissen en bij mijnrampen, na overstromingen en bosbranden, en overal waar mensen behoefte hebben aan de troost die rouw heet.» Benniks betoverende stem, die de mensen diep beroert, roept de aangrijpende levens verhalen over de gestorvenen op, door Stoffels oorspronkelijk verwoord in korte beeldende zinnen, die het sprookjesachtige tijdloze karakter van Koningsdochter, zeemanslief prachtig passen.

Dat Bennik «alle smart van de mensen kon doorgronden en uitzingen» komt door zijn onverwerkte verdriet om zijn over leden mooie, doofstomme moeder, die hij na zijn vaders dood, als enige, nooit met zijn zangstem heeft kunnen troosten. Benniks verdriet drijft hem oostwaarts, weg van de kust, zijn geboortestreek. Want «de geur van de duinrozen herinnert me aan mijn moeder», vertelt Bennik, «het dreunen van de branding doet me pijn en de aanblik van mosselbanken en witte schuimkoppen laat mijn hart bloeden zoals het scherpe helmgras dat je vingers opensnijdt».

Terwijl Bennik het oosten beproeft, trekt de vrolijke, harmonica spelende Mitoe, dochter van liefdeloze bekvechtende ouders die besmet zijn met «de woordpest» – een van Stoffels’ treffende woordvondsten – westwaarts. Mitoe hoort de verhalen over de smartzanger met «zijn droevige zwarte ogen», die, toevallig of niet, zijn geboortedag met haar deelt. Het inspireert haar te dromen over «de dag dat zij en Bennik samen door de wereld zullen trekken, hij om mensen te troosten met zijn smartzangen en zij om ze te laten dansen en zingen». Of Mitoe en Bennik daadwerkelijk voor elkaar zijn bestemd weet alleen Stoffels.

Koningsdochter, zeemanslief getuigt van het authentieke verteltalent van Stoffels, die naam maakte met geëngageerde realistische jeugdboeken als Mosje en Reizele – haar debuut over twee joodse kinderen in de Tweede Wereldoorlog – en Een-nul voor de autisten. Maar met Koningsdochter, zeemanslief bewijst Stoffels dat ze ook een meester is in het schrijven van folkloristische fantasieën.

De taal bepaalt bij Stoffels het soort verhaal. De poëtische repeterende zinnen in Koningsdochter, zeemanslief en Stoffels’ bon di ge informatie over tijd, ruimte en personages prikkelen de verbeelding en harmoniëren prachtig met het idee van een oude volks vertelling waarin de tragiek van leven en liefde wordt bezongen. Luister en be wonder.