Joden opheffen

ALAIN BADIOU
HET WOORD ‘JOOD’
Uit het Frans vertaald door Annette van der Elst e.a.
Ten Have, 123 blz., € 14,90

Wie het woord ‘jood’ een speciale status toekent, geeft Hitler postuum zijn zin. Die stelling verdedigt de Franse filosoof Alain Badiou in zijn onlangs in het Nederlands verschenen Het woord ‘jood’. Het waren de nazi’s die de joden als een aparte groep aanduidden, hen afzonderden en hun identiteit als het ware oppompten. De joden zouden verantwoordelijk zijn voor alles wat de nazi’s niet aanstond, van het communisme tot het superkapitalisme. Door de uit deze politiek voortvloeiende shoah heeft het woord ‘jood’ opnieuw een bijzondere, sacrale betekenis gekregen, zij het in omgekeerde zin. Het vormt het bestaansrecht van de staat Israël. Daar weigert Badiou in mee te gaan. Hij spreekt van politieke chantage. Op grond van de vernietiging van de joden in het verleden wordt een bijzondere tolerantie verwacht voor Israëlische gewelddadigheden nu. Dat is niet alleen klinkklare onzin, vindt Badiou; zo’n raciale uitzonderingsbehandeling moeten we de nazi’s niet gunnen.

Badiou’s betoog lokte in Frankrijk een hevig debat uit. Hij werd voor antisemiet uitgemaakt – zij het een antisemiet om rekening mee te houden. De in 1937 in Rabat geboren hoogleraar filosofie aan de École Normale Supérieure, een leerling van Althusser, mag juist de laatste jaren op een groeiende populariteit rekenen, ook buiten Frankrijk. Als een van de weinige hedendaagse denkers heeft hij door de jaren heen een eigen, redelijk afgerond filosofisch systeem opgebouwd, wat zijn aantrekkingskracht verklaart. Bovendien is in Badiou’s filosofie weer ruimte voor waarheid.

Centraal staat zijn begrip van het ‘evenement’. Bij zo’n doorslaggevende gebeurtenis wordt een gat geslagen in de bestaande, verstarde situatie. Het kan om een wetenschappelijke ontdekking gaan, een grote liefde, een kunstwerk of een politieke gebeurtenis, zoals de geboorte van Jezus Christus of de Russische Revolutie. Nieuwe, tot dan toe ondenkbare waarheden stromen naar binnen. De wereld zal nooit meer de oude zijn. Wat rest is trouw te zijn aan het evenement. In het geval van de voormalige maoïst Badiou betekent dit dat hij de linkse idealen van mei ’68, ‘zijn evenement’, tegen de stroom in blijft verdedigen.

Het woord ‘jood’ is niet een van Badiou’s interessantste boeken. De verzameling essays, interviews en romanfragmenten oogt willekeurig en is geen eenheid. Maar zoals in al zijn boeken weet Badiou te provoceren. Of positiever: hij zet aan tot denken. Badiou laat zich dan ook niet zo eenvoudig afserveren als iemand achter wiens pro-Palestijnse antizionisme een antisemitisme schuilgaat. Tegen die tendens spreekt hij zich nadrukkelijk uit. Badiou noemt Israël ‘niet meer of niet minder onzuiver dan alle andere staten’.

Waar het hem om gaat is de herinnering van de shoah als raison d’être voor een exclusieve joodse staat. De uitroeiing van de joden staat tegenwoordig gelijk aan de notie van het absolute Kwaad. Het is daarmee een onbeschrijflijke, unieke gebeurtenis. Tegelijkertijd dient deze onmeetbare gebeurtenis als maatstaf voor het Kwaad. Saddam Hoessein, Slobodan Milosevic: allemaal zouden ze volgens Amerika en zijn bondgenoten een nieuwe Hitler zijn. Badiou verwerpt de notie van een puur, tijdloos Kwaad. Zulk denken behoort tot het domein van de theologie, vindt hij, niet van de politiek.

De echte les die we uit het nazisme moeten trekken, is dat iedere politiek die bepaald wordt door één specifieke identiteit tot een ramp leidt. Of het nou het Europese nationalisme, het zionisme dan wel het Palestijnse chauvinisme of fundamentalisme betreft. Badiou toont zich daarmee eerder een antinationalist dan een antisemiet. Zijn oplossing ligt in het scheppen van een ‘seculier en democratisch Palestina, gevrijwaard van ieder predikaat’. Elders schrijft hij: ‘Israël moet terugkeren naar zijn universele roeping: ten overstaan van de wereld een staat scheppen die is gebaseerd op principes en niet op zogenaamde nationale, religieuze of raciale substanties.’

Daar gebeurt iets vreemds. Dezelfde Badiou die zich verzet tegen de sacralisering van het woord ‘jood’ koestert blijkbaar toch bijzondere verwachtingen van het jodendom. Maar dan wel van de open, humanitaire variant, zoals belichaamd door de apostel Paulus, de jood die zichzelf uit universalistische motieven opheft. Het brengt Badiou tot de paradoxale constatering dat ‘Israël een land is waar steeds minder joden wonen, een land op weg naar de-judaïsering, een antisemitisch land’.

Blijkbaar laat Israël zich ook door zijn critici niet zo gemakkelijk als een gewone staat beschouwen. In plaats van een poging te doen de kluwen van historische schuld, antisemitisme en staatsterreur die deze kwestie zo ingewikkeld maakt te ontwarren, kiest Badiou voor een short cut. ‘De kwestie van de vernietiging van de joden van Europa is een Duits en een Europees probleem’, stelt hij, iets waarmee de Palestijnen en de Arabieren ‘absoluut niets’ te maken hebben. Dat was niet alleen in het verleden onjuist – denk aan de steun van de Groot Moefti van Jeruzalem voor Hitler – maar ook in het heden. De Arabische tegenstanders van Israël grijpen in schoolboekjes en op televisie zelf terug op antisemitische stereotypen.

Het antisemitisme blijkt hardnekkig. Dat veel joden daarop hebben gereageerd door hun identiteit extra te benadrukken is misschien niet de ideale reactie, maar wel een begrijpelijke. Begint niet elk verzet tegen uitsluiting met het versterken van de onderdrukte identiteit, of het nu antikoloniale strijd, Black Power of zionisme is?

Die complexe werkelijkheid over het hoofd zien, kun je met wat kwade wil opvatten als een vorm van antisemitisme. Het ligt meer voor de hand dit te verklaren vanuit Badiou’s filosofie zelf. Zijn denken is in bepaalde opzichten ahistorisch, zelfs apolitiek – omissies die je een filosoof wellicht niet helemaal kwalijk kunt nemen – maar daarmee bijna religieus. De evenementen die de wereld vormen, lijken bij hem uit het niets op aarde neer te dalen. De historische ontwikkeling blijft buiten beeld, evenals de vulgaire politiek en de dilemma’s die iedere politieke gebeurtenis omringen. De evenementen van Badiou zijn mirakels. Maar met wachten op weer een wonder in de woestijn zijn zowel de Israëliërs als de Palestijnen niet geholpen.