Corbynmania: nieuw elan voor Labour

‘Jezz, we can’

De linkse veteraan Jeremy Corbyn steelt de show bij de campagne voor het leiderschap van de Britse Labour Partij. Het is een overwinning van hoop, eenvoud en authenticiteit. En een reactie op de hedonistische Blair-jaren.

Medium gettyimages 482864086

Wanneer de naam Jeremy Corbyn valt, verschijnt er een glimlach op het gezicht van Debbie Joy, een dame van in de veertig uit de Noord-Londense wijk Highbury. ‘Jeremy! Ja, ik zie hem hier vaak fietsen, met zijn sandalen en zijn vestje, en nu is hij opeens een bekendheid’, zegt de yoga-docent terwijl ze bij de Turkse supermarkt Akdeniz de verse groenten in haar fietsmandje stopt. ‘Weet je, na de verkiezingszege van de Tories was ik helemaal uitgekeken op politiek. Nog eens vijf jaar snijden.’ De woorden ‘inspirerend’, ‘verrassend’ en ‘hoopgevend’ rollen over haar tong. ‘Eindelijk staat er een politicus op die wel The Shock Doctrine van Naomi Klein heeft gelezen.’

Het is de zomer van de C’s. Calais, Cecil de leeuw en Corbyn. Laatstgenoemde heeft voor een Corbyn-manie gezorgd in het Verenigd Koninkrijk. Aanvankelijk was het de bedoeling dat de 66-jarige als linkse underdog mee zou doen aan de verkiezingen voor het leiderschap van de gedesillusioneerde Labour Partij, maar anders dan zijn drie roboteske rivalen bleek hij tot de verbeelding te spreken. Overal in het land trekt de eerbiedwaardige afgevaardigde voor Islington North volle zalen en in de peilingen staat hij een straatlengte voor. Terwijl de partijtop coupplannen voorbereidt, loopt de achterban met hem weg, met name 55-plussers en hoogopgeleide jongeren.

Vele duizenden mensen zijn voor de prijs van een koffie verkeerd lid geworden van de partij, zodat ze een stem kunnen uitbrengen. Volgens boze tongen bevinden zich onder die nieuwe leden veel trotskisten, die met hem weglopen, en conservatieven, die ervan overtuigd zijn dat Labour onder Corbyn onverkiesbaar is. Maar de meeste nieuwelingen vinden hem oprecht een verademing. ‘Ik ben vorige week lid geworden’, zegt Johann Hoiby, een jonge Noor uit Highbury die net zijn studie filosofie heeft voltooid, ‘hij was tegen Irak, tegen studiegelden en tegen drastische bezuinigingen. Veel Engelsen vinden hem heel links, maar voor een Noor als ik zijn z’n ideeën niet eens zo radicaal.’

Corbyn is de stem van Oud Labour. Hij is tegen de privatisering van nutsbedrijven, voor een keynesiaans economisch beleid, tegen bezuinigingsdrift, voor de vakbonden, tegen het koningshuis en voor huurbescherming, tegen oorlog en voor mijnbouw. Over Europa twijfelt hij: voor Europese samenwerking, maar niet op neoliberale grondslag. Hiermee staat Corbyn, opgegroeid in een even socialistisch als welvarend gezin in het graafschap Wiltshire, ferm in de traditie van zijn leermeesters Michael Foot en Tony Benn. Tijden mogen zijn veranderd, Corbyn is dezelfde gebleven, al heeft hij de twintigste-eeuwse term ‘ideologie’ verruild voor het minder beladen ‘principieel’.

‘Vorige week nog zat Corbyn op ons terras, als een gewone buurtbewoner’

Dat amodieuze maakt hem juist eigentijds. Hij komt tegemoet aan het verlangen naar authenticiteit en duidelijkheid. Dit is precies wat ontbreekt bij zijn rivalen. Andy Burnham bijvoorbeeld, een zwevende politicus, gaat er prat op dat hij geen deel uitmaakt van de ‘Westminster Kliek’ en geen boodschap heeft aan lege slogans, maar ondertussen heet zijn campagne ‘Be part of a change’. De ware buitenstaander is Corbyn, die alleen maar in het parlement komt om tegen het regeringsbeleid te stemmen, ongeacht wie er aan de macht is. Hoewel Corbyn al 32 jaar Lagerhuislid is, kennen zijn fractiegenoten hem amper. Dat is een verschil met de welbespraakte Foot, die het Lagerhuis juist als zijn tweede huis beschouwde.

In zijn eigen kiesdistrict lopen ze weg met deze benaderbare volksvertegenwoordiger. ‘Vorige week nog zat hij op ons terras’, zegt Tafik, uitbater van het eetcafé Le Rif langs de Seven Sisters Road, een plek waar een koffie verkeerd nog 1.50 pond kost, ‘als een gewone buurtbewoner.’ Iets verderop looft Steve O’Brien, eigenaar van een pandjeshuis, Corbyns eenvoud: ‘Als ondernemer met zes man in dienst zou ik eigenlijk Conservatief moeten stemmen, maar Corbyn komt over als een betrouwbare man, met wie je zaken zou kunnen doen.’ Yoga-lerares Joy wijst erop dat Corbyn politiek als een roeping ziet en niet als een beroep. ‘Hij zit niet voor het geld in de politiek.’

Al meer dan drie decennia is Islington North, waar Highbury onder valt, zijn politieke moestuin. Het is een multiculturele wijk met veel kebabs, pondenwinkels en geldwisselkantoortjes. Victoriaanse rijtjeshuizen staan zij aan zij met vervallen, uit beton opgetrokken sociale woningbouw uit de jaren vijftig en zestig. Het voetbalstadion van Arsenal staat als een vlag op een modderschuit in deze wijk, waar het maandinkomen van veel bewoners gelijk is aan de prijs van een seizoenskaart voor deze club. Bekende (ex-)inwoners zijn opvallend radicaal: Johnny Rotten, zanger van The Sex Pistols, en Abu Hamza, de inmiddels aan de Verenigde Staten uitgeleverde haatimam van de Finsbury Park-moskee.

De sjofele omgeving, waar de stadsvernieuwing nog moet beginnen, past wel een beetje bij Corbyn, die nooit van socialist naar sociaal-democraat is geëvolueerd. Hoe anders is het zuiden van Islington, aan de andere kant van Holloway Road. Hier bevinden zich de hippe tenten (‘Gallipoli’, ‘Le Sacre Coeur’), leggen bouwvakkers superkelders aan onder bankierswoningen en lopen vrouwen rond met draagbare honden. Deze wijk symboliseert New Labour. Sterker: Blair woonde hier, net als zijn halve kabinet. In het Italiaanse restaurant Granita waar Blair en Brown in 1994 hun non-agressiepact sloten zit nu een makelaar die driekamerwoningen van 1,26 miljoen euro aanbiedt.

Binnen Labour heerst het gevoel dat ­sociaal-democratie niet langer een vale kopie moet zijn van de neoliberalen

Corbyns collega in Islington South is dan ook zijn tegenpool. Emily Thornberry kwam op dezelfde dag in Islington wonen als Blair. In dezelfde straat zelfs. Deze mensenrechtenadvocate was een van de vrouwelijke Kamerleden die het predikaat ‘Blair Babe’ kregen. Anders dan Corbyn volgde ze trouw de partijlijn en dat leverde haar diverse promoties op, tot een klein jaar geleden althans. Tijdens een campagne voor tussentijdse verkiezingen in het arbeidersstadje Strood maakte ze een kiekje van een bestelbusje voor een woning die was behangen met Engelse vlaggen. ‘Groeten uit Strood’, twitterde ze, een boodschap die alom gezien werd als een vorm van salonsocialistisch snobisme.

Strood, ooit een Labour-district, stemde uiteindelijk voor ukip. Dat patroon herhaalde zich tijdens de parlementsverkiezingen in het noorden van Engeland, waar teleurgestelde Labour-kiezers vielen voor de charmes van Nigel Farage. In Schotland werd Labour ondertussen van de kaart gevaagd door de snp. In studentensteden wonnen The Greens de linkse stem, terwijl zwevende kiezers in provinciesteden toch maar opteerden voor David Camerons verlichte Tories. Voor Labour betekende het de grootste verkiezingsnederlaag sinds 1983, toen de linkse intellectueel Foot de verkiezingen in ging met een radicaal manifest dat de ‘langste zelfmoordbrief uit de geschiedenis’ werd genoemd.

De verloren verkiezingen onder Brown en daarna Ed Miliband hebben niet gezorgd voor een terugkeer naar het New Labour van Blair. Integendeel. De voormalige premier wordt gezien als een koekoek, als een Tory-collaborateur. Hij won drie verkiezingen maar deed dat door de politiek van Thatcher te voorzien van een sociaal vernislaagje. In zijn tijd is het gat tussen arm en rijk slechts gegroeid, wat zichtbaar is in Islington. Niet alleen het rijke zuiden en armere noorden verschillen, maar ook binnen het trendy deel van Islington zelf woont de gegoede middenklasse soms in dezelfde straat als de meest behoeftige gezinnen in de hoofdstad. Gescheiden door onzichtbare muren.

Binnen de partij heerst nu het gevoel dat sociaal-democratie niet langer een vale kopie moet zijn van de neoliberale Conservatieven. Het zoeken naar identiteit lijkt even belangrijker te zijn dan macht. Om die reden heerst er nu een genealogische drang om terug te keren naar de wortels. Het gaat de partij goed af. Terwijl de Conservatieven louter geïnteresseerd zijn in regeringsmacht heeft nostalgie paradoxaal genoeg altijd een belangrijke rol gespeeld in progressieve kringen. Zo heerst er grote trots over het feit dat Labour de verzorgingsstaat heeft opgebouwd. Vorige week nog bezocht Corbyn de grafsteen van Nye Bevan, de minister die aan de wieg van de gratis zorg stond.

Bij die zoektocht wordt met interesse gekeken naar Schotland, waar de linkse nationalisten hebben laten zien dat er succes te behalen valt met de herontdekking van het socialisme. Bijeenkomsten van Corbyn zijn te vergelijken met die van de snp of met die van geestverwant Bernie Sanders in Amerika. Op de gezichten van jongeren is hoop te zien, op die van ouderen tranen. ‘Dank je voor het terugbrengen van het socialisme naar onze partij’, vertrouwen gepensioneerde partijleden Corbyn toe. ‘Jezz, we can’, klinkt het uit de monden van jonge fans (‘Jezz ‘ staat voor ‘Jeremy’), net als bij de opkomst van Barack Obama. De ouderen dragen corbyneske vestjes; de jongeren T-shirts met leuzen.

Typerend is dat Corbyn liever ‘we’ dan ‘I’ gebruikt, niet omdat hij een vorst denkt te zijn maar om het collectivisme te benadrukken, een moedige daad in het ‘selfie’-tijdperk. Om dezelfde reden spreekt deze bezitter van een volkstuintje niet over ‘partij’ maar over ‘beweging’. Het collectivisme is voelbaar tijdens de bijeenkomsten, die een evangelisch karakter hebben, met Corbyn – de initialen verklappen het – als de politiek verlosser. Mensen komen hier om te luisteren, niet om te debatteren. Critici zijn ‘Tories’ of, nog kwalijker, ‘Blairites’. Corbyn benadrukt dat niet zozeer de persoon als wel de inhoud weer voorop moet staan, maar de Corbynmania draait vooral om dit politieke knuffeldier.


Beeld: Jeremy Corbyn arriveert op een leiderschapsdebat van Labour. Londen, 3 augustus (Carl Court, Getty Images)