Iran bestrijdt de digitale oppositie

Jihad tegen internet

Het Iraanse regime probeert door het blokkeren van websites informatie van de oppositie buiten de deur te houden. Tevergeefs.

TEHERAN — Sinds het begin van de pro-democratische studentendemonstraties in juni heeft het geestelijke regime van Iran strengere maatregelen getroffen om de verspreiding van informatie binnen het land aan banden te leggen. Het regime blokkeerde ruim tweehonderd websites, verbood zo’n 25 kranten en tijdschriften en arresteerde meer dan dertig journalisten. Ook heeft het aanbieders van satelliettelevisie geweerd die nieuwsuitzendingen doorgaven van Iraanse stations in Los Angeles.

Hoge Iraanse ambtenaren beweren dat er alleen websites van pornografische aard worden belemmerd die strijdig zijn met islamitische waarden en normen. «Dat is een grove leugen», aldus politiek analist Saeed Leylaz. «Ze weten dat het onmogelijk is honderdduizenden sekssites te blokkeren. De bedoeling is om websites van oppositiepartijen en hervormers te blokkeren die Iraniërs via internet willen bereiken nu hun kranten zijn verboden door hardliners binnen de rechterlijke macht.»

De meeste afgesloten websites zijn opgericht door Iraanse oppositiegroepen. Meest in het oog springt de site van Reza Pahlavi, de zoon van wijlen sjah Mohammed Reza Pahlavi, aan wiens bewind een eind werd gemaakt door de Islamitische Revolutie van 1979. «Na alle beperkingen aan kranten en andere massamedia viel te verwachten dat mensen zich voor nieuws tot internet zouden richten», meent Reza Parisa, directeur van een vereniging van internetproviders in Teheran. «Uiteraard wil de regering nu ook de toegang tot internet beperken.» Hardliners maken zich steeds meer zorgen over de toegang van Iraniërs tot informatie van buitenaf en de belangrijke rol van communicatievormen bij het aanwakkeren van hervormingsgezinde sentimenten.

Sinds de aanval op internet zijn al meer dan 140 websites geblokkeerd. De meeste riepen op tot het omverwerpen van het huidige islamitische establishment of behandelden onderwerpen als dansen of seks. Farhad Sepahram, een ambtenaar van het ministerie van Telecom: «We volgen slechts de orders op van de Suprème Culturele Revolutieraad. Onze persoonlijke voorkeur speelt daarbij geen enkele rol. We blokkeren websites aan de hand van een lijst die we van de raad hebben gekregen.»

Mullahs beschouwen de toename van het internetgebruik zonder twijfel als een bedreiging van hun positie. Internet is zeer populair onder de jonge Iraanse generatie, die een onstilbare honger heeft naar informatie. Iran heeft momenteel drie miljoen internetgebruikers op een bevolking van 65 miljoen. De grote meerderheid gebruikt internet uitsluitend voor e-mail en chatten. In Teheran en andere steden zijn veel internetcafés, die druk bezocht worden door jongeren van beide geslachten.

De ayatollahs bezien internet in toenemende mate met achterdocht sinds de regering van Bush en het Amerikaanse Congres duidelijk hebben gemaakt dat ze alle mogelijke middelen zullen aanwenden om de huidige regering te destabiliseren. Elke keer als de geestelijke machthebbers zich bedreigd voelen, leggen zij beperkingen op aan elke vorm van liberalisering. «Zo zie je maar hoe breekbaar en kwetsbaar het islamitische regime van Iran in werkelijkheid is», meent Zia Atabay, de president van National Iranian TV in Los Angeles. «Ongecensureerd nieuws kan op zeer eenvoudige wijze hun hele systeem platleggen.»

Ook het aantal Iraanse weblogs is explosief gestegen. Internetproviders schatten dat er vijftigduizend persoonlijke internetdagboeken in het Perzisch op het net zijn, met onderwerpen van kunst, film en muziek tot computers en maatschappelijke kwesties. Op het populaire weblog Faheshe (Perzisch voor «hoer») kan men de memoires vinden van een voormalige prostituee die een boekje opendoet over haar Werdegang. De website biedt ook links naar interviews met andere prostituees, waarvan enkele beweren regelmatig seksueel contact te hebben gehad met hoge ayatollahs.

Politiek getinte websites vormen echter een veel groter probleem voor de regering dan online pornografie. Veel van de journalisten wier liberale, hervormingsgezinde kranten door conservatieve krachten binnen de rechterlijke macht werden verboden, hebben websites opgericht waarop zij veel fermere taal hanteren en die veel moeilijker zijn plat te leggen. Toen in juni in Teheran en andere delen van het land protesten uitbraken, besteedden de Iraanse kranten daar nauwelijks aandacht aan. Uiteindelijk verbood het ministerie van Cultuur journalisten zelfs de demonstraties bij te wonen. De websites van studenten bleven het land echter elke avond op de hoogte houden van de gebeurtenissen.

De scheidslijn tussen wat accepteerbaar is en verwerpelijk, legaal en illegaal, blijft vaag. Daarom is de aanval op internet uitgelopen op een kat-en-muis-spel tussen de conservatieve machthebbers en de jonge generatie van Iran, die zich op technologisch gebied steeds vaardiger toont. Zelfs de voorstanders van het filteren van internetmateriaal vermoeden dat hun inspanningen vergeefs zullen zijn. Eerdere verboden op videocassettes en satelliettelevisie zijn reeds ontoereikend gebleken. De regering is gedoemd de strijd te verliezen wanneer vijftig miljoen Iraniërs onder de dertig contact zoeken met de aanlokkelijke buitenwereld. Met websites filteren is niets te bereiken. Het is als een ladder tegen een gebouw aan zetten om een vogel te verhinderen van het dak te vliegen.