Cultuurtips

Jheronimus Bosch, het racisme in metal en Francophonia

Onze critici verzorgen wekelijks een selectie uit het kunstaanbod. Deze week o.a. Walter van der Kooi over een Bosch-documentaires, Leon Verdonschot over Machinehead en het racisme in metal en Gawie Keyser over Aleksandr Sokoerovs Faust.

Medium the woods that hears and sees bosch

TELEVISIE – Walter van der Kooi

Pieter van Huystee heeft als producent een groot oeuvre van kwaliteitsdocumentaires op zijn naam. Nu debuteert hij als maker met een prestigieuze film over een nog prestigieuzer project: het wetenschappelijk onderzoek door een groepje Nederlandse kunsthistorici naar het oeuvre van Jheronimus Bosch. Ter gelegenheid van ‘500 jaar na Bosch’, ook te vieren met een tentoonstelling in zijn geboortestad. Rond 25 werken zijn er bekend, waarvan maar twee in Nederland (Boymans) en de rest verspreid over de wereld (Philips II was er vroeg bij dus voor Spanjaarden is El Bosco een Spaanse schilder). In dat ‘rond 25’ is meteen een van de spanningsbogen van de documentaire besloten. Die verdomde Hollanders willen onderzoek doen met de nieuwste technieken (röntgenfotografie en infrarood), ze bieden zelfs (zoals in Venetië) in ruil voor toegang restauratie van verwaarloosd werk – en dat kun je vanuit wetenschappelijk belang eigenlijk moeilijk weigeren. Maar… ze komen met hun poten aan jouw erfgoed, willen dat ook nog lenen en bovenal: wat levert onderzoek eigenlijk op? ‘Bosch is alleen Bosch als er Bosch op staat’ mag gelden voor wasmachines, niet voor het ongesigneerde werk van een laat-middeleeuwse duivelskunstenaar. Wat voor belang heb je erbij als museum (of zelfs land) om een Bosch-toeschrijving na eeuwen kwijt te raken en het naambordje te vervangen door ‘werkplaats van’ of ‘navolger’? Geen. En zorg daarover blijkt soms terecht. Daarmee heb je een verdiepingslaag onder de toch al pikante, zicht- en voelbare hiërarchie en machtsstrijd tussen topmusea onder leiding van kunstpauzen. Vooral het onmisbare duo Prado-Escorial blijkt een harde noot. Onderdirecteur Finaldi (inmiddels vertrokken) ziet de bui steeds zwaarder hangen, maar werkt contre-coeur mee. Van hem mogen ze het drieluik openmaken dat curator Pilar Silva Maroto per se dicht wil houden (ook hier strijd om de macht). Zij maakt het wel heel bont als ze wil voorkomen dat er foto’s gemaakt worden (‘wij maken ons materiaal zelf’; ‘wij hebben Bosch en die zijn niet van de Nederlandse heren’). Maar nog bonter als ze de hele wetenschap diskwalificeert: ‘Je hebt een goed oog of je hebt het niet; er zijn er die een Velazquez niet van een Goya kunnen onderscheiden.’ Me dunkt, die kunnen die Hollanders met hun fototechniek en houtkennis in hun zak steken. Gênant en vermakelijk ineen.

Trouwens, Boymans lijkt ook weinig collegiaal tegenover het Bosse museum. Maar gelukkig is er niet alleen museale kleinheid. De Hollanders zijn deskundig en betrokken. En curator John Hand van de National Gallery of Art in Washington relativeert de kennis van kunsthistorici, naar aanleiding van ‘De dood en de vrek’. Zijn ‘wij voorspellen het verleden’ is een verademing. Daar kan Pilar het mee doen, met haar ‘goede oog’. En gelukkig is er het werk van Bosch. Geheimzinnig en fabelachtig. En zozeer in details te zien als het in musea nooit lukt. Een hoogtepunt de tekening Veld met ogen, bos met oren. Projectkunsthistoricus Matthijs Ilsink filosofeert erover met de curator van het Berlijnse Kupferstichkabinett. Was Bosch geleerd? wil die weten. Een humanist? ‘Ik denk dat het wel meevalt’, zegt die aarzelend. Wat de man verkeerd begrijpt: dus geleerd? Nou nee, waarschijnlijk niet, maar… we weten het niet. Wat staat er boven de tekening geschreven? ‘Armzalig de geest die altijd de inventies van anderen gebruikt en nooit zelf iets bedenkt.’ Als Bosch dat schreef is het zowaar een Renaissance-statement. Maar ‘we’ kennen zijn handschrift niet. En is de tekst wel uit de tijd van de tekening? Van die vragen dus. Veel uilen, hel en verdoemenis maar de film eindigt met een handjevol geredden dat door engelen begeleid ten hemel vaart. Piepkleine figuurtjes naar een verre cirkel van licht. Het is verdomme ontroerend. Althans, in deze film.

Pieter van Huystee, Jheronimus Bosch, geraakt door de duivel, NTR Het uur van de wolf, maandag 8 februari, NPO 2, 20.30 uur. Daarnaast is er de interactieve documentaire Jheronimus Bosch, de tuin der lusten’ met de mogelijkheid in te zoomen op de kleinste details in dat werk en met een audiovisuele toelichting op de symboliek van Bosch en zijn tijd. Website: jheronimusbosch.ntr.nl.

Via Uitzending gemist nog te zien: Andere tijden, Circus Jeroen Bosch over de Bosse Bosch-tentoonstelling in 1967 die 300.000 bezoekers trok in plaats van de verwachte 30.000. En die een mirakel was, want door amateur Ton Frenken zonder ervaring en ruilobjecten uit de grond getrokken. Bezoekers zagen er even veel (=weinig) als die bij de Late Rembrandt. Vooral de kantine en de juffrouw van de enige wc verdienden goud geld. Toen al.


POPMUZIEK – Leon Verdonschot

Machinehead en het racisme in metal

Van alle metalbands die begin jaren negentig doorbraken, zijn er behoorlijk wat inmiddels verdwenen, of al lang niet meer interessant. Machinehead uit Oakland, de band rond de charismatische Robert Flynn, is een uitzondering. De band brak meteen door met haar debuut, het baanbrekende en spijkerharde Burn My Eyes uit 1991. De ontwikkelingen in metal schemerden in de jaren erna geregeld door in de muziek van Machinehead, en geregeld keerde de band ook weer terug naar de invloeden van haar beginjaren. Soms klonk Machinehead meer als Black Sabbath, soms meer naar Pantera. Soms heavy metal, soms groove metal. Wat niet veranderde: de impact van liveshows. Een bulldozer, met Flynn als middelpunt. Op 29 februari komt Machinehead naar 013, voor een show zonder voorprogramma, aangekondigd als ‘An evening with Machinehead’. Een uitgebreide dwarsdoorsnede van het hele oeuvre dus.

Los van zijn kwaliteiten als zanger en songwriter geldt Flynn ook als een tamelijk uitgesproken persoonlijkheid, die afgelopen week eigenhandig afrekende met een taboe: de heimelijke sympathie voor extreem-rechts in een deel van de metal-scene. De aanleiding was een even wrange als ironische: uitgerekend het festival dat de erfenis van de door een doorgedraaide concertbezoeker op het podium doodgeschoten gitarist Dimebag Barell (ex-Pantera) moet eren, het Amerikaanse Dimebash, kende een krankzinnig einde. Phil Ansemo, voormalig voorman van Pantera en inmiddels zanger van de (overigens fantastische) band Down, sloot het evenement vol grote namen uit de metal en (hard)rock af met het brengen van de Sieg Heil-groet op het podium, en het scanderen van de leus ‘White Power’. Het is 2016, geen enkele actie op geen enkel podium ter wereld blijft beperkt tot de bezoekers die avond, dus het filmpje ging al snel de wereld rond. Ansemo probeerde het af te doen als een uit de hand gelopen grap: er was witte wijn backstage die avond, en dit was een grappig bedoelde verwijzing daarnaar. Inmiddels heeft hij daar een langere, uitgebreide videoboodschap met excuses aan toegevoegd, omdat hij merkte dat de discussie niet stopte, en na zijn uitleg zelfs verder oplaaide.

Degene die de discussie het meest eloquent op scherp zette, was Flynn. In een uitgebreide videoboodschap geeft hij een geschiedenisles in racisme, en maakt hij gehakt van de laffe manier waarop racisme in zijn scene wordt vergoelijkt. Nooit meer zal hij een Pantera-nummer zingen, kondigt hij aan, om eraan toe te voegen dat collega-muzikanten in de metal-scene al jaren bekend waren met Ansemo’s extreem-rechtse sympathieën, maar er, net als hij zelf, nooit iets in het openbaar over zeiden. Flynn is scherp en eloquent: ‘Freedom of speech doesn’t allow you freedom from the criticism of that speech.’ Machinehead is zeker de eerste jaren enorm beïnvloed door Pantera en tourde geregeld in hun voorprogramma, dus in zekere zin pleegt Flynn hier vadermoord. Tegelijk doet hij wat weinig iconen van een subcultuur durven: zich ferm uitspreken tegen het grote ideologische zwarte gat van hun eigen scene. Als dat bij hiphop seksisme is, dan is het bij metal racisme.

De rel heeft inmiddels grote consequenties: het Fortarock-festival in Nijmegen heeft Down geschrapt van het programma.

Zie hier de excuses van Ansemore.

En zie hier de videoboodschap van Flyn.

Ook interessant is dat Flynns boodschap weer heeft geleid tot nieuwe videoboodschappen rond hetzelfde onderwerp. Flynn legt zijn fans uit dat ‘black power’ iets heel anders is dan ‘white power’, maar een zwarte Pantera-fan gaat daar juist tegenin:

Machinehead, 29 februari, 013, 19:30.


FILM – Gawie Keyser

Een paar jaar geleden maakte de Russische regisseur Aleksandr Sokoerov Faust, een schitterende versie van het oude verhaal: gedempte sfeer, grauw licht, zachte, gevaarlijke stemmen. Het is mijn favoriete film uit zijn omvangrijke oeuvre, het sluitstuk van een serie over de werking van macht aan de hand van beschouwingen van Hirohito, Hitler, Lenin. Deze thema’s zijn ook aanwezig in zijn nieuwste film, Francofonia, een soort filmessay waarin de regisseur de culturele geschiedenis van het Louvre tijdens de Tweede Wereldoorlog onderzoekt.

Het beeld is belangrijk voor Sokoerov. Dat bleek een paar jaar geleden toen hij musea in Amsterdam bezocht. Hij zei: ‘Ik keek naar Rembrandt en de andere grote schilders uit die tijd. Daar begreep ik dat cameramensen en regisseurs zich nog in het stenen tijdperk bevinden. Ze kunnen er niets van. Ze doen helemaal niets met het beeld. Ze voegen zich naar de optische aard van hun camera, volgen blind wat al die lensjes hen voorschotelen. Maar je moet de compositie haar geheel eigen, niet-optische aard geven, die helemaal uit jezelf voortkomt. Het moet jouw ruimte zijn, jouw kleuren, schaduwen, enzovoort.’

Medium 2f7fbc22 927b 4b4b 863f 96d6b5c3ba78 2060x1236

Dit maakt duidelijk waarom Sokoerov in Francofonia, en eerder in Russian Ark, een soortgelijke film over de Hermitage, geobsedeerd bezig is met het beeld. En met de vraag waarom wij beelden nodig hebben om de geschiedenis niet alleen levend te houden, als het ware, maar ook om de betekenis daarvan te doorgronden.

De focus van de vertelling, een mix van fictie en documentaire, is een verbond tussen de Duitse officier Franz Graf Wolff-Metternich, belast met het ‘beschermen’ van kunstschatten in bezet gebied, en Jacques Jaujard, directeur van het Louvre. Het is juni 1940. Duitse soldaten marcheren in een uitgestorven Parijs. Wie ertoe in staat is, is de stad ontvlucht.

De kunstschatten in het Louvre zijn kwetsbaar; de wolven in uniform azen erop. Metternich en Jaujard beramen een plan om de werken in het Louvre veilig te stellen. Veel ervan werd al ondergebracht in châteaus buiten de stad. Maar nu komen de onwaarschijnlijke partners voor de vraag te staan hoe om te gaan met het confisqueren van waardevolle kunst in joods bezit.

Visueel is Francofonia een feest. In een scène lijkt het net of een Messerschmidt door een vleugel van het Louvre heen vliegt. Sokoerov combineert gestileerde beelden als deze met archaïsch gefilmde scènes waarin Wolff-Metternich en Jaujard met elkaar overleggen. Hij laat zelfs het geluidsspoor en perforaties van de film zelf zien, alsof het om oorspronkelijke, ‘gevonden’ beelden gaat.

Francofonia haalt het niet bij Sokoerovs beste werk, gemaakt in de periode 1999-2011 (Moloch, Taurus, The Sun en Faust), en toch is de sfeer van overpeinzing en bezinning opnieuw fascinerend. Het is bijna alsof hij de film voor zichzelf heeft gemaakt, als experiment om te relatie tussen beelden en herinnering te onderzoeken. Ergens in al de kunstschatten in het Louvre moet er een antwoord te vinden zijn, ook al is dat zo ontwijkend en zo mysterieus als de glimlach van de Mona Lisa.

Te zien vanaf 4 februari