Joardy Season

Walter van der Kooi ziet veel meer dan hij in zijn wekelijkse tv-kroniek kan bespreken. Vandaag buigt hij zich over Joardy Season.

De Nipkowjury is, althans voor mij, ook leerschool. Zeker nu internetproducties kunnen meedingen, meestal door en voor jongeren gemaakt – niet mijn natuurlijke habitat. Zo verscheen deze keer de geheimzinnige titel Joardy Season op de groslijst. Ben ik even blij dat ik braaf ging kijken en dus mee kon praten over een programma dat doorging naar de tweede ronde en uiteindelijk zelfs een eervolle vermelding kreeg. De lading onder die eigenaardige vlag wordt gevormd door acht korte fictiefilmpjes, gemaakt onder beheer van de VPRO, waarin het enige vaste element is dat ene Harco erin voorkomt. Harco heeft een buitengewoon opvallend onopvallend uiterlijk. Door zijn zeshoekige bril met dun montuur valt hij niet te missen, maar verder is hij zó normaal, van postuur tot lichtblauw trainingsjackie tot uitgestreken smoel en monotone toon, dat, als hij als vermist zou worden opgegeven of als verdachte van een misdrijf, het erg lastig zou zijn een goed signalement van hem te geven. Wit, ja, mannelijk geslacht ook en leeftijd in de vroege dertig, schat ik. Licht volks accent, met ietsje Mokums en een vermoedentje Noord-Hollands (maar pin me daar niet op vast). Zou ik hem moeten vergelijken met een personage uit de tv-geschiedenis, dan denk ik toch het meest aan Kees Prins die de meeste buitengewoon gewone types van Jiskefet voor zijn rekening nam. Overigens, ik suggereer op geen enkele wijze plagiaat. Jim Deddes die Harco speelt en schrijft (dat laatste samen met Jan Hulst) is geen epigoon van Prins, zo min als Joardy Season een aftreksel van Jiskefet is. Maar in het grote absurdistisch universum zijn ze wel geestverwanten.

Probleem bij absurdisme is dat alles kan. En dan zijn de criteria voor kwaliteit nog weer veel moeilijker te formuleren dan bij ‘gewoon’ drama. Eigenlijk heb ik die überhaupt niet en blijft alleen de vraag over of ik met de makers mee blijf gaan; of ik hun toon, stijl, gein (meestal betreft het de categorie humor/amusement) pik of zelfs omhels; of er nieuwsgierigheid naar hun volgende project(je) blijft bestaan en, in sommige gevallen, of ik zelfs weerloos tegen ze ben. Dat betekent vaak ook dat zulke producties het publiek splijten in omhelzers en walgers (die dan verder ook niet meer kijken, tenzij uit masochistische overwegingen). Deddes lanceerde zijn personage Harco op YouTube, in eigen beheer. Uit de talloos veel miljoenen die hun geluk op dat platform zoeken – als muzikant, komiek, make-up-artist, influencer (het woord alleen al!), reporter, reltrapper, goeroe, mindfullnessverkoper – trok hij kennelijk de aandacht. Zelfs, of juist die van de omroep die historisch het meest in ongebaande paden en grensverleggende humor is geïnteresseerd, met Wim T. Schippers als onovertroffen pionier. (Wie zijn universum wil herbeleven of er kennis mee maken bekijke de recente Andere Tijden-aflevering Waar heb dat nou voor nodig?) Die titel een typisch Schippers-zinnetje dat de verbijsterde receptie door een groot deel van kijkend Nederland adequaat, zij het nog gematigd, uitdrukt.

In Joardy Season komt onmodieuze Harco (camp als een heipaal) in alle acht afleveringen voor, van hoofdrolspeler tot zwijgende figurant. In één ervan is hij de enige acteur (hij speelt een jongen die een game speelt, waarin hij een Duitse stadsbus bestuurt, wat uiteraard niet geheel vlekkeloos verloopt), maar verder zijn er volop tegen- en medespelers en is het ook qua camera, geluid en belichting professioneel geworden. In de pre-VPRO-sketches, onder de noemer Joardy Film, draait het nog vooral om monologen. In een van de eerste rukt Harco aan het hek van een bouwplaats, wil weglopen, en krijgt dan van achter de camera de vraag: ‘Ho ho meneer, waar moet u nou echt om huilen?’ (vroeg Thierry ook aan Mark, daarmee eigen menschelijkheid en vrouwelijke kant uitventend). Waarna hij, Harco dus, na kort nadenken, drie minuten lang reeksen huilaanleidingen opsomt, beginnend met ‘zielige hondenfilmpies’ via ‘wakkerschrikken in een verlaten pand en je weet helemaal niet waar je bent en je hebt geen schoenen aan en je loopt naar buiten, helemaal geen herkenningspunten en dat je aan een medemens vraagt “waar ben ik dan?” en die zegt “jonge, je bent in Zaïre, het is hier oorlog”’, tot ‘dat je gewoon werkloos bent, ’s middags een keer je telefoon aanzet en dat niemand heeft gebeld, geen apps, niks; en dat je dan besluit een boodschappie te doen, en dan ga je es een keer naar een andere slager, je denkt ik doe es gek, en dat het dan ontzettend tegenvalt’. Hij valt stil, zwijgt en vraagt dan ‘ja?’ met de intonatie ‘zo genoeg?’. ‘Dank u wel’, zegt de cameraman, Harco rost nog een keer tegen het hek en fietst weg. Huilonman heet het en het werd een enorm succes.

Net als Groetonman waarin Harco als een soort Febo-automatiekemployé een camera ziet, vraagt of dit wordt gefilmd en dan zeven minuten lang de groeten doet aan Henriëtte en Douwe en Edu en eigenlijk iedereen van het gymteam, aan iedereen die een scooter had toentertijd, aan alle twintigers en dertigers, alle vrouwelijke voetballers, Odin en Thor, aan iedereen die zachtjes doet als het moet, aan zijn moeder (’ik ben hartstikke trots op jou, neem es een keer op zou ik zeggen’), aan alle alleenstaande moeders (‘ik ken de strijd, maar na wolken komt een pomp zonneschijn’). Alles in een idioot tempo, de namen deels op alfabet. En natuurlijk aan ieder met een hazenlip of onderbeet. Waarschijnlijk hopeloos om dit te lezen en gegarandeerd voor velen ook een marteling om naar te kijken, maar als je valt val je plat. Ongein? Absoluut. Maar je hebt, om Reve inzake geouwehoer te parafraseren, ongein waar Gods zegen op rust. Waarbij je als kijker zelf God bent. Of Thor natuurlijk. Er zijn ook filmpjes waarin Deddes een voetballer is die direct na de wedstrijd (denk aan niveau Real, Bayern) geïnterviewd wordt over zijn dramatisch aandeel in de nederlaag of de dodelijke schop die hij een medespeler gaf. De gemeenplaatsen van het voetbalgilde kent hij goed, maar het haalt niet het niveau van Joardy Season. Vind ik.

In Joardy Season is hij dus van figurant tot steracteur. Dat de aflevering waarin hij geen woord tekst heeft – alleen maar luistert naar een in alle betekenissen fantastisch gesprek (het gaat over de fantasyroman die de klant van een toko aan het schrijven is en die hij aan de maaltijdverkoper in hoofdlijnen vertelt, zonder dat die daar op zat te wachten) en eventjes ontroerd raakt (dat overkomt Harco trouwens vaker dan je bij zo een uitgestreken type zou denken, maar het blijft altijd ingehouden en beschaafd) – dat zwijgen dus zegt niets over zijn kwaliteit als acteur en auteur. Alles is even bizar in die fictiewereld van de beginnende, dromerige fantasyschrijver met hipstertrekjes, en het contact tussen hem en de licht ontvlambare volkse uitbater lijkt daarom gedoemd tot bonje. Maar is dat niet wonderbaar: de middenstander blijkt groot kenner en liefhebber van het genre en zo ontvouwt zich een hilarisch gesprek tussen twee kenners en liefhebbers in eigen geheimtaal. Eindigend zelfs in de mogelijkheid dat verkoper klant heel misschien aan een uitgever kan helpen. Harco, op dat moment de enige klant met consumptie, luistert ontroerd toe. Stardump Snittin’ heet de aflevering van zeven minuten, waarin Chiron Holwijn en Gilles Biesheuvel auteur en winkelier zeer overtuigend vertolken.
Harco is op zijn Harcoost in Dick Ryder, waarin de wereld van jonge beeldende kunstenaars wordt behandeld, een altijd dankbaar onderwerp. Een oud-student van de Rietveld (gespeeld door Hannah Hoekstra, jawel) is onderwerp van een reportage van de Britse productiemaatschappij Kultura Dokumenth. Want deze Chelsea Scoutgroen is ‘the hottest name in the Dutch underground artscene’, vanwege zowel extreem persoonlijk als dito politiek werk. Hoe haar nieuwe performance heet? Close to Me. Het bleef lang stil na haar vorige presentatie, Dickryder, die veel ophef veroorzaakte (Rotterdam 2016). Sommigen vonden het kinderachtig en walgelijk, dat lichtgevende antiparkeerpaaltje waarop de bezoeker kon gaan zitten. Anderen (onder wie de conservator) hadden een kwartier nodig om van hun eerste oordeel ‘bar slecht’ tot ‘geniaal’ te komen en een van haar oud-docenten kon na een half uur alleen nog maar janken vanwege de vraagstukken en grote thema’s die het opriep. Voor Harco ging het over ‘onvrijwillige seks’. Die had haar geholpen, op verzoek van zijn broer, omdat hij de enige met een auto was: wat spulletjes vervoerd. Na die performance hadden ze seks. Nu is hij aanwezig bij Close to Me, te midden van een select gezelschap jonge kunstenaars en kunstliefhebbers. Chelsea komt op, zegt dat het begin het eind is en het eind het begin, waarna wat meisjes in latexpakjes dansachtig bewegen. Na afloop volgt de camera Chelsea die dat niet en toch ook wel wil. En daar is Harco met zijn rare bril in zijn blauwe jackie met zijn volkse accent. Om haar te complimenteren. ‘Als je nog es wil’… ‘Spulletjes vervoeren’. En hij geeft haar een balletje met zijn telefoonnummer. Het is niet de sterkste aflevering, vind ik, maar vanwege de gigantische kloof tussen de in alles buitengewoon gewone Harco en het scheppend genie, en de gedachte dat zij het met deze ‘tegenpool in werkelijk alles’, gedaan heeft (vergeet de hoogopgeleide schoonheid en de domme maar o zo lekkere bouwvakker/matroos) moet ik lachen, of ik wil of niet. Ach, zoek het zelf uit.