Jeugdwerkvakantiewet

Met een pennestreek de jeugdwerkloosheid oplossen. Dat was het doel van de Jeugdwerkgarantiewet. Maar drie jaar na de invoering zitten nog steeds duizenden jongeren thuis of zwerven over straat.

BEN PIETERSE is een van de laatsten der Mohikanen. Jongerenwerkers van 48 jaar bestaan bijna niet. In de grote steden houden jongere collega’s het gemiddeld anderhalf jaar uit. Maar al is hij een oude rot in het vak, toch stond deze medewerker van Jongerenwerkwinkel Oude Noorden in Rotterdam vorig jaar raar te kijken toen hij van plan was om met tien jongeren van het pre- JWG-project af te reizen naar Zierikzee voor een zeilweek. Er kwamen maar zeven jongeren opdagen. Twee bleken er inmiddels in de gevangenis te zitten en een in een internaat. ‘We hebben in ieder geval de juiste doelgroep’, concludeerde de Rotterdammer nuchter.

Sinds 1 september 1994 bestaat er naast alle projecten voor gesubsidieerde arbeid een nieuw fenomeen: het JWG-voortraject. Bestemd voor jongeren die niet kunnen of willen, maar wel moeten werken. De JeugdWerkGarantiewet (JWG) verplicht schoolverlaters die meer dan een half jaar werkloos zijn, tot het aanvaarden van een 32-urige baan. Bij de plantsoenendienst, in de ouderenzorg of in een bibliotheek bijvoorbeeld. Vaak tot tevredenheid van werkgever en jonge werknemers. Maar regelmatig ook niet: ruim een kwart van de Rotterdamse deelnemers is in 1994 ontslagen of bleef zelf weg.

Onderzoeker Henk Spies kwam vorig jaar tot de conclusie dat ongeveer duizend jongeren die wel tot de doelgroep van de JWG behoren, er niet in zit. Deze ‘jongeren in de mist’, zoals hij ze noemde, zijn uit de JWG vertrokken of hebben zich er nooit voor aangemeld. Ze hebben vaak geen uitkering, wonen bij ouder(s) of familie of zwerven rond. Het is deze groep die veel overlast veroorzaakt. Ze staan in groepjes op pleinen, hangen in coffeeshops en bezondigen zich (noodgedwongen) aan kleine criminaliteit.

Volgens Spies, die de jongeren opzocht en interviewde, is voor de meerderheid (kleine) criminaliteit een ‘normaal’ verschijnsel in het dagelijkse leven. Een jongen: ‘Toen ik net op straat kwam, dacht ik dat het wel goed zou gaan. Maar de laatste tijd gebeuren er steeds gekke dingen. Dat wil ik niet, maar het gebeurt… verveling, geldgebrek, de verkeerde vrienden…’

De veroorzaakte overlast door JWG-uitvallers en -weigeraars heeft zeker meegespeeld bij de wetswijziging die het voortraject mogelijk maakte. Voor gemeentebestuurders was het misschien wel de hoofdreden om met de projecten te starten. ‘Bij ons in het Oude Noorden vormden problemen op een plein de directe aanleiding om als eerste met een project te starten’, vertelt jongerenwerker Pieterse. Voor het jongerenwerk - waar het laatste decennium zwaar op bezuinigd is - vormde het project eindelijk weer eens een nieuwe financieringsbron: ‘Onder de noemer arbeid kan je tenminste weer geld lospeuteren.’

Ruim drie maanden trok Pieterse met de eerste experimentele groep op. Daarbij gebruikte hij dezelfde technieken als die hij al sinds jaar en dag in het buurthuis toepast: luisteren, motiveren en bijsturen. Tijdens de zeiltocht aan het begin van het project moesten drie Marokkanen, een Turk, een Kaapverdier, een Hindoestaan en een Nederlander tot een hechte groep jongens gesmeed worden. Alleen jongens, want meisjes hadden zich niet aangemeld. Ze veroorzaken bovendien geen zichtbare overlast en hebben daarom volgens Pieterse geen prioriteit. ‘Voor de eerste keer van mijn leven dat ik heb gevaren en het beviel mij heel goed. De jongens hier kunnen perfect met elkaar opschieten en dat is het belangrijkste’, schreven deelnemers en ‘chefkoks’ Randy en Adalberto in het logboek.

Terug in Rotterdam moeten de jongens echt aan de slag. Ze krijgen hun vergoeding van 328 gulden in de maand tenslotte niet voor niets. Vier ochtenden in de week wordt er gesport in het sportcentrum van de politie. Voetbal, basketbal, mountainbiken, klimmen en afdalen op de steile wand. Alles kan. Alleen de kantine van het complex blijft verboden terrein. De leden van de arrestatieteams van de politie hebben weinig zin om door de jongens op straat herkend te worden.

Het middagprogramma valt door een fout in de planning grotendeels in het water. De basiseducatie heeft geen docent beschikbaar voor de cursus sociale vaardigheden. Pieterse vangt het gedeeltelijk op. Soms wordt er werkervaring opgedaan door een plein op te ruimen. Daarnaast praat hij veel met de jongens. Zijn vermoedens en de conclusies van Spies ziet hij bevestigd: het gaat vaak om jongeren met - in jargon - meervoudige problemen. Drugs- en gokverslaving, een moeizame band met ouders, schulden, mishandeling. ‘Het is niet misselijk wat je voor je kiezen krijgt’, vertelt hij. ‘Het is soms al op hele jonge leeftijd misgegaan. Op de lagere school vertoonden ze al afwijkend gedrag. Dat werd ook wel opgemerkt, maar meestal gebeurde er niets.’

Als je maar luistert, is er met de jongeren nog heel wat te doen, meent Pieterse. ‘Een jongen wilde bijvoorbeeld dierenarts worden. Dat is natuurlijk niet realistisch. Maar als je er serieus op in gaat, en vertelt dat hij misschien het beste eerst wat ervaring kan opdoen als assistent op een kinderboerderij, dan staat hij daar best voor open.’ Niet alle wensen konden gehonoreerd worden. Pieterse: ‘Eentje wilde graag Duits en Frans leren. Toen ik wat doorvroeg, bleek dat dit handig was voor zijn werk als drugsrunner. Daar kunnen we natuurlijk niet aan meewerken.’

ZIJN ZE IN ROTTERDAM druk bezig met projecten voor de ‘jongeren in de mist’, in Amsterdam komt men daar nog lang niet aan toe. Hier zijn de zogenaamde ‘lege contracten’ het grote probleem. Officieel werken bij de JWG in de hoofdstad zestienhonderd mensen, maar hiervan zijn er slechts zevenhonderd daadwerkelijk aan de slag. Daarnaast staan er nog eens zeshonderd jongeren op een - door de wet niet toegestane - wachtlijst. De negenhonderd werkloze JWG'ers kosten de gemeente zo'n miljoen gulden per maand. Want met dezelfde wetswijziging die het voortraject mogelijk maakte, werd ook bepaald dat het Rijk niet meer de salarissen betaalt voor jongeren die langer dan drie maanden een leeg contract hebben.

Met alle macht probeert men nu in Amsterdam om zoveel mogelijk JWG-plaatsen te creeren. De klussendiensten schieten als paddestoelen uit de grond. Het voortraject wordt ook hier ingezet, maar anders dan in Rotterdam. Een jongerenwerker in De Pijp die veel met Marokkaanse jongeren werkt: ‘Als ik jongeren doorstuur naar de JWG, komen ze meestal terug met een leeg contract. Ik heb geloof ik nog niet meegemaakt dat iemand daadwerkelijk aan de slag kwam. Wat ik nu sinds kort merk, is dat sommigen het predikaat “voorfase” krijgen terwijl ze best zo aan het werk kunnen. Ik denk dat ze de instroom beperken om zo min mogelijk kosten te maken.’

In de hoofdstad bestaat geen zicht op hoeveel jongeren niet door de JWG-organisatie bereikt worden. Toch kunnen dit er duizenden zijn. Uit enquetes die door het bureau O+S zijn gehouden voor het onderzoeksrapport Jeugd in Amsterdam 1994 komt naar voren dat negenduizend jongeren in de leeftijdscategorie 19 tot 25 jaar langdurig werkloos zijn. Het grootste deel van de groep tot 22 jaar zou in de JWG moeten zitten.

ONDANKS ALLE organisatorische chaos bij de uitvoering van de JWG in Amsterdam - nergens in het land bestaan er wachtlijsten en zoveel lege contracten - is een aspect goed geregeld: het contact met de politie. Er bestaat bij bureau Maatwerk, de uitvoeringsorganisatie van de JWG, een lijst van jongeren die bij de politie bekend zijn. Vermeld staan naam, adres (zonder postcode) en het misdrijf. Bijvoorbeeld roofoverval, inbraak of verkrachting. Haakjes er omheen betekenen dat het slechts om een verdenking gaat. Een woordvoerster van Maatwerk bevestigt het bestaan van de lijst, al weet ze niet zeker of de misdrijven erop staan. Ze ontkent dat de lijst gebruikt wordt om bij bepaalde banen na te gaan of iemand er wel geschikt voor is. ‘Voor bijvoorbeeld een JWG-baan bij de politie vragen we net als andere werkgevers een bewijs van goed gedrag.’ In de zomer van 1994 heeft Maatwerk de politie om de lijst verzocht. ‘Want we weten dat we niet alle jongeren bereiken. Niet iedereen staat bij arbeidsbureau of sociale dienst ingeschreven. We hebben deze jongeren aangeschreven om ze op de JWG te wijzen.’

Raadselachtig blijft waarom de lijst nu nog steeds circuleert. Politiewoordvoerder Klaas Wilting bevestigt dat het Tienerteam, speciaal opgericht om de jeugdcriminaliteit te bestrijden, aan iemand van Maatwerk zo'n vertrouwelijke lijst heeft gegeven: ‘Want wij willen dat deze jongeren uit de criminaliteit komen en aan het werk gaan.’

De Registratiekamer, die toezicht houdt op wetgeving bij persoonsregistraties, laat desgevraagd weten deze handelwijze ‘niet verantwoord’ te vinden en dat de Amsterdamse politie ‘heel wat uit te leggen heeft’. Een constatering die Wilting schouderophalend afdoet met: ‘Dat is dan maar zo.’

TERUG NAAR ROTTERDAM en de uitvoering van de JWG. Waarbij, ondanks alle moeilijkheden, niet vergeten mag worden dat voor een grote groep jongeren - degenen die willen en kunnen - deze wet wel geschikt is. Landelijk hebben bijna twintigduizend jongeren een werkervaringsplaats. De meerderheid is over het algemeen tevreden. Er wordt alleen luid geklaagd over de lage beloning - rond de zevenhonderd gulden. Het werk bevalt meestal goed. De jongeren krijgen meer zelfvertrouwen, fleuren vaak helemaal op. ‘Het goede is dat ze niet aan hun lot worden overgelaten’, zegt jongerenwerker Ben Pieterse. ‘Vroeger gaf je ze een uitkering en dan was je er vanaf. Nu stap je naar ze toe.’

‘Soms vinden ze het hier zo leuk dat ze niet meer weg willen’, weet beleidsmedewerkster Corrie Haasdijk van de Jongerenpool Rotterdam Werkt. Nu is dat weggaan sowieso een probleem. Dat lukt niet zo goed, hoewel de wet juist hiervoor bedoeld is. Jongeren zouden door werkervaring meer kansen hebben op de arbeidsmarkt.

In Rotterdam hebben vorig jaar zestienhonderd jongeren in de JWG gezeten, waarvan er elfhonderd daadwerkelijk aan de slag waren. Hiervan vonden er vervolgens slechts tweehonderdtwintig regulier werk bij overheid of bedrijfsleven. ‘En dan weten we niet of ze ook daadwerkelijk hun baan hebben gehouden’, stelt Haasdijk. ‘Vooral in het bedrijfsleven kan het voorkomen dat iemand binnen twee maanden weer op straat staat. Vaak mogen ze dan niet terugkeren naar de JWG omdat ze dan geen werkloos schoolverlater meer zijn, maar een gewone werkloze van bijvoorbeeld 21. En dat is te oud. Voor sommigen is dat risico de reden om op hun JWG-plek te blijven zitten.’ Haasdijk erkent dat de uitstroom bij haar organisatie beneden de maat is. ‘We hebben zo verschrikkelijk veel energie gestoken in het vinden van JWG-plekken, dat de begeleiding naar regulier werk in de verdrukking is gekomen. Daar gaan we ons nu op richten.’

Over de voortrajecten is de Rotterdamse beleidsmedewerkster zeer positief. ‘De problemen die Henk Spies in zijn onderzoek beschrijft, zijn zo goed als achterhaald. We hebben nu al honderd plekken voor dit soort jongeren. Aan eind van het jaar zijn het er vijfhonderd. We gaan achter iedereen aan’, vertelt ze enthousiast. Om wat somberder te eindigen: ‘Maar ja, als mensen echt niet willen, dan houdt het natuurlijk op.’

MET HET PRE-JWG-PROJECT van Ben Pieterse is het na de zeiltocht als met de tien kleine negertjes gegaan. Van de overgebleven zeven jongeren zijn er drie afvallen. Een kreeg bij het sporten een gaatje in zijn long, een ander is naar de sociale werkvoorziening verwezen en nummer drie - de drugsrunner - moest naar de gevangenis. De overgebleven vier zitten nu weer werkloos thuis. Het project is in januari afgerond en Jongerenpool Rotterdam Werkt is nog op zoek naar een JWG-baan. Dat gaat niet altijd even makkelijk.

Ben Pieterse: ‘Voor die jongen die op een kinderboerderij wilde werken, heb ik inderdaad een plek gevonden. Maar ik had in zijn eindrapport geschreven dat een van zijn problemen was dat hij in z'n jeugd seksueel misbruikt was. Voor die boerderij was dat aanleiding om hem niet aan te nemen. Begrijpelijk misschien, slachtoffers worden soms weer daders, maar als begeleider zak je door de grond. Waarom geven ze zo'n jongen geen kans?’

Pieterse is inmiddels met een tweede groep begonnen. Beter voorbereid en met een beter programma. Misschien dat er nu minder uitvallers zijn. Zijn vier volhouders uit de eerste groep houdt hij nauwlettend in het oog. Pieterse: ‘Ik hoop dat twee of drie daadwerkelijk via de JWG aan het werk komen. Als dat niet lukt, krijg ik zelf ook een klap. Dan ben je echt voor lul bezig geweest.’

En ding wil de oudere jongerenwerker nog kwijt: ‘We zijn allemaal achter werk voor die gasten aan het aanjagen. Maar er is zo verschrikkelijk weinig werk. We knippen hier uit alle kranten de vacatures, hebben een directe computerverbinding met het arbeidsbureau. Maar er zijn bijna geen banen voor ongeschoold personeel. Ook het aantal JWG-plaatsen is niet onbegrensd. Het lukt ons nooit om iedereen aan het werk te helpen. Ik vind het dan onterecht dat we die groep zonder werk - die toch al vaak in de moeilijkheden zit - geen uitkering geven. Zo druk je ze nog verder in de puree.’