Popmuziek

Jew has Mick

Popmuziek: Rammstein, ‹Reise Reise›

Nederlanders, zo bemerkte de socioloog Chorus in de jaren zestig, hebben uitgesproken opvattingen over de Duitse taal. Die beoordelen ze onder meer als «bombastisch» en «toneelmatig».

Wie ooit een album van de Duitse metalband Rammstein heeft beluisterd, zal niet om dezelfde kwalificaties heen kunnen. Rammstein bestaat bij de gratie van het grote gebaar. De r van zanger Till Lindemann rolt zoals een r in de recente Duitse geschiedenis niet meer rolde, de live-shows waren al van stadionkaliber voordat de band de bijbehorende status had en de band flirtte opzichtig met wansmaak en perversiteiten. Geen platenbaas zal in de begindagen van Rammstein hebben vermoed dat de voor veel Europese bands als onneembaar beschouwde Verenigde Staten plat zouden gaan voor zes Duitsers die in hun eigen taal zingen. Maar nadat David Lynch muziek van de band gebruikte in zijn film Lost Highway gebeurde het. Het leverde vermakelijke verhalen op van Amerikaanse popjournalisten die duizenden landgenoten tijdens Rammstein-optredens «Jew. Jew has. Jew has Mick» hoorden zingen: de verbaal te ondersteunen interpretatie van «Du. Du hast. Du hast mich.»

Het is de combinatie van voordracht en muziek, samen bombast in het kwadraat, die Rammstein de speelruimte verschaft voor in een andere context onverteerbare kitsch. Op het derde album Mutter werd de moederliefde dermate plastisch bezongen en de vleselijke lust in zoveel onverteerbaar puberproza verwoord («Ich hab’ die Schlüssel/ Du hast das Schloss») dat alleen al het simpele gegeven dat de band ermee wegkwam bewondering afdwong. De leden van Rammstein konden zingen wat ze wilden, want binnen de werkelijkheid van hun idioom was alles geloofwaardig: dit was de glorie van de vorm.

Op Reise Reise gebruikt Rammstein die speelruimte ten volle. Voor een vervolgde zoektocht naar de mate waarin dit muzikaal kader zoetsappigheid toelaat (en die mate is hoog, bewijst de valse tranentrekker Ohne dich), maar nu ook voor prikkelendere bespiegelingen. Tussen het tergend simplistische anti-Amerikanisme dat veel alternatief getinte rockbands zeker in dit verkiezingsjaar uitdragen, is het We’re All Living in Amerika, Amerika ist wunderbar van een groep uit Oost-Berlijn een verademing, omdat het juist de ambivalentie in alle opvattingen en gevoelens over de Verenigde Staten verwoordt. Niet minder genuanceerd en juist daardoor provocatief is de eerste single Mein Teil, waarin Lindemann zoekt naar de uiterste vorm van verlatingsangst in de verhouding tussen de Duitse kannibaal Armin Meiwes en zijn slachtoffer wiens penis hij opat: «Du bist wass du isst.»

Lindemann overtreft zichzelf wanneer hij Goethes Erlkönig vertaalt naar de 21ste eeuw. De vader en zijn angstige kind, ze zitten nu niet meer op een paard, maar in een vliegtuig. «Der Mensch gehört nicht in der Luft», zingt Lindemann. De afloop is even tragisch als bij Goethe: het kind overlijdt. Gestikt door de vader die hem te stevig omhelsde. Dood uit liefde. In de logica van Rammstein: hetzelfde lot als de tafelgenoot van Meiwes.

Rammstein speelt op 4 en 5 november in Ahoy’, Rotterdam (uitverkocht)