John Banville, Schijngestalte en The Sea

John Banville is genomineerd voor de Bookerprize

Literair doedelen

John Banville

Schijngestalte

Vertaling van Shroud door Jan Pieter van der Sterre

Atlas, 319 blz., e 19,90

The Sea

Picador, 264 blz.

In The Sea van John Banville staat geen woord te veel. Als hoofdpersoon Max Morden met zijn vrouw bij de dokter komt en beiden te horen krijgen dat zij binnenkort zal sterven, citeert Banville als enige zinnen van de dokter: «Oh, we won’t let you go quite yet, Mrs Morden. No indeed we will not.»

Wij begrijpen direct: die is binnenkort kassiewijle. Niet dat Banville op vlakke toon zou vertellen of kale zinnen produceert. In de eerste alinea van The Sea sleurt hij de lezer zijn boek binnen door te vertellen over een vreemd getij dat het zeewater aan een kustplaats hoger deed rijzen dan ooit. De tweede alinea bestaat uit twee zinnen, de laatste zin maar uit één woord: «Someone has just walked over my grave. Someone.»

Het verhaal dat zich vervolgens ontvouwt, wordt voortgestuwd door de emotionele ontwikkeling van hoofdpersoon Max Morden. Na de dood van zijn vrouw (ja) keert hij terug naar de plek waar zijn belangrijke herinneringen liggen: de zee. En autonoom als de zee blijkt ook zijn geheugen volgens een eigen getij beelden en sferen op te vissen en omhoog te stuwen. In concentrische cirkels daalt Max Morden dieper af in zijn eigen geschiedenis en wordt ge dwongen na te denken over zijn identiteit.

Of hij hem wint of niet, zijn tweede Booker-nominatie zal John Banville toch een hoop extra boeken doen verkopen. Tot hij in 1989 werd genomineerd met Book of Evidence verkocht hij in hardback meestal rond de drieduizend en in paperback tussen de tien- en vijftienduizend exemplaren. Na de nominatie verkocht hij van Book of Evidence veertigduizend hardbacks en honderdduizend paperbacks. Het zal dit jaar alleen maar meer zijn, want steeds meer lezers snellen de dag na bekendmaking naar de winkel om de gehele Booker Shortlist in te kopen.

Ook leuk voor wie zich wil onderscheiden, zo’n lijst, want over die blinde kopers wordt weer geschamperd door de zichzelf betere lezers voelenden.

De extra lezers moeten wel een beetje hun best doen, want Banville houdt er van om te jennen en steeds te kijken hoe ver hij kan gaan in zijn pogingen de literaire smaak voorbij haar grenzen te rekken. Dat doet hij overigens niet met schoppen, trappen, provoceren en heilige-huisjes-omverwerpen. Banville overvoert zijn lezers met intellectuele referenties of laat hen bladzijdenlang stilstaan bij het ogenschijnlijk onbeduidende alledaagse. Toch weet hij te betoveren met formuleringen waarin zijn ge dachten tot literatuur worden gemaakt.

Banvilles vorige boek Shroud is nu als Schijngestalte bij Atlas verschenen. Moeilijke klus om de buldertoon van hoofdpersoon Alex Vander, die ook al in worsteling met zijn verleden is geraakt, weer te geven, maar vertaler Jan Pieter van der Sterre verzint mooie oplossingen; hoe vaak kom je in een vertaling het woord «pierewaai» tegen? De ma nieren waarop de lezer kennismaakt met de hoofdpersonen uit Shroud en The Sea zijn omgekeerd evenredig. In The Sea lijkt Max Morden aanvankelijk een sympathieke, enigszins beklagenswaardige man. Maar als al en passant is vermeld dat hij als jongen voor de lol een hond placht te slaan en insecten in de fik stak, wordt de manier waarop hij over zijn dochter nadenkt dan wel eerlijk maar toch eigenlijk ook een beetje kil. En dat er iemand op zijn graf liep was de eerste keer nog mooi, maar als hij voor de zoveelste keer een zwarte boot ziet aan komen zeilen of de sirenen al hoort zingen, wordt het eigenlijk wel wat larmoyant en melodramatisch ge emmer (van een vent die nota bene ook nog eens Max Morden heet).

Dan Alex Vander uit Schijngestalte. Die is van begin af aan een bulderende bruut. Hij is zo’n grote leugenaar en zo’n foute ouwe man dat je hem uiteindelijk wel sympathiek moet vinden. Deze ge res pec teerde en gevreesde knar van een hoog leraar torst een groot geheim uit zijn verleden mee. Als een jongedame hem naar Turijn lokt om hem ermee te confronteren, ga je van de weeromstuit hopen dat Vander, die zich heus als een rotvent gedraagt, zijn façade weet hoog te houden. En wat zijn ondergang lijkt te betekenen wordt een loutering – katalysator: de liefde. Afgezien van een dood meisje, dat wel, houden we een lievere, tot inkeer gekomen man over in een stad waarvan de schrijver ons overigens tot bijna gekmakens toe benadrukt, en benadrukt, en benadrukt dat-ie een enorme bron van verwijzingen bevat. Jawel, de lijkwade, de gek geworden Nietzsche – ze staan erin. Net als het motief van de harlekijn, di verse figuren uit de klassieke Oudheid, bijbelse visioenen, schrijvers, schilders en dat naast vele veelbetekenende verwijzingen binnen het boek. Uiteindelijk haalt Vander zichzelf onderuit met de zinnen: «Zoveel vragen, zoveel spitsvondigheden en toch kom ik er niet verder mee. Het mysterie is en blijft: waarom? Als er, zoals ik geloof, zoals ik benadruk, geen wezenlijk, individueel ego bestaat, waaraan zou ik dan precies ontsnapt zijn door te doen alsof ik Alex Vander ben?»

In The Sea houdt Banville zich minder nadrukkelijk bezig met al zijn literaire bagage en is hij nog meer aan het nadenken over de niet-spectaculaire dagelijkse werkelijkheid. Hier kan bijvoorbeeld staand voor de spiegel bladzijdenlang gemijmerd worden over de bijzonderheden van het eigen gelaat. Hij lijkt zichzelf te vermaken en te onderzoeken hoe ver hij kan gaan in het oprekken van de aandachtsspanne van de lezer. De ik kan mijmeren dat hij niet een echt groot man is, maar slechts wat kan doodelen zoals hij hier doet. Pagina’s later besluit dan, na weer enkele weinig opzienbarende gedachten van de verteller, een alinea met Doodle deedle dee.

Banville lijkt wel te spelen. Is dit waar goed-zijn overgaat in excelleren?

Schrijven als helder formuleren. Nog nauwkeuriger noemen. Het zoeken naar secuurdere omschrijvingen voor gedachten en menselijke gevoelens helemaal laten samenvallen met die gedachten en ze zo uitputtender maken. Schrijven is voor Banville het zo zorgvuldig mogelijk benoemen van wat slechts even kan bestaan tegenover de dood. In een interview over The Sea zei hij daarover: «De roman is een vorm die wordt opgejaagd door de dood.»