Jiddu krishnamurti

Hij was de eerste Indiase goeroe die vaste voet aan Nederlandse bodem kreeg. Vanuit Ommen gaf Krishnamurti leiding aan de theosofische wereldrevolutie. Totdat de last hem te zwaar werd en hij zijn slaafse volgelingen op hun donder gaf. Het relaas van een Messias te Overijssel, bij diens honderdste geboortejaar. Onlangs verscheen Waarheid zonder weg: 100 jaar Krishnamurti. Onder redactie van Hans van der Kroft, uitgeverij Mirananda, 178 blz., 3 37,50
IN 1909 STUITTE Charles Leadbetter, een gewezen priester van de Britse Anglicaanse kerk die hoog was opgeklommen in de Theosofische Vereniging, tijdens een wandeling in het Indiase Adyar op een in de rivier badende jongen. De corpulente ‘grootmagier’, in occulte kring befaamd door zijn astrale contacten met mysterieuze Meesters in het Tibetaanse hoogland, zag gelijk dat er ‘iets magisch’ schuilging in de knaap. Het aura dat om de jongen heen hing, zo rapporteerde Leadbetter aan de theosofische presidente Annie Besant, was van een ‘ongewoon zuivere kwaliteit, schitterend, vrij van iedere zelfzucht’. Leadbetter twijfelde geen moment: de Maitreya, de nieuwe wereldleraar, de nieuwe Boeddha en de nieuwe Jezus zou zich binnenkort openbaren in het lichaam van deze broodmagere, dertienjarige knaap.

De goddelijke jongen was Jiddu Krishnamurti, de zoon van een Indiase ambtenaar uit de hoogste hindoe-kaste der brahmanen, die sinds zijn pensionering als secretaris werkte voor het Theosofische hoofdkwartier in India.
DE VERSCHIJNING van de Maitreya gold al een tijd lang als een heikel punt onder theosofen. De Maitreya zou verschijnen bij het aanbreken van de Nieuwe Tijd. Hij zou de ‘Wereldleraar’ zijn, onder wiens leiding de gehele mensheid zich zou stellen. In de theosofische liturgie moest de Maitreya worden beschouwd als de laatste incarnatie van het goddelijke opperwezen en er werd vurig naar hem uitgekeken. De messianistische heilsleer der theosofen was gebaseerd op het hindoeisme, waarin werd gesteld dat hoofdgod Vishnu in tien verschillende incarnaties op aarde zou verschijnen ter redding van de mensheid.
Het verlangen naar een messias was in theosofische kring zo breed gezaaid dat madame Blavatsky, de in 1891 gestorven oprichtster van de vereniging, zich bij leven nog genoodzaakt had gezien de 'messias- gekte’ de wind uit de zeilen te nemen. Blavatsky had uitgesloten dat de Maitreya zich snel zou manifesteren. Besant en Leadbetter bleven niettemin op zoek naar een geschikte Maitreya. Ze zeiden dat madame Blavatsky op haar sterfbed haar voorspelling over de komst van de Maitreya wat betreft het tijdpad nog net had bijgesteld. Annie Besant had in haar vele redes over de aanstaande komst van de Maitreya altijd verkondigd dat de Heiland dit keer in het Westen zou verschijnen. Daarom had Leadbetter eerder ook een knaap uit Chicago, Hubert van Hook, zoon van de secretaris- generaal van de theosofen in Amerika, geinitieerd in het occulte.
De jonge Jiddu Krishnamurti, als achtste kind van zijn ouders geboren (en daarom naar oud-brahmaans gebruik Krishna genoemd, ook achtste kind) in het dorp Mandanapalle in het district Madras, scheen niettemin beter geequipeerd voor de taak. Andere theosofen beklaagden zich erover dat de jongen zo'n sullige indruk maakte, maar Leadbetter hield bij hoog en laag vol dat de Tibetaanse Meesters hem hoogstpersoonlijk met de zorg voor de vorming van de nieuwe messias hadden belast.
Aan de hand van lange spiritistische sceances vertelde hij de schuchtere, onhandige knaap uitgebreid over de maar liefst dertig vorige levens die de laatste de afgelopen 2300 jaar zou hebben doorlopen. Na maandenlang dergelijke hersenspoelende initiatieriten te hebben ondergaan sprong de jongen, tot opluchting van zijn onderwijzer, eindelijk op met de kreet 'ik herinner het me!’ Sindsdien ging hij als de toekomstige Maitreya, De Wereldleraar, ook wel 'De Universele Dictator’, door het leven.
Ten bewijze van zijn astrale vermogens publiceerde Krishnamurti een boekje genaamd At the Feet of the Master. In een inleidend woord stelde Annie Besant dat de inhoud geheel was 'ingesproken’ door de Meester van Krishnamurti; de schrijver fungeerde slechts als medium. Sceptici stelden dat het boekje voor de volle honderd procent uit Leadbetters pen was gevloeid.
Lang niet iedereen in de Theosofische Vereniging was gelukkig met de nieuwe Maitreya. In de Duitse afdeling van de Vereniging kwam het op grond van Krishnamurti’s uitverkoring tot een scheuring. Secretaris-generaal Rudolf Steiner tekende luidkeels protest aan tegen de zijns insziens gevaarlijke, irrationele, ja zelfs 'satanische’ ontwikkelingen in de Vereniging. In 1913 richtte Steiner als alternatief de Antroposophische Gesellschaft op, met hemzelf als 'geestelijk leraar’ aan het hoofd. Negentig procent van de leden van de Duitse afdeling ging met hem mee.
NADAT LEADBETTER het knaapje van zijn wereldtaak op de hoogte had gebracht, stond Krishnamurti automatisch aan het hoofd van de Internationale Orde van de Rijzende Zon, later omgedoopt in de Orde van de Ster van het Oosten. Hij troonde over de besloten Esoterische Sectie, het hoogste orgaan van het verenigingsleven der theosofen, waarvan de leden allen in staat werden geacht magie te bedrijven. Krishnamurti en zijn broertje Nitya als reserve-Maitreya werden in de hofhouding van Leadbetter meegevoerd naar Europa. Annie Besant had de voogdij van de jongens van de vader, een weduwnaar, mogen overnemen teneinde hen in Europa te kunnen laten studeren.
Kort daarop las de vader, Jiddu Narayaniah, in een medisch tijdschrift echter een artikel omtrent Leadbetters vermeende knapenliefde. Daarop spande hij een rechtszaak aan om de voogdij over zijn zonen terug te krijgen. Het werd een slepende juridische affaire, waarbij Besant en Leadbetter de beide jongens in feite kidnapten. In het diepste geheim werden ze van het ene afgelegen landhuis naar het andere vervoerd. Uiteindelijk werd de aanklacht tegen Leadbetter in hoger beroep niet ontvankelijk verklaard. De Britse dichter-magier Alisteir Crowley sprak er niettemin schande van dat 'een seniele seksmaniak als Leadbetter zijn schandknapen uitroept tot toekomstige Verlossers’.
In Engeland gelukte het Annie Besant niet om Krishnamurti en zijn broer geplaatst te krijgen op de universiteiten van Oxford en Cambridge. Ze kreeg te verstaan dat de tempels van de Britse wijsheid niet openstonden voor Messias-figuren uit de kolonie. De cultus rondom de nieuwe heiland nam ondertussen grootse vormen aan in Albion. Dames van de Britse aristocratie vielen bij bosjes voor de knappe, immer in de beste maatkostuums gestoken jongeman. Overal in Engeland grepen de ladies naar Krishnamurti’s broekspijpen om deze in tranen te mogen kussen.
Zelf twijfelde de Indier nog ernstig aan zijn goddelijke uitverkiezing, zoals hij bij de hele theosofische leer zo zijn vraagtekens zette: 'Ik heb nog nooit een theosofisch boek van het begin tot het einde kunnen lezen’, bekende de Maitreya-in-spe. Het verlossende woord, een echt teken dat hij de Wedergeboren Wereldleraar was, wilde ook maar niet over zijn lippen komen. Om die reden zeiden de theosofische leringen dat Krishnamurti weliswaar al aangewezen was als het voertuig voor de komende incarnatie van de Verlosser, maar dat de werkelijke landing nog moest plaatsvinden. Zijn groeiende aanhang in Europa en de Verenigde Staten maalde er niet om. De kas van de Theosofische Vereniging werd flink gespekt met giften van dankbare volgelingen.
In 1921 achtte Leadbetter zijn goddelijke pupil rijp voor optredens in het openbaar. Krishnamurti maakte een tournee langs Californie, Australie, Europa en India. Het was een daverend succes. Hij werd inderdaad als een Messias ontvangen. Vanwege het exclusieve karakter van zijn aanhang - het waren vooral leden van aristocratische families die in zijn ban raakten, steenrijke ondernemers en bankiers, maar ook kunstenaars, zoals de schrijver Aldous Huxley - kreeg Krishnamurti al snel de bijnaam 'de filosoof van de rijken’.
Krishnamurti’s Nederlandse avontuur begon in 1921, toen de Internationale Orde van de Ster van het Oosten werd benaderd door de Wassenaarse baron Philip Dirk van Pallandt. De jonge aristocraat deed zijn achttiende-eeuws stamslot, kasteel Eerde bij het Overijsselse Ommen, met inbegrip van 1700 hectare bos, heide en moerassen, cadeau aan Krishnamurti. Het presentje ter waarde van meer dan een miljoen gulden.
De baron was geinteresseerd in alles wat naar het hierboven beschreven recept de roerige tijdsgeest in goede banen kon leiden. Samen met Koos van der Leeuw - zoon van de puissant rijke eigenaar van de Van Nelle-fabrieken - en zijn broer Kees, een van de trouwste Krishnamurti-fans in Nederland, had Van Pallandt in 1918 de Praktische Idealisten Associatie (Pia) opgericht, een op theosofische grondslag gebaseerde jongerenbeweging uit vooral de gegoede klasse. In de Pia was ook de Leerdamse glasfabrikant P. M. Cochius, voorzitter van de Nederlandse afdeling van de Theosofische Vereniging actief.
IN SEPTEMBER 1921 streek de hofhouding van Krishnamurti neer in het kasteel Eerde om aanwezig te zijn bij de officiele overdracht. Drie jaar later werd het kasteel tot het internationale hoofdkwartier van de Orde verklaard. 'Gelukkig Holland!’, schreef George S. Arundale, een van de naaste medewerkers van Besant en Leadbetter. 'Een mooi ras, met grote overleveringen van dappere strijd voor vrijheid en voor gewetensvrijheid, met een temperament, tegelijk praktisch, nuchter en toch doordrongen van de geest van rechtvaardigheid, doortrokken met een ader van idealisme. Laat elk Ster-lid in Europa denken aan Ommen-Eerde als het werkelijk hart van het werk van de Ster in de westerse wereld. Eenmaal zal het een van de grote bedevaartplaatsen worden van de wereld.’
In het begin bestonden er plannen om in Ommen een permanente alternatieve gemeenschap te vestigen, die werd aangeduid als 'Community of the New Age’. In de zomer van 1924 werd er voor het eerste een driedaags Sterrenkamp gehouden. Zo'n vijfhonderd mensen kwamen er in tenten bijeen om Krishnamurti bij een groot kampvuur liederen in het Sanskriet te horen zingen. De Avro-radio zond de speeches rechtstreeks uit.
ONDERTUSSEN had patriciersdochter Mary van Eeghen-Boissevain haar landgoed De Duinen in Valkeveen - tussen Huizen en Naarden - ter beschikking van de theosofen gesteld. Aldaar richtte de vereniging, madame Blavatsky’s nimmer aflatende strijd tegen de rooms-katholieke kerk indachtig, een dependance van de Vrije Katholieke Kerk op, met de theosoof George Arundale als Zijne Heiligheid paus Gregorius I in de bisschopsmantel. Ook Leadbetter, sinds de schandalen rondom zijn persoon naar Australie uitgeweken, werd tot vrij-katholiek bisschop gewijd. Deze Huizer-groep, met grande dame Annie Besant in hun midden, rebelleerde openlijk tegen het gezag van Rome, maar ook Krishnamurti moest het steeds meer ontgelden. Arundale en de zijnen waren op eigen houtje in astraal contact getreden met de Tibetaanse Mahatma’s en beweerden dat zij langs die weg forse promoties hadden gekregen in de occulte hierarchie.
Krishnamurti zakte weg in een diepe depressie, die nog eens werd versterkt toen zijn broer Nitya overleed. De jongen had al lang klachten gehad, maar conform de theosofische overtuiging dat de officiele medische wetenschap met zijn materiele fixatie toch nergens goed voor was, bleef zijn medische behandeling beperkt tot een therapie van een alternatieve genezer.
De dood van zijn broer en de Huizer-affaire forceerden een curieuze doorbraak bij Krishnamurti: enkele weken na de dood van Nitya, in december 1925, was het grote moment daar. 'Het is velen van ons bekend dat de Wereldleraar de datum van zijn komst enigszins heeft vervroegd, vanwege de moeilijkheden en de bijna hopeloze toestand van de moderne wereld’, kondigde Annie Besant op 27 december aan. 'Het is dus de grote nood van de wereld die hem toeroept zijn verblijf in de Himalaya’s te verlaten om de wereld te redden.’ En jawel, reeds de volgende dag sprak Krishnamurti in India voor het eerst met de tong van de Maitreya: 'Ik ben gekomen - voor wie medeleven zoekt, voor wie geluk zoekt, voor wie wil worden verlost.’ Die uitspraak had de jongeman nog niet eerder gedaan, en het succes was overweldigend. 'De Wereldleraar is hier’, jubelde Annie Besant tegen de wereldpers. 'De Goddelijke Geest is opnieuw nedergedaald in een mens, in Krishnamurti, die in zijn leven letterlijk volmaakt is, zoals wie hem kennen, kunnen getuigen.’ 'A New Messiah in tennis-flannels’, juichte de Amerikaanse pers. Vanuit Hollywood kreeg Krishnamurti een aanbod om de hoofdrol te spelen in een film over het leven van Boeddha, voor de in die dagen ongekende gage van vijfduizend dollar per dag.
Krishnamurti’s Indiase kunststukje werd een paar maanden later, in juli 1926, tijdens het derde Sterrenkamp te Ommen herhaald. Voor de ogen van het bijna tweeduizend koppen tellende publiek transformeerde hij in andere gedaanten, sprak met andere stemmen en beval zijn idolate aanhang de wereld te verzaken om zijn evangelie van absolute aanvaarding te volgen. 'Ik behoor alle mensen toe, allen die echt liefhebben, allen die lijden. En als je wilt wandelen, wandel dan met mij.’ De belangstellenden stroomden toe. Niet iedereen had het even makkelijk met deze nieuwe Jezus. Als sommige welgestelde bedevaartgangers in Ommen bijvoorbeeld het voornemen opperden om minder draagkrachtigen in het kamp een financieel douceurtje te geven om de niet misselijke toegangsprijzen te overleven, werd dat door Krishnamurti met een fel 'No charity!’ verboden.
De verwachtingen raakten steeds hoger gespannen. Het huisorgaan De Ster meldde dat 'Eerde een blijvende tempel is geworden, waarin de Tegenwoordigheid van de Leraar eeuwig kan verblijven, en vanuit dit centrum zullen licht en leven over de wereld verspreid worden’. 'Ommen zal een even belangrijk centrum worden als Rome en het Vaticaan voor de oude wereld zijn geweest’, profeteerde men.
Niettegenstaande het succes raakten de verhoudingen aan de top van de Theosofische Vereniging verder verdeeld. De leden van de Vrije Katholieke Kerk begonnen steeds openlijker te rebelleren tegen het universele dictatorschap van Krishnamurti. Ze organiseerden autonome rituele bijeenkomsten tijdens het Sterrenkamp en beschuldigden Krishnamurti ervan dat zijn wonderlijke transformaties het werk waren van een zwarte magier die in het Sterrenkamp was geinfiltreerd. Ook Annie Besant dreigde door de Huizer-groep te worden overtuigd.
VOOR KRISHNAMURTI was het weer een extra motief voor verminderde geestdrift ten aanzien van de Theosofische Vereniging. Op 3 augustus 1929 kwam de goeroe tijdens een live door de radio uitgezonden toespraak in Ommen met de bekendmaking dat hij had besloten de Orde van de Ster met onmiddellijke ingang te ontbinden. Het was een grote schok voor het publiek, onder wie Annie Besant, toen de wedergekomen messias verkondigde dat 'de waarheid een land zonder paden’ was, onbereikbaar via geloof of sekten. 'Jullie hebben deze gebeurtenis, de Wederkomst van de Wereldleraar, achttien jaar afgewacht en kijk eens wat er nu gebeurt’, sneerde de 32-jarige ex-messias. 'Jullie zijn voor je spiritualiteit afhankelijk van iemand anders. Ik wens niet ieder jaar dezelfde kinderachtige besprekingen. Waarom moet ik onware en huichelachtige mensen hebben die mij volgen, mij, de belichaming van de waarheid?’
Baron van Pallandt eiste zijn kasteel terug, maar stond wel toe dat zijn landgoed nog een keer per jaar voor het Sterrenkamp werd gebruikt. Krishnamurti was ieder jaar als spreker te gast. Tijdens het Sterrenkamp van 1935 raadde hij de Duitse joden onder zijn toehoorders met klem aan niet naar hun land terug te keren, noch in Nederland te blijven. Bij een bezoek aan het Italie van Mussolini ontsnapte hij maar op een haar na aan arrestatie vanwege 'politieke agitatie’. De Roemeense koningin Marie schoot hem daarbij naar verluidt te hulp.
In 1938 vestigde Krishnamurti zich in Californie, waar hij tot na de oorlog zou blijven. 1938 was tevens het laatste jaar dat er in Ommen een Sterrenkamp werd gehouden. In het najaar van 1940 kwam het terrein in handen van het Referat Internationale Organisationen, belast met de liquidatie van 'volksvijandige instellingen’. Baron van Pallandt belandde als gijzelaar in het concentratiekamp Buchenwald. Op de plek waar ooit werd gesproken over het 'goddelijke dictatorschap’ van Jiddu Krishnamurti kwam in de oorlog een SS-kazerne en het gevangenen- en doorgangskamp Erica.