…jofel…

Lutetia, waarvan ik altijd dacht dat het verwijzend naar de lichtstad die als Parijs door het leven gaat ook in de vertaling wel iets gewichtloos zou hebben, betekent (ik vond het bij de goede Waverley Root, een huis-, tuin-, en kamergeleerde die mij wel vaker op het juiste spoor zette), gewoontjes Modderland. Nou, dan weet je het wel. Daar springen de kikkers rond en omdat wie volgens de gangbare gaspittenmoraal weliswaar zoet maar te veel springt voor het laatst springt, kwamen al die kikkers in de minder zoete Parijse kelen terecht en daar ook nooit meer uit.

Ook in China sprongen die kikkers. Maar daar eten ze alles wat springt behalve kattevlooien.
Das Kikkerbil smaakt naar kip met groene zeep was mijn vroegste observatie. In de tijd dat in het verlengde van de Zwanenburgwal de Moddermolensteeg nog bestond en op de Albert Cuyp nog geen oesters werden verkocht. In de tijd dat Dikker & Thijs de beste osseworst van de stad had en de beste Amsterdamse osseworst nog van echte ossen uit Purmerend werd gemaakt. Dat was in de tijd dat de straatvegers in de winter een bonkertje droegen. Dat was na de tijd dat er een sigarettenmerk op de markt was dat Mokum heette en waarvoor I. Spreekmeester het pakje had ontworpen. Lang na de tijd dat De Waarheid een strip had die Jochem Jofel heette. Het was geen leuke tijd want je kon nergens oesters of kikkerbillen kopen. Wel ‘verse waar’ en scheepsbeschuit.
Het was inmiddels heel lang geleden dat Picasso zijn Demoiselles d'Avignon had geschilderd. Dat deed hij duidelijk na het middagmaal want zo'n paartje kikkerbillen lijkt, als je door de juiste oogharen kijkt, vreselijk veel op een juffrouw alleen. Wie ze een keer in de pan heeft gehad, weet wat ik bedoel. Maar wat ik eigenlijk wil, is terug naar de echte demoiselle d'Osseworstbillen. Die uit Purmerend. Wie ze een keer op z'n broodje Badeloch heeft gehad, weet wat ik bedoel.