Johan boer maker van de expositie ‘johan gaat legaal’

JOHAN BOER (29): ‘Musea hebben geen herkenningsteken. Bij bakkers en slagers is dat veel beter geregeld. Bakkers hebben granen en slagers hebben een lachend varken met een slagersmes. Maar musea? Niks.

Dus heb ik maar een stickerlogo gemaakt voor de kunst. ’s Nachts en ’s morgens vroeg heb ik het aangeplakt. Op Boijmans-Van Beuningen, op het Stedelijk in Amsterdam en op het Museum of Modern Art in New York. Binnenkort ga ik naar Duitsland.’
Boris van Berkum (30): ‘Ik ben manager van Johan. Hij past perfect bij de nieuwe generatie kunstenaars. Mensen die een idee hebben en dat meteen uitvoeren. Gewoon doen.
De groenteman plakt een sticker van een grote citroen op zijn ruit en Johan plakt een sticker van een schilderij op een museum of een galerie. In dit geval volgens het Kunst-kras-logo. Of, Johan, hoe was het? Kunst-logoschilderen?’
Johan: 'Het kunst-logo-kras-schilderij-sticker-systeem!’
Boris: 'Op de stickers staat een pictogram van de vraag: “Wat is kunst?” Dan is het beeld van een schilderij het helderst - maar een paletje had ook gekund.
Johan maakt reclame zonder opdrachtgever. Hij gaat uit van de gedachte: als de gebruiker van dit gebouw mijn opdrachtgever was, wat zou ik dan kunnen toevoegen? Dat hoeft niet per se een museum of een galerie te zijn. Ook de groenteboer is niet veilig.’
Johan: 'Ik ben toch een beetje bezig met het verbanaliseren van de kunst. Dus trek ik die lijn maar door en exposeer ik ook op gewone gebouwen.
Maar: ik beschadig niks. Ik zal niet wild plakken. Ik plak om een gebouw te verrijken. En een sticker kun je verwijderen. Maar vóór ik er een aan z'n lot overlaat, snijd ik hem wel even in. Dat ze hem er niet in één keer aftrekken. Zij moeten ook een beetje hun best doen.’
Boris: 'Bij Boijmans was de politie er midden in de nacht direct bij om de sticker er af te krabben. In New York en Amsterdam haalden de mensen van het museum ze er zelf af. Al is het nog zo mooi, het móet eraf, hè. Als het niet volgens de gebruikelijke gang van zaken gaat. Ironisch, niet? Juist bij een instituut dat er is om te conserveren en in stand te houden. Alleen wél volgens de selectie die zij hebben toegepast.’
BORIS: 'Johan heeft hier in Rotterdam al zes keer illegaal op het Centrum voor Beeldende Kunst geëxposeerd.’
Johan: 'Dit is mijn eerste legale expositie. De zevende.’
Boris: 'Hij heet Johan gaat legaal.’
Johan: 'Ik heb vier reclamefoto’s van leuke stelletjes gezocht. Mooie, verleidelijke beelden. Daar heb ik de contouren van overgenomen, gewoon met een transparantje. Vervolgens heb ik alle velden ingekleurd met stift en daar heb ik druipers op toegepast. Dat kan natuurlijk niet, maar dat is juist het leuke. Druipen kun je ook tekenen. Maar: bij elke kleur roteer ik het beeld, zo loopt elke kleur een andere kant op. Dan krijg je een weefpatroon. Het lijkt zo plat als een dubbeltje, maar als je kijkt naar het aangegeven volume, dan moet dat meters dik zijn.’
Boris: 'Het is nogal een verhaal. Ik had er in het begin ook wat moeite mee. Ik moest er echt inkomen.’
Johan: 'Eigenlijk is het heel logisch.’
Boris: 'Ja, dat zeg jij altijd.’
Johan: 'Dan heb ik dus een model. Dat leg ik neer en ik maak een foto, zó dat het model in perspectief ligt. De foto blaas ik op tot drie bij vier meter. Daarmee snijd ik per kleur een folie uit en die plak ik op een groot stickervel. Zo wordt het een hele grote, driedimensionale sticker.’
Boris: 'Begrijp je het nou een beetje? Misschien moeten we een instructievideo maken, Johan.’
Johan: 'Mijn eindscriptie voor de Academie voor Beeldende Kunst ging over de vraag: “Hoe kun je ruimte hergebruiken?” Daar doe ik nog steeds onderzoek naar. Ook de derde dimensie kun je gebruiken. Als je een ruimte in kijkt, dan zie je een en al perspectief. Met een sticker kun je een extra ruimte aanbrengen op een plat raam. Omdat het stiekem moet, plak ik ze op de buitenkant. Dus ze slijten wel snel.’
Boris: 'Nou Johan, we hebben wel een gepast product, hoor. Mochten de mensen nog willen nagenieten, dan heeft Johan de zogenaamde “frottages”. Voordat hij ’m opplakt, legt Johan een vel over de sticker heen. Net zoals je dat vroeger met een gulden en een stukje papier deed, maak je een afdruk op een groot grijs, of rood, vlak.’
Johan: 'Dat is dus de reproductie.’
Boris: 'Zo zóu je het kunnen zien. Het is heel dubbel: die stickers zijn een soort buitenreclame voor Johan zelf. Tegelijk zijn het de mallen voor de kunstwerken die mensen kunnen kopen en die echt voor de eeuwigheid zijn.’
Johan: 'Ik signeer de stickers ook niet. Heeft geen zin.’
Boris: 'Vindt-ie niet mooi.’
Johan: 'Nee. En het doet afbreuk aan het geheel als ik er nog een naam bij ga zetten. Er staat al een naam. Het Stedelijk of Boijmans-Van Beuningen signeert het.’
BORIS: 'Ik hoorde over Johan toen ik net MAMA aan het opzetten was. Met MAMA, showroom for Media And Moving Art, proberen we jonge creatievelingen met elkaar in contact te brengen. We werken ook als management. We regelen de subsidie en ook sponsoring. Want wil je de spontaniteit er nog een beetje inhouden, dan kun je het niet uitsluitend via het subsidietraject doen. Je verliest zo veel tijd en enthousiasme met aanvragen en wachten. Dan is je idee alweer verouderd en ben je allang weer met andere dingen bezig.’
Johan: 'Ik moet ook bijwerken. Als reclameplakker. Overdag plak ik in opdracht van een museum hun naam op de ruit, ’s nachts plak ik er een sticker bij. Gratis.’
Boris: 'De nieuwe generatie kunstenaars wordt mede bepaald door alle reclame waar ze tegen op moeten boksen. Die is heel krachtig en steeds right in your face. Daar heeft de beeldende kunst enorm veel concurrentie van. Hoeveel beeld kan een mens opnemen?
Er is een heel andere mentaliteit te vinden. Ze nemen reclametechnieken over. Hun kunstwerken zijn veel communicatiever. Hogere en lagere cultuur zijn nog veel meer met elkaar verbonden. Het is niet zo van: dit is kunst, en daar moet je heel erg je best voor doen, wil je het begrijpen.’
Johan: 'Ik voel me wel verbonden met anderen uit mijn leeftijdsklasse. Ik ken ook wel een kunstenaar die vergelijkbaar bezig is. Dat is een jongen die jarenlang bij de PTT heeft gewerkt en van daaruit gewoon op zijn postzakken is gaan schilderen. Dan denk ik: Ja, dit is “wauw”. Dit is gewoon logisch.
Ik volg mijn eigen lijnen, maar mijn werk is net als dat van veel anderen erg street-related. Het heeft een attitude. Bij de opening van Johan gaat legaal stonden er bijvoorbeeld allemaal dj’s te draaien.’
Boris: 'Dat is de nieuwe stad. Bij alle openingen in de showroom van MAMA maken we er een feest van. Dj’s, vj’s. Staat om vijf uur ’s middags op klaarlichte dag die hele galerie te dansen.’
'Er is iets dat ze bindt. Het is een mentaliteit. Je hebt enerzijds de fascinatie die bij de high culture hoort en anderzijds de amusementswaarde van de low culture. Voor ons, voor die nieuwe mentaliteit, doet het in feite helemaal niet meer terzake of er een onderscheid tussen die twee wordt gemaakt. Ik wil moeite doen om iets te kunnen begrijpen, want het fascineert me en het daagt me intellectueel uit. Anderzijds wil ik ook kunnen lachen. Herkenbare vormen zien, dingen die maken dat ik me prettig voel. Dat kan óók een waarde zijn.’
Johan: 'Ik maak dingen die ik leuk vind. Alleen: daarbinnen zit een soort van onderzoek. Stiekem kunst maken dus.’
Boris: 'Sluik-kunst. Het is sluikkunst, Johan!’
JOHAN: 'Volgens mij is kunst cultuurgebonden!’
Boris: 'Hè?’
Johan: 'Hahaha! Misschien kunnen we even terugkomen op het stickers drukken, ja? Er wordt al honderd jaar reclame gemaakt op ramen. Er is een hele ambachtsmarkt ontstaan in dat gebied. En vanuit die technische kennis ben ik aan het werk. Die komt gewoon voort uit de Nederlandse cultuur. Heel Nederland is dichtgeplakt met stickers op ruiten en lichtbakken. Er is veel te veel wildgroei. Je ziet heel weinig mooie dingen. Eerst wordt het gebouw opgeleverd, dan wordt er nog eens de reclame tegenaan gekletterd. Het Shell-gebouw op het Hofplein, dat is wel prachtig. Daar is over nagedacht. Het is geïntegreerd in het gebouw.’
Boris: 'Ja! Dat is gewoon tof. Soms, als je ’s nachts door de stad fietst, zie je aan de ene kant de maan en aan de andere kant “Shell”.’