5 december 1903 - 24 december 2011

Johan Heesters

Tot zijn dood is Johan Heesters nagedragen dat hij in nazi-Duitsland heeft gezongen. Zijn Hollandse miljoenenpubliek is daarentegen nooit verweten dat het naar hem keek en luisterde.

OP 24 DECEMBER is er dan toch een einde gekomen aan het leven van ‘Hollands meest houdbare exportartikel’. Zo werd Johan Heesters aangeduid in Duitsland, het land waar hij 75 jaar woonde. Tot zijn dood is Heesters (Amersfoort, 1903) blijven zingen; hij kon het nog steeds. Als toegift onthaalde hij zijn Duitse publiek steevast op Daar bij die molen. Een gebaar dat de revuester typeert: ginds weet ik mijn land, mijn volk, mijn koningin.
Zijn hoop Beatrix de hand te schudden werd vorig jaar op zijn 107e definitief de grond in geboord. Duitsland bood de koningin in april een staatsbanket aan, en nodigde de legendarische tenor officieel uit. Maar met een rotsmoesje maakte de Nederlandse diplomatie dat ongedaan. Elke nieuwe associatie van de Oranjes met het Derde Rijk moest worden vermeden.
Heesters zong voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog, in films en op de planken, en deed dat vooral in Duitsland. Tot zijn dood is hem nagedragen dat hij in nazi-Duitsland heeft gezongen. Althans in Nederland; in Duitsland telde zwaarder dat hij zich niet met de nazi-ideologie heeft ingelaten. Zijn Hollandse miljoenenpubliek is daarentegen nooit verweten dat het naar hem keek en luisterde - voor, tijdens en na de oorlog.
Maakt zingen schuldig? In het bezette Nederland werd eveneens heel wat af gezongen en gedeclameerd terwijl er nazi-kopstukken in de zaal zaten. Slechts weinige podiumkunstenaars stopten welbewust met de openbare uitoefening van hun vak. Cinema & Theater interviewde midden in de oorlog zowel Wim Sonneveld als Johan Heesters. Sonneveld speelde door, en laat zich in het blad positief over de Duitsers uit. Op hetzelfde moment stonden de mensen rijen dik voor de Amsterdamse bioscopen Rembrandt en Tivoli, wanneer daar zoete Durchhaltefilme met Heesters werden vertoond. 'Al zou men dat in Nederland misschien liever ontkennen’, zei Heesters cynisch toen hij in 2003 over zijn grote oorlogspubliek vertelde.
Niet alleen Cinema & Theater, maar het gros van de Nederlandse journalistiek werkte door, collectief ingelijfd bij de Kultuurkamer. Zo ook de schrijver Ed. Hoornik, als kunstredacteur van het door een SS'er geleide Handelsblad. Voor zijn krant interviewde hij NSB-kopstukken, die hij dan als 'zuiveren Nederlander’ typeerde, om ze vervolgens hun gif te laten spuien.
Door een speling van het lot werd Ed. Hoornik na de oorlog als slachtoffer gezien, en Johan Heesters als dader. Het trefwoord hierbij is 'Dachau’. Hoornik belandde als gevangene in dit concentratiekamp, door een misverstand. Zijn collega-schrijver Harry Mulisch zei daarover in 2007: 'Hoornik heeft geboft dat hij in Dachau terecht is gekomen - per ongeluk.’ Want Dachau werd Hoorniks toegangskaartje tot het kunstredacteurschap van Vrij Nederland. Niemand leek zich Hoorniks besmette Handelsblad-stukken te herinneren, ook Mulisch niet.
Voor Johannes Heesters, zanger van niemendalletjes, werd 'Dachau’ zijn Waterloo. Nogal wat Nederlandse media namen elke aanleiding te baat om te melden dat Heesters in dat concentratiekamp, vlak bij München, waar hij toen werkte, 'op bezoek’ ging. Liefst voegde men toe dat hij daar zelfs gezóngen zou hebben. De bewijzen ervoor ontbreken. Maar al had hij er gezongen? De onvrijwilligheid van zijn 'bezoek’ wordt zelden vermeld: Heesters’ theaterensemble was als propagandastunt naar Dachau gesleept om daar te worden gefotografeerd.
Nee, Heesters was geen held. Net zo min als de vele Sonnevelds en Hoorniks dat waren. Maar op Heesters lijkt, als 'mof uit keuze’, het etiket 'fout’ makkelijker te passen dan op zijn kunstbroeders in het bezette Nederland.
Wat met ons goed-foutbeeld in strijd is, laten we bij voorkeur weg. Bijvoorbeeld het feit dat Heesters in 1938 naar Nederland terugkwam - natuurlijk om te zingen. Zijn Duitse vriend Fritz Hirsch, die direct na de Hitlers machtsovername in 1933 naar Amsterdam was gevlucht en daar een joods operettegezelschap leidde, vroeg hem voor de rol van Graf Tassilo in de operette Gräfin Mariza. Evenmin hangen we graag aan de grote klok dat Hirsch en zijn mede-immigranten door hun Hollandse collega’s werden behandeld als lieden die 'onze banen’ kwamen inpikken.
Ook lees je zelden dat Goebbels Heesters voor dit operette-avontuur ter verantwoording riep. De rijkspropagandabaas had sowieso moeite met zijn exotische revuester. Met zijn witte sjaaltje en zijn kachelpijp had Heesters een frivole, bijna verwijfde uitstraling, die bepaald niet tot tucht en discipline verleidde.
Na de bezetting kankerde Nederland nog decennia op de 'moffen’. In 1966 ging niettemin al 25 procent van onze export naar de Bondsrepubliek en lokten we miljoenen Duitse toeristen hierheen. Het Duitse Der Spiegel kwam in 1966 met zulke groeicijfers om ons, naar aanleiding van de anti-Duitse stemming rond het huwelijk van Beatrix en Claus, als een huichelachtig, opportunistisch volkje weg te zetten.
Tezelfdertijd keken vijf miljoen landgenoten naar een televisieregistratie van Die lustige Witwe met Johan Heesters. Ze genoten evenzeer van zijn Danilo-vertolking als Hitler had gedaan. Maar even later brak er een rel uit rond Heesters’ rol als Von Trapp in de Nederlandse theaterversie van The Sound of Music. De protestgeneratie vond dat hij niet in de rol van een antifascistische Oostenrijker mocht kruipen. Had Heesters ons land niet in 1934 voor Wenen verruild? Voor het gemak bestempelden ze het Oostenrijk van vier jaar voor de Anschluss aan nazi-Duitsland maar vast als fout land.
In 2008 werd de stokoude ster door de DWDD-jakhalzen verleid te zeggen dat Hitler een aardige kerel was. Heesters wilde vooral zélf aardig gevonden worden, en trapte prompt in de uitgezette val. Waarmee zijn aloude angst voor de Nederlanders werd bevestigd, 'dat iemand me een klap voor mijn bek geeft’. Wat kunnen we trots zijn op onszelf.