`jij luistert’

Hij werd door het Zwart Beraad een ‘witte koloniale boer’ genoemd. Maar Wouter Gortzak (65), fractievoorzitter van de PvdA-Amsterdam Zuidoost, haalt zijn schouders alweer op. En zet onvervaard zijn ontdekkingstochten in de Bijlmerflats voort.
`IK BEN BORIS JELTSIN niet. Ik hoef niet zo nodig. Als het met zoveel gezeik gepaard gaat, dan ben ik weg.‘ Dat was de eerste reactie van Wouter Gortzak op de beschuldigingen van het Zwart Beraad in de Bijlmermeer. Gortzak, fractievoorzitter van de PvdA in Amsterdam-Zuidoost, werd vergeleken met Botha. Hij was een 'witte koloniale boer’.

Gortzak wilde zijn portefeuille ter beschikking stellen. Maar hij blijft. Niet in de laatste plaats dank zij zijn zwarte vrienden: ‘Laat je niet slopen, ouwe!’ Vrienden die zich distantieerden van de uitspraken van het Zwart Beraad. Gortzak: 'Nu ermee stoppen dient geen enkel doel. Dat maakt de misère groter.’
In het vermaledijde artikel 'Zwart-zijn is ons wapen’ dat drie weken geleden in deze krant verscheen, kwam het Zwart Beraad, het begin dit jaar opgerichte overlegorgaan in de Bijlmermeer, voor het eerst naar buiten. Vooral de PvdA afdeling Amsterdam-Zuidoost moest het ontgelden. Die zou de weinige zwarten die bij wijze van spreken nog niet waren weggepest, uit de partij verjagen. De witten weigeren stelselmatig hun macht te delen met zwarten, stelde het Zwart Beraad.
'Ach’, zegt Gortzak, drie weken later. 'Onlangs sprak een Arubaanse mij op straat aan. Ze zei: “Jij bent de straat overgestoken.” Ik begreep haar niet. Ze legde uit: “Jij hebt niet gewacht tot wij naar jou toe kwamen. Jij bent naar ons gekomen.”’ Hij zegt het niet zonder trots, in een restaurant in Haarlem waar hij zojuist in het stadhuis een forum heeft voorgezeten.
Hij leek er in zijn element. 'Kijk eens in de zaal. Waar zijn de allochtonen? Is dit een afspiegeling van de Haarlemse bevolking?’ vroeg hij aan de voorzitter van de vijfjarige stedenband Mutare-Haarlem, ter ere waarvan het forum werd gehouden. En tot de ambassadeur van Zimbabwe: 'Bent u niet bang voor betutteling door het Haarlemse gemeentebestuur?’
Waarom hij als voorzitter is gevraagd? 'Geen idee. Ik denk dat ze iemand zochten die geen geld vraagt’, zegt hij spottend.
Hij kan niet ontkennen dat hij van de 'nieuwe Nederlanders’, zoals hij ze zelf graag noemt, meer weet dan de gemiddelde burger. Sinds drie jaar verdiept PvdA-fractievoorzitter Gortzak zich in de zwarte gemeenschap van de Bijlmermeer. In den beginne werd de journalist in hem wakker. 'Wat gebeurt hier? Waar zijn de mensen mee bezig? Wat zijn de problemen?’ Door zijn Surinaamse vriend Mario werd hij op sleeptouw genomen. 'Die belde en zei: “Ga met mij mee op stap door de hoogbouw.” Ik ben in alle krochten geweest.’
TOEN HIJ DRIE jaar geleden begon, wist hij 'niks, niente, nada’. Hij beschikte weliswaar over globale kennis van Surinamers, maar niet van de verhoudingen in de Bijlmermeer. Onbekommerd stapte hij erin: 'Volgens mijn vriendin lijd ik aan jongensboekenheroïek: als je maar je best doet en vriendelijk bent, dan komt het goed.’ De landelijke PvdA 'lag op sterven’, hij wilde wat doen. Ik kan best vier jaar twintig uur per week aan die zaak besteden, dacht hij optimistisch. Hij werkt minstens vijftig uur per week in het broeinest Bijlmermeer.
Zelf is hij ook een minderheid, als zoon van het CPN-kamerlid Henk Gortzak, die uit de partij werd gestoten. Toen zegde zoon Wouter zijn CPN-lidmaatschap op. Uiteindelijk bekeerde hij zich tot de, naar eigen zeggen, ’s aaie’ PvdA.
Een impulsief mens noemt hij zichzelf, geen strateeg. Zelden betrapt men hem op lang staren uit het raam. 'Ik krijg mijn ideeën tijdens het werk.’ Recht voor zijn raap. 'Ze noemen mij bot.’ En hij kan niet tegen gelijk hebben maar het niet krijgen. Zoals hem bij Het Parool overkwam.
Na de HBS, de Kweekschool en zijn studie sociale geografie begon in 1964 zijn carrière als redacteur van De Groene Amsterdammer. 'Een sensatie om te schrijven. Maar na verloop van tijd verdacht ik mezelf ervan op routine te werken.’ In 1975 werd hij directeur van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA. 'Een énige tijd. Den Uyl wilde mijn aanstelling nog tegenhouden. Hij zag mij als communist. Maar de dag dat Den Uyl tegen mij zou opponeren, bezetten Japanners de Franse ambassade in Den Haag. Was hij verhinderd.’
Begin 1981 mocht hij als hoofdredacteur van Het Parool 'de landelijke krant voor Amsterdam’ gaan maken. 'Het eerste jaar was leuk. Daarna waren het zes verloren jaren. Toen Max de Jong, voorzitter van de hoofddirectie van de Perscombinatie, eiste dat wij drie miljoen moesten bezuinigen, had ik “onaanvaardbaar” moeten roepen en direct moeten opstappen.’ Hij betreurt het dat hij gebleven is: 'Mijn reputatie als journalist is voorgoed geschaad.’ Daarna verbleef hij geruime tijd in Oost-Berlijn om de omwenteling te volgen. Het boek moet hij ooit nog eens maken.
En dan nu fractievoorzitter van de PvdA Amsterdam-Zuidoost.
Is hij journalist of politicus? Dat eerste. Hij droomde van 'een Hofland-rol bij een krant. Die schrijft een paar mooie stukjes in de week en verder loopt-ie vrolijk fluitend rond.’ Ambities in de politiek heeft hij nooit gehad. 'Ik ben geen goed politicus. Ik hou niet van het gezeur dat erbij hoort. Ik ben een slechte dealer, slecht in compromissen.’ Een journalist in politieke zaken met een missie: emancipatie van de zwarte onderklasse in de Bijlmermeer, gelijk de emancipatie van de arbeiders om wie hij ooit communist werd.
DE ZWARTEN met opleiding komen er wel, zegt Gortzak. Al hebben zij het moeilijker dan hun witte collega’s . Zorgen maakt hij zich over de verpauperende zwarte onderklasse; werklozen met weinig opleiding, dealertjes van veertien, alleenstaande moeders.
Gortzak: 'Wat Zuidoost zo fascinerend maakt, is die grote concentratie van Afrocaraïben - om dat moderne woord maar te gebruiken. Voordat je daar een beetje kijk op hebt, voordat mensen je vertrouwen, je hun achtergronden kent, hun ouders en grootouders, voordat je weet hoe hun gedrag mede beïnvloed wordt door hun geschiedenis… je moet eerst het vertrouwen winnen. En luisteren. Een van de veelgehoorde klachten van black people is dat witten veel te weinig luisteren. Zeggen ze tegen mij: “Jij luistert.” Dat komt doordat ik journalist ben. Ik kan ontzettend ouwehoeren, maar ook heel goed luisteren.
Het gaat langzaam. Ik heb nu een stuk of vijf heel goede Surinaamse vrienden, met een stuk of tien heb ik een redelijke vertrouwensbasis, en een stuk of dertig, veertig kan ik benaderen als ik informatie nodig heb.’
Wil je hen en de hele situatie begrijpen, zegt hij, dan moet je de geschiedenis leren kennen. De meeste Nederlanders nemen die moeite niet: 'Nederlanders weten niets van Surinamers.’ Na stapels boeken te hebben doorgenomen, noemt hij zich redelijk belezen. 'Ik begin door te krijgen, zij het nog heel beperkt, hoe de verhoudingen in elkaar zitten. Ik heb nog lang niet genoeg kennis over de interne zwart-witrelatie in Amsterdam-Zuidoost.’
Simpel is de situatie niet. 'In Zuidoost is de groepering die zich in enige relatie tot de politiek bevindt, vrijwel uitsluitend wit. Die hele grote zwarte wereld staat erbuiten. Oftewel: er is een klein formeel circuit van witten, en een groot informeel circuit van zwarten.’
Onder de noemer 'zwart’ bestaan minstens vier elkaar soms beconcurrerende groeperingen in Zuidoost, waarvan het Zwart Beraad er een is. 'Wat het Zwart Beraad invloedrijker maakt dan de andere, is onder meer het feit dat er ambtenaren in zitten’, zegt Gortzak. Hij heeft de zwarte overlegorganen, ook het Zwart Beraad, altijd verdedigd. 'Het is goed dat men informeel in eigen kring over de posities kan nadenken en ideeën ontwikkelt om de positie van zwarten te verbeteren. Wel heb ik vanaf het begin een kanttekening gemaakt - en die wordt sterker - dat naarmate het zich formaliseert, de druk op de verhoudingen in de partijen waar zij uit komen, groter wordt.’ Hij beroept zich op zijn eigen ervaring met clubjes in de PvdA. 'Het begint inhoudelijk, maar verengt zich vrij snel tot een oriëntatie op posities. Dat is bijna onvermijdelijk.’
Een overlegorgaan kan overigens best een standpunt innemen dat strijdig is met de partijstandpunten. Van Gortzak hoeft ieder zich heus niet aan de partijdiscipline te houden. 'Wat dat betreft ben ik een anarchist. Het is mij best als mensen hun poot stijf houden omdat ze anders denken, maar ik krijg het moeilijk wanneer ze dat doen door een elders opgelegde discipline. Een potentiële spanningsbron.’
IN POLITIEKE PARTIJEN in de Bijlmermeer heet de situatie gespannen. Ook in de PvdA-fractie. Dit voorjaar schreef Gortzak in een interne notitie dat 'witte raadsleden erop gebrand zijn ideeën van zwarte raadsleden de grond in te boren’.
Gortzak, geïrriteerd: 'Ik kan me best zo hebben uitgedrukt. Maar het was niet zo bedoeld. In de politiek, zeker in de PvdA, heerst een afzeikcultuur. Je krijgt een lel en je lelt weer terug.’ Dat pakt fataal uit voor zwarte partijleden die moeite hebben met de taal of meer tijd nodig hebben om hun ideeën te verwoorden. 'Dan hebben witte partijleden de neiging hun zwarte collega’s te onderbreken. Puur uit ongeduld’, zegt Gortzak, die het regelmatig ziet gebeuren maar niet weet wat hij eraan kan doen. De multiculturele omwenteling vergt overigens ook veel van witten, zegt hij. Neem het geloof. 'De PvdA zit vol mensen die zo'n twintig jaar geleden met de kerk hebben gebroken. Komt er plots een horde Ghanezen die zwaar gelooft, georganiseerd in Pinkstergemeentes. Daar heeft de PvdA absoluut geen gevoel voor.’
En dan de angst om in zwart-witrelaties eerlijk te zijn. 'Een zwarte organisatie wordt gesubsidieerd maar functioneert niet’, geeft Gortzak als voorbeeld. 'Dat wordt binnen het witte establishment opgemerkt. Datzelfde establishment vindt het moeilijk om dat probleem direct bij de horens te vatten.’ Omdat ze, vermoedt hij, bang zijn voor racistisch te worden uitgemaakt. 'Wat zie je dan? Wordt het probleem langs een omweg getackeld.’ De niet-functionerende organisatie moet fuseren. Zeggen ze dan.
Wij moeten nieuwe wegen in, zegt Gortzak: 'De formele stappen die wij zetten mislukken te vaak. Terwijl het bestuur toch veel meer dan vroeger heeft geprobeerd om inspraak te regelen, met de sloop van de K-buurt bijvoorbeeld. Dan nog zie je vergaderingen waar tachtig procent van de bezoekers wit is, terwijl dat in de flats precies andersom is.’
Hoe kun je het informele circuit bereiken en dat met het formele circuit verbinden? Daarover breekt zijn partij zich het hoofd. Wil je deelnemen aan de Nederlandse samenleving, meent Gortzak, dan moet je meedraaien. De hoogbouw in, dat begint het motto te worden. De flats waar de zwarten wonen van wie tachtig procent niet stemt. 'Veel witten durven de hoogbouw niet in’, zegt Gortzak. Ook kent hij zwarte politici die niet weten hoe zij met die zwarten moet spreken.
Een complete blauwdruk heeft zijn partij nog niet. Praktische ideeën al wel. Gortzak is bijvoorbeeld voorstander van 'kansenzones’ waar bedrijfjes met minder regels en meer steun aan de slag kunnen. Hij schat dat er in Zuidoost zo'n honderd semi-illegale kapsalons, restaurantjes of cafés zijn. 'Legaliseer er daar nou eens tien van, dan heb je voor die andere een voorbeeldfunctie’, zegt hij. 'Ook het jongerenwerk in het informele circuit heeft een interessante aanpak. Er is veel creativiteit in dat informele circuit. Wij gebruiken te veel ambtelijke taal en te veel formele regels.’
Er zijn problemen te over waar niemand nog raad mee weet, zegt Gortzak. Enkele voorbeelden: op basisscholen willen zwarte en witte kinderen niet met elkaar spelen. Mensen hebben initiatieven die op de bureaucratie stuklopen. Jongeren die vast hebben gezeten, komen niet meer aan de slag. Alleenstaande moeders met veel kinderen moeten werken en hebben geen tijd voor hun kinderen; òf ze werken niet en zonderen zich af. Peinzend: 'Hoe leg je daar contact mee? We bedenken van alles. De maatregelen tuimelen over elkaar heen. Er worden miljoenen besteed aan allerlei experimentele projecten in het onderwijs, terwijl het beter zou zijn je te concentreren op hooguit twee projecten.’
Hij bespeurt geen onwil onder 'witten’ in de politiek. 'Iedereen wil het probleem oplossen. Men durft echter geen nieuwe wegen in te slaan.’ Gortzak en anderen wel. Zwarten en witten zijn bezig het Bijlmerplatform op te richten. 'Een platform dat zich op het informele circuit gaat richten’, zegt Gortzak. De hoogbouw in. Precies waar het Zwart Beraad zich ook voor opmaakt. Gaat er een concurrentieslag om de hoogbouw beginnen? 'Integendeel’, zegt Gortzak. 'Ik hoop dat iedereen meedoet.’
OVER SUCCES valt te twisten, zegt hij: ’s oms vind ik dat ik geen millimeter verder ben gekomen. Toch is dat niet waar. Bij het bestuur dringt door dat er anders gecommuniceerd moet worden. Dat een berichtje in de krant niet voldoende is om de mensen in de hoogbouw te bereiken.’
Zijn afgeschudde CPN-verleden heeft hem doen inzien dat de arbeiders beter een bondgenootschap kunnen sluiten met progressieve middenklassers. Een kronkelweg met compromissen. Zo'n zelfde kronkelweg ziet Gortzak voor de emancipatie van de zwarten, die volgens hem niet zonder de steun van witten kunnen. Gortzak is nog niet uitgeëxploreerd. 'Ik loop veel rond op straat.’
Maar toch nog te weinig, vindt hijzelf.