Annie M.G. Schmidt

Jippus en Jannica

Na bijna vijftig jaar zijn Jip en Janneke uiteindelijk toegelaten tot het gymnasium.


De canonisering van Annie Schmidt lijkt voltooid. Zojuist verscheen Jippus et Jannica, achttien Jip en Janneke-verhaaltjes in het Latijn. Imagines pinxit: Fiep Westendorp. Op de omslag is haar wipneuzige tweetal als toerist binnengesmokkeld op de kleurenfoto van een Romeinse ruïne. De klassieke status in dubbele betekenis is weinig kinderboeken gegeven. Bij mijn weten hebben alleen Pinokkio, Alice en Winnie het zover geschopt. Ongeveer gelijktijdig kwam er een cd-rom op de markt, de eerste in de serie Spelen met Jip en Janneke. Daarmee kun je de zwart-witte Westendorpen inkleuren en de in stukken uiteengevallen plaatjes met de muis weer in of aan elkaar passen (in zo’n tergend langzaam op zijn plek vallende schuifpuzzel). De verhalen worden hoorspelachtig voorgelezen, compleet met achtergrondmuziek en kinderstemmetjes. Tussen Latijnse tekst en cd-rom overbruggen Jip en Janneke zo een indrukwekkend aantal eeuwen van onze beschavingsgeschiedenis. Het is jammer dat wij het zonder het — ongetwijfeld relativerende — commentaar van de auteur zelf moeten stellen.


Bijna vijftig jaar oud zijn Jip en Janneke nu. Vanaf 1952 stonden ze vijf jaar lang elke week in Het Parool. Gebundeld werden de dicht-bij-huizige belevenisjes een commercieel succes en een begrip voor iedereen die kleine kinderen wel eens een verhaaltje wil of moet voorlezen. Ze verschenen in verschillende uitgaven en sinds 1977 staan ze allemaal samen in de dikke Jip en Janneke-bijbel. Een aantal verhalen werd door Harry Bannink op muziek gezet, er bestaan vertalingen in diverse landen, Jip en Janneke staan als standbeeld in Zaltbommel (geboorteplaats van Fiep Westendorp) en al jaren lang bepalen ze mede het gezicht van de Hema, door ondergoed, serviezen, paraplu’s, pantoffeltjes en nachtlampjes te sieren.


Vermeldenswaardig is ook dat Nederlands bekendste buurkinderen het als eerste moesten ontgelden tijdens de maatschappijkritische aanvallen op de jeugdliteratuur in de jaren zeventig. In Vrij Nederland werd Annie Schmidt verweten dat Janneke nooit haar broekje laat zakken en Jip zijn pikkie niet laat zien. Ze zou moeten schrijven over de harde werkelijkheid van het leven en tegen kinderen moeten roepen dat Jip en Janneke dood zijn. Schmidt pareerde onmiddellijk dat Jip en Janneke springlevend zijn zolang kinderen er plezier aan beleven, en dat haar jonge lezers naast ‘stukjes boos bos’ recht hebben op warmte, veiligheid en geruststelling. ‘Alleen maar boos bos leidt tot angst, agressie en het machteloos doodverklaren van alles en iedereen.’ Waarna Jip en Janneke nog lang en gelukkig leefden, om uiteindelijk toegelaten te worden binnen de geheiligde gymnasiale muren.


Of men daar blij is met hun komst valt nog te bezien. Een docent die ik erover sprak, bestempelde de uitgave als ‘flauwe kul’ en ‘speelgoed voor de hoger opgeleiden’. Hij bromde dat hij er zijn kostbare tijd niet mee ging verdoen, dat het gymnasium niet opleidt om kleuterboekjes in het Latijn te lezen en dat zo’n boekje het beeld van de gymnasiale overbodigheid onnodig bevestigt. Hier lijkt iemand te spreken vanuit een niet zo comfortabele werksituatie, waar ik bovendien geen verstand van heb. Wel weet ik dat mijn dochter in haar worsteling met de klassieken met grote beslistheid verklaarde dat het lezen van Winnie ille Pu haar ervan had weerhouden om af te haken. En het lijkt me niet ondenkbaar dat pubers op jeugdsentimentele gronden een groter enthousiasme op kunnen brengen voor Jip en Jannekes wel en wee dan dat van Gaius Julius Caesar.


Ik heb in elk geval bijna veertig jaar na Tacitus, Livius, Vergilius en Ovidius en voorzien van een kraakvers Latijns woordenboek geprobeerd mijn weg te vinden door enkele wederwaardigheden van Jippus en zijn ‘puella vicina’. Gelukkig is de lengte van Schmidts zinnen gemiddeld maar een kwart van die in de Oudheid. Al gauw duiken er een paar simpele basisregels op uit de verre middelbare schoolnevelen en ook de eenvoud en de herhaling in de tekst zijn de hakkelende vertaler ter wille. En soms helpt even spieken in het origineel. Het leukste is eigenlijk dat het voortdurend over zulke andere dingen gaat dan ooit op school. Vader in het Latijn opsluiten in het schuurtje (in cellam) omdat hij met de voetbal in de kamer moeders mooiste beeldje heeft gebroken. ‘O pater improbe!’ En nu weten we tenminste dat voetballen ‘pila ludere’ is.


Ik geloof ook niet dat ik vroeger ooit de mot, de spin en het egeltje ben tegengekomen. En dankzij de door Schmidt opgevoerde ijscoman ken ik nu het prachtwoord ‘tintinnabulum’ voor bel en weet ik dat hij ‘globuli gelati’ (bevroren balletjes) verkoopt. Grappig is ook de komst van hond Takkie, zoals wij via Fiep Westendorps tekeningen weten van het model teckel. Vertaler Harm-Jan van Dam zegt het zo: ‘Quantum inter se distant priores et posteriores pedes.’ Je ziet het voor je en het beest heet Surculus, takje met een hoofdletter.


De vertaler moet zich voor veel on-klassieks gesteld hebben gezien. Wat te doen bijvoorbeeld met het heel kleine negerpopje dat opa voor Janneke meebrengt? Hij maakte er een ‘homunculum pussilum Aethiopem’ (een nietig Moors mannetje) van. Vervolgens speelt opa voor paard met de twee kinderen op zijn rug. Dat gaat van ‘hots, hots, hots’… Van Dam noemt het paard ‘vehementem, iactantem et quassantem’ (heftig, afwerpend en schuddend). Moeilijk moet ook de griezelige reus uit het sprookjesboek geweest zijn waar Jip ’s nachts nachtmerries van krijgt. Onze reuzen zijn vooral van Germaansen huize en dus liet de vertaler één oog weg en voerde hij de van Homeros bekende cycloop ten tonele: ‘De Cyclope horrendo’.


Zoals alle beginnende lezers hebben we een beetje steun aan de plaatjes. Wanneer naast de hoofdstuktitel ‘De sciurolo’ een eekhoorntje staat getekend, hoeft dat woord al niet meer worden opgezocht en het tweetal likkend aan een ijsje maakt dat de ‘globuli gelati’ zich al losmaken uit de zin. Curieus is wel dat er in de ijzersterke eenheid van tekst en illustraties iets niet helemaal meer klopt. Naast al die Latijnse zinnetjes begon ik Jip en Janneke in tunica te verwachten en Jip op zo’n ongemakkelijk rustbed in plaats van in een lekker opgeschud kinderbedje met gebloemd dekbed. Maar Fiep Westendorp vertalen, dat kan niemand.



Annie M.G. Schmidt, Jippus et Jannica. Vertaald door Harm-Jan van Dam. Uitg. Querido, 64 blz., ƒ15,-


Cd-rom, uitg. Querido, ƒ15,-