Jim Steinman, 1 november 1947 – 19 april 2021

Jim Steinman was de Wagner van de popmuziek. Van ‘Paradise by the Dashboardlight’ tot ‘Total Eclipse of the Heart’ gold: leve het grote gebaar.

Als Jim Steinman een necrologie voor zichzelf zou hebben geschreven, zou die ongetwijfeld melding hebben gemaakt van zijn blonde manen, iets met ‘fonkelend als een suikerspin in de voorjaarszon’, van het overweldigende verdriet van muziekliefhebbers wereldwijd, ‘wier bittere tranen geen oog droog lieten’, van het definitieve afscheid van de onschuld (met een allerlaatste verwijzing naar Peter Pan), en van de genadeklap voor de allesomvattende liefdeslyriek in de pop, waarin de hoofse liefde en Wuthering Heights-invloeden om voorrang streden met puberpathos waarin honkbal- en autometaforen schaamteloos hengelen naar seks.

Al zou dit voor Jim Steinman een te korte zin zijn. Jim Steinman was de Wagner van de popmuziek, de prins van het pathos, de grootmeester van het grote gebaar. Vrijwel elke compositie van Steinman is als zodanig herkenbaar, of het nou ‘Total Eclipse of the Heart’ van Bonnie Tyler is, of het enige nummer van Céline Dion dat grootsheid in schoonheid omarmt: ‘It’s All Coming Back to Me’. Het duurt zeven en een halve minuut: de pennenstreken van Steinman behoeven nu eenmaal drie Beatles-nummers aan lengte.

Daarom was de ultieme performer van zijn werk de man die zingt in hoofdletters: Meat Loaf, die Steinman ontdekte tijdens een auditie voor een musical. Op zijn volledig door Steinman geschreven debuut Bat Out Of Hell uit 1977, volgens Steinman door dertig platenlabels en zeventien producers afgewezen en na Thriller van Michael Jackson en AC/DC’s Back in Black het best verkochte album aller tijden, krijgt rock de benadering van een opera. Steinman had de plaat geschreven die hij als tiener had willen horen. Het bijna tien minuten lange openings- en titelnummer is nog steeds een van de opwindendste rocknummers ooit, en de tekst van begin tot einde vintage Steinman, die zich liet beïnvloeden door de opbouw van zijn lievelingsfilm Psycho, die hij 23 keer had gezien. Er is het verlangen naar De Ware en die is als enige in deze wereld zowel ‘pure and good and right’, er is de dreiging van zowel ‘evil in the air’ als ‘thunder in the sky’. Steinmans favoriete stijlfiguur is de overtreffende trap. Het ‘Let me sleep on it’-toneelstukje uit de eerste single van het album, seks-in een-auto-avontuur ‘Paradise by the Dashboard Light’, heeft ongetwijfeld menig schoolfeest in de jaren tachtig verpest, maar het blijft een baanbrekend nummer dat net als ‘Bohemian Rhapsody’ korte metten maakte met elke radiowet.

Jim Steinman was niet meer van deze tijd, zoals hij dat ook in zijn eigen tijd niet was

Na het succes volgde de deceptie: Meat Loaf kreeg ernstige stemproblemen en klonk volgens Steinman opeens als Linda Blair in The Exorcist. Steinman had al een nieuw album gereed, en besloot dat grotendeels zelf in te zingen. Het resultaat bewees dat je schrijvers hebt, en vertolkers. Er stonden vervolgens na 1983 steeds minder nummers van Steinman op Meat Loafs albums en die werden om die reden steeds slechter.

In 1993 gebeurde het onmogelijk geachte, ook binnen de platenindustrie waar het voornemen letterlijk was weggelachen. Meat Loaf nam een vervolg op Bat Out Of Hell op, opnieuw met alleen maar nummers van Steinman, wiens naam net als bij de eerste op de hoes prijkte, ongebruikelijk voor een ander dan de uitvoerende artiest. Het was zestien jaar na de eerste Bat Out Of Hell, de muziekwereld was totaal veranderd, grungebands hadden de jaren tachtig de nek omgedraaid, cartoon-duo Beavis and Butt-head lachte op mtv alle bands met ook maar een vleugje glamour in hun genen uit, en tussen Kurt Cobain met zijn ‘I Hate Myself and Want to Die’ en Eddie Vedder met teksten over de zelfmoord van scholier Jeremy Wade Delle, was daar ineens die Meat Loaf uit de jaren zeventig weer, die met zijn zwelstem en in zijn witte franjeblouse opnieuw een album had vol gezongen met werk van die maniakaal perfectionistische kluizenaar met zijn lappen van teksten en zijn liefde voor engelachtige koren. De eerste single heette ‘I’d Do Anything For Love (But I Won’t Do That)’ en duurde ruim twaalf minuten. Het nummer moest worden ingekort voor de radio.

In zijn autobiografie beschrijft Meat Loaf hoe verschrikkelijk Steinman dat vond. ‘Jim was ontroostbaar, en huilde: “Het is mijn baby, je slacht mijn baby!”’ Nog voor critici van bladen als Rolling Stone die zich in 1977 al hadden verslikt in het debuut van Meat Loaf (‘He needs a little less West Side Story and a little more Bruce Springsteen’) waren uitgelachen, stond het al op nummer één in 28 landen, werd het album een wereldhit en hadden Steinman en zijn protegé de rockopera teruggebracht in de pop. Steinman had zijn fascinatie voor de enige levensfase die er voor hem werkelijk toe deed, de tienerjaren, samengebald in één zin; hij liet Meat Loaf zingen: ‘A wasted youth is better by far than a wise and productive old age’.

Zelf werd hij 73. In dit millennium was hij vooral actief in de musicalwereld, met wisselend succes en, na een beroerte, bovendien een broze gezondheid. Van schrijven voor de volgende generatie kwam het nauwelijks. Jim Steinman was niet meer van deze tijd, zoals hij dat ook in zijn eigen tijd niet was. Toen ik jaren geleden Meat Loaf interviewde en vroeg naar zijn voorkeur voor Steinman-composities, speelde hij verbazing toen ik wees op de lengte ervan. Ik zei dat volgens sommige kunstopvattingen geldt: ‘Less is more’. Hij ging demonstratief staan, en antwoordde daarop met de best mogelijke samenvatting van Jim Steinmans artistieke erfenis: ‘Dat is onmogelijk! LESS is LESS, only MORE can be MORE!’