Commentaar: Amsterdam

Jobs tijding

Mag een burgemeester van Amsterdam eigenlijk wel tegen de geest van de jaren zestig zijn? Heeft de vrijheidslievende burgerij van Amsterdam in de figuur van Job Cohen niet het paard van Troje binnen gehaald, of ten minste een kat in de zak gekocht? Dat soort vragen blijven hangen na de onheilszwangere nieuwjaarsspeech van de debuterende burgervader. Zijn start was zo hoopgevend, maar na een krap halfjaartje in de Stopera blijkt de sleet er al behoorlijk in gekomen en kruipt Cohen zowaar in het ideologische kielzog van Frits Bolkestein.

«De samenleving is sinds de jaren zestig afgegleden naar een niveau dat ik betitel als onaanvaardbaar», sprak Cohen. «Die jaren hebben een heleboel vrijheden bewerkstelligd. Het individualisme heeft toen vaste grond gekregen. Er is een mentaliteit ontstaan van ‘ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken’. De generaties van na de jaren zestig hebben niet meegekregen hoe je als mensen in een samenleving met elkaar om moet gaan. Ze kunnen het dus ook niet doorgeven aan hun kinderen. Vrijheid is geen vrijblijvendheid, dat is de essentie.»

Het citaat was weliswaar ontleend aan de vader van Joes Kloppenburg, maar Cohen liet blijken er volledig achter te staan. Sterker nog, hij benoemde het als zijn persoonlijke missie de geest van die vermaledijde jaren zestig terug in de fles te stoppen. «Het zal tijd kosten, maar hoe eerder we beginnen, des te eerder boeken we succes», sprak hij nog.

De verbittering die uit de aangehaalde woorden spreekt, is begrijpelijk uit de mond van een vader wiens zoon is doodgeschopt. Maar de fris aangetreden eerste burger past zoveel rancune niet. De jaren zestig vormen nog altijd het sociale fundament van het eiland van vrede en verdraagzaamheid dat Amsterdam is in vergelijking met de rest van deze troebelzame planeet. Of moeten Paradiso en de Melkweg dicht en Simon Vinkenoog en Harry Mulisch per noodverordening de gemeentegrens over? De Dam staat tegenwoordig weer vol met langharige neohippies compleet met Afghaanse jas. Moeten daar ter gelegenheid van het vorstelijk huwelijk weer de mariniers overheen, net als vroeger?

Hopelijk was dit een eenmalige uitschieter. Misschien krijg je dit wel automatisch als je te lang tegen het van weltschmerz druipende gezicht van Jelle Kuiper aan moet kijken. Echter, van Job Cohen worden andere dingen verwacht dan apocalyptische law and order-filosofietjes uit het neoliberale cocktailcircuit. Anders kan hij misschien nog worden ingeruild voor Hedy d'Ancona, zijn partij- en stadgenote, een vrouw die het allemaal wél begrijpt.