‘We worden omringd door vijanden’

Jezidi-vrouwen. Bevrijd, en nu?

Nog altijd worden er jezidi’s bevrijd uit het afbrokkelende IS-kalifaat. De verkrachte vrouwen en meisjes worden in Noord-Irak liefdevol opgevangen door de gemeenschap. Maar een toekomst zien ze er niet.

Medium anp 46165454
11 augustus 2014. Jezidi’s op de vlucht voor IS © Rodi Said / Reuters / ANP

De zweetdruppels staan op ieders voorhoofd, behalve op dat van Jihan. Het zestienjarige meisje leunt bewegingloos tegen het betonnen muurtje in een hoekje van de snikhete tent, de dikke deken tot onder haar kin opgetrokken en slaappillen binnen handbereik. Opstaan kost moeite. Wanneer ze het toch doet om wat familiefoto’s te pakken, strompelt ze zwaar ademend naar de kast. Haar joggingpak zwabbert om haar frêle lijf. Ze is minstens tien kilo lichter dan toen ze drie jaar geleden door Islamitische Staat (IS) werd ontvoerd.

‘De dokter zegt altijd dat ik het verleden zo snel mogelijk moet laten rusten, dat ik niet meer aan IS moet denken, omdat het zoveel jezidi’s is overkomen. Maar hoe kan ik het vergeten? Zelfs als ik slaap droom ik nog over wat ze met ons deden’, zegt Jihan. Ze toont een oude familiefoto waar zij en haar zus Jameela op staan. De zussen zijn gekleed in sportkleding, dragen hun haren in een paardenstraat en hebben allebei een pet op. Ze lachen.

Jihan zegt niks, maar haar ogen spreken boekdelen: ooit waren ze gelukkig. Nu is ze ziek, eet ze amper en slaapt ze hele dagen op het bruin gebloemde matras in de tent. Sinds haar bevrijding lijdt ze aan verlammingsverschijnselen, momenten waarop ze instort en bewusteloos raakt. Daarom is het al weer de vierde keer dat ik Jihans tent opzoek aan de rand van Khanke, een jezidi-dorp nabij de Koerdische stad Duhok. Eerdere keren was ze geestelijk of fysiek niet in staat om bezoek te ontvangen.

In de verte staan duizenden tenten opgesteld, met daaromheen een ijzeren hek. In dit kolossale opvangkamp was geen plek meer voor ontheemden, dus weken de nieuwkomers uit naar een kale vlakte aan de overkant, waar ze met bakstenen, cement en tentzeilen zelf een onderkomen in elkaar zetten. Er wonen twintig vrouwen, samen met hun kinderen en grootmoeders. De meeste vrouwen en tieners zijn door IS als slaaf behandeld, verkocht, vaak jarenlang. Recentelijk werden ze bevrijd. Daarom wordt dit het Female Survivors Kamp genoemd.

Jihan vertelt niet graag over haar gevangenschap, maar volgens haar moeder werden Jihan en Jameela velen malen verkocht aan IS-jihadisten nadat de terreurgroep in augustus 2014 hun dorp Tel Qasab had bestormd. Moeder Laila, een veertigjarige vrouw die minstens tien jaar ouder lijkt, werd nooit verkocht: ‘Ze vonden mij te oud.’ Ze vertelt dat de jongste en mooiste meisjes er het eerst werden uitgepikt, vooral diegenen met lichte ogen en blond haar. Sommigen waren nog maar negen jaar. De oudere vrouwen werden vrijgekocht of gratis weggegeven aan strijders van de terreurgroep.

Elf leden van Jihans familie zijn inmiddels door smokkelaars bevrijd en teruggebracht naar Iraaks Koerdistan, een veilige haven voor ontheemden. De twaalfde, de vader van het gezin, wordt nog altijd vermist. Even leek het goed te gaan met Jameela, de zus van Jihan. Na haar ontsnapping trouwde ze al snel. Op een dag zei ze dat ze eten voor haar echtgenoot ging maken en liep naar de keuken. Eenmaal binnen sloot ze de deur van de caravan, overgoot zich met benzine en stak zichzelf in brand. Haar man probeerde de deur open te breken, maar het was te laat. Jameela overleed ter plekke aan haar verwondingen.

Laila, naar eigen zeggen een ‘simpele boerenvrouw’, ziet Jihan sinds de dood van haar zus steeds verder afglijden. ‘Ik wil naar mijn zus’, zei Jihan laatst. Laila maakt zich ernstig zorgen. ‘Ik kan het niet aan om nog een kind te verliezen. We kunnen niet eens een taxi naar het ziekenhuis betalen. Vóór IS waren we al arm, nu zijn we straatarm.’

Als Laila buiten gehoorsafstand aan het avondeten begint, bevestigt Jihan de angst van haar moeder. ‘Ik hoop mijn vader nog een keer te zien. Als blijkt dat ook hij gestorven is, wil ik niet meer. De dood zal alles oplossen’, zegt ze gelaten, en kruipt terug onder de dekens.

Hun geloof is ouder dan het jodendom, het christendom en de islam, maar voor 2014 had bijna niemand van de jezidi’s gehoord. In het noorden van Irak woonden drie jaar geleden zo’n 560.000 jezidi’s, waarvan 360.000 in het bergdistrict Sinjar. Wereldwijd zouden ze met twee miljoen zijn.

De jezidi-gemeenschap in Sinjar leefde al eeuwenlang samen met een kleiner aantal Arabische moslims. De relaties tussen de twee geloofsgroepen waren vriendelijk. Ze nodigden elkaar uit op feesten, kinderen gingen naar dezelfde scholen en ze kochten spullen in elkaars winkels. Sommige jezidi-families kozen er zelfs voor om de besnijdenis van hun zoon op de schoot van een invloedrijke moslimbuur, de kriv (peetoom of bloedbroeder), te laten plaatsvinden. Voor jezidi’s zijn rituelen altijd belangrijk geweest, maar dit was extra bijzonder; het zou levenslange vertrouwens- en beschermingsbanden tussen beide families creëren. Dat was hard nodig in een tijd waarin steeds meer Iraakse burgers klem kwamen te zitten in een spiraal van sektarisch geweld.

In juni 2014 begon Islamitische Staat aan een groot offensief in Mosul. Het Iraakse leger werd compleet overrompeld en nam de benen. Wapentuig van het Iraakse leger, veelal Amerikaans, kwam in handen van de jihadistisch-soennitische militanten. Binnen een maand had IS een derde van het land veroverd. Naast grote steden als Mosul, Tikrit en Baji werd ook de Iraakse stad Tel Afar ingenomen. De afstand tussen Sinjar en het zogenoemde kalifaat was nu slechts vijftig kilometer.

‘Ik hoop mijn vader nog een keer te zien. Als blijkt dat ook hij gestorven is, wil ik niet meer’

In eerste instantie vroegen de jezidi’s zich af of het niet beter was om weg te gaan. Maar het straatbeeld stelde gerust: de controleposten van de peshmerga van Masoud Barzani’s Koerdische Democratische Partij (kdp), de regerende partij van Iraaks Koerdistan, stonden overal. Het thuisland van de jezidi’s ligt in betwist gebied in de provincie Nineveh. Officieel heeft de centrale regering in Bagdad het er voor het zeggen, maar het waarborgen van de veiligheid was een taak van de Koerden, die het gebied graag willen hebben. De peshmerga genoten een onberispelijke reputatie. De jezidi’s geloofden dan ook dat ze goed beschermd werden.

De tweede dag van augustus was een dag als geen andere. Jihan, de op één na oudste dochter uit een arme boerenfamilie, had net haar basisschool afgerond. Zoals altijd bracht ze de dag door met Jameela. De zussen waren twee handen op één buik, droegen dezelfde kleding en deelden alles. ‘Wat van mij is, is van jou’, zeiden ze steevast tegen elkaar. Het was een zonnige zomerdag die midden in de schoolvakantie viel. Kinderen speelden op straat, moeders maakten eten en families gingen bij elkaar op bezoek. Sommige vaders hadden een dag vrij genomen zodat ze extra tijd met hun gezin konden doorbrengen. Toen de duisternis over Sinjar viel, gingen de families op huis aan. Geen van allen had verwacht dat het leven dat ze kenden een paar uur later nog slechts een herinnering zou zijn.

In verschillende delen van Iraaks Koerdistan spreek ik overlevenden van de genocide. De verhalen van de slachtoffers beginnen allemaal hetzelfde: Da’esh, zo noemen ze IS, kwam als een dief in de nacht, toen de bewoners nog lagen te slapen. De peshmerga waren plotseling vertrokken, waardoor IS amper op verzet stuitte. De Koerdische autoriteiten zeiden later dat ze compleet werden overrompeld, maar de jezidi’s zijn sceptisch. Hoe konden de peshmerga weggaan zonder te vechten? Zonder op z’n minst de jezidi-leiders te waarschuwen?

Toen de jezidi’s erachter kwamen dat ze er alleen voor stonden, pakte een aantal zelf de wapens op. Hierdoor werd in delen van Sinjar tijd gerekt, waardoor families konden vluchten, maar vanwege een gebrek aan wapens en munitie hielden ze het niet lang vol. Auto’s vol IS-strijders, zwaaiend met zwart-witte vlaggen, reden in de vroege ochtend de dorpen in. Al snel bleek ook dat een deel van hun Arabische buren, met wie ze jarenlang samenwoonden, collaboreerde met de terreurgroep. Zij adviseerden bewoners de witte vlag te hijsen, hun huizen niet te verlaten en zich te bekeren tot de islam. Familieleden, vrienden en kennissen in het noorden van Sinjar kregen alarmerende telefoontjes uit het zuiden: ‘Vertrek snel! De peshmerga zijn weg en Da’esh is hier’, waarschuwden ze.

Vluchtende bewoners werden onderweg door IS-strijders tegengehouden. Degenen die wisten te ontkomen, vluchtten naar Iraaks Koerdistan of richting de bergen. Op de berg Sinjar verzamelden zich tienduizenden jezidi’s, niet wetende dat er pas dagen later hulp zou komen. Zonder eten of drinken stierven velen een uitputtingsdood. Ook jezidi’s die beneden door IS werden ingesloten wachtte het noodlot. Vrouwen en kinderen werden gescheiden van de mannen. De mannen werden meestal gedood en in massagraven gedumpt.

IS was niet alleen gekomen om te moorden, maar ook om de slavernij weer in te voeren. En de jezidi’s waren oorlogsbuit. IS kidnapte in totaal 6470 vrouwen en kinderen. Zij werden eerst verzameld in grote gebouwen in Sinjar en vervolgens ondergebracht in een school in Tel Afar of de Badoush-gevangenis in Mosul. De jongste en mooiste maagden werden het eerst gekozen door IS-strijders die mee hadden gedaan aan de operatie in Sinjar. ‘Een van de mannen die Jihan meenamen, kenden we persoonlijk. Het was een moslimman genaamd Abdallah. Hij had een winkel in Sinjar, niet ver van ons huis. Abdallah kocht Jihan voor hemzelf en haar nicht voor zijn neef’, vertelt Laila. Jihan en Jameela waren dertien en vijftien jaar toen ze samen met andere meisjes werden meegenomen uit de gevangenis. Hun moeders raakten in paniek. ‘We schreeuwden, gilden en smeekten ze om onze meisjes niet mee te nemen, maar IS luisterde niet. Ze sloegen ons met kabels en gaven ons amper te eten. We kieperden zelfs vuilnisbakken omver om er broodresten uit te halen.’

De jezidi’s werden in groepen gedeeld: kinderen, ongetrouwde vrouwen en meisjes, getrouwde vrouwen en oudere vrouwen. IS vervoerde hen als vee naar steden als Mosul en Raqqa, waar ze werden verkocht op slavenmarkten of werden opgesloten in bordelen. De jezidi’s moesten ordinaire kleding aantrekken en werden opgemaakt door vrouwelijke IS-leden. Via Whatsapp-groepen en andere sociale-mediakanalen werden foto’s voorzien van naam en leeftijd verspreid. ‘We gaan jullie kopen en verkopen. Dat verdienen de kafir (ongelovigen – red)’, schreeuwden de militanten continu.

Ook getrouwde vrouwen werden als slaaf verkocht. Khazal, een 24-jarige vrouw met een lichtgebruind gezicht en amandelvormige ogen, zat tweeënhalf jaar gevangen. Op de vraag hoeveel mannen met haar ‘getrouwd’ waren, kan ze geen antwoord geven: ‘Het waren er veel.’ Net als andere jezidi’s gebruikt ze woorden als ‘trouwen’ en ‘samenzijn’ om aan te geven dat ze is verkracht.

Sommige strijders woonden permanent in het slavenhuis in Raqqa. Anderen kwamen speciaal langs om vrouwen en meisjes te kopen, herinnert Khazal zich. ‘De nachten waren het ergst, je wist nooit wie ze die nacht zouden uitkiezen om te verkrachten. Weigeren kon niet, dan werden we geslagen met houten stokken. Ze sloegen ons ook als we onderling Koerdisch spraken’, vertelt ze, zittend in haar tent in het Female Survivors Kamp terwijl haar zoontjes van vier en vijf jaar in en uit rennen.

Na drie maanden in het slavenhuis werden Khazal en haar kinderen verkocht aan een strijder uit Saoedi-Arabië die al twee vrouwen had. Als hij alleen met haar wilde zijn, werden de kinderen naar buiten gejaagd. ‘Na de verkrachting kon ik me niet eens wassen, zijn vrouwen hadden expres de douchespullen weggehaald’, zegt ze. Dagelijks moest ze in haar eentje het kolossale huis schoonmaken, zelfs de boel verhuizen, totdat ze van uitputting in elkaar stortte.

De vrouwen van IS-strijders hadden geen medelijden met de jezidi’s. Ze participeerden zelfs actief in de slavernij door hen te vernederden en te treiteren en dag en nacht (zware) huishoudelijke klussen te laten verrichten, vertellen de ontsnapte vrouwen. ‘Sommigen waren nog erger dan hun mannen’, zegt Beri (24), een buurvrouw van Khazal. Ze heeft een vermoeide blik en een vale huid en geeft aan wel dagen nodig te hebben om haar verhaal te doen.

‘Abdallah had een winkel in Sinjar, niet ver van ons huis. Hij kocht Jihan voor hemzelf en haar nicht voor zijn neef’

Beri’s eerste verkrachter noemde zichzelf Abu Abdulrahman. Hij was een Saoediër die haar gratis kreeg door een lootje met haar naam te trekken tijdens een door IS georganiseerde loterij. Sarah, zijn Syrische vrouw, wilde Beri in eerste instantie niet in het huis hebben. Ze was jaloers. ‘Ze schreeuwde dat ze hem zou vermoorden als hij die vieze kafir aan zou raken’, zegt Beri, ‘waarop hij zei dat het geheel volgens de regels van de islam was om seks te hebben met een slaaf. Ze vertrok naar haar ouders, maar helaas keerde ze al snel terug.’ Abu Abdulrahman sloeg en verkrachtte haar om de haverklap. Als hij niet thuis was, werd ze door zijn vrouw getreiterd. ‘Op een dag zag ik geen andere uitweg meer; ik sneed mijn polsen door. Maar ze vonden me op tijd en ik overleefde het.’ Na haar mislukte zelfmoordpoging werd Beri aan een Turkmeen uit de stad Tel Afar verkocht. ‘Ook hij “trouwde” met me. Slaan deed hij gelukkig niet.’

De terreurbeweging heeft er nooit een geheim van gemaakt de etnisch-religieuze gemeenschap als een zorgvuldig uitgekozen doelwit te zien. De jezidi’s houden er bijzondere rituelen en gewoonten op na. Ze eten geen sla, hanteren een kastenstelsel en bidden meerdere malen per dag naar de zon. Hierdoor worden ze ook wel ‘kinderen van het licht’ genoemd. Ze geloven in zeven aartsengelen, waarvan de belangrijkste Tawûsê Melek is. Deze pauwenengel weigerde te knielen voor Adam, voor een mens, waardoor hij volgens de jezidi’s juist slaagde voor Gods test. Jezidi’s geloven ook niet in de duivel, ze mogen het woord zelfs niet uitspreken. Maar veel moslims zien de jezidi’s als duivelsaanbidders omdat Tawûsê Melek overeenkomsten vertoont met de opstandige djinn Iblis (Satan) uit de koran.

Voordat IS een veroveringstactiek voor Sinjar uiteenzette, hadden hun shariastudenten onderzoek gedaan naar wat er met ‘duivelsaanbidders’ moest gebeuren. De conclusie? Jezidi’s komen niet in de koran voor. Het zou daarom volgens de regels van de sharia zijn om hun vrouwen en kinderen tot slaaf te nemen. ‘In tegenstelling tot bij de joden en de christenen was er geen ruimte voor het betalen van jizyah (een belasting in ruil voor bescherming – red)’, schreven ze in hun magazine Dabiq. ‘De tot slaaf genomen jezidi’s worden nu verkocht door soldaten van Islamitische Staat, net zoals de mushrikin (heidenen) werden verkocht door de metgezellen van de profeet Mohammed. Regels (voor de slavernij) worden in acht genomen, inclusief het verbod om moeders van hun jonge kinderen te scheiden.’

Behalve de slavernij was ook gedwongen bekering een tactiek om de jezidi-cultuur, -identiteit en -religie te vernietigen. Zo schrijft ene Umm Sumayyah Al-Muhajirah in een latere editie van Dabiq dat zij en andere IS-vrouwen dankbaar waren voor de dag dat de eerste slaven hun huis betraden. Ze ziet de slavernij als een gunst voor de jezidi’s, omdat zij in het zogenaamde kalifaat de ‘pure islam’ kunnen omarmen. ‘Sommigen zijn inmiddels opnieuw getrouwd in de rechtbanken van Islamitische Staat nadat ze moslim zijn geworden en de islam hebben gepraktiseerd’, vervolgt ze verheerlijkend.

Jezidi-vrouwen die zich bekeerden kregen meer privileges. Soms werden slaven zelfs vrijgelaten onder bepaalde voorwaarden, mits zij hun afkomst verloochenden, devote moslims werden en beloofden het kalifaat niet te verlaten. Trkew en haar drie jonge dochters werden bijvoorbeeld gezien als een martelaarsfamilie nadat haar laatste ‘echtgenoot’ omkwam bij een bombardement. ‘IS gaf me een huis, een uitkering van vierhonderd dollar per maand, een wapen en een bomgordel. Omdat ik de hele koran gelezen had, kreeg ik van de lokale rechtbank een document waarin stond dat ik vrij was, zolang ik niet probeerde weg te komen uit Islamitische Staat. Probeerde ik wel te ontsnappen, dan zouden ze me levend in brand steken’, vertelt de 27-jarige jezidi-vrouw.

Trkew stond jaren onder toezicht van een hooggeplaatste IS-sjeik. Hij bepaalde met wie ze moest ‘trouwen’ – ook na het ontvangen van de papieren – en drong erop aan dat ze de koran bestudeerde. Trkew, die in het begin al had gezien dat zelfs kleine meisjes werden verkocht aan IS-strijders, wist dat dit haar enige kans was om haar drie jonge dochters te behoeden voor een leven als seksslaaf. Ze zucht: ‘Ik heb veel slechte dingen geaccepteerd om mijn kinderen te beschermen.’ Onder druk van vrouwelijke IS’ers belde ze zelfs een keer naar haar familie om ze te vertellen dat ze moslim was geworden. ‘Mijn familieleden dachten dat ik gek was geworden. Zelfs mijn dochters zeiden dat ze niet terug wilden naar Sinjar, omdat “alle jezidi’s ongelovigen zijn”. Dat leerden ze op de lokale koranschool. Tot op de dag van vandaag denken ze nog dat Da’esh goed is.’

Ze toont een foto van drie kleine meisjes in niqaab, haar dochters. De foto is gemaakt in de straten van Raqqa. Dezelfde straten waar Trkew zag hoe mensen publiekelijk werden geëxecuteerd, waar ze met een bomgordel rondliep (‘zo wilde ik er een eind aan maken, maar iedere keer bedacht ik me’) en waar ze sprak met IS-vrouwen uit de hele wereld. Ze kwamen uit Marokko, Tunesië, Saoedi-Arabië en uit Europa. Veel van hen hadden zich aangesloten bij de vrouwelijke tak van de hisbah, de religieuze politie. Vrouwen die niet de juiste kleding aan hadden kregen zweepslagen van buitenlandse jihadistes, en vrouwen die werden beschuldigd van hekserij werden publiekelijk geëxecuteerd.

IS speelde in op hun grootste angsten. Ze zeiden bijvoorbeeld dat ze alle jezidi’s vermoord hadden of dat onteerde vrouwen toch nooit geaccepteerd zouden worden door hun eigen gemeenschap. ‘Ook ik was bang om verstoten te worden, omdat ik als moslim had geleefd’, zegt Trkew. Maar de hoop om haar moeder en man weer te zien overwon het van de angst. Toen ze gedwongen werd te trouwen met een lokale Turkmeen in Tel Afar hielp diens moeder haar te ontsnappen. De oude vrouw vond het maar niets dat haar zoon een slaaf had.

Het jezidisme is een gesloten religie. Zo mogen jezidi’s niet buiten de gemeenschap trouwen en kun je alleen als jezidi geboren worden. Kuisheid en eer staan hoog in het vaandel. Maagdelijkheid is erg belangrijk, zowel voor de vrouw als voor de man, echtscheidingen komen bijna niet voor en bekering is onder geen enkele voorwaarde toegestaan. Hoe gevoelig een eventuele bekering ligt binnen de gemeenschap bewijst de eremoord op Du’a Khalil Aswad. Het zeventienjarige jezidi-meisje was in 2007 weggelopen met haar Koerdische moslimvriendje en had zich vermoedelijk tot de islam bekeerd. Ze kreeg echter spijt en keerde terug, waarop ze werd gestenigd door haar neven. Beelden van het gruwelijke tafereel werden opgenomen door toeschouwers die, net als de politie, niet ingrepen. De video’s gingen de hele wereld over.

Dat zoveel jezidi-vrouwen verkracht en gedwongen bekeerd van IS terugkwamen, lag dan ook moeilijk binnen de samenleving. Aan de ene kant was er veel empathie, aan de andere kant golden er nog steeds ouderwetse regels. Volgens een vertrouweling barstte de Baba Sheikh, de geestelijk leider van de jezidi’s, in tranen uit toen hij in 2014 op de hoogte werd gesteld van het drama. Na een ontmoeting met een paar ontsnapte jezidi-meisjes, VN-vertegenwoordigers en jezidi-activisten raakte hij ervan overtuigd dat er iets moest gebeuren. Het duurde dan ook niet lang totdat de Baba Sheikh een officiële verklaring aflegde waarin hij de bevolking aanmoedigde om de vrouwen die door IS misbruikt waren te accepteren.

Medium anp 46165554
10 augustus 2014 © Ordi Sais / Reuters / ANP
‘Op een dag zag ik geen andere uitweg meer; ik sneed mijn polsen door. Maar ze vonden me op tijd en ik overleefde het’

De Baba Sheikh, wiens naam Khurto Hajji Ismail is, staat hoog in aanzien, maar is toegankelijker dan menig ander religieus leider. Ik spreek hem in een dorpje nabij Lalish, het Vaticaan van de jezidi’s, waar honderden bijeen zijn gekomen voor een festiviteit. Terwijl om hem heen schalen met rijst, kip en schapenvlees naar binnen worden gedragen, zit de Baba Sheikh in kleermakerszit tegen een muurtje van een tempel. Zijn witte baard lijkt samen te smelten met zijn spierwitte kledij. Voor jezidi’s is witte kleding een symbool van puurheid. ‘Het was niet hun keuze, ze werden gedwongen door IS. Het zijn nog steeds echte jezidi’s, onze familieleden, en ze horen bij de gemeenschap’, zegt hij. Ieder slachtoffer dat terugkomt, wordt persoonlijk door hem ontvangen. Lalish is de plek waar baby’s worden gedoopt en huwelijken worden ingezegend en waar de grond zo heilig is dat men er op blote voeten loopt. Maar sinds IS de jezidi’s aanviel is er een nieuw ritueel bij gekomen: dat van wedergeboorte. ‘Da’esh is erg slecht en smerig. Als de ontsnapte mannen, vrouwen en kinderen naar de tempel in Lalish komen, wassen ze zich met heilig water uit de tempel. Hierna zijn ze weer rein’, zegt de stokoude man.

Zijn woorden kregen weinig aandacht in het buitenland, maar voor jezidi’s waren ze cruciaal. Geruchten over verstoting zijn schaars, en eerwraak lijkt helemaal niet meer voor te komen. Leden van de gemeenschap spreken respectvol over de vrouwen en meisjes die terugkomen. Ook slachtoffers geven aan dat het nieuwe ritueel heeft bijgedragen aan hun reïntegratie.

De jezidi-gemeenschap was al hecht en gesloten, maar door het oorlogsleed is de onderlinge band alleen maar sterker geworden, zegt de Britse Ginny Dobson. Ze had veel meer individualisme verwacht toen ze begin dit jaar als psycholoog aan de slag ging in de ontheemdenkampen. ‘Maar toen kwam ik hier en zag ik dat vrouwen vriendschapskringen hadden opgebouwd, wat cruciaal is om te helen. Je kunt niet helen in een isolement’, aldus Dobson, die verbonden is aan de in Nederland opgerichte Free Yezidi Foundation. ‘Het is een collectieve samenleving. Nooit heb ik iemand vuil over de slachtoffers horen spreken.’

Het is een vraag die amper gesteld wordt: hoe gaan de mannen om met vrouwen en meisjes die door IS zijn misbruikt? ‘Jezidi-vrouwen worden weliswaar geaccepteerd, niemand zal ooit nog met hen willen trouwen. Ze worden daarom vaak gekoppeld aan hun neef’, vertrouwt een Koerdische hulpverlener ons toe. Maar de jezidi’s zelf wuiven dit soort opmerkingen weg. Ook slachtoffers treden in het huwelijk, mits ze eraan toe zijn, zeggen ze. De meeste jonge vrouwen blijken echter zo getraumatiseerd te zijn dat het huwelijk het laatste is waar ze aan denken.

Voor Bahjat (27) was het in ieder geval geen enkel probleem dat zijn vrouw Nahla (18) in IS-gevangenschap heeft geleefd. Bahjat was op slag verliefd toen hij haar zag lopen in het kamp. Een jaar geleden trouwden ze. ‘In het begin hield Nahla de boot af. Ze stribbelde tegen, zei dat ze door IS was verkocht. Ik zei dat het me niks uitmaakte, dat ik graag met haar wilde trouwen, en dat IS ook veel van mijn familieleden heeft gekidnapt en verkocht’, legt Bahjat uit. Hij kijkt verliefd naar zijn kersverse vrouw, die met hun pasgeboren dochtertje in de weer is in de tent, en voegt toe: ‘Natuurlijk zijn er ook conservatieve mannen die er moeite mee zullen hebben, maar ik niet, hoor.’

De meeste vrouwen die door IS tot slaaf werden genomen, hebben geen man meer. De mannen zijn in 2014 geëxecuteerd toen IS hen voor een keuze stelde: bekeren of de dood. In Sinjar zijn tientallen massagraven ontdekt waar duizenden lichamen in zijn gedumpt. Trkew had geluk, haar echtgenoot kon ontkomen. Na haar ontsnapping werden ze in Khanke met elkaar herenigd. ‘Ik ben moslim geworden. Weliswaar gedwongen, maar als je me in de toekomst niet zult respecteren, wil ik het nu weten’, was het eerste wat ze zei, en haar man antwoordde: ‘Ik heb jaren op deze dag gewacht. Denk je nu echt dat ik je zomaar laat gaan?’ Over de verkrachtingen wordt niet gesproken. Trkew en haar man willen het verleden achter zich laten.

De warmte van de gemeenschap voor de slachtoffers is een van de weinige lichtpunten. Hoewel het al weer drie jaar geleden is dat IS de jezidi’s aanviel, en Sinjar inmiddels bevrijd is, wonen de meeste ontheemden nog altijd in tenten en krotten in Iraaks Koerdistan. De jezidi’s zijn grotendeels afhankelijk van de Koerdische regering, hulporganisaties en de lokale gemeenschap. Maar in een gebied dat al jaren ontheemden uit Irak en Syrië opvangt, is er nooit genoeg geld, zelfs niet voor IS-slachtoffers die jarenlang zijn verkracht.

Veel slachtoffers bestempelen hun leven als voorbij. Volgens Amnesty International komt zelfmoord vaker voor in de opvangkampen. Sommige meisjes en vrouwen zijn zo getraumatiseerd dat ze de dood als enige uitweg zien. De trauma’s worden bovendien versterkt door de barre leefomstandigheden, het verdriet om verloren familieleden en de uitzichtloze situatie waar de jezidi-gemeenschap zich in bevindt, aldus experts.

Ook Nadine (32) dacht vaak aan zelfmoord, maar deed het niet vanwege haar kinderen. Toen ze als slaaf werd verkocht aan een 25-jarige jihadist uit Jemen weigerde ze met hem te ‘trouwen’. Uit wraak vergreep hij zich aan haar dochter. ‘Ronia was nog maar tien jaar. Ze snapte niet wat haar overkwam’, vertelt Nadine en barst in tranen uit. De Jemeniet hield hen in totaal zeven maanden bij zich. Nadine smeekte hem dagelijks om hen te verkopen aan iemand die minder meedogenloos was. Uiteindelijk stemde hij toe, maar tot Nadine’s grote schrik besloot hij Ronia te houden. Hierna werden Nadine en haar drie andere kinderen herhaaldelijk verkocht aan andere jihadisten, totdat ze na tweeënhalf jaar gevangenschap werden gered.

Nu wonen ze in een kale tent in het vrouwenkamp. Er liggen alleen maar een paar matrassen, dekens en kledingstukken op de betonnen vloer. ‘Hoe kan ik net doen alsof er niets gebeurd is? Hoe kan ik verder gaan met mijn leven, in een tent nota bene, niet eens in mijn eigen huis, terwijl mijn dochter nog steeds daar zit’, roept ze.

Inmiddels zijn 3010 vrouwen en kinderen bevrijd. Van duizenden anderen is het lot nog altijd onbekend. Op de sociale-media-accounts van ambtenaren en activisten is te zien hoe nog iedere week jezidi’s worden gered uit de hel van IS. Maar de media-aandacht die de genocide in het begin kreeg, is al lang weggeëbd. De internationale gemeenschap is hen al lang vergeten, aldus Khazal, die amper een maaltijd kan eten zonder te braken. Ze is dan ook graatmager. ‘Niemand hier maakt het goed. We kwamen levend terug, maar onze harten en lichamen zijn gebroken. Jezidi’s hebben alleen elkaar’, zegt ze.

‘Jezidi’s vertrouwen niemand meer. Ze zijn bang voor herhaling in de toekomst en voelen zich niet veilig in Irak’

In het kleine vrouwenkamp is een gebrek aan alles, behalve aan antidepressiva, slaappillen en antibiotica. De vrouwen slikken ze allemaal. Ze kijken glazig uit hun ogen en bewegen traag. Een aantal loopt gebogen vanwege nierinfecties; het drinkwater is ernstig vervuild.

Tot nu toe keren weinig ontheemden terug naar Sinjar. De dorpen zijn vernield, er zijn geen scholen of goede ziekenhuizen en er is schaarste aan voedsel en drinkwater. ‘Wat gaan we daar doen? Huilen om wat er niet meer is?’ zeggen de vrouwen in het kamp schamper. Van wederopbouw lijkt voorlopig geen sprake, niet zolang er op de puinhopen van hun geboortegrond een strijd om land en macht wordt uitgevochten.

De strijd tussen Bagdad en de Koerdische regering was er altijd al, maar het werd echt gecompliceerd door de oorlog tegen IS. Terwijl de peshmerga de benen namen, schoot de pkk/ypg de jezidi’s juist te hulp. Toen de jezidi’s vastzaten op de berg Sinjar openden zij een corridor naar Syrisch Koerdistan en vochten samen met de peshmerga tegen IS. Nu het gebied bevrijd is, weigeren de pkk-strijders echter te vertrekken, tot grote frustratie van de Koerdische regering. Inmiddels vallen delen van Sinjar ook onder controle van Hashd al-Shaabi, sjiitische volksmilities die worden aangestuurd door Iran.

‘We vrezen dat het geboorteland van de jezidi’s in drie of meer regio’s wordt verdeeld en dat verschillende partijen blijven vechten om land – niet om onze mensen te helpen’, schreef VN-goodwillambassadeur Nadia Murad, zelf ook slachtoffer van de terreurgroep, in een verklaring nadat haar geboortedorp Kocho onlangs werd bevrijd door Hashd al-Shaabi. Het conflict heeft inmiddels een duidelijke regionale dimensie. Zo wil Turkije voorkomen dat de pkk een ‘tweede Qandil’ creëert in Sinjar, en wil Iran een corridor tussen Iran en Libanon. Sinjar ligt precies op de route.

Veel jezidi’s hebben door alle ellende de hoop op een toekomst in Irak opgegeven. Volgens de Koerdische regering zijn er al meer dan negentigduizend naar het buitenland vertrokken. ‘Kom over twintig jaar maar terug. Dan zul je zien dat hier geen jezidi’s meer zijn’, zegt Luqman, een lokale gids, tijdens een rondleiding door Lalish. Hij benadrukt dat zijn gemeenschap al 74 keer het slachtoffer is geweest van massamoord.

De jezidi’s worden al eeuwen onderdrukt, vervolgd en uitgemoord, aanvankelijk door de Ottomaanse heersers, maar ook onder Saddam Hoessein en door extremistische soennitische moslims. In de recente geschiedenis liepen de spanningen op na de eremoord op Du’a. Soennitische extremisten beschouwden de tiener als een martelares, omdat ze zich tot de islam zou hebben bekeerd, en zonnen op wraak. Hierop volgde een golf van aanslagen door al-Qaeda. Bij één specifieke aanslag met meerdere autobommen vielen naar schatting achthonderd doden.

En toen volgde de genocide door IS, aldus Luqman. ‘Jezidi’s vertrouwen niemand meer. Ze zijn bang voor herhaling in de toekomst en voelen zich niet veilig in Irak.’ Ook de goede relatie met hun Arabische dorpsgenoten is weg. Voorbeelden van hoe jezidi’s beschermd werden door hun kriv of gered werden door lokale moslims zijn er wel, maar ze zijn schaars. Bovendien worden ze overschaduwd door verhalen over verraad. ‘In Irak worden we omringd door vijanden’, klinkt het in iedere tent.

Tijdens een van de laatste interviews in het Female Survivors Kamp loop ik Trkew weer tegen het lijf. Ze wil nooit meer in een islamitisch land leven, zegt ze. Van de gebedsomroep in de nabijgelegen moskee tot aan moslimmannen met lange baarden: alles wat religieus is, herinnert haar aan IS. ‘Hoe ze ons hebben verkocht, hoe ze onze kinderen hebben meegenomen, hoe ze ons vernederd hebben – de herinneringen zullen nooit weggaan’, zegt ze fel.

Een paar westerse landen vangen vrouwen en kinderen die de slavernij hebben overleefd op. Zo krijgen vrouwen en kinderen in Duitsland mentale zorg en selecteert Canada momenteel twaalfhonderd meest kwetsbare jezidi’s die met hun hele gezin mogen overkomen. In het Female Survivors Kamp wachten ze vol spanning op de uitslag. Bijna iedereen heeft zich opgegeven voor het Canadese hervestigingsprogramma, ook Khazal. ‘Ik was zo blij toen ik ontsnapte, maar toen ontdekte ik dat alle mannen in mijn familie dood zijn, en dat er geen steun is voor vrouwen zoals ik. Er is hier niets meer voor ons.’

Religieuze en politieke leiders proberen immigratie te ontmoedigen. Ze zien leden van de gemeenschap niet graag gaan, omdat ze vrezen dat de jezidi-identiteit verdwijnt als ze verspreid over de wereld gaan wonen. Ze zullen dan eerder met niet-jezidi’s trouwen en hun geloof verwaarlozen, zo wordt geredeneerd. Maar voor vrouwen die de hel van IS hebben overleefd, winnen de angst, wanhoop en de hoop op een betere toekomst het van de liefde voor hun geboortegrond.

Trkew heeft net afscheid genomen van een buurvrouw die naar het buitenland vertrekt. In haar tent komt een ander slachtoffer te wonen. Op de vraag of ze al iets heeft gehoord over haar eigen immigratieaanvraag wijst ze naar haar buik; ze is zwanger van haar vierde kind. Het plan is om Irak te verlaten zodra ze bevallen is. ‘Mijn kinderen lijden nog elke dag’, zegt Trkew. ‘De tijd kan ik niet terugdraaien, maar ik kan er wel voor zorgen dat mijn ongeboren kind nooit hoeft mee te maken wat wij hebben meegemaakt.’

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (fondsbjp.nl)