POPMUZIEK

Jezus met een elektrische gitaar

The Black Keys

En ineens waren ze een grote band, The Black Keys uit Akron, Ohio.
Of nou ja, band: duo.
Jaren deden ze waar ze goed in zijn: moerasmodder van de gitaar vegen, inpluggen, het stof van het drumstel vegen, aftikken en voorwaarts. Hun opnamen klonken altijd naar een pand dat in het weekend een studio was en door de week dienstdeed als een garage.
Toen ontmoetten ze Danger Mouse, de befaamde producer achter onder meer Gnarls Barkley. Hij nam ideeën mee, een nieuw geluid en een boel instrumenten, maar slaagde er tegelijk in de onstuimigheid van The Black Keys te behouden. Hun nieuwe nummers doken overal op, van computerspellen tot concerten van American Idol-winnares Kelly Clarkson.
Het album erna, Brothers, kreeg een zo mogelijk nog enthousiaster onthaal. Het kwam binnen op nummer drie in de Amerikaanse Billboard-albumlijst, en The Black Keys werd genomineerd voor twee Grammy Awards. In het meest recente nummer van het Amerikaanse blad Entertainment Weekly blikken de twee terug op die avond waarop ze er ook daadwerkelijk een wonnen. Drummer Patrick Carney vertelde dat ze maar kort op de rode loper hadden gestaan, omdat ze al snel uit de weg werden geduwd: fulltime rode loper-bewandelaars Kim Kardashian en Snooki (de Amerikaanse versie van Barbie uit Oh Oh Cherso) kwamen eraan, en die waren voor de fotografen aanmerkelijk interessanter dan twee gitaarnerds. Eenmaal binnen werd het belangrijkste optreden van de avond aangekondigd: Justin Bieber. Toen verlieten de twee het evenement maar weer.
Waar ze zich thuis voelen, meer nog dan op de grote podia waar ze tegenwoordig staan, is in de studio, ingeklemd tussen niets dan instrumenten. Het nieuwe album El Camino namen ze op in Nashville, in hun geval een keuze die geen enkele uitleg behoeft.
Hun dagritme bestond uit opstaan, platen luisteren van artiesten die drums, bas en gitaren gebruiken (zanger Dan Auerbach noemt in Entertainment Weekly als voorbeelden The Clash, The Cramps, Johnny Burnette en Tom Petty, waarmee hij op Led Zeppelin na ook alle referenties van het nieuwe album opsomt) en vervolgens: opnemen. En af en toe keken de twee naar de muur, waar kunst van Alfred McMoore uit Akron hing.
McMoore was een geestelijk gehandicapte kunstenaar, die ontdekt werd door kunstverzamelaar Chuck Auerbach en wiens leven uitvoerig werd beschreven door Beacon Journal-journalist Jim Carney. Chuck Auerbach is de vader van Black Keys-zanger Dan, Jim Carney de vader van Black Keys-drummer Patrick. De cryptische welkomsttekst van McMoore’s antwoordapparaat luidde: ‘This is Alfred McMoore, Your black key is taking too long.’ Toen hij in 2009 overleed, schreef Jim Carney een liefdevol in memoriam over hem, met als openingszin: 'There was no way to resist Alfred McMoore.’ In het stuk vertelde hij niet zonder trots dat zijn zoon zijn band naar McMoore’s antwoordapparaat had vernoemd.
Het werk van diezelfde McMoore, waaronder een enorm schilderij van Jezus die op een elektrische gitaar speelt, ingeplugd in een kerstboom, omringde de leden van The Black Keys toen ze hun nieuwe album opnamen. Je ziet het voor je, dat duo, tweemaal het vleesgeworden historisch besef, samen in de studio, om zich heen kijkend, om vervolgens te doen waar ze goed in zijn.

The Black Keys, El Camino (V2). The Black Keys spelen op 1 februari in het Klokgebouw in Eindhoven