Jingoïsme

‘Van alle onbelangrijke dingen is voetbal het belangrijkste.’ Wie zei dat ook al weer? Oscar Wilde, Gerard Reve of misschien toch Anja Meulenbelt? Bij ieder E- en WK schiet het aforisme weer even door me heen, en nu heb ik het eindelijk opgezocht.

Je gelooft het niet: het was paus Johannes Paulus de Tweede. Doorgaans zijn het geen lachebekjes, die pausen. Maar de slimme ironie zal hier onopzettelijk zijn geweest, een bijproduct van een gespleten tong: Popie Jopie moest domweg het volk te vriend houden zonder zich al te openlijk in te laten met profane zaken.

Nu Nederland niet meespeelt is het hele toernooi al helemaal onbelangrijk geworden, zou je denken, maar de paar keer dat ik wat flarden van wedstrijden zag overkwam me wel iets leerzaams. Ongeacht wie er tegen wie speelde, had ik onmiddellijk sympathie met een van de strijdende teams. Waarom ben ik vóór Italië en tegen Zweden? Waarom vóór België en tegen Ierland? En waarom dan wel weer tégen Italië in de wedstrijd met België?

Noam Chomsky heeft ooit over dit fenomeen gereflecteerd in een interview. Als scholier stond hij eens te juichen voor het team van zijn highschool toen hij plotseling doordrongen raakte van de absurditeit hiervan: hij kende niemand uit dat team, had niets met ze te maken, hield niet van de sport, en de enige reden om toch voor die ‘betekenisloze gemeenschap’ te juichen was volgens Chomsky dat het een ‘oefening’ was ‘in onderwerping aan autoriteiten’: ‘In fact, it’s training in irrational jingoism.’

De enige reden dat ik de Zweden laat vallen voor de Italianen is dat ik vaker in Italië ben geweest, hun keuken, schilderkunst en muziek hoger aansla. Dat België dan toch van Italië mag winnen is niet omdat ik hun frieten met stoofvlees prefereer boven de vitello tonnato, maar omdat ik meer Belgen dan Italianen ken. Niet dat die hier meespelen, niet dat ze zelfs maar familie of vrienden zijn van een der rode duivels, nee, het is zoals Chomsky het zag, patriottisme, jingoïsme, chauvinisme zonder enige rationele grond, en een EK zonder Oranje maakt je van zulke mechanismen bewust.

Chomsky gaat nog verder en verbaast zich erover dat veel voetbalkijkers die meepraten op de radio een vrij uitgebreide kennis van de sport blijken te hebben, bevlogen analyses maken, terwijl ze die intelligentie totaal niet inzetten als het gaat om bijvoorbeeld de politiek. Zijn these: voor veel gewone mensen, harde werkers, is er nooit een mogelijkheid om echt serieus een rol in de politiek te spelen, dus stoppen zij hun energie en intelligentie in sport.

Fortuyn had de grens tussen de onbelangrijke politiek en de belangrijke sport geslecht

‘It keeps them from trying to get involved with things that really matter. In fact, I presume that’s part of the reason why spectator sports are supported to the degree they are by the dominant institutions.’

Chomsky keert de stelling van de paus dus eigenlijk om: voor de supporters is voetbal zo belangrijk dat al het andere er onbelangrijk door wordt. Hij kreeg wat mij betreft gelijk op donderdag 16 juni.

Toen ik hoorde van de moord op Jo Cox probeerde ik er iets over te zien op een Britse tv-zender. Bij de BBC, zelfs bij BBC World, ging het alleen over voetbal, want Engeland speelde, in die uren na de aanval, tegen Wales. Waarom mag het Verenigd Koninkrijk eigenlijk met dríe teams naar het EK? Waarom speelt die wedstijd gewoon dóór? Zouden wij de wedstrijd Friesland tegen Noord-Holland blijven uitzenden tijdens een politieke moord?

Twee dagen na de moord op Fortuyn was in Rotterdam de finale van de UEFA Cup. Finalist Feyenoord wilde de wedstrijd uitstellen, maar dat mocht niet van het UEFA-bestuur. Toen ze de beker wonnen bleef de Coolsingel leeg. Hier ging Chomsky’s these niet op, omdat Fortuyn, anders blijkbaar dan Cox, de grens tussen de onbelangrijke politiek en de belangrijke sport had weten te slechten. Als Ad Melkert was vermoord stond de Coolsingel denk ik wel vol.

Wat er wel strookte met Chomsky’s ideeën: dat ‘de dominante instituties’ de omkering van belangrijk en onbelangrijk graag in stand hielden. Want voor het UEFA-bestuur mocht hun voetbalspelletje voor niets wijken. Straks komt er een WK in Rusland en daarna eentje in Qatar. Dictatoriale landen hebben corrupte voetbalbonden omgekocht, in Qatar zijn al honderden als slaven ingezette werknemers omgekomen bij de bouw van de stadions, dagelijks worden in voornoemde landen de mensenrechten geschonden…

Of je nu links of rechts georiënteerd bent, progressief of conservatief, vanuit elk redelijk oogpunt kan er geen enkele andere conclusie zijn dan dat het door en door verwerpelijk is om de toernooien in die landen te steunen. Wie daar, al is het maar achter de tv, voor juicht is het zicht op wat belangrijk is en wat niet volkomen verloren. En toch gaan we het massaal doen. Want we zijn getraind in irrationeel jingoïsme.