‘jij met je trotse aard!’

George Sand en Solange Clesinger, Een verstoorde relatie: Brieven 1828-1876. Bezorgd en vertaald door Rosalien van Witsen, uitgeverij Scheffers, 383 blz., f49,90
SOMMIGE VROUWEN zou je een andere moeder toewensen. Scherpzinnige en getalenteerde vrouwen die maar niet tot ontplooiing kunnen komen. Ze hebben alles in huis om tot bijzondere prestaties te komen, maar kunnen zich niet losmaken van een moeder die hen onbedoeld afremt.

Sommige vrouwen zou je een andere dochter toewensen. Erudiete en zelfverzekerde vrouwen die zich ergeren aan dochters die weigeren hun leven verstandig in te richten. Ze hopen op dochters die zich doortastend naar de top werken en worden opgescheept met notoire dwarsliggers.
Zojuist verscheen Een verstoorde relatie, een briefwisseling tussen de negentiende-eeuwse schrijfster George Sand en haar dochter Solange Clesinger. George Sand trouwde op achttienjarige leeftijd met Casimir Dudevant en kreeg een zoon en later een dochter, van wie niet vaststaat wie precies de vader was. George Sand stond bekend om haar vele minnaars, onder wie Chopin en Alfred de Musset. Ze schreef zo'n honderd romans, waaronder Indiana en L'Homme de neige, en publiceerde haar memoires L'Histoire de ma vie. Na haar dood is haar literaire werk grotendeels in vergetelheid geraakt en bleef zij in gedachten voortleven als de in mannenkleren gehulde minnares van beroemde mannen.
In Een verstoorde relatie wordt een levenslange strijd uitgevochten. George Sand onderhield met haar dochter een ambivalente relatie die werd gekenmerkt door de vele breuken. Ruzies plachten te leiden tot lange perioden van stilzwijgen, maar werden altijd weer beslecht zonder dat er iets werkelijk werd opgelost. Sand, even beroemd als eigengereid, stelde hoge eisen aan Solange en zei van haar te houden als van een dochter, ‘maar niet als mens’. Al vroeg in Solanges jeugd stelde haar moeder vast dat ze 'lastig’ was, 'kuren’ had en met strenge hand opgevoed diende te worden.
Als volgelinge van Rousseau nam George Sand het moedige besluit haar beide kinderen zelf op te voeden en niet uit te besteden aan anderen. Ze zette zich met hart en ziel in voor de zedelijke vorming van haar dochtertje. In de brieven toont zij zich een moeder die nooit twijfelde. Solange werd van jongs af aan voorgehouden dat ze haar karakter moest beteugelen en haar fouten corrigeren. In tegenstelling tot haar broer Maurice, over wiens karakter Sand vol lof uitweidt, zou Solange voortdurend moeten strijden tegen haar slechte gewoonten en eigenschappen.
Solange leed onder de niet aflatende kritiek van haar moeder, maar weigerde zich van haar los te maken. Telkens probeerde zij de argumenten van haar moeder te weerleggen, haar te verleiden met smeekbeden en bleek zij geen moment in staat de kritiek eenvoudig te negeren. Solange zou altijd emotioneel en financieel afhankelijk blijven van haar moeder en haar leven verliep zowel gecompliceerd als tragisch. Zij trouwde op aanraden van George Sand met de beeldhouwer Clesinger: een man die erom bekend stond vrouwen te mishandelen, en het huwelijk werd een ramp. Na enkele miskramen kreeg zij een dochtertje, dat op jonge leeftijd kwam te overlijden. Als gescheiden vrouw vatte Solange het plan op schrijfster te worden en ging ze te rade bij haar moeder. Wederom werd zij overstroomd met goedbedoelde adviezen, ongevraagde kritiek en gedetailleerde voorschriften. Haar literaire carriere zou nooit echt van de grond komen.
SOLANGE CLESINGER publiceerde twee romans (Jacques Bruneau, in 1870, en Carl Robert, in 1887), die ik geen van beide heb gelezen, maar toch zou ik me kunnen voorstellen dat ze over literair talent beschikte. In een brief aan haar moeder schrijft zij over Ernest Feydeau: 'Het is een redelijk mooie kerel, groot, elegant, bleek en donker (een beetje Clesinger zonder echt op hem te lijken). Hij praat alleen maar over zichzelf; als hij niets zegt, dan weet je dat hij aan zichzelf denkt. Hij ziet kans elke conversatie op zichzelf te betrekken. Wat er ook aan vriendelijks of lovends over iemand gezegd wordt, past hij op zichzelf toe. Wat er af te keuren valt bij Richelieu, Robespierre of Denys de Tiran (van Syracuse, 367 na Chr.) schrijft hij op rekening van zijn vijanden. (…) Het is een tumultueuze figuur. Hij is niet spits, want als je altijd over jezelf praat kun je dat niet zijn. Het enige blijk van intelligentie dat hij heeft gegeven gedurende de twee of drie uur die ik in zijn gezelschap heb doorgebracht, is zijn bewondering voor jou.’
Solange Clesinger tekent hier in enkele zinnen een haarscherp portret van Feydeau, maar of zij ooit zicht heeft gekregen op haar eigen talent valt te betwijfelen. Er bestond geen literaire rivaliteit tussen Solange en haar moeder, omdat beiden vast overtuigd waren van de superioriteit van Sand. Toch blijkt uit Sands brieven geen geinspireerd schrijverschap. Ze schrijft nogal houterig, er zijn geen scherpe observaties die je treffen of beschrijvingen die ontroeren. Ze maakt de indruk een intelligente vrouw te zijn die net iets minder intelligent is dan zijzelf meent. Sand neemt zichzelf en haar eigen opinies wel erg serieus. Hoe vrijgevochten ze ook was in politiek en moreel opzicht, ze was buitengewoon recht in haar eigen leer.
Toch maakt Solange de indruk jaloers op Sand te zijn geweest, want zij concurreerde fel met haar op erotisch gebied. Meermalen wist Solange grote indruk op de minnaars van haar moeder te maken en Chopin werd zelfs verliefd op de dochter van zijn minnares. In de vele ruzies nam hij het regelmatig voor Solange op.
HIELD SAND eigenlijk van haar dochter? Ik denk het niet. Solange had een hartstochtelijk karakter dat Sand tegenstond. Ze was onevenwichtig, scherp, driftig, en had gevoel voor humor. Een tegenpool van haar intellectueel veel bedachtzamere moeder. Maar de vraag blijft of Sand met een andere dochter wel tevreden was geweest. Ik betwijfel dat. Al in Solanges kleutertijd klaagt Sand in te grote bewoordingen over fundamentele karakterfouten. Haar reacties op uitlatingen van Solange zijn vaak overdreven. Als Solange vierentwintig is schrijft ze een korte brief aan haar moeder waarin ze klaagt over eenzaamheid na de dood van haar kind. 'Het isolement te midden van drukte en lawaai, in de nabijheid van mensen die zich vermaken, paarden die langs galopperen, vrouwen die zingen, kinderen die in de zon spelen, mensen die van elkaar houden en gelukkig zijn, dat is niet alleen vervelend, dat is wanhopig. Dan staat men nog verbaasd dat arme meisjes zonder hersens en zonder opvoeding zich laten verleiden tot de zonde en tot het vermaak. Zijn verstandige, gevoelige vrouwen altijd in staat zich daarvoor te behoeden? Ach, wat moet ik mezelf moed inblazen om me staande te houden?’
Per kerende post ontvangt Solange een brief van haar moeder. Tien boekpagina’s lang wordt Solange onderhouden over haar ondankbaarheid en dreigementen. 'Ik trap niet in dat soort kletspraatjes’, schrijft Sand. 'Probeer maar eens zondig te leven en je te prostitueren. Ik daag je daartoe uit! Je komt niet voorbij de drempel van je eigen deur om de luxe te zoeken in de vergetelheid, jij met je trotse aard. Morele zelfmoord is fysieke zelfmoord. Wanneer je er totaal geen zin in hebt, moet je er niet mee dreigen, bij niemand, ook niet bij je moeder of je echtgenoot. Het is trouwens niet eens zo makkelijk om jezelf te onteren. Je moet nog buitensporig veel mooier en gevatter zijn dan jij bent om gewild of in trek te zijn.’ En daar kan Solange het mee doen.
ALS SOLANGE Clesinger in 1899 sterft, verschijnt er een stukje over haar in Le Temps. 'Met minder succes dan haar broer Maurice Sand publiceerde Solange Sand twee interessante romans. Haar taalgebruik was zeer zuiver, maar toch werd er weinig of geen aandacht aan deze boeken geschonken. Ze maakte heel mooie aquarellen en een paar schilderijen die getuigen van grote artistieke kwaliteiten. Ze hield in de rue Taitbout een druk bezochte salon en had contact met enige schrijvers en politici uit haar tijd, maar haar scherpe tong, haar te bijtende spot maakten dat ze veel vijanden had. Men vermeed haar te felle uithalen en liet haar links liggen. Ze stierf zonder een vriend aan haar sponde, eenzaam en verdrietig na een veelbewogen leven.’