Jihad-pr

Jihad-pr

IS-strijders slagen erin met hun beeldtaal angst te zaaien en zo strategische winst te boeken. Coole, westerse jihadi’s maken af waar pioniers dertig jaar geleden al mee waren begonnen.

Medium 17 al qaidaparl image 9782130586692 mep  dragged  14 1

4 oktober 2014 - Samen met Pakhuis de Zwijger organiseren wij op donderdag 9 oktober De Groene Live #3 over jihadisten & de media. Wie gebruikt wie? En hoe beïnvloeden de onthoofdingen van collega’s je journalistieke beoordelingsvermogen? U bent van harte uitgenodigd.


Het slachtoffer in een oranje overall op zijn knieën in het zand, de wraakretoriek gericht aan de president van Amerika, de moordenaar die een pikzwart tenue draagt, de kleur van islamitisch militarisme. Het YouTube-filmpje ‘Een boodschap aan Amerika’ waarin de Islamitische Staat (IS) half augustus de gruwelijke executie van fotograaf James Foley toont, is in beeld, daad en legitimering het resultaat van dertig jaar jihadpropaganda. De boodschap van de beul – uitgesproken in ‘multicultureel Londens’ – is dat Amerika moet ophouden met het bombarderen van IS. Anders zullen ze nog meer Amerikanen doden op de manier waarop hij na zijn toespraak overgaat. ‘God heeft bevolen dat ongelovigen en heidenen onthoofd moeten worden’, schrijft de bekende jihad-ideoloog Abu Abdullah al-Muhajir in zijn werk De islamitische jurisprudentie van de jihad (2003).

Hoe is deze beeldtaal ontstaan? Wat is de oorsprong van de jihad-ideologie die deze bloedige propaganda legitimeert? De basis wordt gelegd in de jaren tachtig in Afghanistan. Het is het tijdperk van vhs-banden en gestencilde nieuwsbrieven. De jihadistische propaganda is dan nog van een haast aandoenlijke onschuld.

Afghaanse moedjahedien vechten een oorlog uit met het communistische Rusland en het conflict lokt jonge moslimmannen uit het Midden-Oosten. Een van deze jihadi’s is de islamgeleerde Abdullah Yusuf Azzam (1941-1989), leermeester van Osama bin Laden en invloedrijk ideoloog van de jihad. Azzam is een stateloze Palestijn en hij wil de lokroep van de jihad luider dan ooit laten klinken om de islamitische wereld enthousiast te krijgen voor de gewapende bevrijding van de Palestijnse gebieden. Azzam realiseert zich al snel dat de inzet van de media hiervoor essentieel is. Samen met zijn steenrijke protegé Bin Laden heeft hij dan al een heus servicebureau opgezet dat de huisvesting en training verzorgt van Arabische jihadisten. Dat bureau neemt ook de jihad-pr op zich, onder meer via het blad Al-Jihad.

Professor David Cook, islamdeskundige aan Rice University (Houston) en auteur van Understanding Jihad, bezocht Afghanistan tien jaar geleden. Ter plekke kon hij enkele jaargangen van Al-Jihad doornemen. ‘De eerste edities waren door Azzam persoonlijk gestencilde nieuwsbrieven met verslagen van veldslagen en een rubriek over religieuze kwesties’, reageert Cook per mail. ‘Vanaf 1985 zie je het blad veranderen. Azzam krijgt meer geld van Saoedische geldschieters. Hij kan zich een mooiere opmaak veroorloven. Hij gebruikt glossy covers en mooie Arabische kalligrafie. Er verschijnen ook kleurenfoto’s in het blad, vaak van omgekomen jihadi’s. Bij de bloedigste afbeeldingen staat soms de waarschuwing dat het blad uit de buurt gehouden moet worden van kinderen.’

Een andere deskundige die de vroegste propaganda en beeldtaal van het jihadisme bestudeerde, is de Duits-Egyptische socioloog Abdelasiem el Difraoui, auteur van Al-Qaida par l’image (2013). ‘In het begin was er onder jihadi’s nog een discussie of mensen wel of niet mogen worden afgebeeld’, zegt El Difraoui aan de telefoon. ‘Het zou te veel op afgoderij lijken, een zonde in de islam. Maar toen het succes van Al-Jihad begon te groeien, verdwenen die bezwaren gauw.’

Het servicebureau van Azzam en Bin Laden ontdekt ook het propagandapotentieel van videobeelden. Flitsend zijn die eerste beelden niet, maar ze geven wel inzicht in hoe de jihadisten de heilige strijd het liefst verbeeld zagen. ‘Tussen 1989 en 1990 komt de tweedelige film Fada’wa fatah uit’, zegt El Difraoui. ‘Dit tweeluik zet de standaard voor de visuele jihadpropaganda die daarop volgt.’

Medium 41 al qaidaparl image 9782130586692 mep  dragged  15 1

Enkele symbolen zullen een constante vormen in jihadfilmpjes, zoals de zwarte shahada-_vlag (beter bekend als IS-vlag) waarop de islamitische geloofsbelijdenis is afgedrukt. Een ander debuterend symbool is de wereldbol die de mondiale ambities van het jihadisme moet aangeven. Ook de afbeelding van een kalasjnikov die strijdzucht moet verbeelden gaat op herhaling. Veel aandacht in de films gaat naar de camaraderie tussen de Arabische jihadi’s. Ze worden aangeduid met _ansar, helpers, naar de bewoners van de stad Medina die de eerste, op de vlucht geslagen moslims onderdak en bescherming boden. De boodschap is duidelijk: deze goedlachse Arabische jongens in Afghanistan zijn moderne ansar die gekomen zijn om de Afghaanse moslims te beschermen.

El Difraoui: ‘Echt schokkende dingen komen nauwelijks voor in de twee films. Een paar stills van gevallenen op het slagveld, meer niet. Van andere martelaren worden foto’s gebruikt. Ze worden afgebeeld tegen de achtergrond van besneeuwde bergtoppen, erg idyllisch, om de verheven status van de martelaar aan te geven. Onder de beelden zijn anasheed gemonteerd, religieuze liederen die de jihad verheerlijken.’

In hun taal schuwen de jihadpioniers de bloedigste bedreigingen aan de ‘vijanden van Allah’ – Russen, Amerikanen, joden, atheïsten, afvalligen – echter niet. ‘Slechts de jihad en het wapen: geen onderhandelingen, geen conferenties, geen dialoog.’ Maar woord en daad komen dan nog niet noodzakelijk overeen. Het zijn Azzams leerling Osama bin Laden en een nieuwe generatie jihadisten die, geholpen door technologische en politieke ontwikkelingen, de haatretoriek van de pioniers tot de uiterste consequentie doordrijven.

‘Slechts de jihad en het wapen: geen onderhandelingen, geen conferenties, geen dialoog’

Nog niet een officieel onderdeel van de jihadistische beeldtaal en propaganda, maar wel een belangrijke ontwikkeling in de marge, zijn de lugubere beelden die in de jaren negentig in het nieuwe jihadfront Bosnië gefilmd worden. Auteur van een van deze films is de Duitse Egyptenaar Reda Seyam (1960). Zijn integratie in de Duitse samenleving mislukt en uit wrok meet hij zich een nieuwe, streng islamitische identiteit aan. Hij is niet bijzonder deskundig in de islam als hij zich in 1994 in Bosnië aansluit bij de jihadisten die strijden tegen christelijke Serviërs en Kroaten. In zijn reiskoffer zit een videocamera. Daarmee filmt hij hoe zijn collega-jihadisten Servische krijgsgevangen onthoofden en met hun hoofden voetballen.

In 1998 vaardigt Osama bin Laden een fatwa uit waarin hij het een jihadistische plicht voor moslims acht om Amerikaanse en joodse burgers te doden, omdat zij de schuld dragen van hun ‘misdadige’ regeringen. Bin Laden verandert daarmee de interpretatie van de jihad radicaal: het is nu definitief een doodscultus. Op 11 september 2001 bereikt deze ontwikkeling een pervers hoogtepunt.

Ook de beeldtaal van de officiële jihadpropaganda verandert in die periode fundamenteel en komt nadrukkelijker in het teken van agressie en dood te staan. Om al het bloedvergieten te rechtvaardigen, moeten Bin Laden en zijn mede-jihadisten geportretteerd worden als meer dan simpele strijders. Bin Laden en zijn ansar, helpers, worden gefilmd in berggrotten, een directe verwijzing naar de profeet Mohammed en zijn metgezellen die tijdens zijn veldslagen in grotten oorlogsstrategieën bespraken. Op andere beelden zit Bin Laden op een paard, zoals de eerste moslims ook een paard bestegen om ten strijde te trekken. Doden en gedood worden fisabillilah, om wille van Allah, dat wordt vanaf dat moment de duidelijke en enige boodschap van de jihadpropaganda.

De bloeddorstige taal en jihadistische propaganda ontsporen na 11 september 2001 op een manier die veel jihadisten te ver vinden gaan. Voor die ontsporing is vooral één man verantwoordelijk: Abu Musa’b al-Zarqawi. In de Jordaniër komt alles samen: de haat tegen de vijanden van Allah, de spectaculaire jihadpropaganda, de lugubere onderstroom en de onaflatende behoefte zichzelf te presenteren als de zuiverste interpretatie van de jihad.

Op 11 mei 2004 wordt er vanuit Londen een filmpje geplaatst op de jihadistische website al-ansar.biz. Titel: ‘Abu Musa’b al-Zarqawi slacht een Amerikaan.’ De Amerikaan in kwestie is de 26-jarige Nicolas Evan ‘Nick’ Berg, eigenaar van Prometheus Methods Tower Services, een bedrijfje waarmee hij sinds 2002 reparaties verricht aan radiotorens. Eind 2003 besluit Berg zijn zakelijk geluk te beproeven in Irak, dat enkele maanden eerder door Amerikaanse troepen is bezet. Bij een tweede bezoek aan het land wordt Berg ontvoerd. ‘O islamitische natie! Is er nog een excuus om werkeloos toe te kijken?’ vraagt Al-Zarqawi zijn kijkers.

Het filmpje opent met Nick Berg op een plastic tuinstoel. Hij heeft een oranje overall aan, hetzelfde kledingstuk dat terrorismeverdachten in Guantánamo Bay dragen. Achter Berg staan vijf mannen in zwart tenue die hun gezicht bedekken met een bivakmuts. De man direct achter Berg – Al-Zarqawi – leest een verklaring voor van papier. ‘En waar is de woede om wille de religie van Allah? En wie wreekt de eer van de islamitische mannen en vrouwen die vastzitten in de gevangenissen van de kruisvaarders?’

Al-Zarqawi beweert in het filmpje dat hij dit voor de islamitische natie doet. Hij wil hun geschonden eer wreken. Die is bezoedeld geraakt door de onthulling in april 2004 dat gevangenen in de Abu Ghraib-gevangenis op grote schaal zijn vernederd door hun Amerikaanse bewaarders. Al-Zarqawi tot slot: ‘U zult van ons niets zien dan lijk na lijk en kist na kist van hen die op deze manier afgeslacht zullen worden.’ Hij is op dat moment leider van het plaatselijke filiaal van al-Qaeda in Irak. De groepering zal nog meer van zulke onthoofdingsfilmpjes online zetten. Ze domineren ook de jihadpropaganda met videoregistraties van aanslagen op sjiitische moskeeën en Amerikaanse troepen. Het zijn strakke producties. Het logo van de groepering – een samenballing van een kalasjnikov, een wereldbol, een koran, een shahada-vlag – ontbreekt zelden. Door internet vindt deze jihadpropaganda een aanzienlijk groter publiek dan de propaganda van de jihadpioniers. Het is een recept voor succes: Al-Zarqawi zaait met zijn films ongekende angst bij zijn vijanden, en bewondering bij zijn sympathisanten, die de arrogante Amerikanen en sjiieten in bloed ondergedompeld willen zien. Maar het is ook een recept voor mislukking: de willekeurige beestachtigheid die Al-Zarqawi in zijn films tentoonspreidt zint het hogere al-Qaeda-echelon niet. Ze berispen hem er vaak om. >

Al-Zarqawi is geen geleerde zoals jihad-ideologen als Azzam of Bin Laden. In zijn jeugd was hij een crimineel. Vroegere handlangers kennen hem als een simpele kracht met losse handjes. Maar dat wil niet zeggen dat hij geen goede leerling is van zijn intellectuele voorgangers. Hij bezit De islamitische jurisprudentie van de jihad van de grote jihad-ideoloog en Afghanistan-ganger Abu Abdullah al-Muhajir. Zo enthousiast is hij over dit boek dat onthoofding rechtvaardigt dat hij talloze kopieën onder zijn mede-jihadisten verspreidt. Hij brengt in praktijk wat de intellectuele jihadisten op schrift stellen, in sommige gevallen met zijn blote handen.

In 2006 komt Al-Zarqawi om bij een drone-aanval van de Amerikanen. Het lijkt gedaan met het ‘al-zarqawi’isme’, zoals de brute tactieken van de Jordaniër zijn gaan heten. Maar zijn werk is in het geheugen gegrift van oude en nieuwe jihadisten. Voor de ontvankelijke moslims die vanachter hun computer Al-Zarqawi’s verrichtingen volgen, leeft hij voort als iemand die tegenover het verdorven Amerika met zijn moderne wapentuig de eigenhandige wraak stelde. Het is de pure, oudtestamentische jihad, vastgelegd op camera en verspreid via het internet.

Medium 337 al qaidaparl image 9782130586692 mep  dragged  16 1

‘De jihadpropaganda zoals die tegenwoordig vorm heeft gekregen, is het resultaat van grondwerk dat is gelegd door de pioniers in Afghanistan’, zegt El Difraoui. ‘Het is het resultaat van het barbaarse al-zarqawi’isme en van twee nieuwe en invloedrijke theoretische werken die tien jaar geleden verschenen.’

K. post selfies waarin hij grijnzend eigenhandig afgesneden hoofden van ‘vijanden van Allah’ vasthoudt

In de lente van 2004 circuleert op jihadistische webfora een document met de omineuze titel Het beheer van de wreedheid. De auteur is ene Abu Bakr Naji, een pseudoniem voor een verzameling jihad-ideologen. Het document beschrijft in detail hoe wreedheid door jihadisten beheerd moet worden om strategisch succes op het slagveld te boeken. Lok geweld en barbarij uit, daarna kan angst geoogst worden bij de vijanden van de islam. Jihadpropaganda via een breed opgezette mediastrategie is volgens Naji hierbij essentieel. Hij benadrukt het belang ‘van geweld en wreedheid tegen ongelovigen in het fysieke gevecht en in het mediagevecht’.

Eind 2004 verschijnt eveneens op webfora een 1600 pagina’s tellend document van Abu Musab al-Suri. Al-Suri is een intellectuele jihadpionier en een kennis van Bin Laden. In het lijvige document bekritiseert Al-Suri de jihadistengroeperingen die nog altijd geen duurzaam resultaat bereikt hebben. Hij doet allerlei suggesties ter verbetering, onder meer op het gebied van mediastrategie. Een van zijn aanbevelingen die goed opgepakt zijn, is het aanvallen van de vijanden van de jihad met ‘bedreigende boodschappen’.

Twee maanden geleden werd in Irak en Syrië het kalifaat uitgeroepen door Abu Bakr Al-Baghdadi, de leider van IS. IS beheert talloze Twitter-accounts, YouTube-kanalen, Facebook-pagina’s, webfora, en andersoortige digitale platforms zoals justpaste.it waarop het zijn mediaoffensief kan voeren. Deze derde generatie jihadisten wordt geroemd om haar digitale handigheid. De mediastrategie en de beeldtaal in de IS-jihadpropaganda combineren de vrome geleerdheid van Azzam/Bin Laden, de beestachtigheid van Al-Zarqawi en het strategisch inzicht van Naji/Al-Suri.

Het duidelijkst blijkt dit uit de jihadpropaganda die wreedheid toont om ‘strategische winst’ te boeken op het slagveld. Met groot resultaat: Iraakse soldaten hadden zoveel gruwelijk beeldmateriaal gezien dat ze in juni in de Iraakse stad Mosul onmiddellijk op de vlucht sloegen toen IS-troepen naderden. Ook soldaten in de stad Tikrit deserteerden en masse. Soldaten die wel gevangen werden genomen verschenen eind juli in een 36 minuten durende propagandafilm van de jihadistengroepering. De laatste vijf minuten daarvan zijn gewijd aan de executie van honderden Iraakse soldaten. Ook in deze beelden leunt IS op de beeldtaal die door Azzam en Bin Laden ontwikkeld is. De IS-strijders worden neergezet als ansar, de vrome helpers van weleer. Ze komen in beeld op paarden en met antieke kromzwaarden in hun handen.

Al-Zarqawi’s nalatenschap komt in de jihadpropaganda van IS terug in de beestachtigheid om de beestachtigheid. Een prominente IS-figuur op Twitter is Nederlands-Iraakse Khaled K. uit Almere. Sinds iets meer dan een half jaar post K. selfies waarin hij grijnzend eigenhandig afgesneden hoofden van ‘vijanden van Allah’ vasthoudt. Inmiddels bestaan er ontelbaar veel foto’s en filmpjes die tonen hoe vijanden, maar ook mede-soennieten, worden gekruisigd en onthoofd, en hoe ledematen worden geamputeerd. In de jihadtheorie is dit een rationeel ‘beheer van wreedheid’ die angst zaait bij de vijand en absolute gehoorzaamheid bij mede-soennieten. Maar in veel gevallen is het niet veel meer dan het botvieren van primitief sadisme. In augustus tweette de Australische jihadist Khaled Sharrouf een foto van zijn zoontje die een afgesneden hoofd in de lucht hield. Bijschrift: ‘That’s my boy.’

Medium 342 al qaidaparl image 9782130586692 mep  dragged  12 1

Niet nieuw, maar door IS wel beter geïntegreerd in de huidige jihadpropaganda, is de westerse dimensie. Er is sinds de Irak-oorlog in 2003 al sprake van een sterke wisselwerking tussen Europese en Amerikaanse jihadi’s en hun collega’s in het Midden-Oosten. In 2004 verschijnt het nummer Dirty Kuffar van de Britse rapgroep Soul Salah Crew. De artiesten zijn jonge Britse moslims die in die videoclip op een rapbeat gebruik maken van bestaande beeldtaal (verering van jihadisten) en symbolen (de shahada-vlag).

Het is een subcultuur die bekend komt te staan als ‘popjihad’ of ‘jihad cool’ die vooral op het internet leeft en vorm krijgt. IS tapt rijkelijk uit die subcultuur. Het wil jonge moslimmannen uit het Westen ermee rekruteren. Het best zijn die te lokken met andere westerse jongemannen. In filmpjes die geschoten zijn in exotische landschappen doen deze jongens in een dik Londens of Haags accent een beroep op hun familie, vrienden, buren en klasgenoten. Ze stellen de achterblijvers een leven vol avontuur in het vooruitzicht, een leven waarin ze onderdeel kunnen worden van het grote verhaal van de jihad. In het kalifaat zullen ze vrij zijn van depressies en niet meer geminacht worden omdat ze moslim zijn.

Op hun beurt beïnvloeden de westerse jongemannen de jihadpropaganda en de beeldtaal door de ‘cool’ erin te brengen. Op foto’s poseren ze met hun wapens als leden van een gang. Ze rijden in humvees. En ze vermengen beelden van dood en verderf met slang. In augustus tweette de Britse Abdel-Majid Abdel Bary een foto. Daarop houdt de vroegere rapper en vermoedelijke moordenaar van James Foley een afgesneden hoofd vast. Bijschrift: ‘Chillin with my homie or what’s left of him’.

‘De mediasering is altijd onderdeel van de jihad geweest’, zegt El Difraoui. ‘Wat IS nu in praktijk brengt op het gebied van jihadpropaganda, is het logische eindstation.’ Afgelopen mei bracht IS het voorlopige hoogtepunt van jihadpropaganda uit: een zestig minuten durende documentaire. Vertrouwde symboliek – shahada-vlag, kalasjnikovs – is doorsneden met beelden van strategisch ingezette wreedheid, de verheerlijking van de jihadstrijder als ansar, en tirades tegen de vijanden van de islam. Een technisch hoogstandje dat in de documentaire is toegevoegd is het bevriezen van beelden om daaroverheen een lap tekst te laten rollen. Het zijn vrome citaten uit de koran en ander islamitisch naslagwerk waarin de religieuze legitimering voor hun bloedvergieten te vinden is. Het is digitaal, het is gelikt, maar verder zijn het precies dezelfde vrome teksten die de jihadpionier Azzam dertig jaar geleden ook al optekende in die eerste drager van de jihadpropaganda, het blaadje Al-Jihad.

Hoe sterk de link is tussen een jihadpionier als Azzam en IS wordt nog veel duidelijker aan het begin van de documentaire. Terwijl een shahada-vlag in de wind wappert, verklaart een voice-over hoe dicht ze met het stichten van een kalifaat bij het ultieme doel van de jihad zijn beland: ‘Moskee Aqsa [Jeruzalem] ligt nog maar op een steenworp afstand.’ IS stelt de moslims hier niets minder in het vooruitzicht dan de bevrijding van ‘Palestijns gebied’. Het was deze bevrijding waar Azzam van droomde. Het was waarom hij dertig jaar geleden zijn leven in dienst stelde van de jihad en haar propaganda.


Beeld: (1) Beeld uit de herdenkingsvideo die al-Qaeda maakte vijf jaar na de aanslag op het World Trade Center en het Pentagon. Onderdeel van de film is het testament van een van de daders, Hamza al-Ghamdi. - Beelden uit verschillende jihadistische video’s (oorsponkelijk VHS-banden): (2) ‘Abdullah Yusuf Azzam tussen strijders in Afghanistan. (3) De executie van Nicholas Berg. De omcircelde figuur is Abou Anas al-Shami; rechts naast hem staat Abu Musa'b al-Zarqawi. (4) 'Martelaar’ Abu Anas in de Hof van Eden.