Jezus christus was een sjamaan

H. C. ten Berge, Vrouwen, jaloezie en andere ongemakken. Uitgeverij Meulenhoff, 189 blz., f34,90
ONMODIEUS kunnen zijn, dat wil zeggen je niets gelegen laten liggen aan de waan van de dag, aan het ijlingse loven en laken van de rusteloze modejagers en hun tegenpolen, de modeverguizers - aan die houding herken je de ware ondernemer. H. C. ten Berge is er zo een.

Iemand die voor historisch bewustzijn en continuiteit opkomt, voor structuur en daarmee het organische kiest, zichzelf een acribist noemt in tijden waarin om het zwierige gebaar wordt gevraagd dat altijd ook iets van nonchalance in zich heeft en uitgevers desperaat op zoek blijven naar de Claudia Schiffer onder de schrijvers. Alle amechtig flirten met wat zich op de markt als nieuw, vlot, gewiekst en anders voordoet, bekijkt Ten Berge met de nodige distantie of scepsis. Als motto heeft zijn nieuwe bundel dagboekbladen en veldnotities, Vrouwen, jaloezie en andere ongemakken, een citaat van de Hongaarse renomme Gyorgy Konrad meegekregen: ‘De slak op het grasveld zal ook morgen nog wel in de mode zijn.’ De lezer is gewaarschuwd.
Toch is Ten Berge wel degelijk een ondernemer die van wanten weet. Hij is een veelzijdig en gedreven vakman, iemand die het handwerk in de vingers heeft. Daarbij is hij van alle markten thuis. Hij verkende met een niet aflatend enthousiasme zowat alle terreinen van het literaire bedrijf. Als dichter, prozaist, essayist, oprichter van een tijdschrift, vertaler en mytholoog doet hij al heel wat jaren het nodige pionierswerk. Hij bracht hier lang onbekend gebleven dichters als Tarn, Ekelof of Olson onder de aandacht en zocht contact met schrijvers en essayisten uit alle delen van de wereld: Zuid-Afrika (Breyten Breytenbach en Andre Brink), Engeland (Kenneth White), de Verenigde Staten (Gary Snyder en Jerome Rothenberg) en Italie (Edoardo Sanguineti). Ondertussen volgt hij de actualiteit met argusogen, registreert haar nauwlettend en becommentarieert haar waar nodig in niet mis te verstane woorden.
IN HET HOOFDSTUK 'De eerste jaren van het tijdschrift Raster’ omschrijft hij deze manier van werken met de term 'literaire antropologie’. Wat hij daarmee wil uitdrukken is allerminst in een paar woorden te vangen. Het gaat hem om een mentaliteit van openheid en onbevangenheid, van een geestesgesteldheid die wars is van systemen en ideologieen, naar het anarchistische neigt en wortelt 'in een gevoel van diepe verbondenheid met de aarde en het aardse, in een fundamenteel respect voor de dingen en het ons omringende, in de ontkenning van kunstmatige grenzen en de erkenning van de natuurlijke, eigen begrenzingen’.
Het is een houding van waaruit ook de eerste nummers van Raster zijn geredigeerd. Het kwartaalblad is inmiddels uitgegroeid tot het beste wat Nederland aan literaire tijdschriften heeft te bieden. Dat geeft hem recht van spreken wanneer hij achteraf niet zonder trots constateert dat zijn programma van toen onder wisselende redacties is gehaald. Raster werd een tijdschrift waarin hoofd en hart, intellect en emotie, reflectie en creativiteit met elkaar samenspannen. De soms ronduit denigrerende kritiek waarmee het blad indertijd vaak is weggehoond (hij noemt onder meer Poll, Kousbroek en Waskowskij) is inmiddels niet vergeten. Ten Berge geeft een paar fraaie staaltjes als toegift, maar haalt alsnog met een elegant gebaar zijn gram: 'Vandaag kunnen we zien wie er destijds van gisteren waren.’
Overigens breekt hij hier ook een lans voor het bestaansrecht van het literaire tijdschrift. Hij noemt het 'een werkplaats waar men een weg zoekt naar datgene wat later en uiteindelijk volgroeide werken moet gaan opleveren’. Het woord 'werkplaats’ scoort niet meer hoog in het milieu van de reclamebabbel. Daarom is het niet minder een behartenswaardige opmerking in tijden waarin het literair tijdschrift stevig onder vuur ligt. Ze brachten mij de reverence in herinnering die Jaap Goedegebeure enkele weken geleden in HP/De Tijd maakte voor het lawaai van de markt, waar hij poneerde dat literaire tijdschriften hun langste tijd hebben gehad omdat de functie ervan onder meer zou zijn overgenomen door de glossy magazines.
TEN BERGE, ZO blijkt uit deze bundel andermaal, lijkt gefascineerd door wat ik nu maar even met van hem geleende terminologie de 'als reeel ervaren waan’ noem. Daarover schrijft hij in drie uitstekende essays waarin hij achtereenvolgens ingaat op het topos van de slapeloosheid in de poezie, het motief van de verslindende vrouw in literatuur en mythe en de sjamaan in Jezus Christus. In 'Doorwaakte nachten in de poezie’ maakt hij een korte zwerftocht door de poezie van de nacht met behulp van enkele Nederlandse en buitenlandse dichters, A. Roland Holst, Maurice Gilliams, de mysticus Johannes van Het Kruis, Coleridge, Du Fu en Ekelof. De beschreven gemoedstoestand die ontstaat in het spanningsveld tussen toegespitste gevoelens en door de nacht opgeroepen waanvoorstellingen, kan ruwweg gezegd ondergebracht worden in 'duisternis en wanhoop aan de ene kant, innerlijk licht en verhoogde staat van bewustzijn aan de andere’.
Werkelijk een kenner bij uitstek is Ten Berge op terrein van de mythen en het sjamanisme. Ik weet in Nederland geen tweede auteur die daarover zo veel behartenswaardigs kan melden en er zo enthousiasmerend over kan schrijven. In 'Zij voeren uit en gingen in de zwijnen’ waagt hij zich aan een verkenning van Christus’ sjamanistische geaardheid, zo een basis leggend voor de bewering dat de man uit Nazareth een sjamaan is geweest.
De verrassende parallellen die hij laat zien zijn van allerlei aard, zoals de geboorte via een goddelijke bedrieger, de start van het openbaar leven na een aantal inwijdings- en zuiveringsrituelen - in het geval van Christus met Johannes de Doper als initiator - het overwinnen van de tegenwerkende krachten, genezen van zieken en bezetenen, en de doodslaap die het patroon kent van lijden, doodgaan en weer opstaan op een plek die op een schedelplaats lijkt. Jezus’ wandeling over het meer is te vergelijken met de sjamanistische wandeling over het water. Ook de getallensymboliek die in mythen en sprookjes prominent aanwezig is, brengt Christus in de sfeer van het klassiek sjamanisme: drievuldigheid, drie jaar openbaar leven, driemaal door Petrus verloochend, om drie uur gestorven, 33 jaar oud.
Maar het mooist is toch het essay over de mannenschrik, de getande vagina - de vagina dentata. Via de koninginnen van het triviale stripverhaal, Lucifera, Maghella en Vampirella, vrouwen die zich met zo'n overgave op het mannelijke lid storten dat onduidelijk is of het om geweld of lust, fellatio of castratie gaat, leidt hij de lezer naar de literatuur van de decadente schrijvers uit de negentiende en twintigste eeuw. Hij stelt de intenties uit deze beeldverhalen gelijk met de voorstellingen die auteurs als Gautier, Swinburne, Huysmans, Verlaine of Leiris maken van fatale vrouwen met seksueel verslindende neigingen. Het verschil in afbeelding of beschrijving is niet essentieel maar gradueel. Immers 'niet het onderwerp is bepalend voor de kwaliteit of het niveau ervan, het zijn de vormgeving, de woordkeuze en rangschikking der woorden die er zorg voor dragen’.
DOOR VERBANDEN te leggen met sprookjes, mythen en volksverhalen laat Ten Berge vervolgens zien dat de seksuele spanning tussen de geslachten altijd een rol hebben gespeeld in de literaire verbeelding. Zij het dat de negentiende-eeuwse auteurs het motief een draai gaven: anders dan in de mythen geven zich de mannelijke helden over aan seksuele vernedering en vernietiging om er daarna wellust aan te beleven, terwijl de oude mythen zelden of nooit erotisch zijn bedoeld. Noch hebben ze de intentie om de toehoorders seksueel te prikkelen.
Ten Berge schrijft in een aantal opstellen uit deze bundel met een jaloers makende kennis van zaken. Daardoor weet hij verrassende verbanden te leggen en ondertussen de nieuwsgierigheid van de lezer te prikkelen. Ik heb in elk geval een aantal boeken genoteerd die ik in de nabije toekomst wil lezen. F. Sierksma’s Religie, seksualiteit en agressie is er een van. Zo opent zelfs een simpele verwijzing het perspectief op een nieuw leesavontuur.