DE ONTMANTELING VAN EEN VERENIGD KONINKRIJK

Jockofobia

Deze maand bestaat de Unie tussen Engeland en Schotland driehonderd jaar. Nou ja, Unie…

Van alle Britse monumenten die moeten worden hersteld, is de Muur van Hadrianus misschien wel het meest urgente. Aan beide zijden van deze Romeinse barrière tussen Engeland en Schotland groeit het verlangen naar zelfstandigheid. In Schotland heerst dit sentiment al sinds de Unie van 16 januari 1707 en de bijbehorende afschaffing van het parlement in de hoofdstad Edinburgh. De ‘Jocks’, zoals de Engelsen hen noemen, hebben zich nooit echt thuis gevoeld binnen het Verenigd Koninkrijk. Dat komt mede door het gebrek aan respect dat ze door de eeuwen heen van de Engelsen hebben gekregen, en dat terwijl de kracht van het Britse wereldrijk voor een groot deel aan de Schotse militairen te danken was. De humorist George Mikes bracht de superieure Engelse mentaliteit treffend onder woorden: ‘Wanneer mensen Engeland zeggen, bedoelen ze soms Groot-Brittannië, soms het Verenigd Koninkrijk, soms de Britse eilanden – maar nooit Engeland.’
Na het uiteenvallen van het Britse wereldrijk en het ontstaan van de Europese Unie heeft het Schotse onafhankelijkheidsstreven gestaag aan kracht gewonnen. De acteur Sean Connery is al jaren het boegbeeld van de nationalisten, maar de laatste tijd hebben ook andere bekende Schotten zich uitgesproken voor onafhankelijkheid, variërend van de oprichter van Kwikfit tot kardinaal Keith O’Brien. Regelmatig laait de afkeer jegens de Engelsen op. In de zomer van 2005 klaagde een Schotse politicus dat er te veel cricket op tv was – een sport die de Schotten op hetzelfde niveau als Nederland plegen te beoefenen – terwijl de Schotse eerste minister tijdens het wk voetbal zijn steun betuigde aan Trinidad & Tobago. Bij de verkiezingen komend voorjaar verwacht de Scottish National Party een behoorlijke winst te behalen.

Van oudsher hebben de Engelsen op het Schotse ongenoegen gereageerd zoals Benjamin Jowett, een fameuze rector van Balliol College in Oxford, dat ooit deed nadat de Schotse classicus J.S. Blackie hem had gevraagd ‘hoe jullie over ons denken’: ‘Mijn beste, we denken helemaal nooit aan jullie.’ Zeker de Conservatieven hebben de Schotten, op Adam Smith na, nooit echt zien staan. De meeste aandacht ging uit naar Britse onafhankelijkheid ten opzichte van Europa en de Verenigde Staten. De laatste jaren klinkt, conform een algemenere trend van nationalistisch denken, een ander geluid: Engelse onafhankelijkheid binnen het Verenigd Koninkrijk. Langzaam begint William Blake’s hymne Jerusalem over de groene heuvels van Engeland het God Save the Queen te verdringen. Waar de hooligans vroeger zwaaiden met de Union Jack, daar is nu het rode kruis van Sint Joris de overheersende vlag in voetbalstadions en op omliggende slagvelden. De herontdekking van de eigen cultuur en geschiedenis uit zich ook in de populariteit van een boek als The English: A Portrait of a People van Jeremy Paxman.

Deze introspectie gaat gepaard met argwaan jegens de noorderburen, die ook nog eens pro-Europees zijn. De Schotse journalist Alan Cochrane merkte op dat het in Londense pubs steeds lastiger is om met Schotse biljetten te betalen, terwijl de Schotse presentator van bbc’s Daily Politics, Andrew Neil, ervaart dat uitspraken van een Schotse politicus over Engelse aangelegenheden tegenwoordig goed zijn voor een stroom boosaardige e-mails. Over de bbc gesproken: gebeurtenissen in Schotland worden als ‘nationaal’ omschreven, in plaats van ‘regionaal’ zoals twee decennia geleden. Dat het een ander land betreft, vond ook een lezer van een kwaliteitskrant die er onlangs voor pleitte om de terugkeerbonus voor asielzoekers ook aan te wenden voor Schotten nu het niet meer het ‘wilde en wetteloze gebied’ van weleer is.

De Engelsen worden in toenemende mate jaloers op het goede leefklimaat in deze veredelde socialistische republiek ‘up-north’, waar nota bene de best verkopende Engelse schrijfster woont, J.K. Rowling. Het onderwijs is er bijvoorbeeld gratis, net als busvervoer voor ouderen. Zoals de Mexicanen dromend over de Rio Grande turen, zo kijken de Engelsen over de Tweed-rivier. ‘Het eerste wat je opvalt bij een Schots ziekenhuis is de afwezigheid van parkeerwachten met hun wielklemmen’, jubelde een Engelse ‘gezondheidstoeriste’ onlangs in The Sunday Telegraph.

Het steekt de Engelsen vooral dat zij dit regenachtige paradijs grotendeels financieren. Dat heeft te maken met de Barnett-formule, genoemd naar Joel Barnett, de schatkistbewaker die halverwege de jaren zeventig bepaalde dat de Schotten zestien procent extra zouden ontvangen uit de staatskas. Dit was bedoeld als tijdelijke ontwikkelingshulp, maar dertig jaar later geldt het nog steeds. Sterker, verhoudingswijs krijgen de Schotten steeds meer. Dat heeft mede te maken met het afnemende aantal inwoners, daar veel Jocks naar het land van de Auld Enemy afzakken, een carrièrepad dat door de jockofoob Dr. Johnson ooit is aangeprezen als ‘the noblest prospect’ voor een Schot.

Daar zit meteen een tweede bron van Engels ongenoegen. Voor de Ieren zijn de Engelsen van oudsher bang, jegens de Welsh heerst arrogantie, maar de ambitieuze en succesvolle Jocks zorgen voor een minderwaardigheidsgevoel. ‘We zijn niet jaloers op de Engelsen, we hebben medelijden met ze’, sprak de Schotse historicus Neill Ferguson namens zijn geëmigreerde landgenoten. De lijst succesverhalen is imposant. De eerste baas van de bbc was een Schot (Lord Leitch), de meest succesvolle manager uit het voetbal is er eentje (Alex Ferguson), de twee meest recente leiders van de Liberaal-Democraten (Charles Kennedy en Sir Menzies Campbell), het vorige hoofd van de Navo (George Robertson) en de leden van het koninklijk huis dragen de Stuart Tartan, al steekt het de Schotten dat koningin Elizabeth zichzelf ‘de tweede’ heeft genoemd. De ‘eerste’ was immers alleen koningin van Engeland.

Binnen de Labour-regering zijn de Schotten dermate oververtegenwoordigd dat Jeremy Paxman spreekt over ‘de Schotse Raj’. De departementen van Financiën, Binnenlandse Zaken, Grondwetzaken, Transport, Defensie en Handel & Industrie alsmede het Lagerhuis zelf worden door Schotten geleid. Tony Blair, zelf een Schot-lite, volgde een Schot op (John Smith), had een Schot als mentor (Derry Irvine), beschouwt een Schot als zijn voorbeeld (Ramsay MacDonald), haalde de boter bij een Schotse filosoof (John Macmurray) en werd beschermd door een doedelzak spelende spindoctor (Alastair Campbell). Extra pijnlijk voor de Engelsen is dat deze ‘Schotse maffia’ in Westminster schandaalbestendig is, op wijlen Robin Cook na, de Schot die wel weer het brein van New Labour vormde.

Een ander stuk beleid van deze regering heeft de rivaliteit verhevigd: de devolutie. Waar Conservatieve regeringen altijd de nadruk hebben gelegd op de Unie, daar heeft Labour altijd meer macht willen geven aan Noord-Ierland, Wales en Schotland. De directe aanleiding voor de val van het kabinet-Callaghan in 1979 was zelfs de devolutie, al speelde de Winter of Discontent natuurlijk een grote rol. Na haar enorme overwinning in 1997 besloot New Labour het werk van Callaghan af te maken door genoemde streken eigen parlementen te geven. Bovendien stonden Noord-Ieren, Welshmen en Schotten voortaan officieel als ‘etnische minderheden’ te boek. Het idee achter de machtsoverdracht was juist om het nationalisme te bestrijden. Aan John Majors opmerking dat de Schotten zich slaapwandelend richting onafhankelijkheid begaven, werd weinig aandacht geschonken.

De devolutie heeft met name geleid tot de opening van Pandora’s Doos in Engeland, waar een deel van de bevolking zich nu achtergesteld voelt. Volksvertegenwoordigers in Westminster met een Schotse zetel kunnen namelijk wel beslissen over zaken als onderwijs, transport, criminaliteit en zorg in Engeland, terwijl Engelse kamerleden niets meer te zeggen hebben over zulke ‘bread & butter-issues’ in Schotland. Dit staat bekend als het West Lothian-vraagstuk, genoemd naar het kiesdistrict van het voormalige Labour-kamerlid (en unionist) Tam Dalyell, die dit probleem reeds in de jaren zeventig ter sprake had gebracht.

Er ligt nu een wetsvoorstel van Lord Baker of Dorking waarin staat dat Schotse kamerleden niet meer mogen stemmen over Engelse zaken, iets waar de Schotse nationalisten en dat ene verdwaalde Conservatieve kamerlid in Schotland zich reeds aan houden. Labour is echter tegen deze creatie van ‘tweederangs kamerleden’. Het ware argument is dat de regeringspartij geen beleid kan doordrukken zonder steun van haar Schotse kamerleden. Een aantal politici en geleerden, onder wie de filosoof Roger Scruton, heeft in een open brief opgeroepen tot de vorming van een Engels parlement.

Eigen parlement of niet, bijna zestig procent van de Engelsen ziet weinig in een Schot als Brits premier. Dit is slecht nieuws voor Gordon Brown. De opvolger van Blair doet er dan ook alles aan om een gevoel van ‘Britishness’ te kweken. Zo moet wat hem betreft in elke voortuin een Union Jack wapperen, een Amerikaanse gewoonte waar geen Engelsman iets in ziet. Om de Engelsen te paaien zei hij hun team te verkiezen boven het Schotse, hetgeen in schril contrast staat met de opmerking van zijn voormalige spindoctor dat Brown in 1999 twee weken niet aanspreekbaar was nadat Engeland de Schotten in eigen huis met 0-2 had verslagen.

In The Rivals: The Intimate Story of a Political Marriage citeert James Naughtie (een Schot) een ingewijde die met zoveel woorden beweerde dat Brown zo Schots is als whisky. Hij was dan ook degene die Blair indertijd had overgehaald om de devolutieplannen door te zetten. Hoe gevoelig het West Lothian-vraagstuk ligt, bleek een half jaar geleden tijdens een tussenverkiezing in Browns achtertuin. Hij verklaarde tijdens de campagne dat hij tegen het heffen van tol was op een brug over de Forth. Het ironische is dat hij daar niets over te zeggen heeft, maar wel tol mag heffen op Engelse bruggen. Dergelijke affaires zullen Brown stemmen kosten bij een toekomstige verkiezingsstrijd met de Conservatieve leider David Cameron, wiens Schotsheid beperkt blijft tot zijn achternaam. .