Joggen over een kampmonument

Amsterdam is vol. Rond de zeventig monumenten herinneren al aan de Tweede Wereldoorlog, maar jaarlijks krijgt het Amsterdams Fonds voor de Kunst tientallen verzoeken om nog meer monumenten. Soms wordt een verzoek gehonoreerd en het stadsbeeld verrijkt met een beeld van meestal bescheiden afmetingen.

In 1993 besloot het Nederlands Dachau-comité dat het tijd was voor een monument, op het Museumplein, ter nagedachtenis aan de dertigduizend slachtoffers van het eerste nazi-concentratiekamp (1933). De gemeente gaf nul op het rekest, want op het plein staan al er twee. Het comité nam een nieuwe aanloop. Dat monument moest er komen. hoewel er in Utrecht al een Dachau-monument staat. Er werd een Stichting Nationaal Dachau Monument opgericht, hoewel er al een Nationaal Monument is. Maar omdat ook het Rijk geld fourneert, annexeerde de stichting het predikaat ‘Nationaal’. Ook de doelstelling werd uitgebreid: het monument zou niet alleen een plek van bezinning worden aangaande Dachau, maar zou de Nederlandse slachtoffers van alle concentratie- en vernietigingskampen vertegenwoordigen. Niets minder dus dan een samenvoeging van het Nationaal Monument, de Hollandsche Schouwburg, het Auschwitzmonument en dat voor de Vrouwen van Ravensbrück.
Vooraanstaande kunstenaars werden uitgenodigd om het eisenpakket in een artistiek verantwoord monumentaal gedenkteken te verwerken. Uit de drie inzendingen werd het ontwerp gekozen van Niek Kemps, die Nederland vertegenwoordigde op de vorige Biënnale van Venetië. Kemps ontwierp een laan, begrensd door twee taxushagen, geplaveid met blauwstenen platen met de namen van 350 van de ruim 1600 kampen die er zijn geweest. Het pad loopt schuin op om de gang wat te bemoeilijken, net als destijds. In de hagen zijn blauw-witte lampen aangebracht, die ’s avonds de gedachte aan een altijd verlicht kamp moeten oproepen.
Een en ander is tweeënhalve meter breed, vijf meter hoog en zestig meter lang. Een dergelijk stuk land art lijkt gemaakt voor Flevoland, maar is bedoeld voor het Vondelpark, waar het de argeloze vrijetijdsbesteders 'ongewild en spontaan ’ wil confronteren. Het valt onder stadsdeel Zuid, dat toch niet wakker ligt van ingrepen in het park.
Omdat het park, waar opzettelijk geen enkele weg recht loopt, een ononderbroken stuk grond van zestig rechte meters ontbeert, wordt de laan doorsneden door een fietspad. In het drukst bezochte park van Nederland worden honderden mensen per dag geacht zich door een smalle opening te worstelen in een verder ondoordringbare haag. Maar het monument slaat gelukkig 'een brug naar het heden ’, want over de kampnamen joggend 'denkt de bezoeker vanzelfook aan Ruanda, Somalië ’.
Zover is het pas in oktober, maar de plannen zijn al in een vergevorderd stadium. Het dagelijks bestuur van deelraad Zuid heeft besloten dat met het comité wordt overlegd voor de vergadering waarin wordt besloten wanneer er een voorlichtings- of inspraakavond komt. Ze voelen de bui al hangen, in Zuid. Normaal gesproken wordt een prijsvraag bekendgemaakt met de ingezonden voorstellen erbij. Nu zijn de namen van de andere twee kunstenaars plots geheim. De hele zaak blijft angstvallig binnenskamers totdat 'het ontwerp in zijn totaliteit wordt goedgekeurd’. Een journaliste van het NIW stuitte bij toeval op de plannen en maakte die wereldkundig. 'De joden zijn tegen ’, concludeerde Maryan Geluk, projectleidster bij het Amsterdams Fonds voor de Kunst. In Het Parool verscheen vervolgens een foto van de maquette van Kemps, maar die wordt nu niet meer vrijgegeven.
De begrote vier à vijf ton voor het monument zijn er zeker twee te weinig. De zware steenplaten zullen in de moerasbodem wegzakken, maar op een betonnen fundering moeten forse lagen compost worden gestort als er taxusbomen van vijf meter willen groeien. En dat allemaal voor een tweede Dachaumonument dat een tweede Nationaal Monument wil zijn, op een tweederangs plek achterin het Vondelpark.