Jo Cox (22 juni 1974 - 16 juni 2016)

De moord op de Britse politica Jo Cox veroorzaakte niet alleen een schok, maar leidde ook tot bezinning. Was de anti-immigratieretoriek in het Brexit-debat niet te ver doorgeslagen?

De Russische ambassadeur in Londen was wel wat gewend, maar het bezoek van Jo Cox zou hem nog lang heugen. Veel tijd voor diplomatieke beleefdheden nam de 41-jarige sociaal-democrate niet. Met vuur en vlam viel ze de gastheer aan over de laaghartige politiek van de Russen in Syrië. Naast haar keek de Conservatieve oud-minister Andrew Mitchell vol ontzag toe hoe ze de gezant van Vladimir Poetin de les las. ‘Een één meter vijftig lange bundel van ouderwets gezond verstand uit Yorkshire’, zo zou hij haar omschrijven.

Dat deed Mitchell maandag tijdens een gedenkbijeenkomst van het Britse parlement, teruggeroepen van het referendumreces. Kamerleden haalden herinneringen op aan hun levenslustige collega aan wier leven vijf dagen eerder een voortijdig einde was gemaakt door een gestoorde neonazi. Vanaf de publieke tribune keken haar man Brendan en haar kinderen toe. Het was een moord die het Verenigd Koninkrijk had geschokt en meer emoties opriep dan de moorden van de ira op Conservatieve politici in de jaren tachtig.

Het slachtoffer was een rijzende ster in de oppositiebankjes. Sinds ze een jaar geleden was gekozen tot afgevaardigde voor het kiesdistrict Batley and Spen in West-Yorkshire, haar geboortestreek, had ze grote indruk gemaakt door haar idealen te laten prevaleren boven de politieke stammenstrijd. Zo voerde ze samen met Mitchell – tegen de wil van partijleider Jeremy Corbyn – campagne om mensen in Syrië te helpen, al dan niet met militaire middelen. In haar strijd tegen belastingontwijking werkte ze samen met een andere Tory, David Davis.

Cox viel op omdat ze geen typische loopbaanpoliticus was, maar een vrije en onafhankelijke geest, wat werd gesymboliseerd door de woonboot nabij Tower Bridge waar ze doordeweeks woonde. Het water trok haar. Een dag voor haar dood was ze met Brendan en kinderen in een rubberboot de Theems op gevaren om bij de eurosceptische vloot van Nigel Farage met een ‘In’-vlag campagne te voeren voor de EU. Naar haar werk in Westminster ging ze op de fiets.

Helen Joanne Cox werd op 22 juni 1974 geboren in Batley. Haar moeder werkte als secretaresse op een school; haar vader in een tandpastafabriek waar de jonge Jo ’s zomers haar zakcentjes zou verdienen. Ze kreeg de kans om naar een staatsgymnasium te gaan, een grammar school, en deed het daar zo goed dat ze als eerste in haar familie naar Cambridge kon. Daar studeerde ze politicologie op Pembroke. Die omgeving werd door deze telg uit een arbeidersmilieu als intimiderend ervaren. ‘Ik ging toen pas beseffen hoe belangrijk afkomst is.’

Ze ging werken op de politieke afdeling van de internationale hulporganisatie Oxfam, in welke hoedanigheid ze Gordon Browns vrouw Sarah adviseerde alsmede Glenys Kinnock, de vrouw van de oud-Labour-leider die staatssecretaris van Europese Zaken was. In deze progressieve kringen ontmoette ze haar latere echtgenoot, die werkte voor toenmalig premier Brown. Tevens hielp ze Barack Obama bij zijn campagne in 2008. Ze wilde echter meer zijn dan een liefdadigheidsbureaucraat, meer dan een carrièrepoliticus.

‘Een één meter vijftig lange bundel ouderwets gezond verstand uit Yorkshire’

Cox ging de hort op. In Darfur werkte ze met vrouwen die waren verkracht tijdens het oorlogsgeweld, in Oeganda bekommerde ze zich om kindsoldaten en in Afghanistan sprak ze met stamoudsten. De laatste jaren trok ze zich vooral het lot van Syrische vluchtelingen aan. Eenmaal gekozen tot parlementslid streed ze voor het instellen van veilige havens en een ruimhartiger toelatingsbeleid. Het wekte de toorn van Corbyns ‘waakhond’ Diane Abbott, die nieuwkomer Cox verweet ‘samen te spannen met een Tory’.

Het deed haar weinig. Cox zag het niet als haar primaire taak naar de fractieleider te luisteren, maar zich in te zetten voor haar idealen en de mensen die haar hadden gekozen. De clichématige kloof tussen kiezer en gekozene is op het eiland kleiner dan elders in Europa. Elke kiezer kan een afspraak maken met zijn of haar vertegenwoordiger in het parlement. Ze genoot van dat ‘huiswerk’, van die mogelijkheid om mensen te helpen bij concrete problemen, of het nu vluchtelingen zijn of bejaarden die verlegen zitten om een thuishulp. De nabijheid tot de kiezer is een groot goed, maar ook de achilleshiel, zo bleek toen de neonazi haar na zo’n spreekuur op klaarlichte dag doodschoot. Het gebeurde een week voor het EU-referendum, en uren nadat de campagne een wrange toon had gekregen door de onthulling van een stemming makende anti-vluchtelingenposter door ukip-leider Farage.

De moord heeft voor een schok en bezinning gezorgd. Er volgde een verlate herwaardering voor het onzichtbare werk dat Kamerleden verrichten en aandacht voor alle doorgaans anonieme haatmail die ze ontvangen, zowel vanuit linkse als rechtse hoek. Het schelden op politici is een nationaal gezelschapsspel geworden, net als in Nederland. Tevens werd de vraag gesteld of de anti-immigratieretoriek tijdens het referendumdebat – met name in een krant als The Daily Express of door de uitlatingen van Farage – niet was doorgeslagen.

Het Brexit-kamp had het netjes willen spelen door zich te richten op soevereiniteit, maar dat bleek geen winnende formule te zijn. In de laatste weken ging het vooral over immigratie. Waar de blijvers de economische gevaren overdreven, namen de brexiteers het niet zo nauw met de waarheid aangaande immigratie. Vooral Farage zat te vissen in de Rivers of Blood van Enoch Powell. Tijdens het afscheidsdebat in het Lagerhuis beweerde Stephen Kinnock dat Cox, zijn kamergenoot in Westminster, ‘begreep dat retoriek gevolgen heeft’.

De rode en de witte roos op de plek waar Cox zat waren daar getuigen van.


Beeld: Londen, 12 mei 2015 (Yui Mok / PA / HH)