Die eeuwige religie Zuid-Afrika

Jezus? Jagger? Iets wilds?

De beatmis herleeft in Zuid-Afrika. Er zijn vele charismatische kerken in het land, waar geestdrift en bezieling de snelste weg naar God vormen. Maar er zijn genootschappen die de gezinsstructuur ondermijnen.

ZIJN MOND KRIJGT een verbeten trekje als de docent van de zondagsschool uit zijn jeugd ter sprake komt. ‘Als je weet dat die kerel prostituees bezoekt en drinkt, dan vraag je je af: wat is die christelijkheid waar hij het over heeft…?’
Francois van Vuuren (31) doorliep zoals de meeste Afrikaner jongeren braaf het traject van school, zondagsschool en kerkbezoek. En op 23 februari 1997 trad hij naar voren in de Riebeeckstadgemeente van het mijnplaatsje Welkom om zijn eed af te leggen, trouw te zweren en het certificaat 'die openbare belydenis van my geloof’ in ontvangst te nemen. Een moment dat volledig langs hem heen ging: 'Ik had de avond ervoor nog een geweldig feest gehad. Kijk, als je achttien bent en vol hormonen zit, dan denk je alleen maar aan het volgende feest. Het kan je geen moer schelen wat ze allemaal te melden hebben.’
Toen hij dat certificaat eenmaal op zak had wilde hij niks meer met de kerk te maken hebben: 'Religie kan iets lelijks worden, geïnstitutionaliseerd middels zondagsschool en gebedsbijeenkomsten. Je kunt de bijbel binnenstebuiten kennen en toch geen relatie met God hebben. Georganiseerde religie speelt in op je schuldgevoelens. Het maakt je rebels.’ Hij had een goedbetaalde baan bij een computerbedrijf. Een windgat was hij, cool en vol bravoure. Voor zijn studerende vrienden was hij de jongen met de creditcard, altijd in voor drank of dope.
Na drie jaar besloot hij om naar Londen te gaan. Dat viel tegen. Ma was er niet voor de vuile was en warm eten. Hij vond geen werk en belandde in een huis in het vreugdeloze Leytonstone, waar hij vier kamers met dertien anderen deelde. In Londen was Francois een stuk minder cool dan in Welkom. Platzak bovendien. Aan dat lusteloze bestaan kwam pas een einde toen hij de SA Gemeente op King’s Cross ontdekte, een kerk die zich richt op jonge Zuid-Afrikanen. Hij besloot het geloof weer te omhelzen: 'Het moet van beide kanten komen. De predikant moet waar en opreg zijn en de kerel aan de andere kant moet gereed zijn om te ontvangen.’
Vervolgens volgde hij net buiten Londen een cursus bij Mature Personhood, een christelijke organisatie die in Engeland, Zuid-Afrika, Oekraïne en Egypte actief is. De website meldt dat je als cursist een week doorbrengt in een 'therapeutische eiland-situatie’ zodat je 'genezing en groei in je diepste menswezen’ doormaakt. Francois: 'Je leert over de aard van God, wie hij werkelijk is. Ze helpen je met kwesties in je leven, dingen die nog niet afgesloten en opgelost zijn.’
Zijn onverwerkte trauma. Toen Francois elf was kwam zijn vader bij een mijnongeluk om het leven. De jongen vervloekte God omdat die hem zijn vader - held, kameraad en rolmodel - had ontnomen. Maar tijdens zijn retraite had hij zijn openbaring: 'Ik realiseerde me dat Hij niet die vreselijke vent was die met ons speelt alsof we stukken op een schaakbord zijn. Toen veranderde alles.’
Wat gebeurde er precies? 'Ik ging op een avond naar mijn kamer. Mijn kamergenoot luisterde naar muziek. Ik bad. Plotseling kreeg ik een beeld voor ogen: ik legde mijn hoofd op iemands schouder. Ook rook ik een bepaalde geur, de lichaamsgeur van mijn vader. Toen hoorde ik iemand zeggen: ik ben je vader. Het was God.’
Zijn leven veranderde. Dagelijks las hij in de bijbel en aan de losbandigheid kwam een einde. In 2001 keerde hij terug naar Zuid-Afrika en sloot zich na wat aftastende bewegingen aan bij de Clarion Call Christian Fellowship, een intieme charismatische kerk waar iedereen elkaar kent. Daar kun je jezelf zijn. 'We gaan iedere zondag, van negen tot elf. We noemen het “rust”, zoals in een voetbalwedstrijd.’
Het uit-je-dak-gaan heeft hij afgezworen. Ook vanavond bij hem thuis in Pretoria, waar hij en zijn vrouw mij kipkerrie en ijs serveren, houdt hij het bij een half glaasje wijn. Francois van Vuuren is nu een serieuze jonge man, met kort haar, een donkere pull-over en zwarte schoenen met dikke zolen. Het huis is modern ingericht, zonder religieuze parafernalia. Het geloof zit in je hoofd, niet in uiterlijk vertoon. 'Het geloof is ons dagelijkse leven. We werken allebei in dienst van de gemeenschap’, zegt hij, verwijzend naar zijn vrouw Marlie die sociaal werk doet en zijn eigen baan bij de Afrikaner vakbond Solidariteit.
De Werdegang van Francois is een fraaie christelijke parabel. Jonge Afrikaner verliest geloof in de starre, geïnstitutionaliseerde kerk, zoekt zijn toevlucht in de roes, voelt de leegheid van zijn bestaan, herontdekt God, komt in het reine met zijn verleden en vindt uiteindelijk geborgenheid en zingeving bij een kleine charismatische kerk.
Van die charismatische kerken zijn er duizenden in Zuid-Afrika. Sommige zijn gigantisch en zitten in het hele land, andere tellen niet meer dan een dozijn aanhangers en houden hun bijeenkomsten in huiskamers. Het opmerkelijke is dat dergelijke kerken, happy clappy in de volksmond, in Afrika normaal gesproken populair zijn bij zwarte christenen. Maar in Zuid-Afrika zijn ook jonge Afrikaners massaal voor de charismatische geloofsbeleving gevallen.
Eveneens opvallend is dat dergelijke kerken niet zo bereidwillig zijn om een journalist te woord te staan. Zo geldt Mosaïek als een van de grootste in Johannesburg. Hun leiders kun je alleen benaderen via assistenten. Maar de blonde Nuwe Generasie-leier Johan Beukes laat na veel getelefoneer, niet beantwoorde e-mails en uitvluchten uiteindelijk weten dat hij 'het te druk heeft’. De subtekst laat geen twijfel: het is wij en jullie, en wij hebben jullie niet nodig.

IN ZIJN RECENTE, lovend besproken boek Fruit of a Poisoned Tree, over de moord op een jonge Zuid-Afrikaanse vrouw en het falende rechtssysteem, wijdt onderzoeker Antony Altbeker enkele pagina’s aan de charismatische His People Church in Stellenbosch. In kort bestek schetst Altbeker een opmerkelijk beeld. Uit een kruisverhoor tijdens de rechtszaak concludeert hij dat His People Church de banden tussen de leden en hun ouders en dier kerk probeert te breken. Als je die lijn doortrekt, vervolgt Altbeker, kun je stellen dat de charismatische kerken de Afrikaner gezinsstructuur ondermijnen en een bedreiging vormen voor de gevestigde kerken. Met andere woorden: de almachtige NG Kerk die door de Hollanders in de zeventiende eeuw naar Zuid-Afrika werd gebracht, en die dankzij een vernuftige combinatie van Oude-Testamentcitaten, Abraham Kuypers gedachtegoed en een flinke dosis Blut und Boden het ideologisch fundament legde voor apartheid wordt nu rechts voorbijgestreefd door een uit Amerika overgewaaide vorm van evangelisatie. Hoe waar is dat?
De speurtocht naar antwoorden voert allereerst naar Potchefstroom, het voornaamste christelijke bolwerk van Zuid-Afrika. Dit is het hoofdkwartier van de Gereformeerde Kerk, die zich in 1859 afscheidde van de NG Kerk en waartoe onder anderen ex-president F.W. de Klerk behoort. Hier kun je theologie studeren aan wat vroeger de Universiteit vir Christelike Hoër Onderwys heette, maar inmiddels is omgedoopt tot North-West University. En hier word je in de straten begroet door posters en banieren die Jezus aanprijzen.
De rector magnificus van de universiteit is Theuns Eloff, een spraakmakende theoloog die deel uitmaakte van de Afrikaner delegatie die in 1987 in het geheim de ANC-top ontmoette in de Senegalese hoofdstad Dakar. De 55-jarige Eloff staat te boek als 'links’, maar 'nuchter’ is een betere kwalificatie. 'Het syndroom van de Afrikaners was dat zij meenden dat ze het Uitverkoren Volk waren’, zegt hij in zijn kantoor op de campus. 'Dat leidde tot identificatie met Israël uit het Oude Testament en het idee dat we apart moesten blijven. De gedachte was: wij brengen de calvinistische vlam van de beschaving naar donker Afrika.’ Hij grijnst.
Tijdens de apartheid werd de NG Kerk de volkskerk, onlosmakelijk verbonden met de regerende Nationale Partij. Pas zo'n dertig jaar later, rond de Soweto-opstand van 1976, begonnen verlichte theologen zich hardop af te vragen hoe je de christelijke boodschap van naastenliefde kon verenigen met raciale onderdrukking. Na veel geharrewar stelde de NG Kerk zich in 1986 officieel open voor andersgekleurden. Een deel van de congregatie scheidde zich woedend af en richtte de puur blanke Afrikaanse Protestante Kerk op. Bijna honderdduizend leden stapten over of verlieten de kerk. De kentering begon.
Eloff schat dat de NG Kerk op het hoogtepunt zo'n drie miljoen leden had en dat er daar nog een miljoen van over zijn. Deels heeft die teruggang te maken met demografische factoren: emigratie en kleinere gezinnen. Maar er zijn ook andere oorzaken. 'Het is complex en speelt zich af op verschillende niveaus. Allereerst heb je te maken met mensen die ontgoocheld zijn over een kerk die apartheid steunde en rechtvaardigde en vervolgens beweerde dat apartheid eigenlijk slecht was. Die zijn waarschijnlijk naar Engelse kerken gegaan. Daarnaast heb je het sociologische fenomeen van secularisatie na een onderdrukkend regime. De druk neemt toe, en boem, ineens is het voorbij. Dat schept ruimte voor ontkerkelijking.’
En dan, inderdaad, heb je die overstap naar de charismatische kerken, waaraan de NG Kerk naar schatting ruim een kwart van zijn leden heeft verloren. Dat proces had niets te maken met kritiek op apartheid. Met politiek houden de vrome kerken met hun fundamentalistische bijbelinterpretatie zich niet bezig. 'Het was meer een reactie op het dogmatische van de georganiseerde kerken. De manier waarop zij dingen zagen en deden werkte afstotend.’

HET VOELDE ALS een bevrijding. Denk aan mensen als Francois. Na jarenlang op die harde banken te hebben moeten zitten, luisterend naar de hypocriete dominee met zijn eindeloze preken, konden ze zich in de charismatische kerken helemaal laten gaan. Daar wordt gezongen, er speelt een elektrische band, er wordt gezwaaid en handen worden geheven. Mensen rollen over de grond, ze spreken in tongen. Er worden wonderen verricht, er zijn gebedsgenezingen. Bovendien hoeft de voorganger geen theologische opleiding te hebben gevolgd en hoeven ze zich niet te houden aan die complexe, eeuwen bestrijkende protestante geloofsbelijdenis. Met een beetje bijbelkennis en voldoende charisma kom je een heel eind. En als je het niet eens bent met de predikant, dan richt je samen met een paar vrienden gewoon weer een nieuwe kerk op.
Dat is een iets te gekleurde voorstelling van zaken, meent Eloff. In Potchefstroom kent hij twee grote charismatische gemeentes: Duet en de door Altbeker genoemde His People Church die vooral onder studenten actief is. 'Het interessante is dat ze beide in hun beleving charismatisch zijn, maar inhoudelijk terugvallen op de gereformeerde theologie. Veel van hun voorgangers hebben hier zelfs gestudeerd.’
Die uitbundigheid bij de beleving is overigens niet langer voorbehouden aan de charismatische kerken. Sommige traditionele gemeentes hebben zich aangepast met jeugddiensten en bands in plaats van een orgel. De beatmis herleeft. 'De oude mensen komen niet naar de jeugddienst en andersom. En dat werkt. Dus ik denk niet dat de kerk aan het uitsterven is in Zuid-Afrika, maar de tijd van de grote, machtige kerk is voorbij’, zegt Eloff.
Op een terrasje in Johannesburg knikt NG Kerk-dominee Andre Bartlett bij het horen van die analyse. 'De charismatische kerken zitten in de lift, zonder twijfel. Dat baart me geen zorgen. Natuurlijk wil ik niet dat de leden wegvloeien als water uit een bad. Maar voor mij is het ledental niet het voornaamste. Waar het om gaat is hoe wij in de samenleving staan. Ik voel me lekkerder in de kerk zoals die nu is dan zoals die in de jaren zestig was, toen het de volkskerk was. Nu zijn we weliswaar kleiner, maar ook sterker, met een hechtere band. Mensen zijn niet langer lid omdat dat hoort, maar uit keuze en overtuiging.’
De 52-jarige Bartlett, gezegend met een bulderende lach en een stijlvolle grijze lok, is predikant bij de belangrijke Aasvoëlkopgemeente in Johannesburg, waar dominee Beyers Naudé voordat hij door de kerkleiding in de ban werd gedaan pleidooien hield tegen apartheid. De NG Kerk anno 2010, vertelt Bartlett, is een brede gemeenschap met een radicale vleugel die de bijbel op vrijzinnige wijze interpreteert en een behoudende groep die meent dat God Zuid-Afrika met misdaad en aids straft omdat Zijn naam niet in de grondwet voorkomt. Zelf behoort hij tot de gematigd progressieven en probeert hij zijn congregatie uit te leggen dat de kerkelijke steun voor apartheid gebaseerd was op 'een specifieke ideologische, nationalistische interpretatie van de bijbel’. 'Je legt uit dat de kerk een menselijke instelling is, feilbaar. Dat we moeten teruggrijpen op de theologie die uitgaat van het idee dat de kerk de samenleving dient.’
Want dat, vervolgt hij, is precies waar het bij de charismatische kerken aan schort. Zij benadrukken het persoonlijke. Zij gaan sociale verantwoordelijkheden als armoedebestrijding en de strijd om rechtvaardigheid uit de weg. Zij richten zich op het individu, geven het zijn eigenwaarde terug, maar op een naar binnen gekeerde, beklemmende manier. Je functioneert binnen een club van gelijkgestemden. Je ondergaat de rituelen. De Heilige Geest neemt bezit van je. Je mag je born again noemen. Je hoort erbij. Maar heb je die staat van gelukzaligheid niet bereikt, dan val je er buiten, dan bidden de anderen vol medelijden voor jouw verlossing. Jij dolende ziel. Dat is waar Altbeker in zijn boek op doelt: de charismatische kerken werken met een exclusiviteit die traditionele structuren kan ondermijnen, die ouders en kinderen kan scheiden en geliefden uit elkaar kan drijven. Bartlett beaamt dat een dergelijke ontwikkeling zich vaag aftekent, maar meent dat dit geen bewuste strategie is: 'Het maakt deel uit van een algemene trend: traditionele structuren verliezen hun cohesie. Maar het is volgens mij geen berekenende, bewuste strategie. Wel heeft het tot gevolg dat familiebanden nog losser worden.’
Ik vraag Altbeker om zijn observaties over de ondermijnende aard van His People Church te verduidelijken. Hij mailt: 'Ik denk dat het allemaal niet helemaal zwart of wit is. Het hangt er bijvoorbeeld van af of de volgelingen uit middle class conservatieve gezinnen komen of uit disfunctionele gemeenschappen waar die gezinsstructuren toch al kapot zijn. In dat laatste geval kan de kerk voor wat meer stabiliteit zorgen.’
Hij refereert aan een podcastpreek van His People Church in Stellenbosch: 'Er zitten stukken in waarin wordt gesteld dat er geen belangrijkere liefde in je leven mag komen dan die voor Jezus. En er wordt gesuggereerd dat het een probleem kan zijn om met iemand samen te leven die niet op dezelfde manier van Jezus houdt. Daarnaast maakt de geestdrift die de kerken aanmoedigen het moeilijk voor minder bezielde partners, ouders of kinderen om zich in te leven in hun naasten die tot zo'n kerk behoren. Of de kerk mensen aanmoedigt om te breken met geliefden die geen lid zijn weet ik niet zeker. Ik heb daar verschillende verhalen over gehoord.’
DE WEBSITE VAN His People Church in Johannesburg meldt dat er een nieuwe congregatie is gesticht in de wijk Westdene, die zich specifiek op Afrikaners concentreert. De predikanten zijn Ryan en Marita Caley. Ze zijn pas een paar maanden actief in Westdene, en de zondagsdienst in het gebouw van de Orban School die ik bijwoon geldt als de officiële inauguratie. Tegen tienen hebben zich ruim honderd belangstellenden verzameld, voornamelijk jonge volwassenen, veel stelletjes. Fris gekapt en beschaafd gekleed. Middenklasse.
Ryan en Marita heten me welkom. In de tuin staat een groepje in een kring. Ze houden elkaars hand vast en bidden. In de zaal klinkt muziek die op U2 lijkt, maar die afkomstig blijkt van het Amerikaanse platenlabel Jesus Culture Music dat grossiert in moderne gospels. We zitten op plastic stoeltjes. De dienst begint met een welkom door een jonge zwarte vrouw, Marcia, die zegt dat ze weliswaar Engels spreekt maar 'van binnen Afrikaans is’. Begeleid door een gitaar, basgitaar en piano verheft ze haar stem. We luisteren of zingen mee met een serie gospels, waaronder Die Heer is teenwoordig. De teksten worden op een scherm achter het podium geprojecteerd. Na de muziek worden we aangemoedigd om kennis te maken met onze buurman of buurvrouw. De jonge man achter me omhelst me. Petrus heet hij. We krijgen nog een nummer, fraai meerstemmig gezongen. Sommigen heffen hun armen in de lucht. Twee rijen voor me zit een tiener met borstelhaar naast zijn ouders. Ma heeft haar arm om hem heen geslagen, pa’s handen reiken hemelwaarts.
Dan neemt Ryan, jeans en streepjesoverhemd, het woord. Hij is Engelstalig, zegt hij, maar net als Marcia draagt hij de Afrikaners een warm hart toe. Hij verwoordt de essentie van de bijeenkomst: 'Omhels Jezus als je hier binnenstapt.’ We moeten onszelf hier verliezen. Al onze passies, al onze emoties moeten naar boven komen. We moeten onbeschaamd het heden betreden. Zoiets.
Hij geeft het woord aan Marita, wier strak opbollende roze zwangerschapsjurk aan een zuurbal doet denken. Zij spreekt Afrikaans en leest voor uit de bijbel, Lucas 7, vers 36, over een zondige vrouw die de voeten van de bezoekende Jezus wast met haar tranen en ze afdroogt met haar losgemaakte haren. Jezus vergeeft haar de zonden.
Terug naar Ryan en zijn informele stijl. Ooit was hij rugbyspeler, vertelt hij, iets wat zijn postuur al deed vermoeden. En ooit wilde hij miljonair worden. 'Maar dat werd een flop.’ Toen kwam Jezus in zijn leven. Hij noemt Jezus een oke, een goser. Dat zul je in de NG Kerk niet gauw horen. Jezus, vervolgt hij, is als de naaf van een fietswiel, de kern van je leven. De rest, de spaken, dat is de kerk, de familie, je relaties. Achter in de zaal, waar een tafel staat om luiers te verschonen, begint een baby te murmelen. Ryan juicht. 'Daar gaat het in deze kerk om! I love it!’
De volgende ochtend spreek ik het predikantenechtpaar in een koffieshop. Ze zijn enigszins op hun hoede, maar beantwoorden alle vragen. Marita (34) komt uit een born-again-gezin en studeerde rechten aan de Potchefstroom Universiteit vir Christelike Hoër Onderwys. In haar eerste jaar ging ze op een christelijk kamp. Daar had ze haar openbaring en besloot ze om 'mijn leven aan God te wijden’. Ze studeerde zendingsleer aan het Fuller Theological Seminary in Californië.
De drie jaar jongere Ryan komt uit een seculier Kaaps gezin. Maar hij 'voelde een passie in mijn hart die God had ontstoken’. Hij zag het als zijn roeping om Afrikaner rugbyjongens van het belang van Jezus te doordringen. Rekruteren doen ze volgens het hoort-zegt-het-voort-principe. 'We bekritiseren de andere kerken niet. Wie zijn wij dat we modder kunnen gooien op hun prachtige bruidsjurk? Wij zijn evenmin perfect.’
En homo’s? Bartlett had me verteld over een vriend wiens zoon homoseksueel bleek, hetgeen tot een breuk met de His People Church leidde. Ryan: 'We keuren homoseksualiteit niet goed. Je kunt bij ons geen leider zijn als je praktiserend homo bent. Maar we scheiden de zonde van de persoon.’ Marita vult aan: 'We accepteren homo’s. Jezus kan problemen in iemands leven verhelpen. We hebben mensen gehad die naar ons kwamen en zijn genezen.’
En wat vinden ze ervan als je partner bij een ander kerkgenootschap zit? 'De fiancé van een van onze leiders is bij de NG Kerk’, zegt Ryan. 'Geen probleem. Wij zeggen niet: wij zijn de enige. Maar als ze trouwen zal ze waarschijnlijk naar onze kerk overstappen.’
De dagen erna blijven al die gesprekken en de beelden in mijn hoofd rondspoken. Qua spektakel was het tam: zelfs geen gebedsgenezing. Maar de gastvrijheid leek oprecht. En Ryan en Marita kwamen integer over. Het grote probleem is dat ze op het podium een andere taal spreken: zalvende, buitensluitende zinnen met vage retoriek en obscure metaforen. Ik zoek naar vergelijkingen, en kom uiteindelijk niet verder dan een popconcert, vol rituelen, gelijkgestemden en geborgenheid. En in beide gevallen kun je je afvragen in hoeverre de woorden er uiteindelijk toe doen. Hoeveel verschil zit er nou werkelijk tussen 'I think I busted a button on my trousers, I hope they don’t fall down’ (Mick Jagger, 1969) en 'What happens here is wild!’ (Ryan Caley, 2010)?
En binnen dat concept van een popconcert past perfect het enige beeld dat die zondagochtend in Westdene werkelijk beklijft. Tegen het einde van de dienst blijkt die tiener met zijn borstelhaar twee stoelen te zijn opgeschoven. Nu zit hij naast een knap meisje met bruine ogen en donkere lokken. Ze fluisteren. En dan bidden ze, diep, met hun hoofd op hun knieën. Jezus? Jagger? Iets wilds?