20 april 1937 - 8 januari 2011

Jirí Dienstbier

Met humor sprak Jirí Dienstbier over zijn tijd achter de tralies. De dissident, journalist en politicus werd een bepalend gezicht van de Fluwelen Revolutie in Tsjechoslowakije.

WIE HET WEGVALLEN van het IJzeren Gordijn in Tsjechoslowakije wil illustreren, kan kiezen uit vele beelden. Bijvoorbeeld de foto uit 1989 waarop Jirí Dienstbier, de toen kersverse Tsjechoslowaakse minister van Buitenlandse Zaken, samen met zijn Oostenrijkse collega Alois Mock de grensversperring tussen Oost en West wegknipt. Dienstbier knipte graag hekken door. Ook beroemd is de foto uit datzelfde jaar waarop hij met Hans-Dietrich Genscher, toenmalig minister van Buitenlandse Zaken voor de Bondsrepubliek Duitsland, de betonschaar hanteert. In 1999 werden Genscher en Dienstbier opnieuw samen vastgelegd. De charmante Dienstbier staat er breed lachend op, naast een monument gemaakt van het prikkeldraad dat hij tien jaar eerder doorknipte.
Genscher leeft nog, maar op 8 januari overleed Jirí Dienstbier op 73-jarige leeftijd in een Praags ziekenhuis. Samen met Václav Havel was de Tsjechische dissident, journalist en politicus een van de bepalende gezichten van de Fluwelen Revolutie die een einde maakte aan veertig jaar communisme in Tsjechoslowakije.
De levensloop van Dienstbier viel samen met de opkomst en ondergang van het communisme in zijn land. Hij werd geboren op 20 april 1937 in Kladno, ten noordwesten van Praag. Op zijn tiende kocht hij zijn eerste boeken: drie dikke werken over de geschiedenis van de internationale diplomatie, naar eigen zeggen zijn levenslange interesse. In 1960, toen de destalinisatie onder Chroesjtsjov in volle gang was, studeerde Dienstbier af in de filosofie aan de Karels Universiteit in Praag. Twee jaar eerder, hetzelfde jaar dat Dubek toetrad tot het Centraal Comité van de Partij, was hij lid geworden van de Communistische Partij, een noodzakelijke voorwaarde voor zijn loopbaan bij Radio Praag, die nog voor zijn afstuderen begon.
Dienstbier werkte als buitenlandcommentator en correspondent in onder andere het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Verenigde Staten. Het verslaan van de Praagse Lente bleek zijn laatste klus voor de staatsradio. Toen op 20 augustus 1968 de Russische tanks Praag binnenrolden, snelde Dienstbier zich naar de studio. Het lukte hem en zijn collega’s om de bezetters de eerste week na de inval buiten te houden. Maar Dienstbier - die Engels sprak en banden met het Westen had - werd een paar maanden na de machtsovername samen met vijftienhonderd anderen uit de nationale journalistenbond gezet. Vrijheidsbeperking was voor veel van Dienstbiers vrienden een reden om naar het Westen te vluchten. De achterblijvers kregen te maken met verdere belemmeringen en pesterijen. In 1970 kreeg Dienstbier een publicatieverbod. Zoals vele intellectuelen moest hij zijn baan inruilen voor laaggeschoolde arbeid. Zijn cv vermeldt werk als archivaris, nachtwaker en ketelstoker. In weerwil van de staatscensuur zette hij zijn journalistieke werk in het geheim voort. Hij schreef voor verschillende Samizdat-kranten en berichtte in buitenlandse media over Tsjechoslowaakse interne politiek. Behalve voorman van de Praagse ondergrondse pers was Dienstbier een van de Tsjechische intellectuelen die zich verenigden in Charta 77, de beweging, opgericht door Havel, die schending van mensenrechten door het communistisch bewind aankaartte. In 1987 was hij mede-heroprichter van Lidové Noviny (Het nieuws van het volk), de krant die het symbool werd van de omverwerping van het communistisch regime. In november 1989 was Dienstbier woordvoerder van het burgerforum dat politieke hervorming eiste. In januari 1990 verscheen zijn krant voor het eerst in het openbaar, eerst nog tweewekelijks en vanaf april van dat jaar als dagblad.
Zijn dissidente activiteiten kwamen Dienstbier op gevangenisstraf te staan. In 1979 verdween hij voor drie jaar achter de tralies, samen met Havel die in de periode 1977-1989 in totaal viermaal gevangen werd gezet. In latere interviews deed Dienstbier laconiek over zijn vrijheidsberoving. ‘In de gevangenis ontmoette ik een hoop interessante mensen’, zo zei hij in een radio-interview enkele jaren geleden. Ook de moeilijke omstandigheden waarin zijn lotgenoten moesten opereren deed hij met humor af. Dienstbier over de ontmoetingen tussen Poolse en Tsjechoslowaakse dissidenten in het grensgebergte tussen de twee landen: 'We wilden een revolutie omdat we er genoeg van hadden een berg te moeten beklimmen om onze Poolse vrienden te kunnen zien.’ Het typeerde de houding van de Tsjechoslowaakse dissidenten die, net als de Brave Soldaat Schwejk, liever met humor en woorden dan met wapens vochten.
De val van het IJzeren Gordijn betekende opnieuw een omwenteling voor Dienstbier. Havel vroeg hem als vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken in het eerste kabinet na de communistische overheersing. Dienstbier bekleedde die functies tot 1992, waarna hij verschillende diplomatieke posten had, onder andere bij de Verenigde Naties als Speciaal Rapporteur voor de Mensenrechten in voormalig-Joegoslavië. Zijn werk daar kwam hem op een conflict met zijn lotgenoot te staan. Dienstbier keurde de Navo-bombardementen op Kosovo af. Havel toonde begrip voor dit militair ingrijpen. Naar Dienstbiers eigen zeggen heeft het de vriendschap tussen het tweetal niet in de weg gestaan.
Het overlijden van de politicus is slecht nieuws voor de CSSD, de Tsjechische sociaal-democratische partij. Tot en met 2014 zou hij hen in de Senaat vertegenwoordigen. Met het wegvallen van Dienstbier zullen zij waarschijnlijk hun krappe meerderheid verliezen. Dienstbiers plek wordt namelijk opnieuw verkozen. Gezien het zware tij waarin de Europese sociaal-democratische partijen verkeren, is het zeer de vraag of zijn zetel oranje - de huiskleur van de CSSD - zal blijven. Ter afscheid van Dienstbier word er een speciale ceremonie in de Senaat gehouden. Bijzondere aanwezige: Hans-Dietrich Genscher.