Brazilië is de hel voor vrouwen

‘Jij bent een vróuw! Heb je het nu begrepen?’

Sinds het aantreden van de extreem-rechtse Jair Bolsonaro als president is in Brazilië het aantal verkrachte en vermoorde vrouwen met tientallen procenten toegenomen. En het was al erg.

São Paulo, 31 augustus 2018. Vrouwenmars tegen machismo en vrouwen- mishandeling in Brazilië © Cris Faga / REX / Shutterstock / HH

Met een harde piep gaan de deuren van de trein op het centraal station van Rio open. Het startsein voor een ratrace die zich steeds weer herhaalt. Een kluwen mannen gooit zich naar binnen. Stompend, vechtend. Verwilderd probeert een jonge vrouw haar kind uit de afgrond tussen perron en trein te trekken.

Bij de ingang van de coupé gaat een vrouw tegen de grond. Als een kudde stieren stormen de mannen over haar heen. ‘Sta eens voor haar op’, zeg ik tegen een jongeman wanneer het stof is neergedaald en de vrouw is opgestaan. Zodra de trein het station uit rijdt blijkt dat vrijwel alle beschikbare zitplaatsen door mannen zijn ingenomen. Vrouwen en ouderen staan op elkaar gedrukt in het middenpad.

De vrouw over wie zojuist heen werd gelopen is een jaar of vijftig. De portemonnee en boodschappen zijn uit haar tas gerold. ‘Nee, nee, dat hoeft echt niet’, zegt ze met grote ogen. De zittende jongeman doet of hij niets hoort en bestudeert onderuitgezakt zijn mobiel.

Ik ben op weg naar Japeri, een van de mottige buitenwijken waar het overgrote deel van de bevolking van Rio woont. Onder de lage tropenzon trekken de in elkaar geknutselde huisjes van de lagere middenklasse voorbij. ‘Twaalf uur mishandeld door ex-vriend’, las ik in een bericht in de krant. Ik staarde naar het verminkte gezicht van de vrouw op de foto. Een kruis van witte pleisters op paarse bloeduitstortingen hield haar gebroken neus bij elkaar. Haar naam was Rosana Louzada, 36 jaar. Het was 8 maart, vrouwendag. Hier is dat een soort moederdag waarop mannen je bloemen geven en feliciteren met het feit dat je vrouw bent. Eén dag per jaar. De rest van de dagen zijn minder rooskleurig. ‘Latijns-Amerika heeft het hoogste percentage vrouwenmoorden ter wereld’, waarschuwden de Verenigde Naties in februari. ‘Er is een stille epidemie van geweld tegen vrouwen gaande’, constateerde het Braziliaanse onderzoeksinstituut naar openbare veiligheid Forum al een jaar geleden. Vorig jaar werden in Brazilië elk uur 530 vrouwen mishandeld, verkracht of vermoord. Een stijging van veertig procent ten opzichte van het jaar ervoor. ‘Is er ergens nog een veilige plek voor een vrouw?’ vroeg Forum-directrice Samira Bueno zich af.

Die achtste maart liet ook de extreem-rechtse Jair Bolsonaro zich uit. De in januari aangetreden president feliciteerde de dames van het land met zichzelf. ‘Want achter iedere machtige man staat een vrouw, en achter mij miljoenen vrouwen haha.’ Leutig, zelfingenomen, agressief en juist extreem kleinerend tegen vrouwen. Hij is een wandelend icoon van het Latijns-Amerikaanse machismo. ‘Je bent te lelijk om te verkrachten’, snoerde Bolsonaro een vrouwelijk medeparlementslid eens de mond. ‘Ik heb vier zonen. Bij de vijfde had ik een zwakte: het werd een meisje.’ Het zijn maar een paar van zijn beruchte uitspraken. Iedereen kent zijn eeuwige macho schietgebaren.

Tegenwoordig ligt de president ook regelmatig op de grond in een wedstrijdje opdrukken met zijn ministers of andere hoogwaardigheidsbekleders. Toen begin juni een vrouw de Braziliaanse topvoetballer Neymar van verkrachting beschuldigde, haastte Bolsonaro zich naar het trainingsveld om de speler persoonlijk vrij te pleiten. ‘Ik weet zeker dat hij onschuldig is’, riep hij met een arm om de voetballer heen. Bolsonaro’s partij diende meteen zes wetsontwerpen in tegen valse verkrachtingsaangiften. ‘Aantasting van de seksuele eer van mannen’, noemden ze het.

Die achtste maart keek ik nog eens goed in de krant. Lijkt het maar zo, of beleeft het geweld tegen vrouwen sinds Bolsonaro een nieuwe piek? Behalve over de mishandeling van Rosana vond ik op die vrouwelijke feestdag nog zes andere berichten. ‘Getrouwde man wurgt minnares omdat ze zwanger van hem was.’ ‘Vrouw op barbecuefeestje in brand gestoken door partner.’ De echtgenoot had zijn vrouw ‘betrapt’ terwijl ze in de tuin verkracht werd door zijn eigen broer. ‘Dus’ overgoot hij haar met alcohol en stak haar aan. De motieven die mannen aandragen lijken absurd. ‘Het irriteerde me dat ze de tv te hard zette’, verklaarde de man die zijn vrouw de dag ervoor met een keukenmes doodstak. ‘Ik moest romances toegeven die ik nooit heb gehad’, vertelt ook Rosana. ‘Als ik dat niet deed ranselde hij me nog meer af.’

Via een omweg kwam ik met Rosana in contact. Angst en schaamte maakten lange tijd dat ze niet wilde praten. Maar op deze hete julidag ben ik dan eindelijk naar haar op weg. De trein is al leger geworden. Een paar jonge meiden zijn op een bankje geploft en hebben de slappe lach om berichtjes op hun telefoon. Ze dragen strakke naveltruitjes. Korte broekjes spannen om billen aan het eind van lange glanzende benen. Haren zwieren. Nagels glimmen fel rood en zeegroen. Af en toe lonkt een meisje naar een jongen aan de andere kant van de coupé. Dit is geen continent van kuisheid en je bedekken. Hier geen geestelijken die voorschrijven wat een vrouw ‘mag’ of wetten die hun bewegingsvrijheid aan banden leggen.

Abortus is, behalve in Mexico-Stad, nog steeds streng verboden in het christelijke Latijns-Amerika. Maar feminicide – het vermoorden van een vrouw omdat ze vrouw is – geldt inmiddels op het hele continent als een zware misdaad. Zwaarder dan ‘gewone’ moord. Ook verkrachting wordt automatisch bestraft, zonder dat er een aanklacht van het slachtoffer voor nodig is. In Brazilië bestaat sinds 2006 bovendien een van de meest vooruitstrevende wetten tegen huiselijk geweld ter wereld. De wet is vernoemd naar Maria da Penha, een apotheekster die dertig jaar lang door haar man werd mishandeld. Ze raakte verlamd door een kogel die hij in haar rug schoot. Toen ze na vier maanden uit het ziekenhuis kwam overleefde ze een tweede moordpoging. Hij probeerde haar in bad te elektrocuteren. De man bleef vrijuit gaan.

‘Een parel van een wet’, beaamt directrice Bueno van Forum. De Maria da Penha-wet verhoogde de straf voor vrouwenmishandeling tot maximaal drie jaar. Door het hele land kwamen er speciale rechtbanken en ook vrouwenpolitiebureaus. Een man die mept of verkracht dient het huis uit te worden gehaald en preventief opgesloten. Zo zou de wet, die door de regering van de voormalige arbeiderpresident Lula werd ingevoerd, automatisch een nieuwe manier van denken over de rechten en het lichaam van de vrouw verspreiden.

Precies het omgekeerde lijkt nu echter te gebeuren. In een groot onderzoek van Forum vorig jaar gaf meer dan zestig procent van de Braziliaanse mannen toe geweld tegen vrouwen te gebruiken. Van de vrouwen en meisjes onder de 25 jaar kreeg zeventig procent met geweld te maken. Nog niet de helft van de slachtoffers gaf hun belagers aan. ‘Een wet op zich is zo slap als het papier waarop hij geschreven is’, zegt Bueno. Maar haar belangrijkste bevinding was dat sinds het aantreden van Bolsonaro er een nieuwe explosie van geweld tegen vrouwen is. ‘Alleen al in São Paulo is het aantal vrouwenmoorden meer dan driekwart gestegen vergeleken met vorig jaar’, zegt de onderzoekster.

Volgens Bueno is er een direct verband tussen de macho haatpraat van Bolsonaro en de toename van het geweld. ‘Mannen voelen zich weer gelegitimeerd. Het nieuwe normaal leek dat je vrouwen respecteert en je handen thuis houdt. Dat wordt met Bolsonaro volledig tenietgedaan’, zegt ze. Zijn aanhangers noemen feministische of linkse vrouwen standaard ‘onneukbare feminazi’s’. Het aantal vrouwen in het parlement is naar vijftien procent gestegen, hetzelfde niveau als in Bahrein. Maar de meerderheid van die vrouwen vindt niet dat Bolsonaro lijdt aan machismo. Ze weigeren zichzelf ook feminist te noemen.

Brasilia, 1 januari. De schietgrage president Jair Bolsonaro en zijn vrouw op weg naar zijn eedaflegging © Ricardo Moraes / REUTERS
‘Hij smeekte op zijn knieën om vergeving. Dat hij het nooit meer zou doen.’ Toen ze bij hem langsging om erover te praten, sloot hij haar op

‘Ik ben één meter zestig, hij is bijna twee meter. Kun je nagaan.’ Een frèle figuurtje vangt me op in de kolkende massa bij de uitgang van station Japeri. Spijkerjurk, lang sluik haar en een opvallende tatoeage op haar rechterbovenarm: ‘Nunca mais’, ‘nooit meer’, heeft ze in haar vlees gekerfd. ‘Een waarschuwing aan mezelf’, zegt Rosana met een verlegen lachje. In een sluier van oranje stof steken we het stationsplein over. Zodra we de hoofdstraat inlopen spiedt ze als een vogel om zich heen. ‘Hij is nu sinds een maand vrij’, fluistert ze alsof haar belager nog om haar heen zweeft. ‘Als hij mij vindt ben ik dood. Daar twijfel ik niet aan.’ Schichtig blijft ze om zich heen kijken. Dan trekt ze me een winkel met goedkope meubelen in. Helemaal achterin, afgeschermd door een paar kasten, ontspant ze. ‘Deze winkel is van een vriendin’, zegt Rosana terwijl we op een met plastic beklede bank gaan zitten. ‘Hier kunnen we hopelijk veilig praten.’

Het verhaal dat Rosana onder een piepende ventilator vertelt, is dat van miljoenen vrouwen die proberen te ontsnappen aan een giftige relatie. ‘Ik was smoorverliefd. Hij was alles wat mijn ex-man niet was. Hij vond me mooi en intelligent. Bij hem voelde ik me voor het eerst een echte vrouw.’ Na een paar maanden kwamen de eerste twijfels, die ze aanvankelijk wegdrukte. ‘Hij begon me te controleren. Mijn telefoon, internet: met wie praat je? Wie is dat? 24 uur per dag’, vertelt Rosana.

Nu is dat hier vrij gebruikelijk. Uit een onderzoek van Oxfam blijkt dat tachtig procent van de jongeren het ‘normaal’ vindt de telefoon van je partner na te trekken. Driekwart van het telefoonverkeer lijkt hier dan ook beheerst door geliefden die elkaar twintig keer per dag bellen om te weten wat de ander doet, waar ze uithangen, met wie ze contact hebben. In de kroeg of het restaurant zitten stelletjes ook niet tegenover elkaar maar naast elkaar, zodat ze de concurrentie in de gaten kunnen houden. Een diep seksueel wantrouwen beheerst hier de relaties. Wat voor Nederlanders ziekelijke jaloezie lijkt, gaat hier door voor ‘echte liefde’.

Bij Rosana loopt het al snel uit de hand. Zeker nadat ze zwanger wordt. ‘Davidson beschuldigde me ervan dat ik berichten zou uitwisselen met vrienden van hem die ik nooit heb ontmoet’, zegt ze terwijl haar ogen opvlammen van woede. ‘Ik zou een relatie met mijn buurman hebben en met de broer van mijn schoondochter. Zelfs de begrafenisondernemer bij de dood van mijn vader dichtte hij een romance met mij toe.’ Uiteraard beweerde hij dat de baby niet van hem was. ‘Toen was het vreselijke slaan al begonnen.’

Ze verbrak de relatie. Maar hij wist haar te vinden. ‘Hij smeekte op zijn knieën om vergeving. Dat hij het nooit meer zou doen. Dat hij de verantwoordelijkheid voor het kind zou nemen.’ Toen ze, zeven maanden zwanger, bij hem langsging om erover te praten, sloot hij haar op. Rosana beschrijft een nachtmerrie. Urenlang werd ze door zijn huis gemept. Haar kleren werden uitgerukt. Ze werd verkracht. Ze werd met haar hoofd tegen de wasbak geslagen. Kruipend door de glasscherven moest ze het balkon bereiken, terwijl zijn rottweiler haar been probeerde af te rukken. Ze kermde en krijste. Eindelijk waren er buren verschenen op het balkon naast haar. Ze smeekte om hulp. De buurvrouw zag haar, maar deed niets en draaide zich om. ‘In een ruzie tussen man en vrouw steek je geen lepel’, zegt Rosana. ‘Dat is hier het spreekwoord.’ Ze zwijgt en gaat met de rug van haar hand over haar voorhoofd. Opeens ziet ze er eindeloos kwetsbaar uit. ‘Het is heel, heel eenzaam.’ Ze wijst op haar nooit-meer-tatoeage. ‘Ik liet hem drie jaar geleden zetten toen ik me van mijn man bevrijdde’, zegt ze zacht. ‘Nu zit ik er wéér in met deze Davidson.’

Hortend en stotend komt het hele verhaal eruit. Hoe ze op haar zeventiende een politieman trouwde die haar ‘als huisdier’ behandelde, uitschold, vernederde. ‘Ik moest altijd mijn bek houden omdat ik lelijk was.’ De verbale agressie ging over in slaan. ‘Ik durfde het zelfs mijn moeder niet te vertellen.’ Nee, haar moeder was geen rolmodel. ‘Kruipen voor mijn vader hè. Hij was heer en meester.’ Toen Rosana op een dag vol spijt bekende dat ze een slippertje had gemaakt, rukte haar man haar ten overstaan van haar zoons de kleren van het lijf. Ze werd zo hard geslagen dat ze in het ziekenhuis belandde. Haar rechterhand kan ze tot op de dag van vandaag niet bewegen. Intussen ontdekte ze dat haar man er drie vaste minnaressen op nahield. ‘Je zou toch zeggen dat we dan meer dan quitte stonden’, grijnst ze.

Langzaam krijg ik een idee van het isolement waarin mishandelde vrouwen hier terechtkomen. Haar baan als onderwijzeres moest ze opgeven. ‘Een echte man zorgt voor zijn vrouw’, zei hij. De dokter in het gezondheidscentrum vertelde haar pas jaren later dat hij altijd al wist dat ze geslagen werd. ‘Maar hij zei niets, deed niets om te helpen. Ondanks het feit dat elk deel van mijn lichaam wel blauw of kapot was geweest.’ Zelfs toen ze in het ziekenhuis belandde werd er geen melding gemaakt. ‘Terwijl de Maria da Penha-wet elke dokter verplicht om vrouwenmishandeling door te geven aan de politie’, weet Rosana. Het probleem was dat haar man bij de politie zat. ‘Voor wie denk je dat zijn collega’s kiezen als er een aanklacht tegen hem wordt ingediend?’ Van de vrouwenpolitiebureaus had ze toen nog niet gehoord. Nog geen acht procent van de gemeenten heeft er eentje. Zo stelt de wet ook veilige opvanghuizen verplicht. Toch zijn er maar 74 opvanghuizen voor de meer dan 22 miljoen vrouwen die hier jaarlijks met wurging, een mes of een vuurwapen worden bedreigd.

Rosana blaast wat haarslierten uit haar gezicht. ‘Het ergste is de stilte’, zegt ze. Verstrooid kijkt ze naar haar handen. ‘De paniek dat je er nooit meer uitkomt.’ Hulp van familie of buren is er niet. ‘Mijn moeder woonde naast me, ze hoorde alles, maar we spraken er nooit over.’ Ook bij vriendinnen is er geen steun. ‘Ze denken toch dat het je eigen schuld is. Dan verzorg je hem niet goed. Of verleid je hem niet genoeg. Er is zoveel schaamte.’ Ze drukt haar handen tegen haar slapen. ‘Machismo zit niet alleen in mannen, weet je. Maar ook hier, diep in onze eigen hersens. Terwijl mannen elkaar altijd dekken, zijn wij verdeeld.’ Als de vriendin van de meubelzaak even later water komt brengen legt Rosana geschrokken een vinger op haar lippen. ‘Zij weet wel iets van mijn man, maar niks over Davidson’, fluistert ze. ‘Zeg alsjeblieft niets.’

O p de terugweg, om een uur of zes ’s avonds, stap ik in de roze treinwagon die tijdens de spits alleen voor vrouwen bestemd is. Op hun dooie gemak stappen er ook mannen in. Binnen, in het gedrang, schuren ze zich tegen de vrouwen aan. Ik herinner me nog de vreugde toen deze speciale dameswagons tien jaar geleden werden ingesteld. ‘Eindelijk vrij’, juichten de vrouwen. De wagons veranderden in gezellige keuvelplekken waar vrouwen ’s ochtends hun make-up opdeden en ’s avonds uitgebreid ervaringen uitwisselden.

Nu zijn mannen met geen stok meer uit de vrouwenwagons te krijgen. #MijnEersteAanranding heette een campagne een paar jaar na de invoering van de dameswagons op Twitter. Tienduizenden vrouwen beschreven daar hoe ze als kind door stiefvaders, buurmannen of ooms waren misbruikt. Maar ze vertelden ook massaal hoe ze in trams en bussen werden betast, ejaculaties tegen zich aankregen of een hand in hun onderbroek voelden glijden. De gemiddelde leeftijd van de meisjes was negen jaar, bleek uit onderzoek. Brazilië is dan ook het land van de Lolita-fixatie. Hoe jonger hoe beter. Al tegen de dertig heb je als vrouw seksueel afgedaan. Niet voor niets staat Brazilië op de VN-lijst van kindermisbruik bovenaan.

Het overgrote deel van de verkrachte vrouwen is minderjarig. Nog steeds zie ik de ogen van het dertienjarige meisje in dat filmpje voor me. Het was eind maart. Er was een feest in de favela. Elf jongens sloten haar in. Ze rukten het meisje de kleren van het lijf en sleurden haar aan haar haren een wc binnen. Trots filmden ze hoe ze haar om de beurt verkrachtten. Klasgenoten lieten haar later lachend de beelden zien. Overtuigd dat hun niets zou gebeuren hadden de jongens alles op internet gezet. ‘Ze isoleert zich in haar kamer en wil niemand meer zien’, vertelde haar vader wanhopig.

In de vrouwencoupé zie ik hoe twee grote jongens met omgekeerde petten intimiderend dicht tegen een schoolmeisje aan zijn gaan staan. Ze klemt haar boekentas tegen haar borst, terwijl de jongens luidruchtig lachen en dingen in haar oren sissen.

Wat is dat toch met het machismo hier? Waarom is het zo alom aanwezig? ‘Omdat we van binnen nog steeds een slavenland zijn’, zei Samira Bueno. ‘De meesten leven nog met het idee dat je een ander mens kunt bezitten. Een vrouw is het eigendom van een man. Een ding waarmee je mag doen wat je wilt.’ Ook het extreme geweld verklaart Bueno uit de drieënhalve eeuw slavernij. ‘Ik geloof dat wij het enige land ter wereld zijn waar voor geslagen worden een actief werkwoord bestaat.’ Het was me al vaak opgevallen, het gebruik van dat onvertaalbare werkwoord apanhar. Als een slaaf aan de schandpaal gegeseld werd, dan ‘apanjaarde’ hij. Als een vrouw wordt geslagen, dan ‘apanjaart’ zij. Alsof geslagen worden geen geweld is dat je wordt aangedaan, maar een actieve daad van jezelf. ‘Het hoort bij de ontmenselijking van een ander die tot bezit wordt verklaard.’

De evangelische minister van Gezinszaken riep op haar eerste dag: ‘De vrouw is op aarde gezet om de man te gehoorzamen’

Volgens Bueno is ook de specifieke vorm die het patriarchaat in Latijns-Amerika aannam bepalend. Doordat Portugal en Spanje onmogelijk hun uitgestrekte kolonies konden controleren kreeg de individuele landeigenaar de absolute macht over zijn gebied. De patriarch was koning, rechter en politie ineen. Daarbij viel de publieke zaak volledig samen met zijn eigenbelang. De patriarch besliste over leven en dood van iedereen in zijn huishouden. De lichamen van zijn witte vrouwen en dochters werden tot het uiterste bewaakt. Opgesloten in huis, en ook daarbinnen van vreemden afgeschermd. Intussen was het lichaam van de zwarte vrouw een openbare ruimte die door iedereen betreden mocht worden. ‘Nog steeds zijn zwarte vrouwen het vaakst slachtoffer van verkrachting’, zegt Bueno.

Curitiba, Brazilië, 8 maart. Internationale Vrouwendag © Henry Milleo / DPA / ANP

Die avond kijk ik naar een filmpje op internet. Zij is een beroemde soapster. Hij miljonair. De foto’s van hun sprookjeshuwelijk stonden drie maanden eerder op de voorpagina’s van de bladen. ‘Hij is de prins van mijn dromen’, glunderde de ster. Nu loopt haar prins met hangbuik en boxershort door de keuken. Hij grijpt zijn prinses bij de keel. Rukt haar bovenkleren kapot. Sleurt haar aan de haren naar het echtelijk bed. Zij probeert te ontsnappen, hij pakt haar. Met een schoen en dan met zijn vuisten beukt hij op haar gezicht. De ene slag na de andere. Je ziet zijn mond bewegen, maar er is geen geluid. Het beeld komt van een verborgen beveiligingscamera die de actrice had laten installeren. De laatste beelden zijn van de miljonair die met een telefoonsnoer zijn ster wurgt.

De vrouw overleeft het. Ze zet het filmpje op internet en geeft een interview op tv. Opmerkelijk is dat de rijke blanke actrice met haar miljonair precies dezelfde problemen heeft als Rosana met haar Davidson. Verschillende klassen, hetzelfde verhaal. ‘Hij controleerde mijn telefoon’, vertelt de actrice. ‘Hij was jaloers op iedereen. Beschuldigde me van relaties die ik niet had.’ Ik probeer me voor te stellen hoe het die laatste nacht voor Rosana geweest moet zijn. Alleen al het zien van die drie minuten meppende miljonair heeft me volkomen van slag gebracht.

Rosana had haar kind al gekregen, het definitief uitgemaakt, maar Davidson bedreigde haar, haar kind en haar moeder. Ondanks een kast vol straatverboden. Pas aan het eind van ons gesprek vertelde ze hoe ze toen door Davidson werd ontvoerd uit een café en twaalf uur aan één stuk door werd mishandeld. ‘Waarom heeft de politie de beelden van de beveiligingscamera’s niet opgevraagd?’ vroeg Rosana zich af. Bij het café hingen camera’s, net als op de parkeerplaats waar ze ontsnapte. Die camera’s moeten ook gefilmd hebben hoe ze hollend door hem werd ingehaald en tegen de grond gewerkt en tegen haar hoofd getrapt. ‘Dat was toen mijn trommelvlies scheurde. Ik ben nu links doof.’ Camera’s hingen er ook in het flatgebouw waaruit ze twaalf uur later meer dood dan levend weer naar buiten kroop. ‘En overal waren getuigen. Maar niemand is gehoord. Ik ging naar de dichtstbijzijnde gezondheidspost, maar die stuurden me weg. Ik ging naar de politie, maar die wilde geen aanklacht opnemen. Uiteindelijk riep iemand een ambulance die me naar het ziekenhuis bracht. Ik begrijp nog steeds niet dat ik leef.’

Het ergste, vertelde ze, was het proces bij de speciale rechtbank voor huiselijk geweld. ‘Davidson kwam met vier advocaten. Voor mij was er alleen de procureur voor familiezaken. Maar die keerde zich tijdens de zitting tegen mij.’ Hij gooide zijn dossier in haar gezicht omdat ze zich de exacte datum niet meer herinnerde waarop Davidson dreigde met een kapmes haar hoofd af te hakken. Daarna trok hij de aanklacht van vrijheidsberoving in. Ten slotte nam hij zelfs de versie van Davidson over dat hij haar ‘alleen wat klappen’ zou hebben verkocht. Rosana scrolde door haar telefoon en liet me een paars-blauwe versie van zichzelf zien. ‘Ook mijn vagina en de binnenkant van mijn keel lagen open. Maar je moet misschien eerst sterven voordat zoiets zware mishandeling heet.’

De rechtbank veroordeelde hem tot drie maanden. ‘Nu hoeft hij alleen wat in mannengroepjes te praten’, schamperde ze. Hij heeft nog steeds zijn baan, terwijl zij werkloos is door zijn toedoen. ‘Hij dacht dat een vrouwelijke collega van mij een man was waarmee ik iets zou hebben. Hij bedreigde haar. Toen ben ik ontslagen. Omdat ik, en niet hij, voor overlast zou zorgen.’ Waar ze werkte? Rosana keek naar haar nagels. ‘Secretaresse bij het gerechtshof van Rio’, proestte ze. ‘Moet je nagaan.’

Een zee van bordjes, paarse ballonnen, gekleurde vlaggen. Vrouwen dansen rond met beschilderde gezichten, armen, benen en buiken. Baby’s met vrouwentekens op hun wangen. Sommige vrouwen hebben hun hele bovenlijf tot levend pamflet geschilderd. #EleNão, #NietHij, staat er in sierlijke paarse en groene letters op de achter- en voorkant van een jonge zwarte vrouw. Een nieuwe trend die de laatste paar carnavals is opgekomen. Vrouwen die hun boodschap op het naakt van hun lichaam zetten: ‘Nee is nee.’ En: ‘Dit lichaam is van mij.’

Het was echter de dreigende verkiezing van Bolsonaro die op deze zwoele lentedag in september 2018 de grootste vrouwendemonstratie uit de geschiedenis van Brazilië op de been bracht. ‘Ik was euforisch’, vertelt de 34-jarige vroedvrouw Roberta Calábria die er ook bij was. ‘Al die jonge meiden en zwarte vrouwen die nog nooit gedemonstreerd hadden. Iedereen die zich zonder schaamte feminist noemde. Wij vrouwen leidden het verzet tegen Bolsonaro. Ik was er echt van overtuigd dat we het hadden gefixt.’

De backlash was hard en meedogenloos. Blote beschilderde borsten en baby’s met paars geschminkte wangen werden door de trollen van het Bolsonaro-kamp met miljoenen tegelijk doorgetwitterd als het levende bewijs van de ‘perversie van links’. Wat had het ‘geglobaliseerde cultuurmarxisme’ Brazilië gebracht? Niets dan feminisme dat het gezin en ‘onze joods-christelijke waarden’ heeft ondermijnd. Indoctrinatie door de ‘smerigheid’ van seksuele voorlichting op scholen die kinderen ‘erotiseert’ en ‘genderideologie’ die kinderen aanzet tot seks, pornografie en ‘homoseksuele aberratie’.

Bolsonaro stelde een evangelische minister van Gezinszaken aan die op haar eerste dag uitriep: ‘Er is een nieuw tijdperk aangebroken. Vanaf nu zijn meisjes weer roze en jongetjes blauw.’ Minister Damares Alves van de protestantse pinksterbeweging keert terug naar de Middeleeuwen en preekt de ongelijkheid van man en vrouw. ‘De vrouw is op aarde gezet om de man te gehoorzamen en moeder te zijn.’ Geweld tegen vrouwen ziet ze als het gevolg van het ‘onnatuurlijke gelijkheidsdenken’ dat de cultuurmarxisten hebben verspreid: ‘Als je steeds zegt dat jongetjes en meisjes gelijk zijn, dan denken de jongens dat meisjes net zo goed tegen klappen kunnen als hun vriendjes.’ Overal ziet zij het complot. Zelfs in Disney-films. Zo is de ‘blauwe prinses’ uit de tekenfilm Frozen ‘uiteraard’ lesbisch. ‘Waarom woont ze anders alleen in een kasteel en zingt: ik ben vrij, ik ben vrij? Niets is zomaar’, aldus de minister.

‘We zijn munitie geworden voor de ultraconservatieve reactie’, zegt vroedvrouw Roberta treurig. ‘We zijn weggeblazen, verzwakt en uitgeput.’ Alleen al op haar terrein ziet ze hoe kraamafdelingen weer ‘fabrieken van keizersneden’ zijn geworden om de planning van de dokters te behagen. En dan is er de nieuwe wapenwet van Bolsonaro waardoor iedere burger straks vijf pistolen en revolvers in huis mag halen. ‘We hebben geen benen meer om op te lopen. Zoveel fronten waarop we moeten strijden, dat heeft de vrouwen lamgeslagen.’

‘Een recept voor tragedie’, zei onderzoekster Samira Bueno over de wapenwet. ‘Juist in huis, waar het gros van de vrouwenmoorden plaatsvindt, geef je de beul zo een wapen in handen.’ Tot nu toe wordt driekwart van de vrouwen vermoord met een mes, door slaan of wurging, becijferde haar Forum. ‘De overlevingskans met een vuurwapen is bijna nul. Nu al voorspel ik een dramatische uitbraak van vrouwenmoorden.’

Scheve, uitgewoonde stoelen. Diepe gaten in de vloer. ‘Wc kapot’, staat er op een smoezelig briefje. Het speciale vrouwenpolitiebureau van Rio is die middag een sauna. In de ene hoek zit een zwarte vrouw met dichtgeramde ogen. In de andere is een vrouw in druk overleg met haar zussen. Ze wordt al een jaar mishandeld door haar 22-jarige zoon, vertellen de zussen. Hij wil het huis niet uit en slaat haar bont en blauw. ‘Maar die agent zegt dat hij dan een strafblad krijgt’, jammert de vrouw.

Achter de balie zit de agent in kwestie met opgepompte spieren in een strak truitje. Hij heeft tatoeages tot aan zijn vingers en op elke knokkel een doodshoofd. Hebben vrouwen geen moeite om met iemand als hij te praten? vraag ik hem. ‘Dit is Brazilië’, zegt hij laatdunkend. ‘Vrouwen hier hebben daar geen enkele moeite mee.’ Nu pas merk ik dat het vrouwenpolitiebureau vol zit met hulken als hij. De ene na de andere macho struint wijdbeens voorbij. In mijn hoofd hoor ik de geluidsopname terug die een slachtoffer van haar mishandeling maakte: ‘Als ik om je mobiel vraag, dan gééf je hem! Begrepen?’ Het doffe geluid van klappen. ‘Jij accepteert niet dat de man domineert. Jij denkt misschien dat je de mán bent in deze relatie. Maar dat ben je níet. Jij bent een vróuw! Heb je het nu begrepen?’